|
Mauretanië, informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag, info, foto's, Afrika
De autokrik
Mauritanië reisverhaal: verslag van een reis door Mauritanië
(tekst en foto: Frank van den Berge)

Ik ben vandaag vroeg uit de veren. Ik ben in Nouakchott,
de hoofdstad van Mauritanië. Atar, niet ver van de grens
van de officieel niet erkende Republiek Sahara, waarvoor vele
Polisario-strijders het leven hebben gelaten, ligt rond de
450 km. verder. Deze afstand zal in één dag
afgelegd moeten worden met een Peugeot-Familial, hét
openbare vervoermiddel hier in dit West-Afrikaanse Sahara-land.
Een soort kruising tussen een taxi en een minibusje. Met passen
en meten kunnen met dit vervoermiddel negen personen vervoerd
worden. Als ik mee wil zal ik dus met geduld op andere acht
passagiers moeten wachten omdat anders de ritprijs veel te
hoog zal uitkomen.
Rond de klok van zeven sta ik op een grote parkeerplaats,
waarop veel taxi-eigenaren op klanten staan te wachten. Na
een poosje rondkijken ontdek ik een witte "taxi"
die vandaag richting Atar zal rijden. Met verheven stem noemt
de chauffeur de naam van het reisdoel en na een uur is het
gewenste aantal reizigers gevonden. Vijf mannen en drie vrouwen
die graag op familiebezoek of voor business naar Atar willen.
Allen hebben hun bagage bij zich en zo is men nog een half
uur bezig om de koffers, tassen en levende have op het imperiaal
van de auto te krijgen.
Ook in de auto komen koffers te staan zodat er nog net plaats
overblijft voor de negen medereizigers. Mijn rugzak wordt
tezamen met een zak vol sorghum en een baal rietstengels op
het imperiaal vastgesjord. Dat wordt gedaan met heel wat aan
elkaar geknoopte stukken touw. Mijn controle naar de degelijkheid
van de bevestiging van mijn rugzak, ik wil niet graag in Atar
aankomen zonder mijn twaalf kilo bezittingen, wordt me niet
in dank afgenomen. Blijkbaar een niet op zijn plaats zijnde
wantrouwen. Ik word direct door de eigenaar van de Peugeot
op mijn plaats achterin op de derde bank van de auto gestuurd.
Mijn medereizigers zijn het blijkbaar met de chauffeur eens
want ook zij nemen hun plaats in op commando van de bestuurder.
Naast me komen prachtig geklede mannen zitten. Links van
me zet zich een statige man in spierwitte kledij met een donkerpaarse
shesh. Zijn shesh is een paar meter lange, smalle doek, die
hij als een tulband om z'n hoofd heeft gedrapeerd. Zijn handen
en ook z'n voorhoofd hebben bijna dezelfde kleur als z'n hoofddeksel.
Zou de indigoverf van z'n doek nog steeds afgeven? Het staat
hem in ieder geval niet slecht. Rechts van me gaat een man
zitten die gekleed is in een lichtblauw gewaad. Op het hoofd
heeft hij een soort fez. Voor me zit een rijtje vrouwen in
zeer fel gekleurde gewaden van Afrikaanse batik. Op het hoofd
dragen ze een gelijksoortige hoofddoek. Zij doen me denken
aan Surinaamse vrouwen, "niet bang om kleur te bekennen".
Voorin zitten drie mannen en de chauffeur want die moet natuurlijk
ook mee. Ik ben blij achterin te zitten vanwege de plaatsruimte
maar tot mijn spijt zal ik niet veel van de omgeving kunnen
zien door de kleine zijruiten. Uiteindelijk ben ik blij als
de chauffeur de motor start en richting tankstation rijdt.
Daar slaat hij de benodigde brandstof in en we verlaten Nouakchott.
De reis kan beginnen.
Alhoewel ik in het begin constant op de gewaden van mijn
bankdelers zit is er na een tijdje rust en stilte in de taxi.
De chauffeur doet z'n best om toch nog op tijd in Atar aan
te komen en rijdt op een bijna onverantwoordelijke manier
over de weg. Er is gelukkig weinig verkeer maar wanneer er
een tegenligger in aantocht is, dan houd ik mijn hart vast.
Ik ben blijkbaar de enige die zich zorgen maakt. Niemand verroert
een vin als de chauffeur de zandige berm inrijdt om een botsing
te voorkomen.
In eerste instantie is de asfaltweg goed te volgen maar hoe
verder we de hoofdstad achter ons laten hoe zanderiger de
weg wordt. De aanhoudende wind stuwt constant zand op de weg
en is er van het asfalt weinig meer te zien. Meermalen neemt
de chauffeur omwegen, dwars door het zand, om slechte stukken
te vermijden of om bochten af te snijden. Hij blijkt een zeer
goede kennis van de route te hebben want met een omweg komt
hij steeds weer op de hoofdroute uit.
