|
Vietnam: informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag, info, foto's, Azië
Eenvoudige kost op Cat Ba
Vietnam reisverhaal: verslag van een reis door Vietnam
(Tekst en foto's: Jan Peter Wouters)
deel 1/2
Kreunend zet de trein zich weer in beweging. Oorverdovend
bestijgen wij de verroeste brug over de rivier die het noorden
van Ninh Binh begrenst. Langs de kade van de krachtcentrale
liggen stalen schuiten met bergen kolengruis in het open ruim.
Aan boord scheppen mannen in lompen het gruis op de lopende
band. Het gitzwarte terrein rond de kade absorbeert al het
licht en zindert in de hitte van de ochtendzon. Een stoomlocomotief
staat even verderop als een zwarte schaduw doelloos te roken
en te stomen. Aan de overzijde van de brug breekt de stad
abrupt af en neemt het platteland het uitzicht over.
De rijst is geoogst en dorre stoppels steken uit de drooggevallen
velden op. Witte koereigers wandelen behoedzaam door de overgebleven
poelen, op zoek naar ingesloten prooi. Bijeen gebonden tot
kleine schoven lagen de rijsthalmen een tijdje te drogen op
de smalle dijkjes rond de velden. Nu worden de schoven verzameld
en per kubieke meter achter op de fiets vervoerd. De boer
loopt naast zijn vracht en bestuurt de fiets met een stok
die aan het stuur is bevestigd. Op een centrale plaats wordt
de rijst gedorst. Met stapbewegingen op een lang pedaal drijven
de mannen de trommels met stalen lussen aan. In kleine bosjes
worden de halmen tegen deze rondspinnende lussen geslagen,
zodat de rijstkorrels worden afgerist. Achter de installatie
hangt een zeil dat de gelanceerde rijst verzamelt. De kale
halmen worden elders opnieuw te drogen uitgespreid. Zodra
de halmen grondig zijn gedroogd worden zij rondom een hoge
paal opgeslagen. De komende maanden kunnen de karbouwen met
dit hooi worden bijgevoerd.
De mannen hebben gelooide gezichten. De vrouwen beschermen
hun gezichten tegen de zon met een sluier die alleen hun ogen
onder de conusvormige hoed vrij laat. De vrouwen hebben hun
broekspijpen met repen stof stevig rond hun enkels dichtgebonden
om te voorkomen dat parasieten via hun benen omhoog kruipen
en zich in hun vagina nestelen. Onder barre omstandigheden
verricht dit plattelandsvolk zwaar werk in ruil voor een kom
rijst en wat zelf geteelde groente en vis. Hun kinderen worden
niet gespaard en werken al vanaf jonge leeftijd op het land
mee. Dit taaie, ondervoede volk heeft ervoor gezorgd dat Vietnam,
nadat in de behoefte van de eigen bevolking is voorzien, 's
werelds derde grote rijstexporteur is.
De Rode Rivier
Na in Hanoi van trein te zijn gewisseld, gaat mijn reis in
oostelijke richting verder. Het land tussen Hanoi en de havenstad
Hai Phong vormt het hart van de Rode Rivierdelta. De rivier
ontspringt in de Chinese provincie Yunnan en stroomt bij Lào
Cai het land binnen. De regen in het Hoang Lien Son-gebergte
wast de grond van de hellingen en de rivier voert de mineraalrijke
sedimenten verder naar de delta af. Het roestbruine slib ontleent
zijn kleur aan de ijzeroxyde-houdende grond uit het gebergte
en legt de rivier zijn onontkoombare naam op.
Parallel aan de spoorlijn loopt de oude asfaltweg naar Hai
Phong. In samenwerking met een Japanse onderneming wordt deze
weg verbreed. De bewoners van de slaperige lintbebouwing langs
het traject zijn in rep en roer. De vispoelen en natte groentetuinen
rond hun huizen worden leeggeschept en afgegraven tot een
diepte van drie tot vier meter. Hak voor hak worden stevige
blokken kleigrond losgetrokken die in manden langs de glibberige
wanden van de bouwput omhoog worden gebracht. De mannen zijn
met een glimmende laag klei overdekt en hun doorweekte kleding
plakt als een tweede huid om hun gespierde ledematen. De putten
worden gevuld met aangevoerd zand, dat met zware machines
wordt aangestampt. Als extra verharding wordt een dikke laag
steenslag op het zand gestort, dat met een wals tot een massieve
funderingslaag wordt uitgerold. Het asfalt wordt in grote
vaten op een houtvuurtje gesmolten. De vuile walmen die uit
deze vaten opstijgen verwaaien al snel in de wind.
