Baobab
Indonesië: informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag, info, foto's, Azië

Nieuwjaar op Bali

Indonesië reisverhaal: verslag van een reis door Bali (Indonesië)

(Tekst en foto's: Sjoerd & Betty Flameling )

deel 1/2

Bali reizen

Sanur

Sanur is een prachtig plaatsje, gemoedelijk en rustig. Het was een rustig vissersdorpje voordat het toerisme zijn intrede deed. Sinds 1966 toen het eerste hotel, Bali Beach Hotel werd geopend, is het toerisme langzaam op gang gekomen. De Balinezen waren echter danig geschrokken van dit tien verdiepingen tellende hotel en zo trad de palmboombepaling in werking. Om de goden te beschermen mag geen enkel hotel of complex appartementen hoger zijn dan hoogste palmboom. Het Sanur van tegenwoordig is een aaneenschakeling van voormalige vissersdorpjes. De kuststrook, waar de meeste hotels liggen, is zo'n vier km lang. Sanur staat bij vele mensen op Bali bekend om zijn witte stranden en zwarte magie.

Een voorbeeld hiervan is het verhaal over het Bali Beach Hotel. Waar nu het hotel staat, lag vroeger de begraafplaats. Er huizen volgens de Balinezen nog steeds goede en kwade geesten. In 1993 brak er brand uit in het hotel. Door kortsluiting brandde vrijwel het gehele hotel uit, behalve kamer 327, die onbeschadigd bleef. Tegenwoordig wordt deze kamer niet meer verhuurd en er worden offertjes geplaatst (er wordt elke dag een dienblad met eten naar de kamer gebracht).

De kamer bevindt zich vandaag de dag nog in dezelfde staat als toen er brand uitbrak. Voor de zekerheid werd de naam van het hotel gewijzigd in het Grand Bali Beach Hotel. Deze kamer mag je als gast van het hotel bezoeken en dat doen we. Bij de receptie worden we opgehaald door een vriendelijke dame van het hotel. We gaan met de lift naar kamer 327. We moeten onze schoenen uittrekken. En ja hoor: de offertjes staan er en op de twee eenpersoonsbedden ligt een hart van bloemen. Foto's van vroegere presidenten die hier geslapen hebben, sieren de wand. Een vreemd sfeertje.

Het strand van Sanur is redelijk veilig. Er ligt een groot koraalrif op zo'n 100 meter voor de kust dat de branding tegenhoudt. Er zijn tal van watersporten te beoefenen. Je kunt windsurfen, water- en jetskien of een Balinees vissersbootje (jukung) huren. Het strand van Bali is openbaar. Langs de boulevard staan vele kraampjes, waar leuke souvenirs goedkoop (na afdingen) te krijgen zijn.

Rijstterrassen in het noorden

We moeten vroeg uit de veren om mee te gaan voor een tour naar het noorden. Hoe verder je naar het noorden gaat, hoe hoger de bergen worden en hoe ruiger de natuur. Eenmaal buiten het drukbebouwde zuiden klimt de weg tussen valleien met rijstterrassen omhoog naar het mistige regenwoud van centraal Bali. We wandelen rond in het koele bergstadje Bedugul aan de oevers van het kratermeer van Bratan, waarop de prachtige tempel welhaast lijkt te drijven.

We maken hier een ceremonie mee met een slang. Tegen betaling mag je er mee op de foto. Dit doen we natuurlijk, met een python van 8 meter en een van 6 meter. Ook hebben ze een vliegende hond. Deze dieren blijken heel tam te zijn, ze hangen in een boom, en wil je op de foto dan pakken ze hem even voor je. Een klein snoepje in de vorm van een vrucht (lichi) maakt een hoop goed. Vandaar lopen we om het Bratanmeer. We komen wilde apen tegen, het blijken de makaken te zijn. Bij kraampjes is voedsel te koop voor de apen (zoete aardappels, pinda's, banaan). We vervolgen onze reis en stoppen een paar keer bij rijstvelden (sawa's), een prachtig gezicht.

Bij Gitgit onderbreken we de tocht voor een korte wandeling door de rijstvelden die ons naar een schilderachtige waterval voert. Er moeten een paar mensen in de bus achterblijven, omdat dit een heftige klim is over grote blokken, dus grote stappen.

We horen de waterval al op afstand en als we dichterbij komen, dalen we en zien dan een prachtige waterval. We maken foto's en een stukje film en kopen wat kettinkjes/armbandjes van kleine meisjes die al jong leren om spulletjes te verkopen. We gaan nu richting Singaraja, ooit de hoofdstad van Bali. Hier zie je de Nederlandse, islamitische en Chinese invloeden op de bouwstijl. In de badplaats Lovina gaan we naar de lavastranden, zwarte stranden dus.

Indonesie reizen

Bergen en tempels in Oost-Bali

Meer tegenstellingen in een dag is bijna niet mogelijk. Bergen, rijstvelden, tempels en traditionele dorpen zien we vandaag. Het landschap van Oost-Bali wordt beheerst door de perfecte vulkaankegel van de Gunung Agung, die met ruim 3000 meter de hoogste en tevens de heiligste berg van Bali is. Je kunt hem bij mooi helder weer zien vanuit de ontbijtzaal in het hotel. Ook als het bewolkt is, is het mooi, want dan zie je de vulkaan in de wolken.

