|
Nieuw Zeeland, informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag,
info, foto's
Rotsen, robben en orchideeën
(tekst en foto's: Dory en Ed)
Zuidereiland: Abel Tasman park, Kaikoura
Vrijdag 12 december
In Wellington rijden we naar de veerboot. De camper wacht daar al op ons.
We krijgen een uitgebreide instructie hoe alles werkt. Als goede Hollanders
hebben we het goedkoopste bedrijf uitgezocht. De camper is dan ook een
beetje gaar: hij schakelt erg moeijk, de buitenspiegel hbben we met tape
moeten verbinden en hij ziet er uit als een logge eend. Hij heeft wel
douche (gebruiken we niet) en toilet (erg handig ‘s nachts) aan
boord. De overtocht naar het zuidereiland is gemoedelijk en duurt zo’n
3 uur. We varen voor aankomst door een aantal prachtige baaien.
We willen naar het Abel Tasman reservaat en dat is nog een flink stuk
rijden. De weg die we nemen is ontzettend leeg, zo’n 70 km, bijna
zonder dorpjes en huizen. We hebben ook de eerste kennismaking met de
sandflies: kleine, zwarte vliegjes die lelijk steken. Op het noordereiland
waren nauwelijks insecten.
Zaterdag 13 december
We maken een rit naar het Abel Tasman park, een kustreservaat in het noordoosten
van het noordereiland. Het heeft gouden stranden en prachtige begroeide
baaien. We willen hier langs de kust wandelen en zee-kajakken. We verblijven
daarom 3 nachten in Maharau, op een beach-park met camper-plaatsen. Het
is een prachtig uitgangspunt, want je kunt hier alle excursies regelen
en er blijkt een uitstekend restaurant te zijn. Omdat voor de volgende
dag niet zulk goed weer wordt opgegeven, willen we die dag wandelen en
de dag daarna kajakken. Het is nog heerlijk weer en de baai voor de camping
is erg ondiep met lekker warm water. Uiteraard nemen we nog een duik.
Zondag 14 december
Het weerbericht was fout: het is heerlijk zonnig weer, dus smeren!
We worden met de watertaxi een eind langs de kust gebracht en wandelen
dan in zo’n uur of 5 weer terug. De watertaxi is een soort speedboot
die met flinke vaart door de (behoorlijke) golven vaart. We moeten
allemaal zwemvesten om. Voor we afgezet worden varen we nog langs
een robben-kolonie.
Daarna maken we een heerlijke wandeling door bossen en over strandjes.
Af en toe een verfrissende duik. |
 |
Maandag 15 december
Het Abel Tasman park is ideaal voor zee-kajakken en dat gaan
we dus ook doen. We krijgen eerst een uitgebreide instructie van 3 kwartier,
inclusief gebruik van de noodfakkels. Alles is wat dat betreft zeer goed
georganiseerd in Nieuw-Zeeland. Dan de waterschotten en de zwemvesten
aan. De kano’s worden met tractors naar de zee gebracht en wij lopen
er naast. Het is lekker, zonnig weer, met een sportief briesje. Het eerste
stuk gaat voorspoedig: we varen naar een eilandje en wat andere strandjes
die we vrijwel voor ons zelf hebben.
Na de middag varen we terug. De wind is echter flink aangetrokken: er
zijn schuimkoppen en golven van meer dan een meter. Het gaat een stuk
moeilijker. Her en der vallen mensen en groepen uit die niet verder kunnen.
Wij willen echter niet opgeven. De wind trekt nog verder aan en als we
rond een landtong moeten gaan we sneller achteruit dan vooruit en worden
woest door de golven op en neer geslingerd, wat best wel beangstigend
is. We moeten ook opgeven en leggen op een strandje aan. Een gids van
een groep heeft een radio en belt naar onze basis. Een half uurtje later
worden we door de watertaxi opgepikt.
Dinsdag 16 december
We maken een rit naar Kaikoura, aan de westkust. We beginnen
met zonnig weer maar al snel slaat het om en is het koud en bewolkt. Kaikoura
staat bekend om zijn zeedieren en dat is de reden om er heen te gaan.
Net voor Kaikoura komen we weer langs een grote kolonie pelsrobben die
vanaf de weg goed te zien is. We zien ook frites-tenten, alleen verkopen
die kreeften (Crayfisch, net iets anders dan onze kreeften), een specialiteit
van het plaatsje. We gaan naar het informatiecentrum om een walvistocht
en een dolfijnentocht te boeken. Het blijkt praktisch allemaal volgeboekt,
de dolfijnen tot in januari. Gelukkig kunnen we de andere dag nog op de
walvistocht mee. Voor de dolfijnen kunnen we op een reservelijst geplaatst
worden.
