|
Vietnam: informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag, info, foto's, Azië
Krabben eten bij Nguyen Van Dao in Vinh
Vietnam reisverhaal: verslag van een reis door Vietnam
(Tekst: Jan Peter Wouters)
Voordat mijn Honda-chauffeur Dao mij komt ophalen wil ik
nog even ontbijten bij het garage-restaurant tegenover mijn
hotel. Buiten het hotel staat Dao al op mij te wachten, een
half uur vroeger dan afgesproken. Om zich aan mij te conformeren
heeft hij vandaag een overhemd aangetrokken en zijn plastic
slippers verruild voor zwart gelakte schoenen. Hij neemt mij
mee naar zijn favoriete koffiezaak, waar ik noodgedwongen
ontbijt met ca fé den (zwarte koffie) en sigaretten.
Uit de aluminium filter op het glas druppelt langzaam stroperige
koffie. Om te voorkomen dat de koffie intussen teveel afkoelt,
staat het glas in een kom kokend water. De sterke koffie smaakt
naar bittere mokka. Met neergeslagen ogen drinkt Dao van zijn
koffie. De zaak wordt uitsluitend door jongemannen in goede
doen bezocht en de onderzoekende blikken in onze richting
bevallen Dao maar slecht. Gespannen trekt hij aan zijn sigaret.
Na de koffie gaan wij naar het strand, een half uur rijden
buiten Vinh. De boulevard langs het strand maakt een troosteloze
indruk. De laatste dagen heeft het veel geregend. De kraampjes
en restaurants zijn gewoonte getrouw geopend, maar klanten
zijn in geen velden of wegen te bekennen. Dao stuurt de Honda
een inrit naar het strand op en houdt stil bij enkele lage
tafeltjes waarboven een plastic zeil gespannen is. Donkere
wolken komen in lange slierten van zee aandrijven en trekken
landinwaarts. Honderd meter verderop is een schip van Seaprodex
gestrand. De roestige kolos steekt boven de kruinen van de
bomen langs de boulevard uit en is in afwachting van de sleepboten
door de bemanning verlaten. Aan de andere zijde loopt het
zandstrand dood op een imposante rotspartij die ver in zee
uitsteekt. Ook voor de kust liggen enkele rotspartijen, door
weer en wind rond afgesleten en langs de waterlijn uitgehold
door de onvermoeibare golven. Halverwege het doodlopende stuk
strand zijn kleine vissersbootjes aan land getrokken. Omringd
door belangstellenden en kopers halen de vissers hun netten
leeg.
Het begint te regenen en wij schuilen onder het zeil dat
het restaurant vormt. De vrouw achter een laag tafeltje waarop
blikjes bier en frisdrank staan gestapeld vraagt enthousiast
wat wij willen eten. Zo dicht bij zee lijkt inktvis mij een
logische keuze. De vrouw stapt op de fiets en komt tien minuten
later met een plastic tas vol verse inktvis terug. De bleke
inktvissen baden in hun eigen inkt. Een half uur later wordt
de maaltijd opgediend. De stukken inktvis zijn ruitvormig
ingesneden en door het bakken opgekruld. Paars en roze gespikkeld
aan de buitenzijde, helder wit vanbinnen. De inktvis is gemengd
met dunne lente-ui en schijfjes bamboescheuten. Dao verontschuldigt
zich, omdat hij niet zoveel honger heeft. Om zeven uur heeft
hij thuis al ontbeten.
Verstrikte krabben
Een volle maag maakt lui en daarom stappen wij op de Honda
om even verderop bij de vissers een kijkje te nemen. Naast
de boten ligt het strand bezaaid met exotische schelpen. Alsof
een verzamelaar zich hier in een keer van zijn hele collectie
heeft ontdaan. De vissers zitten gehurkt naast hun bootjes.
De volle netten liggen in de boot. Telkens tillen zij een
stukje van het net uit de boot op het strand en haken dan
de in de mazen verstrikte krabben los. De krabben met een
glad schild worden in een gevlochten schaal verzameld. De
teerkleurige krabben met een bolvormig en stekelig pantser
worden terzijde geworpen. Dao vraagt of ik van krab houd en
leent daarna wat geld van mij. Aandachtig bestudeert hij de
gladde krabben, keert ze om en om en trekt de poten uit elkaar
om de scharnieren te beoordelen. Met de vrouw van de visser
onderhandelt hij over de prijs. Donkere gezichten bestuderen
mij, zonder dat hun handen stoppen met werken. Alleen de onooglijke
ruwe bolsters worden weggegooid, de rest van wat in de netten
is gespoeld, gekropen of gezwommen wordt verzameld en verkocht.
