Baobab
Peru, informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag, info, wereldreis, foto's, Zuid Amerika

Elf maanden Zuid-Amerika: Peru

(tekst en foto's: Barry & Renée Doodeman)

deel 2/4

Peru online

De Trekking

Vol goede moed begonnen we op 3.900 meter ons tweedaagse wandelavontuur. Gids Francisco droeg het eten (en z´n eigen tent), Barry droeg onze tent, slaapzak, drinken en versnaperingen en Renée droeg slaapzak, kleren, en drinken. In de grote rugzakken welteverstaan want zo´n dikke slaapzak past echt niet in een daypack. Na een idylische camping (met koeien en kabbelend bergriviertje) ging het pad recht omhoog het bos in, althans zo voelde dat zeker. Holy Brocolli! Wat voelt die rugzak zwaar! Na 15 minuten stijgen moest Renée bij iedere bocht al uithijgen. Na even de rugzak te hebben gevoeld besloot Francisco dat die makkelijk aan zijn rugzak gekoppeld kon worden. Wauw, hij zou San Francisco moeten heten. Een heel stuk lichter dat wel, maar de wandeling bleef zwaar. Maar wat een gaaf uitzicht!

Nadat we het bos uitkwamen liepen we over een soort bergkam verder naar boven, omgeven door woeste bergbeekjes, grote rotsblokken en felwitte bergtoppen. Na 5 uur hijgen, zwoegen en veel drinken werden we beloond met het uitzicht op de refugio. Shit we moeten nog een heuveltje over! Gelukkig lag het kampeerveldje aan de voet van de heuvel waar de refugio op stond, dat scheelde weer want we konden echt niet meer. Barry zat er helemaal doorheen. Toen Renée eenmaal op het veldje aankwam (tranquillo dan breekt het lijntje niet) zat hij ineengedoken op een steen te wachten tot hij zou overgeven. Het broodje kip met frietjes kwam er dan ook vrij vlot weer uit. Renée smaakte het prima dus zij kon even voor Barry zorgen. Zo hebben we elkaar netjes afgewisseld, als de een zich niet goed voelde was de ander er net weer bovenop.

Rondom de ´basecamp´, ja dat voelt echt zo als je op 4.800 meter je tentje opzet tussen alle proffesionele klimmers, hebben we voor het avondeten nog wat reuze konijnen (met lange staart) gespot en nog even naar de refugio geklommen (heavy). Toen nog dikker aangekleed ons pastasoepje & spagetti naar binnen geslurpt en snel de tent ingekropen want het begon al echt donker te worden. En op die hoogte geldt de simpele wet van donker = koud!

De slaapzakken voelden de eerste 10 minuten echt goed aan, hé dit is nog niet eens zo koud...maar zodra je in de buurt van het tentdoek kwam of je rits op de windrichting stond kwam er toch wel iets guurs naar binnen waaien. Renée haar hoofd ging met de minuut meer gloeien terwijl ze steeds meer begon te rillen (mmm, lijkt wel erg op de griep) in combinatie met een dubbele hoofdpijn was dat niet zo´n lekker begin van de nacht. ´Oh, als we maar niet al te nodig hoeven te plassen want we kunnen echt de tent niet uit.´ was de gedachte die ons bezig hield, zelfs in onze dromen. Maar als je maar lang genoeg wacht wordt het vanzelf 5 uur en kon held Barry zich overeind hijsen voor een ochtendwandeling.

Over grote rotsblokken klauterden de mannen naar de zonsopgang. Nogal grote rotsblokken die niet altijd stabiel waren, dus niet bepaald een relaxed begin van een nieuwe dag. Toen de zon eenmaal goed doorwas (op die hoogte vrijwel meteen dus) konden we ons lekker opwarmen en een broodje naar binnen werken. Tentjes ingepakt, afval verzameld (dat doet helaas niet iedereen) en met onze rugzakken weer op klaar voor de terugtocht (ook Renée heeft haar grote rugzak gedragen, moet toch wel lukken naar beneden). Hé, dat gaat toch wel veel soepeler dat afdalen! We hebben het pad naar beneneden heel rapido afgelegd, wel 15 keer minder pauze gehouden als op de weg naar boven. Halverwege de berg verdwenen de hoofdpijnen (was toch echt de hoogte) en werden deze vervangen door flinke pijn in de schouders. Dus toen wisten we het zeker: we gaan op de Inkatrail echt niet zelf onze grote rugzakken dragen, het moet wel leuk blijven.

Het laatste traject langs twee grote diepzeeblauwe meren hebben we afgelegd in een busje (tja, die kwam toch langs) met wat pitstops voor mooie foto´s. Door elkaar geschud, naar adem snakkend en stof happend (erg veel keien en zand op de weg) werden we anderhalf uur later in Huaraz afgezet en zijn we stoer met onze rugzakken op naar het hostal teruggelopen. Eindelijk weer douchen! wat kan dat heerlijk zijn zeg! (als de douche warm is tenminste want dat is altijd maar afwachten).
Echte avonturen zijn eigenlijk het mooiste als je er over napraat terwijl je in een restaurantje op je eten wacht en alweer plannen maakt voor de volgende bestemming. Het was zwaar, heet, koud, pijnlijk, maar ook mooi en bijzonder. Op naar het volgende avontuur!