Woensdag 17 december
Het weer is totaal omgeslagen: heerlijk met een blauwe hemel. We zien
nu pas hoe mooi het is: Kaikoura ligt op een schiereiland in zee en hoge
bergen rijzen direct daarnaast omhoog, sommige met sneeuw. We melden ons
2x bij het Dolfijnenbureau om te kijken of er een plaatsje vrij gekomen
is, maar zoals verwacht is er niets. We maken een mooie wandeling over
de kliffen, langs –alweer- een robbenkolonie en krijtrotsen met
meeuwenkolonies.
| Aan het eind van de midag de walvistocht. Kaikoura ligt aan een
hele diepe zeekloof, vandaar het rijke zeeleven. Er huist een kolonie
potvissen, waarvan er af en toe een opduikt om adem te halen. We krijgen
eerst een instructiefilm en gaan dan met een prachtige katamaran de
zee op. Er is zeeziekte-waarschuwing, maar uiteraard gaan we toch.
Ook dit is weer zeer goed georganiseerd: aan boord krijg je uitleg
en animatiefilms. Als je geluk hebt zie je een of twee walvissen.
Wij hebben geluk: al snel duikt de eerste walvis op. |
 |
Een prachtig gezicht: hoewel je alleen de vin en de rug ziet is het een
enorm dier, die regelmatig een luchtfontein omhoog spuit. Als hij weer
gedoken is gaat de bemanning met onderwatermicrofoons op zoek naar andere
walvissen. Een uurtje gebeurt er niets, dan duiken er vlakbij twee naast
elkaar op. We kunnen ze uitstekend zien. Na 5 minuten duiken ze weer onder
met een glimp van hun enorme staarten. Op de terugreis zien we als toegift
vlakbij nog enkele dolfijnen.
Donderdag 18 december
De laatste kans op een dolfijnentocht, de hoop is klein. We melden ons
om 8h45 en na even wachten krijgen we het aanbod om mee te gaan op een
swap-place (wissel-plek: je mag dan alleen de zee in als er anderen uit
gaan; het aantal mensen dat mag zwemmen is streng geregeld). We grijpen
deze kans aan, met name omdat het schitterend weer is: strak blauw met
een rustige zee. Ook hier goede instructies en we krijgen wetsuits, zwemvliezen
en snorkels die we eerst moeten passen
We hebben nog meer geluk: na 20 minuten varen komen we in een groep
van ca. 200 dolfijnen terecht (Dusky-dolfijnen, vrij klein). De zwemmers
moeten klaar zitten om in zee te gaan. Tot onze vreugde barst een meisje
in huilen uit en ziet het niet meer zitten. Dory kan direct haar plaats
in nemen. Als een fluitsignaal klinkt mogen de zwemmers het water in om
zich tussen de dolfijnen te begeven. Dory heeft er midden in gezwommen
en een moeder met jong heeft drie rondjes rond haar gedraaid. Ook Ed komt
aan de beurt en uiteindelijk mogen we zo’n vier keer het water in.
Daarna hebben we uit de boot nog een prachtig zicht op de dolfijnen die
onder en rond de boot zwemmen en kopje duiken, met de staart klappen en
allerlei kunstjes uithalen. Uiteraard een hoogtepunt van de vakantie waar
we nog lang aan zullen denken.
Weer aan wal rijden we naar de punt met de robbenkolonie om te ontbijten
in de zon. (daar waren we nog niet aan toegekomen). Bovendien moeten we
de ervaringen nog even verwerken. Om een uur of half drie maken we ons
op om naar de volgende bestemming te gaan. We gaan nu de bergen in (Nieuw-Zeelandse
Alpen). Het landschap verandert voortdurend: eerst de droge gebieden aan
de oostkust met veel wijngaarden, daarna steeds hoger. Mooie rotsformaties,
bergrivieren met bloeiende lupines en bergbossen. We rijden over Arthur's
Pass de bergen over naar de westkust. In Arthur's pass overnachten we
op een 'camping': een open plek langs een rangeerterrein (er komen 's
nachts ook treinen langs) met nauwelijks voorzieningen. De kosten (ca
5 euro) moet je in een envelop in een gleuf deponeren. Als we onze maaltijd
buiten opgegeten hebben zien we ineens een grote grijs/groene papegaai
naast onze tafel: een Kea! Deze bergpapegaaien komen alleen in de bergen
van het Zuidereiland voor en zijn beschermd. Ze zijn erg brutaal: als
je iets buiten laat staan wordt het geheid gesloopt. Ze eten ook rubbers
van autoruiten. In het wintersportseizoen kun je anti-Kea netten kopen
om over je auto te gooien.
