|
Nieuw Zeeland, informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag,
info, foto's
Aotearoa: 'het land van de lange witte wolk'
(tekst en foto's: Gert Dekker & Irene Groeneveld)
Aotearoa, 'het land van de lange witte wolk', noemden de Maori's het
land waar ze na hun lange reis over zee aankwamen. Zij zagen het land
op één van hun eerste verkenningstochten per kano voor zich
opdoemen en zo ver het oog reikte hing er een lange witte wolk boven de
landmassa. Vanaf de achtste eeuw besloten verschillende groepen van deze
Polynesiërs hier te blijven en een bestaan op te bouwen op het tot
dan toe slechts door vogels bewoonde eiland. Eeuwen later voer Abel Tasman
na een reis rond Australië langs het inmiddels door die Maori's bewoonde
eiland en gaf het de naam Nieuw-Zeeland, naar de provincie Zeeland in
zijn geboorteland.
Akaroa
De reis door Nieuw-Zeeland begint met de tocht van Christchurch, op het
Zuideiland, naar Akaroa. Akaroa, 'lange haven' in Maori, is een uitgebluste
vulkaan. De krater is volgelopen met zeewater, waardoor zich een natuurlijke
haven heeft gevormd. Het plaatsje Akaroa heeft veel felgekleurde huizen
en andere gebouwen. Het is één van de weinige plaatsen in
Nieuw-Zeeland die aanvankelijk door Franse kolonisten werden bewoond en
de Franse invloed is nog steeds zichtbaar. We verblijven in Okains Bay
en laten aan het strand onze jetlag een beetje wegebben. Het water is
wel wat fris maar de zee is te helder en te blauw om geen duik te nemen.
Tijdens een boottochtje door de uitgestrekte haven van Akaroa zien we
Hector-dolfijnen.
| Deze kleinste dolfijnensoort ter wereld wordt niet groter dan
een meter en komt alleen voor de kust van het Zuideiland voor. Ze
komen zo dicht bij de boot dat we de mooie grijszwarte tekening
goed kunnen bekijken.
Vanaf Akaroa gaan we een stukje langs de kust omhoog naar Kaikoura
om de potvissen te bekijken. Die zwemmen hier voor de kust en voeden
zich er. Op deze plaats daalt de oceaanbodem vele tientallen meters
en het belangrijkste voedsel van de walvis - krill - wordt tegen
deze steile muur omhoog gestuwd. Orca's, walvissen, grijze walvissen,
potvissen en vele dolfijnen vinden hier hun voedsel. Gert ziet geen
orca's dit keer, maar wel vier walvis(staart)en en vele zwarte dolfijnen.
We maken we hier een mooie wandeling rond de kop van het uitstekende
schiereiland waar Kaikoura op ligt. Onderweg stuiten we op vele
tientallen zeehonden, die zo humeurig zijn en naar ons 'blaffen',
dat we noodgedwongen de klif op moeten klimmen. |
 |
Bluff: het meest zuidelijke punt van het
zuideiland
Via het midden van het Zuideiland, langs Lake Tekapo, Mount Cook en door
de Lindis Pass rijden we naar het Otago-schiereiland bij de kustplaats
Dunedin. Ons doel is de geeloog-penguïn, de Hoiho, die zijn nest
in de bush bouwt en door zijn on-natuurlijke vijanden (door kolonisten
geïmporteerde ratten, wezels, fretten etcetera) met uitsterven wordt
bedreigd. Het puntje van het schiereiland huisvest eveneens de enige broedkolonie
aan vaste wal van de Royal Albatross. De kolonie ligt op de punt van een
hoge klif, zodat de vogels gemakkelijk kunnen opstijgen met hun enorme
vleugelwijdte van drie meter, op voorwaarde dat er een stevige bries waait.
Dit jaar broeden er zeven albatrosparen, we zien de kuikens bij de moeders
in het nest zitten.
