Peru, informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag, info, foto's, Zuid Amerika
De erfenis van Atahualpa en Pizarro
Peru reisverhaal: verslag van een reis door Peru met veel
informatie en foto's
(Tekst en foto's: Bert Taken - 1998)
deel 1/7
HISTORIE
Ten tijde van de oudste bekendste cultuur, Chavin-cultuur,
werd reeds gebruik gemaakt van het weefgetouw en metaallegeringen.
Reeds voor het begin van onze jaartelling maakten de Nazca-cultuur,
bekend van de misterieuze lijnen en figuren, en de Saracas-cultuur
prachtige geweven doeken die in het droge woestijnklimaat
bewaard zijn gebleven. De Moche-cultuur legde een uitgebreid
irrigatienetwerk aan, bouwde grote adobe-piramides en produceerde
zeer mooi, realistisch aardewerk. In 1987 werd in Sipán
een ongeschonden graf van een Moche-edelman gevonden ("The
Lord of Sipán") met prachtige gouden en zilveren
kunstwerken. Omstreeks het einde van de 6e eeuw kwam er een
plotseling einde aan deze cultuur. De Chimu-cultuur bouwde
omstreeks 800 de grote adobe-stad Chan-Chan in de burt van
Trujillo.
Volgens een legende kwam de eerste Inca,
Manco Capac, in de 12e eeuw uit het Titicacameer. De titel
Inca geldt alleen voor afstammelingen van de eerste Inca,
Manco Capac. Aanvankelijk was het een kleine cultuur in de
buurt van het huidige Cusco. Zijn opvolgers voerden oorlogen
tegen naburige stammen en breidden het gebied steeds verder
uit. Pachacutec zorgde er voor dat het rijk zo groot werd
dat het delen van het huidige Ecuador, Peru, Bolivia en Chili
omvatte. Hij zorgde voor de juiste infrastructuur en hervormingen
om het grote rijk onder controle te houden. Hij liet de onderworpen
stammen in hun waarde maar dwong ze wel, naast hun eigen taal,
de Quechua-taal te leren. Ook nu nog is Quechua de moedertaal
van alle Andes-indianen. Zijn zoon Topa Inca zette in 1471
het werk voort en onder diens zoon Huayna Capac bereikt het
Inca-rijk zijn hoogtepunt. Cusco werd het centrum van het
grote rijk en werd de navel van de wereld genoemd. Aan het
einde van zijn leven verdeelde hij het grote rijk tussen zijn
zonen Atahualpa, die het noorden met als hoofdstad Quito kreeg,
en Huascar, die het zuiden met als hoofdstad Cusco kreeg.
Al spoedig kwam het tot een uitputtende oorlog tussen de beide
zonen die uiteindelijk werd gewonnen door Atahualpa.
Omstreeks deze tijd, in 1532, maakte Pizarro,
na twee eerdere verkennings-expedities, zijn definitieve veroveringstocht
naar Zuid-Amerika. Inmiddels hadden pokken-epidemieën
de indiaanse bevolking ook nog eens flink gedecimeerd. Met
nog geen 200 mensen trok hij via de noordkust van het huidige
Peru naar Cajamarca waar de Inca-leider Atahualpa verbleef.
Via een list kregen ze Atahualpa levend in handen en richten
een slachtveld aan onder zijn duizenden ongewapende edelen.
De Inca-leider beloofde een kamer geheel met goud en zilver
te vullen als de Spanjaarden hem vrij zouden laten. Uit alle
delen van het rijk werden grote hoeveelheden kostbaarheden
aangevoerd. Kort daarna werd Atahualpa toch ter dood gebracht.
De Spanjaarden stelden een nieuwe Inca aan, Manco Inca, en
trokken als een soort bevrijders naar het zuiden. Als spoedig
merkten de indianen dat de invallers nietsontziende, op goud
beluste avonturiers waren. Manco Inca ontsnapte, verzamelde
een nieuwe leger en voerde enkele tientallen jaren een guerilla-oorlog
ten de indringers. Zijn kleinzoon Tupac Amaru voerde een laatste
wanhopig offensief, vluchtte het regenwoud in maar werd uiteindelijk
toch gedood.
Toen de laatste weerstand weg was konden
de Spanjaarden hun koloniale rijk verder gaan vorm geven.