Zuidereiland: Milford track
vrijdag 19 december
We staan vroeg op en al om 9 uur maken we een kleine wandeling door een
prachtig bergbos. Een uurtje later wandelen we nog door een stukje met
mooie alpenplanten. Eigenlijk voor het eerst zien we veel inheemse planten
bij elkaar, want Nieuw-Zeeland is op zich arm aan bloeiende planten. Bomen,
varens, mossen, e.d. zijn er in overvloed. Als we met de camper afdalen
naar de kust komen we in de regen terecht.
Dat is niet onverwacht, want de westkust staat bekend om de grote hoeveelheid
regen. Jammer is het wel, want we missen nu het uitzicht op de Alpen,
met de hoogste berg: de Mt. Cook en een aantal gletschers. We maken nog
wel een uitstapje naar de Fox gletscher. Je kunt tot aan de voet wandelen,
een grote ijswand. Er is hier veel toerisme, ook fietsers. De grootste
attractie is een vlucht met de helicopter of een vliegtuigje naar de gletschers
en er zijn tientallen boekingsbureaus. We rijden de westkust een stuk
naar beneden tot aan het begin van de volgende pas: de Haast pas. We vinden
een leuke, rustige camping aan de kust in het plaatsje Haast Beach. Voordat
het donker wordt maken we nog een mooie wandeling door een getijdenbos.
Omdat er veel sandflies zijn gaan we vroeg naar bed.
Zaterdag 20 december
's Nachts is het weer gaan regenen en dit gaat 's ochtends door. We hebben
van Nederlanders een tip gekregen dat het gebied onder Haast erg mooi
is. We rijden eerst 23 km over een onverharde weg door een fantastisch
regenwoud. Het wordt steeds woester en leger.
Er zijn prachtige uitzichten op een woeste rivier die op zee uitkomt.
Er moeten mooie rode rotsen zijn, waar door het ijzer- en mangaangehaIte
niets op wil groeien. Helaas stroomt de regen zo hard dat we nauwelijks
zicht hebben en de weg totaal ongeschikt wordt om met de camper door te
gaan.
| We keren dus om en rijden de Haast pas over. Het is weer een hele
mooie tocht. We komen in de zuidelijke merengebieden, een van de mooiste
streken van Nieuw-Zeeland. Het weer klaart langzaam wat op. Van Wanaka
maken we een hele mooie doorsteek naar Queenstown. Vandaar rijden
we naar Te Anau, onze bestemming. Te Anau is een gezellig, redelijk
toeristisch plaatsje en we vinden een plaatsje op een rustige camping,
2 km buiten het dorp, met uitzicht op het meer van Te Anau. Als we
gaan slapen merken we dat onze bedden door de vele regen nat zijn
geworden (dat was vast een voorproefje.) |
 |
Zondag 21 december
Vandaag is de begindag van onze trektocht: de bekende Milford track. Een
tocht van 54 km door de bergen van het Fiordland. We slapen drie nachten
in berghutten en moeten zelf al het eten, drinken en pannen meenemen.
Er zijn alleen gasbranders aanwezig. Tevens moet je onderweg voldoende
drinkwater hebben. Hiervoor hebben we een speciale fles gekocht met waterfilter,
zodat je het water van de bergbeken kunt drinken. In de supermarkt slaan
we brood, mueslirepen, bananen, chocola en gevriesdroogde maaltijden in.
Dit wordt meer gedaan want de winkel is er in gespecialiseerd. Daarna
melden we ons bij het bezoekerscentrum in Te Anau om onze tickets op te
halen.
Er is veel belangstelling voor de tocht, dus wij hebben in juli al geboekt.
We vragen ook nog naar het weerbericht want we lopen door een van de natste
gebieden ter wereld: meer dan 8 meter regen per jaar. Het ziet er de eerste
twee dagen goed uit, daarna gaat het regenen... Om 1 uur stappen we op
de bus naar Te Anau Downs en van daaruit gaan we met de boot naar het
beginpunt, dat alleen vanaf het water te bereiken is. De boottocht over
het meer duurt twee uur.
De eerste dag hoeven we maar 5 kilometer te lopen, maar het is een prachtig
bos met orchideeën en moerassen. Bovendien is het redelijk weer geworden.