Van Otago gaan we via een alternatieve route door het natuurgebied de
Catlins naar Invercargill. Na een paar uur rijden we door een spaarzaam
bewoond gebied met onverharde wegen, uitgestrekte stranden en afgelegen
baaien. We komen door twee of drie kleine dorpjes met een pomp, een pub,
een winkel en verder niets. Dit is een van de weinig overgebleven 'wildernissen'
van Nieuw Zeeland waar met name Hooker zeeleeuwen, Hector dolfijnen en
zeehonden in redelijke aantallen aanwezig zijn. Wanneer we op het strand
van Curio bay lopen komt er een groep dolfijnen aanzwemmen die vervolgens
op de golven richting het strand 'rijden'.
 |
|
In Bluff, het meest zuidelijke punt van het zuideiland, overnachten we
bij Larry, de plaatselijke budgethotel-eigenaar met slechts één
arm en dito kater. Vanaf hier is de overtocht te maken naar Stewart Island,
Nieuw-Zeeland's derde eiland. Wegens tijdgebrek en slecht weer moet dat
helaas wachten tot een volgende keer. Na Bluff gaan we noordwaarts door
de graasvlakten vol met schapen. We rijden door naar Queenstown, waar
we een DOC-camping aan Lake Wakatipu opzoeken voor de nacht. Bij het ontwaken
blijkt onze tent compleet bedekt met zandvliegen. Wanneer we genoeg moed
verzameld hebben om uit de tent te kruipen worden we belaagd door deze
prikkers. We worden lekgestoken in het kwartier dat het ons kost om onze
kleren aan te trekken, onderwijl zandvliegen doodslaand een praatje te
maken met een zoals altijd zeer relaxte kiwi-buurman (over de werking
van insectrepellent zegt hij: 'They just come to lick it up!'), de tent
in de auto te pakken en weg te scheuren.
Otago
Wanaka ligt aan het gelijknamige meer in het hart van Otago. We rijden
erheen via de Cardrona Highway, de enige doorgaande weg in Nieuw-Zeeland
op deze grote hoogte. Hekjes langs afgronden, daar doen ze hier niet aan
en de haarspeldbochten in deze onverharde weg zijn dan ook werkelijk adembenemend.
| In Wanaka wordt het weer slechter en de komende dagen zal dat zo
blijven en verergeren, wat ons verhindert de omgeving goed te bekijken.
Vanaf Wanaka gaan we op weg naar de gletsjers aan de Westcoast. We
rijden we door de Haast-pas en maken een aantal stops onderweg om
deze spectaculaire pas eer aan te doen. Jammer dat het regent. Bij
aankomst in Fox Glacier is het wat opgeklaard en hebben we redelijk
zicht op de gletsjer. 's Nachts klettert de regen echter weer genadeloos
hard op ons tentzeil en we houden met moeite de tent overeind en droog. |
 |
Als we de volgende ochtend een wandeling op de gletsjer willen maken,
komt het nog steeds met bakken uit de lucht en besluiten we maar door
te rijden. We maken een stop bij de Franz Jozef-gletsjer waar we tot de
voet van de gletsjer lopen om een blik van dichtbij op de enorme ijsmassa
te werpen. Na een wederom natte en hierdoor ook korte stop bij Punakaki
om de Pannekoek-rotsen te bekijken, besluiten we aan het eind van de middag
niet verder door te rijden en een cabin te huren. We hebben de allerlaatste!
De westkust
Het blijft maar nat, de mooie kustlijn van de Westcoast bekijken we voornamelijk
door een regengordijn vanuit de auto. We rijden in een ruk door tot het
puntje van het Zuideiland, want dit gebied staat bekend om zijn zonneschijn.
Tegen de avond zien we de zon inderdaad weer. We overnachten in Collingwood
aan de Golden Bay, waar de Nederlandse ontdekkingsreiziger Abel Tasman
ooit de eerste (en zijn enige) voet aan wal zette. Volgens de verhalen
werd zijn bemanning belaagd door Maori's en belandde zijn scheepsjongen
zelfs in een Maori-kookpot.
| We staan vroeg op om een lange wandeling te maken over Farewell
Spit, de landarm die het meest noordelijke puntje van het Zuideiland
vormt.Tijdens de mooie wandeling over het strand en door de duinen
komen we geen mens tegen. Wel veel vogels, waaronder ijsvogels en
zwarte waaierstaartjes. Dat is een leuk klein vogeltje dat insektjes
uit de lucht vangt met behulp van zijn staartje dat hij als een
waaier uitspreidt waardoor hij als een acrobaat door de lucht fladddert.
