Venezuela, informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag, info, foto's, Zuid Amerika

Venezuela met de rugzak

(Tekst en foto's: Bart Keereman & Annelies Heens)

deel 3/5

 

21 juli, woensdag : Tweede dag van de Gran Sabana - trip

Om halfacht ontwaken we en is een groot deel van onze vermoeiende busrit van de vorige nacht verwerkt. De rest wordt weggewerkt door het stevige en lekkere ontbijt. We beginnen met echte cornflakes (jawel, die met het haantje op de doos) daarna een arepa (steviger kan haast niet), een eitje, kaas, ham. Om negen uur vertrekken we met een motorbootje op de Río Aponguao.

Na een twintigtal minuten geeft een gespannen koord over het water aan dat het niet meer veilig is verder te varen. Hier stappen we dan ook uit en een iets verder zien we waarom. De Salto Aponguao (of Chinak Merú) is een 110 meter hoge waterval, de hoogste die we te zien krijgen op de tour, en het was zeker de moeite waard om deze afgelegen waterval te komen bewonderen.

Na het nemen van wat kiekjes, vertrekken we naar de voet van de waterval. Tijdens de wandeling worden we verfrist door de schaduw van de struiken en door de nevel veroorzaakt door de salto. Na ongeveer een uur bereiken we de Pozo Escondido, ofwel de verborgen poel, waar we een duik in het frisse water nemen. Hierna vatten we de terugweg aan naar Iboribó waar de lunch, bestaande uit rijst, kip, tostones (gebakken banaan) en salade al klaar staat. Na de lunch vertrekken we met de pick-up terug richting highway. De volgende haltes zijn Kawi Merú en Kama Merú, waarvan de laatste van de twee duidelijk de mooiste is met zijn 50 meter hoogte en de nevel die rond de waterval hangt en zo mooie regenbogen te voorschijn tovert. Even verderop op de snelweg kan men de drie tepuíes Guadaca, Kukenán en Roraima bewonderen. Om halfzes komen we aan bij de Quebrada Pacheco (of Arapán Merú), vlakbij onze tweede overnachtingsplaats.

Nadat we het riviertje zijn overgestoken, beginnen we met natte sokken onze beklimming van een tepuí (tafelberg) in wording. Boven hebben we opnieuw uitzicht op zonet vernoemde tepuis bij zonsondergang. Om halfnegen verorberen we ons avondmaal bestaande uit rijst, stewed beef, salade en parchita (passievrucht). Hierna kruipen we weer in ons tentje na een vermoeiende dag.

22 juli, donderdag : Derde dag van de Gran Sabana - trip

We staan op op hetzelfde uur als gisteren en krijgen een heerlijk ontbijt voorgeschoteld bestaande uit panqueques, meloen, omelet met ui en tomaat, cornflakes en koffie! Omstreeks tien uur vertrekken we richting Río Soruape waar we verschillende natuurlijke waterglijbanen, gevormd door een rood gesteente, kunnen uitproberen. We hebben veel geluk aangezien het prachtig weer is, iets wat niet vanzelfsprekend is in dit gebied in het regenseizoen. Na de waterglijbanen gaan we wat zwemmen in een poel en kunnen we ons verfrissen onder het water van een watervalletje.

Rond de middag gaan we naar de Río Yuruani. We rijden eerst tot aan de brug om de waterval even verderop te bewonderen. De Salto Yuruani is net een mini-Niagara met een hoogte van ongeveer zeven meter en een breedte van ongeveer 100 meter. In het droge seizoen is het mogelijk om achter het watergordijn door te lopen, nu echter is het waterpeil veel te hoog.

Na de lunch in het Pacheco kamp (spaghetti met parchita) gaan naar het meest zuidelijke punt van onze trip, naar de Quebrada de Jaspe, zo'n zestig kilometer verwijderd van Brazilië. De Quebrada werd door de Venezolaanse overheid uitgeroepen tot natuurlijk monument. Dit is zeker niet ten onrechte, want de prachtige waterval is een van de mooiste bezienswaardigheden in het prachtige gebied van de Gran Sabana. De jaspe is een steen van vulkanische origine en dankzij de zon en de waterfilm die er overheen gaat, heeft ze een speciale uitstraling.

De Quebrada is dan ook het eindpunt van onze tour en we rijden met de pick-up terug naar de Pacheco. Daar nemen we afscheid van onze chauffeur en Jeremy, die met de pick-up zullen terugkeren. Wij worden om half zeven opgepikt door de nachtbus na ons avondmaal. Jeremy, die over de hele trip bekeken een goeie gids was geweest, blijkt opeens geen geld meer te bezitten zodat iedereen de bus zelf zal moeten betalen met als gevolg een algemeen protest natuurlijk. Er wordt uiteindelijk overeengekomen dat iedereen dit geld zal kunnen afhalen in het agentschap waar de reis werd geboekt. Aangezien wij niet meer terug keren naar Ciudad Bolívar brengen we Jeremy hiervan op de hoogte en hij betaalt uiteindelijk toch het ticket van ons tweeën.