Aangekomen bij de hut blijkt deze in een moerasgebied te staan met grote
hoeveelheden sandflies. Buiten zitten is dan ook geen pretje. De slaapzalen
zijn zo vol gesmeerd met insecticide dat Dory er opgezwollen ogen van
krijgt. We koken onze instant-maaltijd te midden van de andere trackers.
Het is onvoorstelbaar wat sommigen aan eten meegenomen hebben: er wordt
een taart 'gebakken' en een Chinees maakt er bijna een rijsttafel van.
Je moet het wel allemaal zelf meesjouwen. Ook al je afval moet je zelf
weer meenemen, want op de hele track mag niets achterblijven.
Die nacht wordt het heel helder en vreselijk koud. We hebben, in tegenstelling
tot de meeste anderen, geen slaapzakken bij ons maar lakenzakken en fleece-dekentjes.
Meestal zijn in berghutten wel dekens aanwezig, maar hier dus niet. We
sterven het bijna af en kleden ons gedurende de nacht steeds verder aan.
De overige nachten zijn we lekker bij elkaar gekropen met de matrassen
op de grond. Als Ed er 's nachts uit gaat om te plassen is er een fantastische
sterrenhemel met de zuidelijke sterrenbeelden die bij ons niet te zien
zijn, zoals het Zuiderkruis. Ook de Grote en Kleine Magelhaense wolken
zijn goed met het blote oog te zien. Dit zijn satellietstelsels van onze
eigen melkweg.
Maandag 22 december
| Verkleumd staan we op en we warmen ons bij de eerste zonnestralen
op. We krijgen gezelschap van een Kea die gezellig bij Dory aan tafel
komt. Na het ontbijt gaan we op pad. Het is een mooie zonnige dag
met een strakblauwe lucht: korte broeken en t-shirts aan! Het is een
makkelijk stuk wandeling langs de Clinton-rivier met veel mooie planten,
meren en watervallen. We komen langs een aantal open plekken die ontstaan
zijn door lawines. Het gebied is erg lawinegevoelig en we zien ook
grote stukken sneeuw liggen die naar beneden gevallen zijn. Het laatste
stuk naar de hut maken we nog een aardige klim. |
 |
Moe (16 km.) maar voldaan komen we in de volgende hut waar we nog een
uurtje van de zon genieten. Als om half elf het licht uit gaat komen de
Kea's (die dit blijkbaar weten) om te kijken of er nog wat te slopen valt.
Dinsdag 23 december
Helaas was het weerbericht juist: het is 's nachts begonnen met regenen
en zal de eerste dagen niet meer ophouden. Dat komt slecht uit, want dit
is de zwaarste dag. We klimmen eerst steil door het bos omhoog. Soms moeten
we vanwege instortingen langs touwen dwars door het bos klimmen. Zodra
we boven de boomgrens komen worden we overvallen door een harde wind.
We moeten een bergzadel over op 1150 meter. We worden bijna van het pad
geblazen door enorme, koude windstoten. Ondertussen zijn we ook tot op
de draad toe nat.
Op het hoogste punt is een schuilhut, waar we naar binnen strompelen.
Daar zit iedereen te kleumen en zijn natte sokken uit te wringen. Gelukkig
is er een gasbrander, zodat we een warme kop soep kunnen maken. Het uitzicht
is hier prachtig, maar dat hebben we alleen van horen zeggen. Na enigszins
bijgekomen te zijn gaan we weer op pad. We gaan nu alleen nog naar beneden.
Het eerste stuk is nog open en dus ook winderig. Na een paar uur gaan
we de bossen weer in en is het alleen maar nat. We komen langs prachtige
watervallen, sprookjesbossen en krijgen bezoek van Kea's. We proberen
daar allemaal nog zo veel mogelijk van te genieten. Zijknat komen we in
de hut waar een houtvuurtje brandt. Iedereen probeert een plekje dicht
bij de kachel te vinden om schoenen en kleren te drogen.
Woensdag 24 december
De droogpogingen zijn meestal niet gelukt: schoenen, jassen en kleding
zijn nog drijfnat. De regen stroomt nog onverminderd. We vertrekken al
vroeg (8 uur) want het is een lange tocht (18 km) en we moeten onze boot
om kwart over drie halen. Na een kwartiertje zijn we weer drijfnat. Dat
heeft het voordeel dat je niet meer uit hoeft te kijken voor plassen:
het maakt toch niet meer uit. Door al het water van de vorige dag zijn
de beken en rivieren enorm aangezwollen. Al het water valt woest naar
beneden en werkelijk overal komen hoge watervallen naar beneden: een spectaculair
gezicht. Ook de paden zijn vaak veranderd in beken en watervalletjes.
| De tocht is op zich niet zwaar (op enkele kuit-diepe moddergebieden
en lawineomleidingen na), maar de regen en het water maken het allemaal
lastig. Moe, koud en nat komen we op het eindpunt van de tocht:
Sandfly point. Daar is een schuilhut en kunnen we ons weer uitwringen.
