Nieuw Zeeland, informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag, info, foto's

Rotsen, robben en orchideeën

(tekst en foto's: Dory en Ed)


Zuidereiland: Abel Tasman park, Kaikoura

Vrijdag 12 december
In Wellington rijden we naar de veerboot. De camper wacht daar al op ons. We krijgen een uitgebreide instructie hoe alles werkt. Als goede Hollanders hebben we het goedkoopste bedrijf uitgezocht. De camper is dan ook een beetje gaar: hij schakelt erg moeijk, de buitenspiegel hbben we met tape moeten verbinden en hij ziet er uit als een logge eend. Hij heeft wel douche (gebruiken we niet) en toilet (erg handig ‘s nachts) aan boord. De overtocht naar het zuidereiland is gemoedelijk en duurt zo’n 3 uur. We varen voor aankomst door een aantal prachtige baaien.

We willen naar het Abel Tasman reservaat en dat is nog een flink stuk rijden. De weg die we nemen is ontzettend leeg, zo’n 70 km, bijna zonder dorpjes en huizen. We hebben ook de eerste kennismaking met de sandflies: kleine, zwarte vliegjes die lelijk steken. Op het noordereiland waren nauwelijks insecten.

Zaterdag 13 december
We maken een rit naar het Abel Tasman park, een kustreservaat in het noordoosten van het noordereiland. Het heeft gouden stranden en prachtige begroeide baaien. We willen hier langs de kust wandelen en zee-kajakken. We verblijven daarom 3 nachten in Maharau, op een beach-park met camper-plaatsen. Het is een prachtig uitgangspunt, want je kunt hier alle excursies regelen en er blijkt een uitstekend restaurant te zijn. Omdat voor de volgende dag niet zulk goed weer wordt opgegeven, willen we die dag wandelen en de dag daarna kajakken. Het is nog heerlijk weer en de baai voor de camping is erg ondiep met lekker warm water. Uiteraard nemen we nog een duik.

Zondag 14 december

Het weerbericht was fout: het is heerlijk zonnig weer, dus smeren! We worden met de watertaxi een eind langs de kust gebracht en wandelen dan in zo’n uur of 5 weer terug. De watertaxi is een soort speedboot die met flinke vaart door de (behoorlijke) golven vaart. We moeten allemaal zwemvesten om. Voor we afgezet worden varen we nog langs een robben-kolonie.
Daarna maken we een heerlijke wandeling door bossen en over strandjes. Af en toe een verfrissende duik.

Maandag 15 december
Het Abel Tasman park is ideaal voor zee-kajakken en dat gaan we dus ook doen. We krijgen eerst een uitgebreide instructie van 3 kwartier, inclusief gebruik van de noodfakkels. Alles is wat dat betreft zeer goed georganiseerd in Nieuw-Zeeland. Dan de waterschotten en de zwemvesten aan. De kano’s worden met tractors naar de zee gebracht en wij lopen er naast. Het is lekker, zonnig weer, met een sportief briesje. Het eerste stuk gaat voorspoedig: we varen naar een eilandje en wat andere strandjes die we vrijwel voor ons zelf hebben.

Na de middag varen we terug. De wind is echter flink aangetrokken: er zijn schuimkoppen en golven van meer dan een meter. Het gaat een stuk moeilijker. Her en der vallen mensen en groepen uit die niet verder kunnen. Wij willen echter niet opgeven. De wind trekt nog verder aan en als we rond een landtong moeten gaan we sneller achteruit dan vooruit en worden woest door de golven op en neer geslingerd, wat best wel beangstigend is. We moeten ook opgeven en leggen op een strandje aan. Een gids van een groep heeft een radio en belt naar onze basis. Een half uurtje later worden we door de watertaxi opgepikt.

