|
Peru, informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag, info, foto's, Zuid Amerika
De erfenis van Atahualpa en Pizarro
(Tekst en foto's: Bert Taken - 1998)
deel 3/7
zaterdag 18 juli
Huancayo blijkt een stoffige stad vol stinkende auto's te
zijn. Voor veel mensen is het niet meer dan een tussenstation.
Ook hier komen we weer bijna geen toeristen tegen (vrijwel
iedereen vliegt vanuit Lima rechtstreeks naar Cusco). Er is
veel politie op straat maar ze hebben nauwelijks een functie.
Bij verkeerslichten blazen ze flink op hun fluit, maar de
voetgangers maken zelf wel uit wanneer ze oversteken. Ook
hier heeft elke winkel grote borden voor het raam waarop ze
duidelijk maken dat ze geld willen wisselen. Het lijkt wel
een nationale manie.
's Middags hebben we even gekeken bij een bruiloft. Op een
overdekt plaatsje huppelen het bruidspaar en hun gasten beurtelings
op de trieste, melancholieke en valse klanken van een orkestje
dat behalve uit twee percussionisten uit tien saxofonisten
bestaat. Op onregelmatige momenten speelt het orkest één
of twee liedjes en pauzeert dan weer een poos. De gasten komen
steeds binnen met een mooi verpakt cadeau en leggen dat bij
de resten van de presentjes. Vervolgens kijkt iedereen een
beetje triest en stuurs voor zich uit en lijkt er niet veel
plezier aan te beleven.
Bij de busmaatschappij Empresa Molina kopen we alvast een
kaartje naar Ayacucho voor overmorgen. 's Avonds eten we een
dagmenu in het restaurant onder ons hotel. Het is er zeer
druk en de obers rennen de benen onder hun lijf vandaan. We
krijgen een paar schamele visjes, veel brood en een glas donkerrode
chicha (gekookte rode maïs met kaneel, kruidnagel, ananassap
en suiker). Daarna nemen we nog ene glas pisco puro waarbij
ons de tranen in de ogen springen. In "Het groene huis"
van Mario Vargas Llosa lezen we "Pisco is de enige drank
die door je ogen naar de aarde terugkeert. De andere gaan
via je plas"
zondag 19 juli
Huancayo schijnt de grootste markt van Peru te hebben. Dat
kan best kloppen want op zondag staan onafzienbare rijden
overdekte kramen in de halve stad. Het is een gewone markt
(veel tassen, riemen, schoenen, souvenirs, aardewerk) en niet
speciaal afgestemd op toeristen op zoek naar een kleurrijke,
exotische markt.
In de buurt van het station is de markt voor etenswaren (zwarte,
rode, gele en witte maïs, papaya's, cassave, cuy, schapenkoppen,
ingewanden, coca-bladeren, etc.) en deze is veel fotogenieker.
We kijken een poosje naar een vrouw die een kar vol cocabladeren
verkoopt. Na een poosje wenkt ze ons en vraagt waar we vandaan
komen. We vertellen het een en ander over ons land en dat
ons land geen coca-bladeren kent. Ze gebaart ons de handen
op te houden en stopt ons elk een flinke handvol coca-bladeren
toe. "Flink kauwen!" adviseert ze ons tot slot.
We proberen de coca-pruim zo lang mogelijk in onze mond te
houden, maar de bittere smaak maakt het ons niet gemakkelijk.
De gehele middag vinden er parades plaats met tetterende
orkesten en marcherende legers schoolkinderen. Vanaf 20.00
uur begint er vlak voor ons hotel op de Plaza de Armas een
grote disco-salsa avond met diverse bands. Wel een poosje
leuk, maar we moeten morgen vroeg op en het feest gaat tot
3.00 uur 's nachts door!
maandag 20 juli
Na zeer weinig nachtrust staan we om 6.00 uur op want de bus
van Empresa Molina vertrekt om 7.00 uur. Gelukkig zijn er
twee andere toeristen (twee jonge Franse jongens) die ook
naar Ayacucho gaan, zodat we niet weer de enige toeristen
zijn. Deze bus is aanmerkelijk minder luxe dan de vorige.
Voor de indiaanse bevolking in de Andes is de bus het enige
middel van vervoer en dat betekent dat ook alle bagage en
handelswaar met de bus mee moet. Het duurt een flinke poos
voordat alle bagage bovenop de bus ligt vastgemaakt. We hebben
weliswaar twee zitplaatsen maar het middenpad staat vol met
vaak zurig stinkende mensen die tegen je aanhangen en in slaap
vallen.
Al snel krijgen we pech. De ashuls van de rechterachterband
loopt aan en vult de bus met een penetrante schroeilucht.