Na een half uurtje komt de schipper ons halen. We maken een klein
tochtje naar Milford Sound, een prachtige plek waar een groot fjord
begint en waar veel boottochten beginnen. We weten echter precies
wat we willen: direct naar een kroeg om een biertje met een bord
patat te nuttigen.
Met een busje worden we naar Te Anau terug gebracht. Het is een
2-uur durende rit die zo mooi is dat we geen moment in slaap vallen.
Na de waterballetten zijn we het er zeer over eens dat we niet in
de camper gaan slapen. We vinden snel een goed motel met een heerlijke
warme douche, trekken schone kleren aan en gaan dan lekker eten.
Het smaakt heel wat beter dan de instant-maaltijden (die overigens
niet slecht waren). |
 |
Stewart Island
25 december - eerste kerstdag
We slapen een beetje uit en staan rustig op. We willen boodschappen doen,
maar alles is dicht (lijkt logisch, maar op zondag zijn de grote supermarkten
ook open). We vinden wat leefvoer bij een benzinepomp. Wat wel open is:
een wasserette annex internet-café. Ed maakt daarvan gebruik om
het verslag van onze natte wandeltocht te uploaden. Hoewel we deze streek
nog wel nader hadden willen verkennen is het weer nog slecht en door de
berichten voor de komende dagen besluiten we verder te trekken.
We nemen een mooie route naar de zuidpunt. Ook van deze tocht
hebben we in het bezoekerscentrum een goede beschrijving gevonden.
We rijden door een heel leeg en afwisselend gebied. Het wordt gelukkig
droger. We maken diverse uitstapjes, o.a. naar een bosreservaat
waarvoor we 23 km over een onverharde weg moeten rijden. Er staan
prachtige, meer dan 1000 jaar oude Totara bomen. Hier zien we ook
de zeldzame (rode) Nieuw-Zeelandse Mistletoe.
Ondertussen begint het weer te regenen. Alle restaurants zijn gesloten
en we hebben geen zin om in de camper te slapen. We rijden richting
Invercargill. Hier kun je naar Stewart Island overvaren. Dit stond
oorspronkelijk op ons programma, maar hadden we door tijdgebrek
gecancelled. Nu besluiten we er toch naar toe te gaan. We zoeken
een motel en na enige tijd vinden we een goed, rustig en goedkoop
motel in Invercargill. |
 |
26 december - tweede kerstdag
De service van het motel gaat nog verder dan we dachten: zij regelen voor
ons de overtocht naar Stewart Island. We staan vroeg op, want ze zouden
de boot van 9 uur reserveren. Er wordt echter gebeld dat deze tocht vol
is en we een ingelaste boot om half een kunnen nemen. We brengen de tijd
door in een internet-café en bekijken onze e-mail. Het regent toch...
Dan rijden we naar het plaatsje Bluff op een schiereiland. Hier stappen
we op de catamaran die ons in een uurtje naar Stewart Island zal brengen.
Als de boot aankomt en de passagiers die van het eiland komen uitstappen
zien we iets vreemds: de meeste mensen zien groen en een paar mensen maken
een gebaar naar ons van: “maak je borst maar nat”.
Eenmaal buitengaats wordt het duidelijk: de overtocht is zeer ruw: golven
van 3 tot 4 meter gooien de boot omhoog en weer met klappen neer op het
water. De kotszakken worden bij tientallen doorgegeven en de helft van
de passagiers gaat over de nek. (vraag van de ene passagier aan de andere,
na de overtocht: “how many bags did you have?”). Wij redden
het net maar zijn zeer dankbaar als de boot aanlegt in Oban, het enige
dorpje op Stewart Island (het eiland heeft 200 inwoners). Als we aan land
gaan, bespeuren we gelijk de ontspannen, aangename eiland-sfeer. We hebben
twee nachten in het South-Sea hotel geboekt, slechts 200 meter lopen vanaf
de steiger en met uitzicht op de halve-maan baai.