Dinsdag 16 december
We maken een rit naar Kaikoura, aan de westkust. We beginnen met zonnig weer maar al snel slaat het om en is het koud en bewolkt. Kaikoura staat bekend om zijn zeedieren en dat is de reden om er heen te gaan. Net voor Kaikoura komen we weer langs een grote kolonie pelsrobben die vanaf de weg goed te zien is. We zien ook frites-tenten, alleen verkopen die kreeften (Crayfisch, net iets anders dan onze kreeften), een specialiteit van het plaatsje. We gaan naar het informatiecentrum om een walvistocht en een dolfijnentocht te boeken. Het blijkt praktisch allemaal volgeboekt, de dolfijnen tot in januari. Gelukkig kunnen we de andere dag nog op de walvistocht mee. Voor de dolfijnen kunnen we op een reservelijst geplaatst worden.

Woensdag 17 december
Het weer is totaal omgeslagen: heerlijk met een blauwe hemel. We zien nu pas hoe mooi het is: Kaikoura ligt op een schiereiland in zee en hoge bergen rijzen direct daarnaast omhoog, sommige met sneeuw. We melden ons 2x bij het Dolfijnenbureau om te kijken of er een plaatsje vrij gekomen is, maar zoals verwacht is er niets. We maken een mooie wandeling over de kliffen, langs –alweer- een robbenkolonie en krijtrotsen met meeuwenkolonies.

Aan het eind van de midag de walvistocht. Kaikoura ligt aan een hele diepe zeekloof, vandaar het rijke zeeleven. Er huist een kolonie potvissen, waarvan er af en toe een opduikt om adem te halen. We krijgen eerst een instructiefilm en gaan dan met een prachtige katamaran de zee op. Er is zeeziekte-waarschuwing, maar uiteraard gaan we toch. Ook dit is weer zeer goed georganiseerd: aan boord krijg je uitleg en animatiefilms. Als je geluk hebt zie je een of twee walvissen. Wij hebben geluk: al snel duikt de eerste walvis op.

Een prachtig gezicht: hoewel je alleen de vin en de rug ziet is het een enorm dier, die regelmatig een luchtfontein omhoog spuit. Als hij weer gedoken is gaat de bemanning met onderwatermicrofoons op zoek naar andere walvissen. Een uurtje gebeurt er niets, dan duiken er vlakbij twee naast elkaar op. We kunnen ze uitstekend zien. Na 5 minuten duiken ze weer onder met een glimp van hun enorme staarten. Op de terugreis zien we als toegift vlakbij nog enkele dolfijnen.

Donderdag 18 december
De laatste kans op een dolfijnentocht, de hoop is klein. We melden ons om 8h45 en na even wachten krijgen we het aanbod om mee te gaan op een swap-place (wissel-plek: je mag dan alleen de zee in als er anderen uit gaan; het aantal mensen dat mag zwemmen is streng geregeld). We grijpen deze kans aan, met name omdat het schitterend weer is: strak blauw met een rustige zee. Ook hier goede instructies en we krijgen wetsuits, zwemvliezen en snorkels die we eerst moeten passen

We hebben nog meer geluk: na 20 minuten varen komen we in een groep van ca. 200 dolfijnen terecht (Dusky-dolfijnen, vrij klein). De zwemmers moeten klaar zitten om in zee te gaan. Tot onze vreugde barst een meisje in huilen uit en ziet het niet meer zitten. Dory kan direct haar plaats in nemen. Als een fluitsignaal klinkt mogen de zwemmers het water in om zich tussen de dolfijnen te begeven. Dory heeft er midden in gezwommen en een moeder met jong heeft drie rondjes rond haar gedraaid. Ook Ed komt aan de beurt en uiteindelijk mogen we zo’n vier keer het water in. Daarna hebben we uit de boot nog een prachtig zicht op de dolfijnen die onder en rond de boot zwemmen en kopje duiken, met de staart klappen en allerlei kunstjes uithalen. Uiteraard een hoogtepunt van de vakantie waar we nog lang aan zullen denken.