Deze gloednieuwe tweebaansweg moet de economische slagader
tussen Hanoi en Hai Phong gaan vormen. Over deze weg rijden
binnenkort vrachtwagens in konvooi, om de stroom containers
met import- en exportgoederen te kunnen verstouwen. In Hai
Phong meren containerschepen af om te laden of lossen en in
Hanoi komen verschillende spoorlijnen bij elkaar, zodat de
aan- en afvoer van containers uit en naar het binnenland verzekerd
is. Natuurlijk had men in plaats van de wegverbinding de spoorlijn
tussen Hanoi en Hai Phong kunnen verbeteren, maar dan liep
Hanoi als overslagplaats een belangrijke bron van werkgelegenheid
mis. Met het verbreden van al bestaande weg profiteren beide
steden van deze nieuwste economische ontwikkeling. De bewoners
van de lintbebouwing langs de oude weg heeft de voortuin moeten
opofferen voor de vooruitgang. Tijdens het aanleggen van de
weg heeft de plaatselijke bevolking de gelegenheid om iets
bij te verdienen, maar hun profijt van deze nieuwe ontwikkelingen
is van korte duur. Zodra de nieuwe weg voltooid is moeten
zij het weer stellen met hun geringe inkomen uit de landbouw
en losse arbeid.
Houtskoolvuurtjes
Voordat de trein Hai Phong binnen rijdt, passeren wij aangeharkte
bedrijfsterreinen en fonkelnieuwe industriële loodsen
en kantoren aan de rand van de stad. Naarmate wij dieper in
de stad doordringen, kruipen de huizen dichter naar de spoorlijn
toe. Uiteindelijk stampt de trein op minder dan een meter
afstand langs keukens en wasplaatsen aan de achterzijde van
de kreupele woningen langs het spoor. Etensluchten en de rook
van houtskoolvuurtjes dringen de trein binnen. Een kind in
een teil wordt door zijn moeder schoon geschrobd, gadegeslagen
door wagonladingen nieuwsgierige ogen. Wij passeren de rustende
treinstellen op het rangeerterrein en komen in het hart van
de stad krijsend tot stilstand.
Buiten het station staan de xi clo-nozems en Hondaduivels
elkaar ruw te verdringen. Een man van middelbare leeftijd
torent kalm boven het wriemelende kluwen uit. Konh verdoet
zijn tijd niet met loven en bieden; recht op de man af noemt
hij zijn prijs en stelt mij voor om naar een rustig hotel
te fietsen. Nadat hij mij bij het hotel heeft afgeleverd,
spreken wij af dat hij mij de volgende ochtend om zes uur
komt afhalen.
Een rustig hotel is niets teveel gezegd, het personeel is
ver uit in de meerderheid. Meisjes in witte blouses en korte
zwarte rokken zitten rond de glazen tafel in de lobby en spelen
kaart. Zij maken zich nergens druk om, en nog het minst om
hun gasten. Het verbaast mij dan ook niet dat ik op de gang
naar mijn kamer op een in plastic gewikkelde, nog opgetuigde,
kunststof kerstboom stuit. Naar het op het plastic verzamelde
stof te oordelen is de kerst van het afgelopen jaar overgeslagen.
De volgende ochtend staat Konh triomfantelijk op zijn vracht
te wachten. Ik hijs mijzelf in zijn laadbak en geniet van
de frisse ochtendnevel die op mijn gezicht neerslaat terwijl
wij door de nog stille straten van Hai Phong dwalen. Konh
babbelt opgewekt in het Vietnamees en ik hum instemmend wanneer
ik een woord herken.
Veerboot
| De veerboot naar het eiland Cat Ba vaart
eerst een flink stuk van een van de delta-armen van de
Rode Rivier af, voordat het de zee op vaart. Roestige
schepen en kranen aan de kade langs deze waterweg wachten
geduldig op de goede tijden die op komst zijn. Vroegtijdig
oud geworden Russische schepen liggen eenzaam en verlaten
afgemeerd. Een gloednieuw overslagbedrijf is druk in de
weer met het lossen van een containerschip. De containers
worden op de kade als enorme blokken op elkaar gestapeld.