We gaan naar het bezoekerscentrum waar we weer uitstekende informatie
krijgen. Er zijn grote meerdaagse tracks op het eiland te maken maar ook
vele korte wandelingen. Dit laatste spreekt ons -gezien de pijn in de
benen (Milford!)- het meeste aan. Volgens de boeken moeten er veel orchideeën
op het eiland groeien en bij navraag weet de dame van het bezoekers centrum
precies de interessante wandelingen aan te geven en welke soorten orchideeën
er groeien. Het weer is bizar: het is ca. 3 kwartier redelijk weer met
zon en blauwe lucht, dan regent het 10 minuten behoorlijk hard. Dit zal
zo’n 2 dagen zo blijven. Het blijkt typisch voor het klimaat op
Stewart Island te zijn. Het is echter een stuk beter dan wat we de afgelopen
dagen hebben meegemaakt en we genieten van de eilandsfeer en de mooie
natuur.
Na een bezoek aan de (gezellige) bar van het hotel is het droog en maken
we een paar korte wandelingen, die echter door prachtige stukjes natuur
gaan. Het barst van de vogels en we zien inderdaad veel orchideeën.
Voor de avond van 2e kerstdag hebben we een tafel in het restaurant van
het hotel gereserveerd, met uitzicht op zee. Er staat een hele kreeft
op het menu voor slechts 48 dollar, nog geen 25 euro. Dat kan Ed niet
laten schieten en met de lekkere wijn wordt het een prima maaltijd.
27 december
Na het ontbijt in het hotel gaan we met een kleine watertaxi naar het
Ulva Island. Dit is een natuurreservaat, waar alle uitheemse planten en
dieren zijn verwijderd. Hierdoor kunnen inheemse planten en vogels in
alle rust gedijen. Met name de ratten vormden een bedreiging voor de vogels
en duiken nog regelmatig op. Overal staan nog rattenvallen, want elk jaar
lukt het weer een aantal ratten voet aan wal te zetten. Het eilandje is
een oase van rust en barst van de vogels. We zien Kaka’s (een papegaaiensoort),
Tui’s, Parkieten, ....
Om twaalf uur worden we weer opgehaald. Het is nog steeds wisselvallig
weer hoewel het meestentijds droog is. Hoewel er maar 20 km. verharde
weg op het hele eiland is, besluiten we ‘s middags een auto te huren.
Dit geeft ons de mogelijkheid om een paar korte wandelingen te maken die
ver van elkaar af liggen. We lopen eerst een stuk langs een mooi kustpad
en vinden daar grote orchideeën in een boom: de ‘Lady’s
slipper’. Deze stond hoog op het verlanglijstje, want het is een
van de mooiste en grootste soorten van Nieuw-Zeeland.
We rijden dan naar de andere kant van het dorp waar we een wandeling
naar een vuurtoren maken, waar de Maori’s elk jaar vergunning krijgen
om duizenden meeuwen voor de consumptie te doden. Verder nog albatrossen
en orchideeën.
De hotelbar is de ontmoetingsplaats van de plaatselijke bevolking. Ze
zien er allemaal hetzelfde uit: ruige kop, spijkerbroek en kaplaarzen
(bijna allemaal vissers). Ze zijn erg vriendelijk en komen regelmatig
een praatje maken. Hoewel ze lang niet meer verstaanbaar zijn is het reuze
gezellig.
Zuidereiland: Zuid-oost kust, Otago
28 december
Het bezoek aan Stewart Island is alweer voorbij. Het is ons echt uitstekend
bevallen en we willen hier zeker nog wel eens terug, bijvoorbeeld om een
meerdaagse tocht te maken.
Om acht uur gaan we terug met dezelfde boot en schipper; de zee is gelukkig
een heel stuk rustiger. Voor we op de boot gaan moeten we het kenteken
van onze camper opgeven. We vragen ons af waarom, maar het blijkt dat
ze hem bij aankomst dan al klaar hebben staan (hij stond in een betaalde
stalling)! Nadat we ons wrak hebben opgehaald gaan we verder langs de
zuidwestkust van het Zuidereiland. We rijden door een gebied dat The Catlins
heet en erg populair is bij de Nieuw-Zeelandse vakantiegangers.
Het eerste stuk is weer heel leeg. We maken ons een beetje zorgen, want
de benzine is bijna op en alle tankstations die we tegenkomen (en dat
zijn er niet veel) zijn gesloten (zondag).
