Laos: informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag, info, foto's, Azië

Laos : etnische klederdracht in het noorden

Laos reisverhaal: verslag van een reis door Laos

(Tekst en foto's: Laetitia van Haren)

deel 1/3

Ik ben cultureel antropoloog en woon in Vientiane, de hoofdstad van Laos. In Laos kun je als je geluk hebt je eigen stam ontdekken, althans een groepje dat nog niet in aanraking is geweest met Europeanen, nauwelijks met laagland Lao, en dat voornamelijk van jagen, verzamelen en wat zwerflandbouw leeft. Met een Franse fotograaf van etnische klederdrachten en een Hmong gids rij ik in mijn terreinwagen naar het noorden van Laos. Iedereen die in Boun Neua van ons plan hoort om naar Ou Neua te rijden en van daar te voet verder te gaan, schudt meewarig zijn hoofd: onmogelijk, onmogelijk...

De weg tussen Ngay Neua en Sipsoum blijkt inderdaad geen doorkomen aan, want de Chinese reparatiewerken zijn nog niet tot daar gevorderd. De weg tussen Ngay Neua en Outay heeft veel schade geleden in het laatste regenseizoen, dat nu, half november, nog maar een maand of anderhalf voorbij is. We rijden tot aan de eerste rivier, daar aarzel ik en draai dan toch de auto en parkeer in het dorp voor een minder extreem alternatief met meer rendement.

Het tammere traject is stoer genoeg voor mij. Mijn stalen Oostenrijkse bergstok is er voor altijd krom van en mijn rechterknie zal nooit meer bekomen van de overbelasting. We doorwaden zo vaak rivieren dat ik geen tijd heb om mijn schoenen uit te doen, want dan zijn mijn makkers alweer verdwenen. Ik laat mijn bergschoenen met dikke sokken dus maar aan en loop in mijn eigen privé riviertjes de rivieren door. Mijn huid kan nooit drogen, wel blaren en schimmelen. Bloedzuigers vinden die voorgeweekte huid een feest. Met een zonnesteek erbij is het 'afzien' perfect geregeld.

Ongegaanbare wegen in het noorden

Over de rit van Vientiane naar Luang Prabang en vandaar via Oudomsay naar Xinxay en vandaar via Boun Neua naar Ngay Neua doen we drie dagen. We stoppen onderweg om dorpjes te bezoeken waar een bepaalde etnische groep leeft. We komen veel prachtig in klederdracht gestoken mensen tegen. Dat komt omdat de mensen het makkelijk lopen vinden langs de verharde weg en als zij naar markten of andere dorpen gaan kleden ze zich zo etnisch mogelijk - er is nog heel wat positief etnisch zelfbewustzijn.

In Xinxay overnachten we in een herberg voor boeren en buitenlui die naar de maandelijkse markt komen. We ontwaken zonder al te veel vlooienbeten en gaan door naar Boun Neua waar we in een guesthouse overnachten.

De volgende dag gaan we richting Nay Ngeua. De geruchten over de gezwollen rivier en de onbegaanbare weg blijken juist. We moeten ons beperken tot een paar excursies van een dag of vijf elk, de eerste vanuit Nay Ngeua, een groot en mooi Lue dorp. De Lue hebben hun klederdracht opgegeven, niemand heeft nog het volledige kostuum. Iedereen heeft de kleding weggedaan, enkele gelukkigen hebben hem verkocht aan buitenstaanders, anderen hebben de kleren gewoon onherstelbaar versleten en nooit meer nieuwe laten maken.

De Lue hebben prachtige geweven stoffen van zachte katoen, ze zouden bij ons als tafelkleden of spreien kunnen dienen. Elke etnische groep heeft zijn eigen weefstijl, zowel wat kleuren en tekening als soort draad (katoen of zijde, of een mengsel), lengte, breedte en dikte van de weefsels betreft. Eerst gaan we een oude vriend van de fotograaf ophalen, een geroutineerde woudloper, oudgediende uit het leger ten tijde van de revolutie, die militair verpleger is geweest. Hij heeft lang geleden gegidst voor de fotograaf, die met zijn vrouw in zijn huis heeft gelogeerd toen zij door een hond was gebeten. Ze hebben haar met opium behandeld, zowel op de wond ter ontsmetting en genezing, als oraal toegediend als pijnstiller.

Vanuit Nay Ngeua bezoeken we één of twee Akhadorpjes, dan een paar Ho dorpen, daarna lopen we naar Sipsoum, van waar we een lift moeten proberen te krijgen met een Chinese vrachtwagen van de wegenbouw, daarna met een boot de rivier over en dan terug naar Nay Ngeua.