Weer aan wal rijden we naar de punt met de robbenkolonie om te ontbijten in de zon. (daar waren we nog niet aan toegekomen). Bovendien moeten we de ervaringen nog even verwerken. Om een uur of half drie maken we ons op om naar de volgende bestemming te gaan. We gaan nu de bergen in (Nieuw-Zeelandse Alpen). Het landschap verandert voortdurend: eerst de droge gebieden aan de oostkust met veel wijngaarden, daarna steeds hoger. Mooie rotsformaties, bergrivieren met bloeiende lupines en bergbossen. We rijden over Arthur's Pass de bergen over naar de westkust. In Arthur's pass overnachten we op een 'camping': een open plek langs een rangeerterrein (er komen 's nachts ook treinen langs) met nauwelijks voorzieningen. De kosten (ca 5 euro) moet je in een envelop in een gleuf deponeren. Als we onze maaltijd buiten opgegeten hebben zien we ineens een grote grijs/groene papegaai naast onze tafel: een Kea! Deze bergpapegaaien komen alleen in de bergen van het Zuidereiland voor en zijn beschermd. Ze zijn erg brutaal: als je iets buiten laat staan wordt het geheid gesloopt. Ze eten ook rubbers van autoruiten. In het wintersportseizoen kun je anti-Kea netten kopen om over je auto te gooien.

 

Zuidereiland: Milford track

vrijdag 19 december
We staan vroeg op en al om 9 uur maken we een kleine wandeling door een prachtig bergbos. Een uurtje later wandelen we nog door een stukje met mooie alpenplanten. Eigenlijk voor het eerst zien we veel inheemse planten bij elkaar, want Nieuw-Zeeland is op zich arm aan bloeiende planten. Bomen, varens, mossen, e.d. zijn er in overvloed. Als we met de camper afdalen naar de kust komen we in de regen terecht.

Dat is niet onverwacht, want de westkust staat bekend om de grote hoeveelheid regen. Jammer is het wel, want we missen nu het uitzicht op de Alpen, met de hoogste berg: de Mt. Cook en een aantal gletschers. We maken nog wel een uitstapje naar de Fox gletscher. Je kunt tot aan de voet wandelen, een grote ijswand. Er is hier veel toerisme, ook fietsers. De grootste attractie is een vlucht met de helicopter of een vliegtuigje naar de gletschers en er zijn tientallen boekingsbureaus. We rijden de westkust een stuk naar beneden tot aan het begin van de volgende pas: de Haast pas. We vinden een leuke, rustige camping aan de kust in het plaatsje Haast Beach. Voordat het donker wordt maken we nog een mooie wandeling door een getijdenbos. Omdat er veel sandflies zijn gaan we vroeg naar bed.

Zaterdag 20 december
's Nachts is het weer gaan regenen en dit gaat 's ochtends door. We hebben van Nederlanders een tip gekregen dat het gebied onder Haast erg mooi is. We rijden eerst 23 km over een onverharde weg door een fantastisch regenwoud. Het wordt steeds woester en leger.
Er zijn prachtige uitzichten op een woeste rivier die op zee uitkomt. Er moeten mooie rode rotsen zijn, waar door het ijzer- en mangaangehaIte niets op wil groeien. Helaas stroomt de regen zo hard dat we nauwelijks zicht hebben en de weg totaal ongeschikt wordt om met de camper door te gaan.

We keren dus om en rijden de Haast pas over. Het is weer een hele mooie tocht. We komen in de zuidelijke merengebieden, een van de mooiste streken van Nieuw-Zeeland. Het weer klaart langzaam wat op. Van Wanaka maken we een hele mooie doorsteek naar Queenstown. Vandaar rijden we naar Te Anau, onze bestemming. Te Anau is een gezellig, redelijk toeristisch plaatsje en we vinden een plaatsje op een rustige camping, 2 km buiten het dorp, met uitzicht op het meer van Te Anau. Als we gaan slapen merken we dat onze bedden door de vele regen nat zijn geworden (dat was vast een voorproefje.)