In een tankstation in een klein dorpje hangt op de ruit een briefje waar
de eigenaar woont en dat je hem eventueel mag storen. We bellen aan op
nr. 26 en gelukkig is hij thuis. Even later komt hij speciaal voor ons
de pomp openen. Er zijn veel bezienswaardigheden langs de (vaak onverharde)
weg. We stoppen eerst bij de resten van een fossiel, versteend woud aan
het strand. Het is behoorlijk indrukwekkend met mooie rotsen en veel kelp
(zeewier).
| In Nieuw-Zeeland is ondertussen de zomervakantie begonnen, want
we zien meer mensen dan we gewend waren - maar nog niets vergeleken
bij Europese zomer-aantallen. De volgende stop is een baai waar regelmatig
Hector-dolfijnen moeten zitten, een hele kleine soort. Het is een
prachtige baai met een heel groot strand en inderdaad zien we enkele
dolfijnen in de branding spelen. De volgende ‘attractie’
zijn de Cathedral Caves, grotten in rotsen op het strand die alleen
bij eb te bereiken zijn. Hoewel de dame op het parkeerterrein (waar
we 3 dollar p.p. aan moeten betalen) zegt dat we het nog wel halen,
staan de grotten al onder water. |
 |
We rijden door. Het begint weer te regenen en we gaan op zoek naar accommodatie.
We willen het wel weer eens in de camper proberen (niet van harte) maar
de campings waar we langs rijden zien er niet aantrekkelijk uit en zijn
vol. We proberen het in een paar dorpjes langs de zee maar alles is vol
- wat een verschil met de rest van de vakantie, waar het altijd de eerste
keer raak was!
We rijden langs Nugget Point, wat heel mooi moet zijn. We gaan toch nog
even kijken. Het is inderdaad zeer de moeite waard: een uitstekende rotspunt
in zee met een vuurtoren. Onder aan op de rotsen is een grote kolonie
zeeleeuwen. Ondanks het donkere weer kunnen we ze goed bestuderen. Er
zitten veel jongen tussen.
Er is ook een kijkhut voor het bekijken van Geeloog-pinguïns. Deze
zeldzame soort komt alleen in Nieuw-Zeeland voor en dan nog alleen in
dit gedeelte. Ze broeden in het struikgewas boven het strand en als je
geduld hebt kun je er een zien die naar zee gaat om voedsel te zoeken
of een die net terug komt. We brengen een half uurtje in de hut door en
zien er één het strand op komen.We besluiten om door te
rijden naar een grotere plaats (Balclutha) waar we denken meer kans te
hebben op een slaapplaats (door de regen hebben we -alweer- geen trek
in een nacht in de camper). Gelukkig vinden we een goed en goedkoop hotel.
De hotels op het Zuidereiland zijn uitstekend: luxe kamer, goed en groot
bed, mooie badkamer, keukentje met alles erop en eraan, tv, etc.
Maandag 29 december
We rijden richting Dunedin, een van de grootste plaatsen van het Zuidereiland.
Dunedin is Keltisch voor Edinburgh en er wonen veel Schotten. Nieuw-Zeeland
wil de laatste dagen van ons afscheid nemen met mooi weer: het klaart
op en het wordt steeds warmer. Dit zal zo blijven tot we vertrekken. Bij
Dunedin ligt het schiereiland Otago, wat beroemt is om zijn natuur en
kolonies Koningsalbatrossen en Pinguïns. Er is een speciaal reservaat
voor de Geeloog-pinguïn. Hier hebben we vooraf telefonisch een excursie
geboekt.
De rit over het schiereiland is prachtig met een lekker zonnetje en schitterende
kust.
We rijden als eerste naar de punt van het schiereiland waar het (grote)
bezoekerscentrum is bij de Albatros-kolonie. We kunnen hier terecht voor
een excursie om half zes. Dan moet net kunnen, want de pinguïn-excursie
is om kwart voor vier. Ondertussen zoeken we een onderkomen. Daarbij hebben
we veel geluk: bij een motel vlakbij de pinguïn-kolonie hebben ze
nog een ‘kamer’ vrij. Dit blijkt een mooi, houten huis te
zijn, met houten veranda op de zonkant en luxe inrichting.
We eten op onze veranda eerst een met garnalen gevulde avocado (die
zijn net als het andere fruit in NZ heerlijk rijp) en drinken -je raadt
het nooit- een lekkere fles wijn. Dit alles in de volle zon, zo’n
graad of 25. Dan eerst de Geeloog-Pinguïns: in de natuurlijke leefomgeving
heeft men een uniek reservaat gemaakt: er zijn ‘loopgraven’,
van waaruit je de broedende pinguïns en hun jongen van heel dichtbij
kunt bekijken. De vogels worden allemaal geringd en bijgehouden. We kunnen
de pinguïns fantastisch zien en het is erg indrukwekkend.