Na de vroege wandeling rijden we via een onverharde weg het Abel
Tasman National Park in naar de kop van de Awaroa-inham, vanwaar
we het park inlopen. Of eigenlijk meer in-waden, want om bij het
pad door het park te komen moeten we een groot stuk door kniediepe
blubber lopen. We komen uit op een pad dat langs de kust leidt,
maar besluiten al snel verder over het strand te lopen waar we wederom
niemand meer tegenkomen. Prachtig blauwgroen water, varens groeiend
tot aan het strand en mooi geel zand, het Abel Tasman Park staat
terecht bekend als een van de mooiste natuurgebieden van Nieuw-Zeeland. |
 |
Aan het eind van de dag stappen we in de auto naar Nelson, een leuk plaatsje
met een grote populatie kunstenaars. We brengen er de ochtend door en
rijden 's middags verder naar Picton. Het laatste stuk rijden we via de
Queen Charlotte Drive, die een fraai uitzicht biedt op het fjordengebied
Marlborough Sounds. We komen langs prachtige baaitjes en stoppen bij Momorangi
bay om een laatste duik te nemen in de koudere zeeën van het zuideiland.
Voor we 's avonds per veerboot het Zuideiland verlaten, koken we ons avondeten
op een campinggasje langs de kant van de weg.
De overtocht van Pincton naar Wellington op het Zuideiland duurt ongeveer
drie uur. Het is winderig maar mooi helder weer en halverwege de Cook
Strait wijst de kapitein ons op een voorbij zwemmende walvis aan stuurboord.
We arriveren rond half tien in de haven van Wellington. De volgende morgen
brengen we een bezoek aan het net geopende Te Papa-museum. Te Papa betekent
'onze plek', het museum voor alle mensen van Nieuw-Zeeland dus. Het beslaat
de ontstaangeschiedenis van Nieuw-Zeeland, Nieuwzeelandse en buitenlandse
kunst en daarnaast heeft het een virtuele afdeling waar je een ritje naar
het verleden en de toekomst kunt maken.
In het museum is ook een 'marae' gebouwd, een ontmoetings- of stamhuis
van de Maori's. Deze marae is echter ontworpen voor alle Nieuwzeelanders.
Elementen van de verschillende culturen en godsdiensten zijn verwerkt
in de houtsnijpanelen die alle kleuren van de regenboog hebben, in plaats
van de traditionele rode panelen van de Maori's die je in de rest van
het land ziet.
Tongariro National park
Onze volgende stop wordt het Tongariro National Park. Via het Mount Bruce
vogelreservaat, waar we allerlei erg leuke bijna uitgestorven vogeltjes
zien en horen, komen we 's avonds laat aan in Whakapapa, aan de voet van
de vulkaan Ruapehu. In het park liggen de drie actieve vulkanen die het
hart vormen van het oudste nationale park van Nieuw-Zeeland: Mount Tongariro,
Mount Ngaurahoe en Mount Ruapehu, respectievelijk 1968, 2287 en 2797 meter
hoog.
 |
|
Ter hoogte van het Tongariro National Park schuift de Pacifische schol
onder de Indisch-Australische. De frictie die hierdoor tussen beide schollen
ontstaat, zorgt ervoor dat hier vloeibaar gesteente of magma door de aardkorst
naar boven wordt gestuwd en vulkanen vormt. De eerste vulkanische activiteit
van dit gebied dateert van zo'n 500.000 jaar geleden, de meest recente
van september 1995. Tot in Taupo toe viel er toen een asregen en de lucht
dangenlang grijs, het kratermeer van Mount Ruapehu werd volledig de lucht
in geblazen.
Het park beschikt over vulkanische landschappen, watervallen, warmwaterbronnen
en meren. Al om zeven uur 's ochtends beginnen we de Tongariro-crossing
te lopen. Deze wandeling leidt tussen twee vulkanen door en staat te boek
als Nieuw-Zeeland's mooiste dagwandeling.We lopen langs Ngauruhoe's kegelvorm
en over verschillende kraters van Tongariro, op een hoogte van 2000 meter
hebben we zicht op de blauw en groen gekleurde kratermeren en de rode
en zwarte lavavelden.