Maar dan is de hoofdweg geblokkeerd. Op het deels onder het
zand verdwenen asfalt staat een vrachtwagencombinatie dwars
over de weg. Er naast staat al een tweede combinatie gereed
om de inhoud over te laden. Ik neem aan dat de geslipte vrachtwagen
er al een paar dagen staat. Dit is voor onze chauffeur weer
een reden om het zand in te rijden.
En dan gaat het mis. De afstand door het zand om de vrachtwagens
te passeren blijkt door onze taxirijder niet goed te zijn
ingeschat. Twee meter voor het bereiken van het asfalt komt
ons voertuig tot stilstand. De chauffeur probeert nog met
veel gas uit het zand te komen maar de Peugeot zakt steeds
verder in het zand weg. De koppeling doet niet meer wat er
van verwacht wordt en dat betekent het einde van de rit. Onze
chauffeur vraagt iedereen om uit te stappen en probeert nogmaals
het zandgebied uit te komen. Dit heeft als gevolg dat de Peugeot
nog dieper in het zand weg zakt. Van de wielen is nu niet
veel meer te zien. Onze chauffeur geeft uiteindelijk de moed
op. Het is nu aan Allah om met een oplossing te komen of hulp
te sturen.
Daar blijkt iedereen het over eens te zijn. En zo zitten
we een half uur op z'n hulp te wachten. Als enige niet-islamiet
ben ik overgeleverd aan de bijna apathische houding van mijn
medereizigers. Alhoewel ik uit ervaring oplossingen voor het
probleem ken heb ik het idee, dat de chauffeur niet gesteld
is op mijn inmenging, uitgaande van de ervaring, die ik met
hem had, een paar uur geleden bij het controleren van het
vastbinden van de bagage op het imperiaal. Mijn handen jeuken
om de auto weer op het twee meter verder liggende asfalt te
krijgen.
Alhoewel mijn hulp geenszins gevraagd wordt neem ik toch
het heft in handen. Ik vraag de chauffeur om een schep. Die
blijkt hij niet in de auto te hebben, maar verderop worden
heel wat scheppen gebruikt om de gestrande vrachtwagencombinatie
uit het zand te krijgen. Uiteindelijk haalt onze chauffeur
bakzeil en vraagt bij de drukdoende "Mauren" bij
de twee combinaties een schep te leen. Behalve een schep is
er een autokrik nodig. Weer stel ik hem een vraag. "Heeft
onze Peugeot een autokrik?" Daarop antwoordt hij aarzelend
bevestigend, maar hij geeft hem me niet. Op de vraag waarom
niet, is z'n antwoord, dat een autokrik slechts dienst doet
bij het wisselen van een band, die lek is en vervangen moet
worden door een betere. Ik doe mijn best niet tegen z'n trots
in te gaan en met voorzichtige bewoordingen probeer ik hem
er van te overtuigen dat ik met behulp van een stevige ondergrond,
in dit geval een schep en een autokrik de auto weer op het
asfalt kan krijgen. Onder veel protest, zelfs van mijn medepassagiers,
haalt hij vanonder z'n motorkap de autokrik.
En dan gebeurt er een wonder voor de ogen van de chauffeur
en mijn medereizigers. Ik graaf een gat onder de Peugeot,
ik leg de schep als harde ondergrond in het gat en plaats
daar op de autokrik. Met wat moeite krijg ik beide voorwielen
omhoog en vul de ontstane gaten met zand en wat stenen uit
de directe omgeving. Dan laat ik de auto weer langzaam zakken
en de voorwielen staan nu weer op normale hoogte boven het
zand. Hetzelfde doe ik aan de achterkant van het voertuig
en na wat inspanning staat de gehele auto op vrije hoogte.
Dan verzoek ik iedereen, die zich rondom de Peugeot bevindt,
te duwen als de chauffeur langzaam gas geeft. Met vereende
krachten wordt de Peugeot tot op het asfalt verplaatst en
plotseling schiet onze taxi over het asfalt weg. Het leed
is geleden want iedereen mag weer in de auto plaats nemen.
En zo kunnen we onze weg richting Atar vervolgen. Iedereen
komt gelukkig toch nog op tijd in Atar aan. Maar of de chauffeur
in de toekomst mijn oplossing toe zal passen? Dat blijft voor
eeuwig de vraag. Was Allah dan misschien toch aanwezig?
info@worldpictureservice.nl
www.WorldPictureService.nl
|