De waterweg verbreedt zich en spoelt aan op roodbruine
slikken. |
|
De zee doemt op en aan de horizon verschijnen de grillige
contouren van het groene Cat Ba. Aarde, lucht en water vormen
zich tot een onontwarbaar geheel. De veerboot is nog maar
net buitengaats wanneer wij een zandplaat aandoen die moet
doorgaan voor een eiland. De betonnen steiger is het hoogte
punt van dit kwetsbare land. Een onverhoedse vloedgolf is
voldoende om de wrakkige bebouwing en alle leven van de zandplaat
in zee te spoelen. Koopvrouwen hurken op de kop van de steiger
neer. In platte schalen van gevlochten riet ligt hun handel
uitgestald: kauwgom, sigaretten en lekkernijen van kleefrijst
gestoomd in bananenbladeren. Tussen de vrouwen op de steiger
en de passagiers aan boord wordt druk heen en weer geroepen.
| Met hun omgekeerde punthoeden reiken de
vrouwen hun koopwaar aan en nemen zij de betaling in ontvangst.
Een vrouw slingert tussen de voetgangers door de steiger
op en zet haar fiets tegen de lage ommuring. Aan het stuur
hangen bosjes willoze duiven. Het donkere verenpak van
de spichtige duiven glanst in de zon, maar hun snavels
wijzen gelaten naar de grond. Alleen wanneer zij van het
stuur worden getild, komen zij kortstondig tot leven.
De klapwiekende boeketten vinden bij de huiswaarts kerende
bewoners van Cat Ba gretig aftrek. In een mum van tijd
is zij door haar handel heen. |
|
Zodra de nieuwe passagiers aan boord zijn en de laatste gaatjes
in het laadruim opgevuld, worden de trossen losgegooid. Langzaam
maken wij ons van de zandplaat los en laten ons op de cadans
van de lange deining meevoeren. Al snel varen wij langszij
Cat Ba. Het vroege licht werpt lange schaduwen over de steile
hellingen. Platte schuiten van riet en pek bewegen zich schichtig
voort in de luwte van de loodrecht uit zee oprijzende wanden.
Wij varen in zuidelijke richting en na een half uur lijkt
het eiland af te brokkelen. Her en der steken pokdalige rotspartijen
uit het water op, langs de waterlijn diep uitgehold en op
de top weelderig begroeid. Zeewouen scheren rakelings langs
de scherpe randen van deze kolossale rotsbrokken. Even later
ronden wij de zuidpunt en varen de schoot van het eiland binnen.
In deze natuurlijke haven vinden honderden schepen beschutting
tegen de nukken en grillen van de golf van Tonkin.
Slaperig vissersdorp
Oorspronkelijk was het gelijknamige dorp Cat Ba een slaperig
vissersdorp waar alleen de eilandbewoners iets te zoeken hadden.
Met de opbrengsten uit het regenwoud en de visserij, de eigen
landbouwgronden en zoetwaterbronnen kon de bevolking in de
eigen levensbehoeften voorzien. Het regenwoud werd tot nationaal
natuurpark uitgeroepen en ontpopte zich, samen met het pittoreske
vissersdorp en de bonte verzameling schepen in de haven, tot
een belangrijke toeristische trekpleister.
Twee jaar geleden troffen de spaarzame toeristen bouwvallige
hotels aan en viel er na zonsondergang niet meer te beleven
dan dronken worden in de donkere, bedompte hotelkamer. Inmiddels
is daar verandering in gekomen. Zodra het duister invalt worden
de dieselgeneratoren aangeslingerd om in elektriciteit te
voorzien. Lichtreclames wijzen de toeristen de weg naar de
talloze restaurants en karaokebars. Familieleden van overzee
hebben kosten noch moeite gespaard en investeerden met gulle
hand in hotels en restaurants. Het overvloedige aanbod en
de Vietnamese kopieerzin hebben er voor gezorgd dat de hotelovernachtingen
een schijntje kosten en de karaokebars voornamelijk de lokale
jeugd te verwerken krijgen. Deze jeugd heeft niet veel te
verteren en houdt het gemakkelijk een hele avond vol op een
pot thee en twee sigaretten.
verder
naar "Eenvoudige kost op Cat Ba" deel 2
|