We bezoeken het dorp Batuan, waar we een kijkje nemen op het woonerf van de laagste kaste. Dit is een bezoek waar je nadien nog lang over na kunt denken. Het leven is er primitief, maar wel hecht. We mogen om de beurt een kijkje in de keuken nemen waar een vrouw bezig is met kokos. Het blijkt voor de varkens te zijn. Het keukentje ziet er niet uit, een hokje van 2 bij 3 meter. Maar men moet het er mee doen. Voor ieder is er een ruimte om te slapen. Voor de ouders is er een kamer binnen en één buiten voor mooi weer, dit bed is tevens voor als er iemand is overleden. Het lijk wordt dan in de ijsblokjes gelegd. Het is niet als bij ons dat je binnen een paar dagen begraven of gecremeerd wordt, dit kan wel 4 tot 5 weken of langer duren.

Als er geen geld is, wordt men eerst begraven. Vervolgens gaat de familie sparen en graaft dan na 4 of 5 jaar of langer het lijk weer op dat dan gecremeerd wordt. Daarna is het de beurt aan de misschien wel mooiste en oudste tempels van Bali, de Pura Kehen in Bangli. Het tempelcomplex bestaat uit liefst acht terrassen en heel apart is de kul kul (signaaltrommel) in de eeuwenoude waringinboom. Via een prachtig weggetje aan de voet van de vulkaan Agung gaan we naar de badplaats Candidasa. Hier krijgen we een fantastische lunch aangeboden geheel in de Balinese stijl die we ons prima laten smaken.

Na de lunch rijden we naar het uiterst interessante dorp Tenganan, ook wel Bali Aga genaamd. Hier wonen de oorspronkelijke bewoners van Bali. Dit volk heeft een eigen cultuur en godsdienst en het dorp staat bekend om zijn kunstnijverheid. Hier wordt onder andere de beroemde dubbele ikatstof geweven. Ook vlechtwerk van zeer hoge kwaliteit wordt hier gemaakt.

Als we vanuit dit dorpje teruggaan naar onze bus, doen we nog wat kraampjes aan om wat souvenirs te kopen, er is mooi bont vlechtwerk te koop.

Goa Lawah (vleermuizengrot) is een bijzondere tempel waarin zich een grote kolonie vleermuizen bevindt. Je weet niet wat je ziet, honderden zoniet duizenden van deze vleermuizen. Wat dieper in de grot zitten slangen, we zien er een boven in de grot. De terugreis voert naar Klungkung, de hoofdplaats van Bali's belangrijkste koninkrijk in vroegere eeuwen. Hier bezoeken we de Kerta Gosa, de beroemde rechtszaal van het voormalige paleis van Klungkung. Als we stoppen bij mooie sawa's om van het uitzicht te genieten, staan er ineens twee kleine kindertjes om zakjes met etenswaar te verkopen. We willen niets, maar vinden het sneu voor de kinderen. Daarom gaan we met ze op de foto en geven ze daar wat geld voor. Ze zijn gelukkig en wij gaan verder naar ons hotel.

Parken

We rijden richting Batubulan waar we het Balinese vogel- en reptielenpark bezoeken. Het is prachtig aangelegd, met meer dan 200 inheemse vogelsoorten. Je treft hier onder andere de zeldzame paradijsvogel uit Irian Jaya aan, alsmede flamingo's en blauwkuivige kakatoes. Ook kom je hier dieren tegen die je alleen van de tv kent. De natuur is hier prachtig en alles groeit en bloeit. Er zijn tamme vogels zoals papegaaien, ara's en kraanvogels waar je mee op de foto kunt. Het is wel even durven, zo'n grote of meer vogels op je schouder of waar ze ook neergezet worden. Ze zijn gek op de knopen van je poloshirt, ze eten ze er allemaal af.

Vervolgens bezoeken we de koninklijke tempel Pura Taman Ayun in Mengwi. Mengwi, een van Bali's zeven oorspronkelijke koninkrijken, was bekend op het eiland vanwege zijn tempels. De Pura Taman Ayun tempel is de tweede grootste tempel van Bali. De bouw van deze tempel is begonnen in 1634. In 1937 is hij uitgebreid gerenoveerd. Het ruime plein is gelegen op hogere grond, omgeven door een soort drijvend paviljoen. Een prachtig bewerkte stenen poort leidt je naar de binnenplaats. Hier tref je een verscheidenheid aan tombes aan met uit prachtig hout gesneden deuren.

Vanuit hier gaan we naar een apenpark met vliegende honden, dit zijn de grootste vleermuizen. Het park is erg mooi met die gekke apen, maar je moet wel opletten, want ze stelen alles wat ze maar te pakken kunnen krijgen. Je hoort dan een gil achter of voor je en ja hoor, weer een slachtoffer. Op de helft van het park komen we vliegende honden tegen die hoog in de boom hangen. Zo nu en dan zie je er een vliegen. In doorsnee kan zo'n beestje wel een meter of meer zijn. Mooi gezicht als je ziet vliegen, Batman. De apen voeren we zo nu en dan, zoete aardappelen en pinda's, hier mogen ze geen banaan hebben, want ze worden er agressief van.

We vervolgen onze reis naar de Tanah-Lot tempel, waarschijnlijk een van de meest heilige plaatsen op Bali. Gebouwd in de 15e eeuw is deze tempel met zeezicht nauwkeurig op een uitgeholde rots neergezet. Hij is alleen tijdens eb met de kust verbonden. Bij vloed wordt de tempel volledig omringd door water, wat bijdraagt aan het mysterieuze ervan. Het prachtige uitzicht over het azuurblauwe water van de Indische Oceaan maakt deze tempel tot een van de bekendste en meest gefotografeerde tempels. De zonsondergang is hier prachtig.

verder naar "Nieuwjaar op Bali" deel 2

Vamonos Travels

 

 




 

ATP vakanties

 

Vliegticketspecialist

 

Reisspecialist
Google