Zondag 21 december
Vandaag is de begindag van onze trektocht: de bekende Milford track. Een tocht van 54 km door de bergen van het Fiordland. We slapen drie nachten in berghutten en moeten zelf al het eten, drinken en pannen meenemen. Er zijn alleen gasbranders aanwezig. Tevens moet je onderweg voldoende drinkwater hebben. Hiervoor hebben we een speciale fles gekocht met waterfilter, zodat je het water van de bergbeken kunt drinken. In de supermarkt slaan we brood, mueslirepen, bananen, chocola en gevriesdroogde maaltijden in. Dit wordt meer gedaan want de winkel is er in gespecialiseerd. Daarna melden we ons bij het bezoekerscentrum in Te Anau om onze tickets op te halen.

Er is veel belangstelling voor de tocht, dus wij hebben in juli al geboekt. We vragen ook nog naar het weerbericht want we lopen door een van de natste gebieden ter wereld: meer dan 8 meter regen per jaar. Het ziet er de eerste twee dagen goed uit, daarna gaat het regenen... Om 1 uur stappen we op de bus naar Te Anau Downs en van daaruit gaan we met de boot naar het beginpunt, dat alleen vanaf het water te bereiken is. De boottocht over het meer duurt twee uur.
De eerste dag hoeven we maar 5 kilometer te lopen, maar het is een prachtig bos met orchideeën en moerassen. Bovendien is het redelijk weer geworden.

Aangekomen bij de hut blijkt deze in een moerasgebied te staan met grote hoeveelheden sandflies. Buiten zitten is dan ook geen pretje. De slaapzalen zijn zo vol gesmeerd met insecticide dat Dory er opgezwollen ogen van krijgt. We koken onze instant-maaltijd te midden van de andere trackers. Het is onvoorstelbaar wat sommigen aan eten meegenomen hebben: er wordt een taart 'gebakken' en een Chinees maakt er bijna een rijsttafel van. Je moet het wel allemaal zelf meesjouwen. Ook al je afval moet je zelf weer meenemen, want op de hele track mag niets achterblijven.

Die nacht wordt het heel helder en vreselijk koud. We hebben, in tegenstelling tot de meeste anderen, geen slaapzakken bij ons maar lakenzakken en fleece-dekentjes. Meestal zijn in berghutten wel dekens aanwezig, maar hier dus niet. We sterven het bijna af en kleden ons gedurende de nacht steeds verder aan. De overige nachten zijn we lekker bij elkaar gekropen met de matrassen op de grond. Als Ed er 's nachts uit gaat om te plassen is er een fantastische sterrenhemel met de zuidelijke sterrenbeelden die bij ons niet te zien zijn, zoals het Zuiderkruis. Ook de Grote en Kleine Magelhaense wolken zijn goed met het blote oog te zien. Dit zijn satellietstelsels van onze eigen melkweg.

Maandag 22 december

Verkleumd staan we op en we warmen ons bij de eerste zonnestralen op. We krijgen gezelschap van een Kea die gezellig bij Dory aan tafel komt. Na het ontbijt gaan we op pad. Het is een mooie zonnige dag met een strakblauwe lucht: korte broeken en t-shirts aan! Het is een makkelijk stuk wandeling langs de Clinton-rivier met veel mooie planten, meren en watervallen. We komen langs een aantal open plekken die ontstaan zijn door lawines. Het gebied is erg lawinegevoelig en we zien ook grote stukken sneeuw liggen die naar beneden gevallen zijn. Het laatste stuk naar de hut maken we nog een aardige klim.

Moe (16 km.) maar voldaan komen we in de volgende hut waar we nog een uurtje van de zon genieten. Als om half elf het licht uit gaat komen de Kea's (die dit blijkbaar weten) om te kijken of er nog wat te slopen valt.

Dinsdag 23 december
Helaas was het weerbericht juist: het is 's nachts begonnen met regenen en zal de eerste dagen niet meer ophouden. Dat komt slecht uit, want dit is de zwaarste dag. We klimmen eerst steil door het bos omhoog. Soms moeten we vanwege instortingen langs touwen dwars door het bos klimmen. Zodra we boven de boomgrens komen worden we overvallen door een harde wind. We moeten een bergzadel over op 1150 meter. We worden bijna van het pad geblazen door enorme, koude windstoten. Ondertussen zijn we ook tot op de draad toe nat.