Wanneer we om zes uur nog geen avondmaal gekregen hebben, gaan we ons informeren. Een tiental minuten later wordt deze opgediend: kip (alhoewel we nu nog altijd twijfelen of dit wel degelijk een kip was), rijst en zeer lekkere gebakken aardappelen. Na enkele happen horen we een bus stoppen. Ik loop even naar buiten om te informeren of het deze bus is die we moeten nemen. Als dit inderdaad zo blijkt te zijn, laat iedereen prompt zijn eten staan en vertrekken we hals over kop terug richting noorden.

De bus van de Línea Orinoco is geen ejecutivo, dit belooft…
Om halfnegen is er een tussenstop in Las Claritas, een typisch goudzoekersdorpje. Er heerst een geschifte sfeer in dit dorp waar voor 99% (dronken) mannen zijn en het ene procent aan vrouwen een dubbel beroep uitoefent: caféhoudster en hoer. In een van die vuile cafés bestellen we ons een drankje en we zijn blij als we een half uurtje later de bus weer in mogen. Deze blijheid is echter niet van lange duur als we stilletjes aan ontdekken dat het hier krioelt van de chiripas, de kleine broertjes van de cucaracha. Uiteindelijk val ik toch in slaap (in tegenstelling tot de mensen die het minder begrepen hebben op de chiripa'tjes).

23 juli, vrijdag : Puerto Ordaz - Caracas - Mérida

Om drie uur in de morgen komen we toe in Puerto Ordaz in een bijna volledig verlaten, maar toch voldoende veilig aanvoelend busstation. Enkel nog wat taxichauffeurs zitten wat te wachten of te slapen. We vragen één van hen hoe laat de luchthaven open gaat. Aangezien dit pas om vijf uur gebeurt, besluiten we hier nog twee uur te wachten. Om vier uur, net op het moment dat we bijna in slaap vallen, ontmoeten we Carlos, die ineens uit het niets komt opduiken. Hij is muzikant en zou ons het komende uur animeren. Hij vertelt ons over de Venezolaanse muziek (o.a. Oscar d' Leon), z'n groep, z'n vrouwen (van de laatste haalt hij een foto uit zijn portefeuille die hij prompt begint te kussen), de historie van z'n achternaam Verhelst, typisch Venezolaans taalgebruik…

Hier volgt onze top 5:

5. Sí hay cupo:

Er is plaats.
4. Qué chévere:

Wat tof !
3. Ahorita: Mag niet vertaald worden met nu meteen, want kan even goed betekenen binnen twee uren.
2. Con permiso: Excuseer (wordt te pas en te onpas gebruikt) .

1. A la orden: De lokroep van alle winkeliers en café-uitbaters, vanaf het moment dat je werkelijk klant wordt, beklagen ze meestal dat ze die uitdrukking gebruikt hebben.

Om vijf uur begeven we ons met de taxi naar de luchthaven. Na een twintigtal minuten wordt de deur geopend, maar het zal nog enkele uren duren vooraleer het personeel van de verschillende maatschappijen aan het werk gaat. Als we bij Avensa (de enige van deze drie maatschappijen die vliegt naar Mérida) ons ticket willen kopen naar Mérida, raadt de man achter de desk ons aan dit ticket in Caracas te kopen omdat er daar waarschijnlijk goedkopere prijzen zullen te vinden zijn (bij andere maatschappijen), wat later ook zou blijken.

Om halfnegen gaan we de lucht in met Aeropostal richting Caracas met tussenlanding in Barcelona. De bediening aan boord is uiterst verzorgd en vriendelijk en niettegenstaande de vlucht naar Barcelona slechts twintig minuutjes duurt, krijgen we toch een drankje en een broodje met kaas en ham. Groot is onze verbazing als er kort na deze tussenlanding een tweede keer wordt rondgegaan, opnieuw een drankje, twee broodjes dit keer en een snoepje.

Om tien uur komen we aan in Caracas waar we op zoek gaan naar een verbinding naar Mérida. Avensa blijkt inderdaad de duurste te zijn met 45.000 Bs. De goedkoopste is LAI (33.700 Bs), maar toch boeken we bij Avior die met 35.000 Bs iets duurder is dan LAI, maar wel heel wat vroeger vertrekt. Iets na één uur vertrekken we in een piepklein "zakenvliegtuigje" naar de Andes. Eenmaal in Mérida gaan we op zoek naar een overnachtingsplaats. Aangezien er hier veel posadas zijn, valt onze keuze uiteindelijk op Posada Los Bucares. We ploffen vermoeid in ons bed om enkele uren niet meer te ontwaken.

's Avonds verkennen we de stad en ontdekken een pas geopend (cyber)café-restaurant La Abadía, waar zowel binnen als achteraan buiten kan gezeten worden. Dit zeer trendy café zou zeker kunnen wedijveren met vele Belgische cafés. De obers bedienen u in monnikuitrusting en het lijkt eveneens de plaats om af te spreken voor de Venezolaanse studenten, waarbij het toch opvalt dat er enkele heel mooie exemplaren tussen zitten vergeleken met hetgeen we al gezien hebben. Het enige waarmee dit café niet mee zou kunnen bij ons is het tempo van bediening. Na een dikke drie kwartier kregen we onze pizza, die we beiden met kippenvel naar binnen speelden. Het was ondertussen immers al een heel stuk kouder geworden en dit waren we niet gewoon van de voorgaande anderhalve week.

 

verder naar "Venezuela met de rugzak" deel 4

 

 

 

Google
Vamonos Travels