De chauffeur stapt uit, kruipt onder bus en timmert wat. We
rijden een poosje verder maar de schroeilucht wordt erger.
We zitten al hoog in de Andes in volkomen onbevolkt gebied.
Een eindje lager stroomt een klein beekje. Een man krijgt
van de chauffeur de opdracht om water in een emmer te halen.
Ondertussen krikt hij de bus op (met iedereen er in) en haalt
de rechter achterwielen er af. Deze zijn gloeiend heet en
het water verdampt onmiddellijk wanneer hij de wielen er mee
wil afkoelen. De chauffeur blijkt toch ook een capabele monteur
te zijn want na een uur gaan we verder en is het probleem
verholpen.
Ondertussen rijden we door adembenemende landschappen, valleien,
langs afgronden, rivieren, cactusvelden en gehuchtjes. Bijna
overal is de weg zo smal dat auto's en bussen elkaar niet
kunnen passeren en moeten wachten op kleine inhammetjes. Telkens
als de chauffeur een dorpje, auto of dier nadert toetert hij
al van verre. Behalve die ene keer dat hij linksom een bocht
langs de bergwand neemt. Boem! Met een klap staan we stil
en angstvallig kijken we naar de diepe ravijn aan onze rechterzijde
terwijl de wielen akelig dicht bij de rand. Aan de voorzijde,
door het gebroken raam, zien we een bus van dezelfde maatschappij
die op hetzelfde moment de bocht om wilde. Snel springt de
chauffeur er uit en legt grote stenen voor en achter de wielen.
Iedereen stapt daarna snel uit. Bij de andere bus zit de motorkop
aan de voorzijde flink in elkaar.
 |
|
|
De beide chauffeurs discussiëren daarna een flinke poos
verhit over de schuldvraag (we weten niet wie er gewonnen
heeft). Na een poosje proberen ze allebei of in iedereen de
motor het nog doet en na wat sleutelwerk doen ze het gelukkig
allebei weer. Onze bus moet eerst ruim een kilometer achteruit
rijden tot hij de eerste inham heeft gevonden waar hij kan
parkeren. Vervolgens kan de andere bus passeren en zetten
wij onze reis voort. Het landschap blijft even mooi, alleen
kijken we rest van de rit wat minder onbekommerd naar de diepe
ravijnen aan onze rechterzijde. Om 19.15 uur arriveren we
in Ayacucho. Hostal La Colmena heeft een zeer mooie patio
met veel vogels.
dinsdag 21 juli
Hoewel Ayacucho en Cusco allebei over een vliegveld beschikken
zijn er geen rechtstreekse vluchten tussen beide steden. Hoewel
de afstand hemelsbreed slechts zo'n 200 km bedraagt neemt
een busreis over de bochtige, smalle wegen door de Andes twee
dagen in beslag. We hebben een beetje genoeg van de lange
busreizen en boeken voor de volgende dag een vlucht naar Lima
met een doorgaande vlucht naar Cusco. In het recente verleden
was Ayacucho een bolwerk van de Lichtend Pad beweging en daardoor
ook lange tijd afgesneden van de rest van het land. De rust
is gelukkig al een poosje teruggekeerd en langzaam begint
het normale leven weer op gang te komen.
 |
|
Ayacucho lijkt wel wat op Cajamarca; een kleine koloniale
stad waar de afgelopen eeuwen weinig is veranderd. We brengen
een flink deel van de dag door op de mooie, overzichtelijke
lokale markt. Af en toe blijven we een poosje praten met de
zeer nieuwsgierige mensen, die je het hemd van het lijf vragen.
"Zijn jullie getrouwd? Hebben jullie kinderen? Zijn de
mannen trouw in Nederland? Hebben jullie ook schapen, geiten,
cuy? Hebben jullie ook kaas? etc.". Telkens vormt zich
een steeds grotere kring belangstellenden rondom ons heen
die hun onregelmatige, verkleurde tanden bloot lachen wanneer
we in hun richting kijken.
's Avonds rekenen we alvast af in het hotel omdat we de volgende
ochtend vroeg vertrekken. De man achter de balie heeft twee
kleine kapelletjes in een luciferdoosje gemaakt met daarop,
handgeschreven, de naam en het adres van het hotel. Hij bedankt
ons voor het bezoek en wenst ons nog een goede reis. Dat zijn
nog eens twee mooie, goedkope souvenirs!
woensdag 22 juli
We staan om 5.20 uur op, nemen de taxi naar het vliegveld
waar het nog donker en zeer koud is. Om 7.15 uur vertrekt
het vliegtuig naar Lima. Het is een mooie vlucht over de Andes.
Om 10.00 uur vertrekken we vanuit Lima naar Cusco.
verder
naar "De erfenis van Atahualpa en Pizarro"
deel 4
|