In elke nieuwe stad werd een centraal plein, een Plaza de
Armas, gebouwd met een kerk en daar omheen de woningen in
overzichtelijke rechthoekige straatpatronen. De bevolking
werd flink uitgebuit en o.a. als slaven gedwongen om in de
zilvermijnen te werken (Piet Hein heeft nog een flinke vloot
met zilver weten te onderscheppen). Aan het begin van de 19e
eeuw was de macht vanuit Spanje flink afgenomen en werd het
streven naar onafhankelijkheid steeds sterker. Simon Bolívar
en José de San Martin versloegen gezamenlijk de Spaanse
troepen. Hun droom, één groot verenigd Zuid-Amerika,
bleek echter niet realiseerbaar. Onenigheid over de exploitatie
van guano, de vogelpoep voor de kust, leidde aan het eind
van de 19e eeuw tot een oorlog waarbij Chili de buurlanden
Peru en Bolivia versloeg en zich een deel van hun gebied toeeigende.
In het midden van de 70-er jaren ontstond
in de omgeving van Ayacucho een kleine, radicale groepring
die het Lichtend Pad (Sendero Luminoso) noemde. Hun streven
naar een marxistische boerenstaat werd kracht bijgezet door
vele bomaanslagen en terreurdaden. In 1990 won de onbekeden
Fujomori, zoon van Japanse ouders, de verkiezingen ten koste
van de schrijver Mario Vargas Llosa. Na diverse hervormingen,
een staatsgreep, en de vangst van Abimael Guzman, de leider
van Sendero Lumonoso, zorgde Fujimori voor een stabielere
samenleving met wat meer economisch perspectief.
Van oudsher leven de Andes-bewoners voornamelijk
van landbouw (o.a. maïs, aardappelen, coca) en veeteelt
en houden ze lama's en cuy (marmotten, die een feestelijke
lekkernij vormen). Het kauwen op coca-bladeren zorgt er voor
dat het hongergevoel een beetje wordt onderdrukt en heeft
bovendien een licht opwekkend effect. Het drinken van coca-thee
wordt tegenwoordig aanbevolen om hoogteziekte tegen te gaan.
Chiclayo, Trujillo en Cajamarca
donderdag 9 juli
Na een lange vlucht met de Lufthansa (Amsterdam -
Frankfurt - Bogota - Lima) landen we om 18.30 uur 's avonds
op het vliegveld Jorge Chavez van Lima. Ondanks dat het een
internationale luchthaven is, is het vliegveld toch tamelijk
klein. In Nederland hebben we reeds een binnenlandse vlucht
naar Chiclayo geboekt voor vrijdag 10 juli omdat we niet wisten
hoe moeilijk of gemakkelijk het boeken van een binnenlandse
vlucht in Peru zou gaan. Later bleek dat je de meeste vluchten
(behalve Cusco-Lima en vice versa) zelfs gewoon op de dag
zelf op het vliegveld kunt boeken. Op het vliegveld reconfirmeren
we even de vlucht naar Chiclayo de volgende dag.
Buiten onderhandelen we met enkele taxichauffeurs over de
prijs van de rit naar het centrum van Lima. De chauffeurs
vragen in eerste instantie 30 sol (ongeveer f 22,50). Wanneer
we echter aanstalten maken om een taxi buiten het hek te nemen
zakt de prijs tot 15 sol (later blijkt het ook voor 10 sol
te kunnen). Omdat het nog een flinke lange rit is vinden wij
dat wel een redelijke prijs. Uit de Lonely Planet gids kiezen
we Hostal Belèn vlakbij de Plaza San Martin in de oude
binnenstad. Veel toeristen verblijven in de nieuwere, karakterloze
wijk Miraflores, maar dat trekt ons niet. Het Hotel is een
sfeervol, oud, koloniaal donkerbruin pand met krakende trappen
en slecht werkend sanitair. We nemen een rustige kamer zonder
ramen aan de achterzijde.
 |
|
Om de sfeer te proeven wandelen we 's avonds van de Plaza
San Martin via de Av.Carabaya (een soort vergane glorie winkelstraat
à la Kalverstraat) naar de Plaza de Armas. Het valt
ons op hoe relaxt het op straat is. We hebben de afgelopen
jaren talrijke verontrustende verhalen gehoord over de criminaliteit
in de Lima, maar daar merken we niets van. Het centrum van
Lima heeft de afgelopen twee jaren een flinke opknapbeurt
ondergaan en tegelijkertijd is het probleem van de piranhitos
(bendes van dakloze kinderen die voornamelijk toeristen beroven)
aangepakt: zij schijnen allemaal in de gelegenheid te zijn
gesteld om onderwijs te gaan volgen of een baantje te nemen.