Overnachten in Akha bergdorpen

De eerste nacht in het afgelegen bergdorp Nam Nyong is een onvergetelijke ervaring. De mensen, het dorpsleven, de kinderspelen, het eten, de prachtige sterren 's nachts. De houtfakkels en kooltjes die 's avonds als zaklamp dienen als de jeugd door het dorp slentert op zoek naar vertier en naar elkaar. In het tweede dorp, Nam Khang, een Akha Puso dorp, wordt een bruiloftsfeest voorbereid voor die avond.

Als we aankomen, arriveert de bruidsstoet uit een naburig dorp: het jonge bruidje, haar wangen en mond knalrood geschilderd, in de Akha klederdracht van jonge meisjes, begeleid door vriendinnen, bijna hetzelfde gekleed. Op het feest zijn mannen en vrouwen gescheiden, al zit ik bij de mannen. De vrouwen zijn in de keuken. Het feest bestaat uit eten en drinken aan lage tafeltjes. Het piepjonge bruidje zit in een hoekje gehurkt tegen de muur aan, waarschijnlijk om bescheidenheid en droefenis over het verlaten van haar ouderlijk huis uit te drukken.

Ik slaap die nacht in het hutje van de onderwijzeres, een Pou Noi meisje van 17 jaar. Eerst babbelen we bij haar vuurtje. Ze voelt zich eenzaam temidden van de Akha. Bijna niemand in het dorp spreekt Lao en de mensen wassen zich haast nooit naar haar maatstaven. Dit komt omdat de Akha de watergeesten niet willen verstoren en hun dorpen daarom vrij ver boven een rivier bouwen. Haar familie en vrienden zijn onbereikbaar ver weg, inclusief haar vriendje. Ze huilt 's nachts vaak van heimwee.

Tegen een uur of elf werken we de zwijgende jeugdige aanbidders de deur uit en na een kattenwasje bij haar smeulende vuurtje wringen we ons in haar nauwe bed. Buiten de bedstee is no-go area, wegens de ratten en muizen. Ik kan het trouwfeest door de flinterdunne wandjes heen volgen, want zij woont vlak naast het huis van de bruidegom.

Iedereen wordt steeds dronkener en tegen een uur of twee beginnen ze te zingen, heel vals, meer een soort langzame, melancholieke rap, begeleid door de kene, een traditioneel éénsnarig muziekinstrument. Nauwelijks een kwartier nadat de laatste bruiloftsgasten luidruchtig vertrokken zijn, begint het gebonk van de rijstwip weer. Ook de vrouwen uit het feesthuis moeten meteen weer aan het werk, terwijl het manvolk zijn roes uitslaapt.

Zo'n rijstwip bedienen is heel zwaar, en om de rijst voor een maaltijd van een gezin van acht personen te koken ben je een uur aan het stampen. Zo worden de vliezen van de rijstkorrel losgemaakt. Daarna moet de rijst nog gewand worden om de vliezen eruit te halen. De vliezen worden aan de varkens gevoerd. Die krijgen dus genoeg vitamine B. De mensen zelf ook nog heel wat, want die rijstwip polijst de rijst niet zo grondig als de op diesel of elektriciteit werkende pelmachines.

We kunnen als het licht is mooie foto's van vrouwen en kinderen in klederdracht maken, iedereen is extra mooi en etnisch aangekleed voor de bruiloft. Daarna lopen we terug naar Nay Ngeua, en van daar door richting een Hoh dorp in de heuvels aan de andere kant van de riviervallei met de rijstvelden. Het blijkt te ver, we stoppen in het laatste Akha dorpje voor we in Hoh-gebied komen.

Het is nog vroeg in de middag, dus er is tijd om wat te rusten en rond te kijken. Ik val zelfs even in slaap, na het drinken van een paar glazen lao lao, een rijstlikeur, in combinatie met een traditionele massage door een jonge Akhavrouw. Het is een heel klein, arm dorp. Het dorpshoofd vertelt dat veel families zijn weggetrokken om dichter bij rijstland in de vallei te wonen. En dit dorp komt in zijn geheel ook weer van elders, waar ze weggetrokken zijn omdat er zoveel ziekte heerste.

Ik vermoed dat vaker een epidemie de doorslag geeft tot verplaatsing van het hele dorp dan de uitputting van de grond. In de wisselbouw volgens de traditionele opzet moet elk stuk land minstens 8 jaar braak kunnen liggen en heeft een dorp in ongeveer twintig jaar alle grond uitgeput die er in de omtrek te ontginnen valt. Daar komen ze niet aan toe, omdat epidemieën om de 12 à 15 jaar de kop lijken op te steken.

 

verder naar "Laos : etnische klederdracht in het noorden" deel 2

 

 



Laos Online
Reisburo

Laos: het groene land van de olifanten. Maak in de vroege ochtend een processie van de monniken mee. Fietsen en trekkings langs authentieke berg-dorpjes. Of stap op een bootje en ontdek het leven aan een van de bekendste rivieren van de wereld, de Mekong.
Vanaf € 695,-
button1

 

Google
Vamonos Travels