Een jongetje komt op mij afgerend met een reusachtige schelp
in zijn handen. De schelp is twintig centimeter hoog en meer
dan vuistdik. De voet van de slak is geelgroen met bruine
tijgerstrepen. Dao neemt de slak van de jongen aan en zet
zijn duimnagel in het vlees. De slak probeert nog dieper in
de schelp te kruipen, maar heeft nauwelijks te lijden van
de scherpe nagel. Misprijzend schudt Dao zijn hoofd, deze
is niet lekker, te taai. Hij rekent met de vissersvrouw af
en steekt het wisselgeld in zijn borstzak. De schaal met krabben
wordt in een dunne plastic tas leeggeschud en met anderhalve
kilo krab stappen wij weer op de Honda. Terwijl wij van het
strand de weg op rijden breekt een noodweer los. Meer dan
een uur schuilen wij in een vervallen hut aan de boulevard.
Als de regen iets vermindert rijden wij over de boulevard
om een betere schuilplaats te zoeken. Dao houdt stil bij een
karaoke koffiezaak.
Ik bestel koffie en Dao vraagt de eigenaar om een video op
te zetten. De man haalt een stoffige videocassette tevoorschijn
en brengt met een plastic mechaniek de band op spanning. Zoetsappige
Engelstalige liedjes passeren de revue. De witte ondertiteling
vult zich met kleur op het moment dat de tekst gezongen wordt.
Op de achtergrond zijn beelden te zien van blonde en donkerharige
schonen gefilmd in een decor van buitenlandse steden. Ook
Nederland passeert, inclusief een weiland met schapen. Pas
als een Vietnamees decor op het scherm verschijnt, veert Dao
op. Dat decor kan hij op waarde schatten, omdat het in zijn
kenniskader past.
Steelse blikken
Schuchter hoor ik hem af en toe meezingen. Hees en met hoge
stem, er altijd op bedacht om meteen met zingen te stoppen
als ik hem aankijk. Vietnam is het land van de steelse blikken.
Sommige aspecten van het land zie je alleen als je vanuit
je ooghoeken kijkt. Zodra je je hoofd omdraait om beter te
zien worden gezichten afgekeerd, blikken neergeslagen en handelingen
gestaakt. Uiteindelijk houdt de regen na nog een uur op en
keren wij naar Vinh terug. De helft van de boulevard is bedekt
met diepe plassen en daarom stuurt Dao de Honda over het slecht
onderhouden trottoir.
Nadat wij de krabben bij zijn vrouw hebben afgeleverd gaan
wij meteen weer op weg, met een onduidelijke bestemming. Eerder
had ik hem gevraagd om langs het busstation te rijden, om
voor de volgende dag een kaartje te kopen naar Tuong Duong.
Het busstation rijdt hij echter voorbij. Hij informeert bij
voorbijgangers en laat zich de weg wijzen. In een achteraf
liggende rustige straat stopt hij voor een officieel gebouw.
'Ik ben maar een paar minuten weg,' zegt hij, 'wacht hier'.
Ik lees het bord op de gevel van het witgepleisterde gebouw.
Onder de Vietnamese tekst staat in het Engels Public Security
en Immigration Office. Ik begin onraad te ruiken.
Toch is mijn chauffeur een brave borst, die zich als een kameleon
conformeert en zo onzichtbaar in zijn omgeving opgaat. Moet
hij nu melden dat ik landinwaarts ga? Volgens onbevestigde
berichten zijn er in Vietnam nog steeds plaatsen waar het
plaatselijk bestuur liever geen buitenlandse pottekijkers
ziet verschijnen. Tuong Duong ligt diep landinwaarts, tegen
de grens met Laos aan. Met een slecht verhulde teleurstelling
op zijn gezicht komt Dao naar buiten. Zwijgzaam start hij
de 70 cc van zijn Honda en onder het rijden vertelt hij dat
wij zijn oom gaan bezoeken, die manager van het busstation
is. Een paar straten verder ontspant hij en zegt dat ik hem
geen uitnodiging voor Nederland hoef te sturen.
verder
naar "Krabben eten bij Nguyen Van Dao in Vinh" deel
2
|