Bungy-jump
Het plaatsje Taupo ligt aan een gigantische kratermeer met kraakhelder
maar ijskoud water. Langs de oever liggen grote puimstenen, die blijven
drijven wanneer je ze in het water gooit. Deze puimstenen zijn overgebleven
uit de tijd dat het meer van Taupo nog een grote spuwende krater was die
het Noordeiland vanuit de zeebodem omhoog stuwde.
Oorspronkelijk was het bungy-springen een Polynesische bewijs van mannelijkheid;
met een liaan om je voeten gebonden sprong je van een boomtop en dan hoopte
je dat je net boven de grond bleef hangen. Nu is het door de Nieuwzeelander
A.J. Hackett omgevormd tot een lucratieve sport wereldwijd, hij heeft
de liaan vervangen door een elastisch touw. In Taupo is het bungyplatform
waar je vanaf kunt springen gebouwd op een klif met daaronder de Huka-rivier.
Gert springt.
| Rotorua
In Rotorua kamperen we op een camping, net naast een hete modderpoel
die de hele nacht bluppende geluiden maakt. Het gebied rond Rotorua
staat bekend om zijn vulkanische activiteit. De meeste Maori's trokken
vanouds naar deze streek vanwege deze modderpoelen, warmwaterbronnen
en geisers. Deze konden ze (en wij ook) goed gebruiken bij het koken
en baden, en in de winter als verwarming. De Maori-cultuur is hier
dan ook goed vertegenwoordigd. 's Avonds gaan we naar een zang-
en dansvoorstelling in het oude Maori-dorpje Ohinemutu aan het meer.
We bekijken in de buurt van Rotorua nog wat andere thermische parken,
waaronder dat met de naam 'Whakarewarewawatangaoteopetuaawahiao'.
Wat 'de opstanding van de krijgersgroep bij Waihiao' betekent en
meestal kortweg 'Whaka' wordt genoemd. Vanaf Rotorua is het zo'n
twee uur rijden naar de Bay of Plenty, waar we overnachten op een
camping in Whakatane. We proberen de volgende ochtend met een boot
mee te gaan om voor de kust met dolfijnen te zwemmen, helaas varen
ze vandaag niet uit. We zetten het op ons lijstje voor de volgende
keer, want we willen doorrijden naar het schiereiland Coromandel
onder Auckland. |
 |
Coromandel
Bij Hahei Beach op Coromandel treffen we een van de mooiste campings,
direkt aan het strand gelegen en prettig leeg. Tot nu toe hebben we sowieso
erg veel rustige campings getroffen, we reizen net na het vakantieseizoen
en op bijna elke camping hebben alle ruimte. De stranden en de kustlijn
vinden we vooral spectaculair aan de oostkant van de Coromandel. We gaan
naar het strand bij Cathedral Cove en op Hahei 'hotwater' Beach. Het water
en het weer zijn nu zo warm dat we elke dag zwemmen.
De tocht verder naar het noorden van het schiereiland is behoorlijk enerverend,
de wegen zijn hier zonder uitzondering onverhard, steil en heuvelachtig.
Wanneer we aan het eind van de dag bij de afgelegen DOC-camping in Stony
Bay aankomen kijken de Nieuwzeelanders ons bewonderend aan: dat we het
tot deze uithoek zijn gekomen!
Na de Coromandel maken we een stop in Auckland, voordat we doorrijden
naar het noorden voor onze laatste vakantieweek. We rijden naar One Tree
Hill, waar we bovenop de heuvel de stad bekijken; na alle landelijke gebieden
waar we de afgelopen weken doorheen zijn gereisd is het even wennen om
weer zoveel huizen en gebouwen voor ons te zien liggen.
Bottlenose-dolfijnen in Northland
We blijven een nachtje in Auckland en reizen dan verder naar het noorden.