Op het hoogste punt is een schuilhut, waar we naar binnen strompelen. Daar zit iedereen te kleumen en zijn natte sokken uit te wringen. Gelukkig is er een gasbrander, zodat we een warme kop soep kunnen maken. Het uitzicht is hier prachtig, maar dat hebben we alleen van horen zeggen. Na enigszins bijgekomen te zijn gaan we weer op pad. We gaan nu alleen nog naar beneden. Het eerste stuk is nog open en dus ook winderig. Na een paar uur gaan we de bossen weer in en is het alleen maar nat. We komen langs prachtige watervallen, sprookjesbossen en krijgen bezoek van Kea's. We proberen daar allemaal nog zo veel mogelijk van te genieten. Zijknat komen we in de hut waar een houtvuurtje brandt. Iedereen probeert een plekje dicht bij de kachel te vinden om schoenen en kleren te drogen.

Woensdag 24 december
De droogpogingen zijn meestal niet gelukt: schoenen, jassen en kleding zijn nog drijfnat. De regen stroomt nog onverminderd. We vertrekken al vroeg (8 uur) want het is een lange tocht (18 km) en we moeten onze boot om kwart over drie halen. Na een kwartiertje zijn we weer drijfnat. Dat heeft het voordeel dat je niet meer uit hoeft te kijken voor plassen: het maakt toch niet meer uit. Door al het water van de vorige dag zijn de beken en rivieren enorm aangezwollen. Al het water valt woest naar beneden en werkelijk overal komen hoge watervallen naar beneden: een spectaculair gezicht. Ook de paden zijn vaak veranderd in beken en watervalletjes.

De tocht is op zich niet zwaar (op enkele kuit-diepe moddergebieden en lawineomleidingen na), maar de regen en het water maken het allemaal lastig. Moe, koud en nat komen we op het eindpunt van de tocht: Sandfly point. Daar is een schuilhut en kunnen we ons weer uitwringen. Na een half uurtje komt de schipper ons halen. We maken een klein tochtje naar Milford Sound, een prachtige plek waar een groot fjord begint en waar veel boottochten beginnen. We weten echter precies wat we willen: direct naar een kroeg om een biertje met een bord patat te nuttigen.

Met een busje worden we naar Te Anau terug gebracht. Het is een 2-uur durende rit die zo mooi is dat we geen moment in slaap vallen. Na de waterballetten zijn we het er zeer over eens dat we niet in de camper gaan slapen. We vinden snel een goed motel met een heerlijke warme douche, trekken schone kleren aan en gaan dan lekker eten.
Het smaakt heel wat beter dan de instant-maaltijden (die overigens niet slecht waren).

 

Stewart Island

25 december - eerste kerstdag
We slapen een beetje uit en staan rustig op. We willen boodschappen doen, maar alles is dicht (lijkt logisch, maar op zondag zijn de grote supermarkten ook open). We vinden wat leefvoer bij een benzinepomp. Wat wel open is: een wasserette annex internet-café. Ed maakt daarvan gebruik om het verslag van onze natte wandeltocht te uploaden. Hoewel we deze streek nog wel nader hadden willen verkennen is het weer nog slecht en door de berichten voor de komende dagen besluiten we verder te trekken.

We nemen een mooie route naar de zuidpunt. Ook van deze tocht hebben we in het bezoekerscentrum een goede beschrijving gevonden.

We rijden door een heel leeg en afwisselend gebied. Het wordt gelukkig droger. We maken diverse uitstapjes, o.a. naar een bosreservaat waarvoor we 23 km over een onverharde weg moeten rijden. Er staan prachtige, meer dan 1000 jaar oude Totara bomen. Hier zien we ook de zeldzame (rode) Nieuw-Zeelandse Mistletoe.

