Laos: informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag, info, foto's, Azië
Fietsvakantie Laos
Laos reisverhaal: verslag van een Fietsvakantie Noord-Thailand
en Laos 2004
(Tekst en foto's: Aart & Gerrie Dijkzeul)
deel 1/3
Pak Beng: als het mee zit is er elektriciteit
van 18.00-22.00 uur
De wekker gaat al vroeg af. De eigenaar van ons guesthouse
heeft zich verslapen dus moeten we sneetjes toast en koffie
snel naar binnen schrokken. De boot die ons vanuit Noord-Thailand
naar Pak Beng in Laos brengt wacht niet op ons. Uiteindelijk
zijn we nog ruim op tijd bij de 'haven'; een glibberige, steile,
zanderige helling. Maar eerst nog een paspoortcontrole hier
en een paspoortcontrole daar. Tot drie keer toe. Ja, die Laotianen
pakken het grondig aan. Het lijkt wel alsof ze elke letter
in het rode boekje spellen. Nog snel even wat kippen gehaald
(munteenheid in Laos). 100 dollar levert ruim een miljoen
kippen op in coupures van 500 kip. Een weekendtas vol.
 |
|
Tegen negenen zitten we op de boot. Fietsen op het dak; met
kromme tenen kijken we hoe er met onze troetellapjes wordt
omgesprongen. De boot is een soort lange smalle open veilingschuit
met een dakje er op. Appelgroen geschilderd en als finishing
touch roze gordijntjes tegen de zon. Links en rechts zo'n
dertig bankjes waar krap drie billen (anderhalf paar) op passen.
De bemanning gaat uit van vier billen. De stroom passagiers
houdt aan totdat er een paar toeristen protesteren en roepen
dat het te gevaarlijk wordt.
Tegen tienen steken we van wal. Het belooft een lange zit
te worden maar niet onaangenaam. Het uitzicht is prachtig.
Het varen op de Mekong vraagt wel wat stuurmanskunst. Op veel
plaatsen steken rotspunten uit het water. We hopen maar dat
de stuurman weet wat er onder water zit. Om de boot drijvende
te houden, zijn twee jongens de hele reis bezig om water uit
de bilge van de boot te scheppen en overboord te kieperen.
Waarschijnlijk goedkoper dan een pompje.
Na drie uur is er een stop. De boot stroomt leeg. Binnen
een mum van tijd kijken we aan tegen tientallen mannenruggen
verspreid over de schuine oever. De vrouwen zoeken zorgvuldig
een plekje achter de rotsen. De tocht gaat verder en om vijf
uur meren we af in Pak Beng, een dorpje van niet meer dan
een straat (zandpad). Links en rechts wat kraampjes. Het overgrote
deel is guesthouse. Het dorp leeft van de toeristen die per
boot naar naar Luang Prabang (nog eens zeven uur) varen en
halverwege nou eenmaal ergens moeten overnachten. Wij zijn
de enigen die niet doorvaren. Als het mee zit is er in het
dorp elektriciteit van 18.00-22.00 uur. Het zit niet mee.
Om de haverklap worden de kaarsen te voorschijn gehaald. Romantisch
maar ook wat onwerkelijk.
De volgende morgen stappen we om een uur of half negen op
de fiets. De boot naar Luang Prabang is net vertrokken. We
hebben heel Pak Beng voor onszelf. Uit de beschrijving van
de tocht maken we op dat de kwaliteit van het eerste stuk
van de weg naar Udon Xai te wensen over laat maar dat de omgeving
schitterend is. Beide kwalificaties zijn niet overdreven.
De weg is een soort grindpad; niet een, maar alle 65 kilometers
naar Muang Houn, onze eerste overnachtingplaats. Hobbelen
en schudden; wandelende nieren. Een voordeel: er rijden maar
heel weinig auto's. Alleen wat pick-up busjes.
Muang Houn: in elk dorp een comité van
in- en uitgeleide dat Sawaaj-dee roept
De omgeving waar we door fietsen is prachtig. Heuvels met
in de beek- en rivierdalen wat landbouw. De dorpjes die we
tegenkomen bestaan uit een verzameling van een stuk of 10-30
hutjes van hout, bamboe en riet. Geen elektriciteit, geen
waterleiding. Kinderen en varkens zat. Niks geen pampers;
de kleinere kinderen lopen in hun blootje. Een deel van de
ouderen is in exotische kleren gehuld die per dorp (per stam;
er zijn hier veel verschillende bergstammen) verschillen.
Vrouwen en kinderen die met bundels hout sjouwen, mannen die
boomstammen in de lengte doorzagen om planken te maken, drogen
en bewerken van rietpluimen. In het algemeen een bezige bedoening.
| Bij alle dorpjes waar we doorheen fietsen
is er eenzelfde ritueel. Als iemand ons ziet aankomen
horen we 'falang' (vreemdeling) roepen en voordat we
het dorp bereiken staat er een comité van in-
en uitgeleide dat Sawaaj-dee (goedendag) roept. Hello
kennen ze hier niet; waarschijnlijk omdat ze geen tv
hebben. In een van de eerste dorpjes waar we met iets
te veel snelheid voor een grindpad doorheen fietsen,
raakt een band lek. Tassen er af, fiets op de kop en
plakken maar. Voor de tassen er af zijn, staat het hele
dorp om ons heen. Vrouwen met kind aan de borst, blote
kinderen, mannen met een kindje in een draagdoek op
de rug (zien we veel). Iedereen kijkt met verbazing
naar wat er gebeurt. Niet eventjes maar een uur lang.
Het wil niet zo vlotten met het plakken van de band.
Ook als we stoppen om ergens te kijken of een foto te
maken, staan er binnen de kortste keren tientallen mensen
om ons heen. Kraampjes of stalletjes waar we iets te
eten kunnen scoren zijn er onderweg niet. 's Morgens
hebben we gelukkig wat in olie gebakken deegballetjes
met rijstvulling gekocht. |
|
Om een uur of een eten we die op met uitzicht op rijstveldjes
waar de rijst net gepoot wordt. Een prachtig tafereel: het
geblubber bij het egaliseren van de veldjes, het poten van
de rijst door tientallen vrouwen en, als het dan gepoot is,
het spiegelgladde water met de fris groene rijstplantjes die
hun kop boven het water uitsteken. Het feit dat veldjes op
verschillende niveau's liggen maakt het nog mooier om te zien.
Het enige verschil met het traditionele plaatje uit het aardrijkskundeboek
is dat de meisjes die de rijst poten geen schuine hoed van
rijstestro op hebben maar een baseball pet.
 |
|
Muang Houn, waar we 's avonds aankomen, is een wat grotere
plaats (twee straten) met ook wat stenen huizen. Er is elektriciteit
en een guesthouse waar we voor 20.000 kip ( 1,5-2 euro) een
kamer huren. Niet echt luxe. Het matras mag geen naam hebben,
de lattenbodem is goed te voelen. Om bij de badkamer te komen
(koud water uit een mandibak) moeten we door de huiskamer
van de familie die het guesthouse en het bijbehorende winkeltje
exploiteert. De volgende morgen vroeg op. In het hele dorp
zitten de mensen bij houtvuurtjes om zich te warmen en om
het ontbijt klaar te maken. De lucht is een vreemde mengeling
van stof, mist en rook van de houtvuurtjes.
verder
naar "Fietsvakantie Laos" deel 2
|