We komen tot aan Paihia en maken een boottocht in de Bay of Islands. Dit
keer komen er bottlenose-dolfijnen met de boot spelen. Op de terugweg
leggen we aan bij Urapukapuka Island om wat te snorkelen.
| Het water mag er prachtig blauwgroen uitzien, onder water is
het niet spectaculair. De boot dropt ons bij het oude plaatsje Russel,
Nieuwzeelands eerste hoofdstad.
Hier werd in 1840 het nu zo fel bevochten verdrag van Waitangi
gesloten tussen de Engelsen en de Maori-stamhoofden. Door dat verdrag
kregen de Maori dezelfde rechten kregen als Engelse staatburgers,
terwijl de Engelsen bepaalde landrechten verwierven. Hier in het
noorden van Nieuw-Zeeland gingen de kolonisten als eerste aan wal
en dit is het nu nog het dichtstbevolkste gebied van Nieuw-Zeeland.
Waarschijnlijk ook vanwege het aangename klimaat; het wordt ook
wel het winterloze noorden genoemd, omdat de temperatuur het hele
jaar niet onder de tien graden komt.
De overige charme van Northland wordt gevormd door het samenspel
van land en water; overal waar je kijkt zie je tegelijkertijd zowel
land als water. Azuurblauwe zeeën, zandstranden, met varens
bedekte heuvels en vele baaien en eilandjes. |
 |
Aupouri: het uiterste puntje van Nieuw-Zeeland
Verder noordwaards ligt Aupouri, de lange dunne landtong die het uiterste
puntje van Nieuw-Zeeland vormt. Voordat we dit laatste traject afleggen
overnachten we in Matai Bay, waar we de DOC-camping bijna geheel voor
ons zelf hebben. 's Avonds nemen we nog een duik als douche voordat we
naar bed gaan. Vanaf nu leidt de weg recht omhoog naar Cape Reinga. Het
eerste stuk tot aan het plaatsje Te Kao is geasfalteerd, waarna de wegen
overgaan in 'metal roads'; harde, niet geasfalteerde wegen die goed te
berijden zijn. Hoe verder je naar het noorden rijdt, hoe meer de weilanden
en de groene bush plaatsmaken voor duingebied en zand.
| Wij besluiten na Awanui verder over het brede zandstrand van de
'90 Miles Beach' te rijden. Het is zo genoemd door de eerste ontdekkingsreizigers,
maar na metingen bleek dit zandstrand geen 90 mijlen maar slechts
zo'n 90 kilometer lang. Het strand is alleen 3 uur voor en na hoogtij
te berijden en kent beperkte toegangsmogelijkheden. Huurauto's zijn
hier niet verzekerd vanwege het verradelijke drijfzand waar je hier
zomaar in vast kunt komen te zitten. Onze Nissan Sunny voorziet echter
geen problemen en we rijden bij Akipara het strand op. Uiteindelijk
leggen we de afstand zelfs drie keer af, want we kunnen de afrit van
het strand die ook geschikt is voor andere auto's dan 4-wheel drives
maar moeilijk vinden. |
 |
Die avond komen we aan in Spirit's Bay op het noordelijkste puntje van
Nieuw-Zeeland, waar volgens de Maori-legenden de zielen deze wereld verlaten.
Volgens deze legende wandelen de zielen na het overlijden over het mijlenlange
zandstrand Te-Oneroa-A-Tohe, met een aandenken van deze wereld in de hand.
Dit wordt achtergelaten bij de zandverstuiving Te Arai Bluff, waarna de
reis verdergaat naar Scott's Point, de hoogste zandduin. Hier kijkt de
ziel terug over het achterliggende land van de levenden. Bij Re-Wai-O-Raio-Po,
een riviertje van de onderwereld, lest hij zijn laatste dorst voor het
traject naar Cape Reinga wordt ondernomen. Hier in Spirit's Bay staat
de grote pohutakawa-boom via wiens wortels hij zich langzaam in de zee
laat zakken en door het dikke zeewier naar de diepte zwemt. Bij Three
Kings Islands komt hij nog één keer naar boven om een laatste
blik op Aotearoa, het land van de lange witte wolk, te werpen voordat
de ziel de uiteindelijke reis onderneemt naar het mythische vaderland,
Hawaiki. Wij rijden van Spirit's Bay terug richting Auckland, vanwaar
we terug vliegen naar Nederland.
|