In ieder geval heeft het gewerkt. Terwijl veel toeristen Lima
mijden als de pest, besluiten wij om aan het einde van de
reis nog weer enkele dagen in Lima door te brengen. Aan het
begin van de Av.Carabaya is nog een leuk grand cafe, waar
we een capuchino drinken.
vrijdag 10 juli
De vlucht naar Chiclayo heeft een vertraging van ruim 2 uur,
zodat we pas laat in de middag aankomen. We nemen onze intrek
in het kleine, nette Hostal Sol Radiante waar we een kleine
kamer met TV voor 35 sol krijgen. We wandelen enkele uren
wat doelloos door het stadje dat niet spectaculair is, maar
wel een karakteristieke, ongedwongen sfeer heeft. Op straat
zien we veel straatverkopers die ons met een serieus gezicht
hun spullen (TV-antennes, kruidenrekjes, etc) aanbieden. Wat
moeten wij als toerist hiermee?
We kopen op het kantoor van het busbedrijf Transportes Volcano
alvast twee kaartjes voor zondag a.s. naar Trujillo. 's Avonds
bestellen we vis bij Mi Tia op de hoek van de Plaza de Armas
(zo heet het centrale plein in elke stad). We krijgen echter
elk een grote twee-persoons schotel met vette vis en patat
voorgezet die we grotendeels moeten laten staan.
zaterdag 11 juli
We staan om 7.00 uur op, ontbijten snel en nemen een collectivo
(met 6 personen voor 1 sol p.p. in een oude Amerikaanse wagen)
naar Lambayeque. Het Bruning-museum aldaar gaat net open als
we aankomen. Binnen zien we een niet al te grote, maar mooie
uitstalling van allerlei vondsten die gedaan zijn bij archeologische
opgravingen de afgelopen tijd in het noorden. Later in de
ochtend wachten we opnieuw op een collectivo wanneer een gewone
personenauto stopt die ons voor 3 sol p.p. naar Tucumé
brengt.
In Tucumé zijn enkele volkomen geërodeerde pre-inca
tempels van zo'n 900 jaar geleden te zien. De ooit piramidevormige
tempels hadden afmetingen vergelijkbaar met de Egyptische
piramides van Gizeh. We beklimmen zo'n ruïne en overzien
het weidse landschap. De grootsheid van de bouwwerken is indrukwekkend.
Jammer alleen dat er zo weinig van over is. In het bijbehorende,
schamele museum treffen we enkele groepjes scholieren aan.
Zij zijn zo verrast door het bezoek van enkele toeristen dat
we voortdurende nagekeken worden. Diverse scholieren komen
verlegen vragen of we samen met hen op de foto willen.
Aan het begin van de middag nemen we een collectivo terug
naar Chiclayo. We nemen even een lekkere frisse yoghurt met
fruit, granola en honing bij het vegetarische restaurant Govinda
aan de Jalan Batan op zo'n 200 m van de Plaza de Armas. Halverwege
de middag nemen we een collectivo naar Sipán. Daar
hebben we een uurtje rondgekeken op de opgravingsplek, maar
er is niet veel te zien. De belangrijkste vondst, de Lord
of Sipán, hebben we 's ochtend al in het Bruning museum
gezien. In het graf hebben ze een "kopie" neergelegd.
Toch is het wel interessant om rondgelopen te hebben op zo'n
bekende archeologische plek.
zondag 12 juli
Om 7.00 uur ontbijten we bij Las Americanas op de Plaza de
Armas. De bus naar Trujillo vertrekt om 8.30 uur. Drie uur
later komen we Trujillo aan en nemen onze intrek in Hotel
Oscar (aanbevolen door het Reishandboek Peru, maar zeer povertjes
en sfeerloos en eigenlijk niet aan te bevelen). Op zondag
zijn veel winkels gesloten en de stad lijkt een beetje uitgestorven.
We hebben echter wel ruim de tijd om de prachtige, goed geconserveerde
koloniale gebouwen te bekijken. De Spaanse invloed is overal
goed zichtbaar. Zeer typisch zijn de gedraaide smeedijzeren
tralies voor de ramen van de vaak opvallende fel gekleurde
(blauw, roze, steenrood) panden.
 |
|
Er rijden ontzettend veel gele taxi's in de stad: zij vormen
minstens een kwart van het totale rijdende verkeer. De meeste
rijdende taxi's zijn leeg: hoe kunnen zij in hemelsnaam in
hun onderhoud voorzien? 's Avonds eten we heerlijk vis en
cheviche (diverse vissoorten, gemarineerd en gaar geprikkeld
in limoenensap en azijn met koriander) op de Plazuela El Recreo.
verder
naar "De erfenis van Atahualpa en Pizarro"
deel 2 |