Direct daarna doorrijden (maar een paar km.) naar de Albatrossen. Het
gaat hier om Koningsalbatrossen, een van de grootste vogels ter wereld:
spanwijdte ruim 3 meter! Dit is de enige kolonie op het vasteland. Alle
andere kolonies zijn op kleine eilanden in de oceaan. Er is een permanente
uitkijkpost met spiegelglas. Na introductie door een gids kun je hier
een halfuurtje doorbrengen om de vogels te bekijken. Er zijn een paar
broedende paren op het nest te zien, maar het meest indrukwekkend is als
ze gaan vliegen op de aanwakkerende zeewind.
Voldaan gaan we weer naar ons plekje in de zon. Het is die dag
echter nog niet gedaan met de natuurbeleving! We hebben o.a. van
de gids gehoord dat er op een strand in de buurt een kolonie Dwergpinguïns
(of Blauwe pinguïns) broedt. Deze gedragen zich heel anders
dan de Geeloog-pinguïns: ze broeden ook in de struiken boven
het strand, maar gaan overdag op voedsel uit. In de schemering komen
ze dan met groepen tegelijk op het land. We willen dit graag zien.
Er zijn meer mensen die er vanaf weten, want na zonsondergang staan
we er met een aardige groep. Er komt een ranger langs die uitleg
geeft over de gedragingen van de dieren en hoe ze beschermd worden.
Op een gegeven moment ziet hij een groep zich verzamelen in zee.
Hij heeft hier duidelijk ervaring mee, want zonder verrekijker is
dit nauwelijks te zien. Bovendien is het bijna donker. Dan komt
de ‘zwarte vlek’ dichter naar de kant en stappen de
kleine vogels op het strand. Ze volgen het pad wat van het strand
omhoog leidt. Daarna blijven ze in de beschutting staan tot ze met
een aardig groepje zijn en voldoende moed verzameld hebben (ze zijn
zich degelijk bewust van de mensen). |
 |
Dan lopen ze voorzichtig tussen de mensen door naar hun nesten in het
struikgewas. De jongen zijn ondertussen al gaan roepen en maken behoorlijk
lawaai. Het is een uitermate indrukwekkende ervaring. Na de eerste golf
gaan de meeste mensen weg. Met een ander stel blijven we nog staan wachten
en inderdaad komt er nog een groep aan land. We gaan liggen en zien de
kleine pinguïns tot op enkele decimeters van ons passeren.
Dinsdag 30 december
Na een heldere nacht worden we wakker met een mooie zon. We gaan
voor de verandering eens een stadje bekijken en rijden naar het centrum
van Dunedin. Het is een leuke plaats met een rustige sfeer. Het station
is beroemd en inderdaad een zeer fraai gebouw. Na een kop koffie op
een terrasje in de zon bezoeken we een hele grote supermarkt om wijn
in te slaan voor thuis.
Dan op weg voor de laatste etappe: langs de kust richting Christchurch.
We maken een uitstapje naar de Moeraki Bolders: grote, bijna volmaakt
ronde rotsen op het strand met een diameter van ca. 2 meter. Het is
een vreemd gezicht. |
 |
Daarna rijden we boven het plaatsje Moeraki naar een uitzichtspunt waar
een broedplaats is van de Geeloog-pinguïn. Het is een mooie, afgelegen
plek op een rotskust. Helaas mogen we niet verder omdat ze er nesten van
zeldzame vogels gevonden hebben. We rijden terug naar het vissersplaatsje
Moeraki. Dit is een ontzettend leuk plaatsje en we ontdekken een restaurantje
met een terras direct naast de haven. Het bestaat pas een paar maanden
en is fantastisch. Van buiten is het een eenvoudig houten gebouwtje, van
binnen erg gezellig. De rookoven staat tussen het restaurantje en de haven
en verser dan hier kun je de vis niet eten. Dit restaurantje (Fleur’s
place) is zonder meer een omweg waard.
Na de maaltijd is het 5 uur en we hebben nog 300 km. te rijden. We maken
nog een stop bij Omaru, bij een broedplaats van de Geeloog-pinguïn.
Hier zien we 3 pinguïns uit de zee komen. Het is heel goed te zien,
ook door het mooie weer en de heldere zee. We rijden tot ongeveer half
tien door en vinden dan een motel dichtbij het vliegveld van Christchurch.
Woensdag 31 december
We komen tijdig op het vliegveld aan, waar de man van Wardhire al klaar
staat om de camper in ontvangst te nemen. Het is een lange terugreis:
Christchurch-Auckland-Kuala Lumpur-Amsterdam.
naar
de homepage van Dory en Ed voor meer foto´s en informatie over Nieuw-Zeeland
|