Lima

Met de dagbus (hoef je tenminste niet proberen te slapen en we hebben toch alle tijd) door een zeer bijzonder berglandschap naar Lima gereden. In tegenstelling tot Ecuador heeft Peru gelukkig nog grote stukken die niet bebouwd zijn door lelijke betonnen bouwseltjes. Vanuit de bus e.e.a. nog proberen vast te leggen met de camera en dat is nog niet eens zo slecht gelukt. Na de toendra bergen (bestaat niet maar toch) met witte toppen slingerden we zo weer de woestijn in. De hele kustlijn van Peru bestaat uit zeer droge woestijnen, aan de ene kant van de bus de zee en aan de andere kant torenhoge duinen (bergen dus eigenlijk). Bij een kleine zandverschuiving zouden we zo in zee zijn geschoven. The big city of Lima was inderdaad erg big dus dan ben je altijd blij als je zo een taxi in kan stappen en een adres kan roepen.

In de wijk Miraflores (wat rijkere gedeelte van Lima) werd het flying dog hostel ons huis voor 2 nachtjes. Eindelijk weer eens een echte huiskamer met leesvoer én poes! ´s avonds rondom een parkje geslenterd (lekker veel mensen op straat dus best wel gezellig) en de volgende dag het oude centrum bezocht alwaar wij op de plaza des Armes (zo heeten alle centrale pleinen in Peru) de wisseling van de wacht mochten aanschouwen. Er staat helemaal geen wacht die afgewisseld moet worden maar er is wel een hele show met militaire fanfare. We herkenden nog een goede carnavalshit en een topper van Simon & Garfunkel (hebben ze gejat van een Peruaanse panfluitspeler).

Vervolgens in een taxi naar het Larco museum. Deze telg van een rijke Italiaanse familie heeft veel opgravingen gedaan (ook bijv. in Chan Chan) en veel spullen opgekocht van grafrovers om ervoor te zorgen dat ze niet verloren zouden gaan. Gouden kronen, sieraden, keramieke potjes, gewaden van veren en textiel plus een extra zaal voor de erotische potten (zelfs aparte potjes waarop geslachtsziekten waren uitgebeeld), een mooie gevarieerde collectie maar vooral leuk en indrukwekkend waren de ´archieven´ van het museum die voor een deel waren opgesteld voor het publiek. Duizenden potjes stonden daar op soort opgeslagen: kikkers, vissen, panters, eenden, krijgsgevangenen etc. etc. alles werd in potten uitgebeeld en van alles was er ook zeer veel gevonden. Anyway, wij hadden ons portie historie weer opgesnoven. Op naar Pisco voor wat flora en fauna.

Pisco Sweet

Pisco ligt aan de kust op 4 uur ten zuiden van Lima. Deze keer dus geen dramatisch vroege vertrektijden maar gewoon beetje uitslapen en nog even spelen met de poes. De stad staat bekend om haar sterke drank `Pisco Sour`die wij nog niet hebben geprobeerd én om haar natuur park Paracas. Alwaar vele touristen voor het luttele bedrag van 10 dollar in een bootje plaatsnemen en zich langs een aantal mooie plaatsen laten varen. Zo ook wij. Eerst hebben we de ´Kandelaar´op de foto gezet. Een soort Nazcalijn alleen dan op een andere plek, niemand weet precies wat deze metersgrote afbeelding op de berghelling betekent of wie hem heeft gemaakt. Maar hij is zeker al heel oud en mysterieus.

Daarna met een speedyvaartje naar Balletas eiland gecrossed waar 8 pinguins, duizenden peruaanse boobies (neefjes van de galapagos boobies) en honderden zeeleeuwen ons al op lagen te wachten.Deze rotseilanden liggen op een kruising van een warme en koude zeestroom wat veel voedsel en vis oplevert. Vandaar deze hoeveelheid aan fauna. De zwarte kopjes staken weer overal uit het water, ´heee, kijk nou een boot!´ en de lucht was vol met vogels die keurig in lijntjes vlogen. Ja, petjes op anders zit je haar vol vogelpoep. De bocht om en zie daar!

Een strand helemaal bedekt met honderden zeeleeuwen. Wauw, wat een lawaai en wat zijn het er veel! Toch weer foto´s genomen want ze blijven leuk. ´s middags nog een extra busritje door het park gedaan (= woestijn aan zee), op een afstandje naar flamingo´s staan loeren, verse vis gelunched, mooie rotsformatie bekeken (natuurlijk de kathedraal genoemd) en wat foto´s van eenzame zandduinen genomen. Alles bij elkaar een lekker dagje, en ook nog op tijd terug voor de bus naar Nazca.

 

Verder naar "Elf maanden Zuid-Amerika: Peru deel 3"

Vamonos Travels

 

 


 

 

ATP vakanties

 

Vliegticketspecialist

 

Reisspecialist
Google