Ondertussen begint het weer te regenen. Alle restaurants zijn gesloten en we hebben geen zin om in de camper te slapen. We rijden richting Invercargill. Hier kun je naar Stewart Island overvaren. Dit stond oorspronkelijk op ons programma, maar hadden we door tijdgebrek gecancelled. Nu besluiten we er toch naar toe te gaan. We zoeken een motel en na enige tijd vinden we een goed, rustig en goedkoop motel in Invercargill.

26 december - tweede kerstdag
De service van het motel gaat nog verder dan we dachten: zij regelen voor ons de overtocht naar Stewart Island. We staan vroeg op, want ze zouden de boot van 9 uur reserveren. Er wordt echter gebeld dat deze tocht vol is en we een ingelaste boot om half een kunnen nemen. We brengen de tijd door in een internet-café en bekijken onze e-mail. Het regent toch...
Dan rijden we naar het plaatsje Bluff op een schiereiland. Hier stappen we op de catamaran die ons in een uurtje naar Stewart Island zal brengen. Als de boot aankomt en de passagiers die van het eiland komen uitstappen zien we iets vreemds: de meeste mensen zien groen en een paar mensen maken een gebaar naar ons van: “maak je borst maar nat”.

Eenmaal buitengaats wordt het duidelijk: de overtocht is zeer ruw: golven van 3 tot 4 meter gooien de boot omhoog en weer met klappen neer op het water. De kotszakken worden bij tientallen doorgegeven en de helft van de passagiers gaat over de nek. (vraag van de ene passagier aan de andere, na de overtocht: “how many bags did you have?”). Wij redden het net maar zijn zeer dankbaar als de boot aanlegt in Oban, het enige dorpje op Stewart Island (het eiland heeft 200 inwoners). Als we aan land gaan, bespeuren we gelijk de ontspannen, aangename eiland-sfeer. We hebben twee nachten in het South-Sea hotel geboekt, slechts 200 meter lopen vanaf de steiger en met uitzicht op de halve-maan baai.

We gaan naar het bezoekerscentrum waar we weer uitstekende informatie krijgen. Er zijn grote meerdaagse tracks op het eiland te maken maar ook vele korte wandelingen. Dit laatste spreekt ons -gezien de pijn in de benen (Milford!)- het meeste aan. Volgens de boeken moeten er veel orchideeën op het eiland groeien en bij navraag weet de dame van het bezoekers centrum precies de interessante wandelingen aan te geven en welke soorten orchideeën er groeien. Het weer is bizar: het is ca. 3 kwartier redelijk weer met zon en blauwe lucht, dan regent het 10 minuten behoorlijk hard. Dit zal zo’n 2 dagen zo blijven. Het blijkt typisch voor het klimaat op Stewart Island te zijn. Het is echter een stuk beter dan wat we de afgelopen dagen hebben meegemaakt en we genieten van de eilandsfeer en de mooie natuur.

Na een bezoek aan de (gezellige) bar van het hotel is het droog en maken we een paar korte wandelingen, die echter door prachtige stukjes natuur gaan. Het barst van de vogels en we zien inderdaad veel orchideeën. Voor de avond van 2e kerstdag hebben we een tafel in het restaurant van het hotel gereserveerd, met uitzicht op zee. Er staat een hele kreeft op het menu voor slechts 48 dollar, nog geen 25 euro. Dat kan Ed niet laten schieten en met de lekkere wijn wordt het een prima maaltijd.

27 december
Na het ontbijt in het hotel gaan we met een kleine watertaxi naar het Ulva Island. Dit is een natuurreservaat, waar alle uitheemse planten en dieren zijn verwijderd. Hierdoor kunnen inheemse planten en vogels in alle rust gedijen. Met name de ratten vormden een bedreiging voor de vogels en duiken nog regelmatig op. Overal staan nog rattenvallen, want elk jaar lukt het weer een aantal ratten voet aan wal te zetten. Het eilandje is een oase van rust en barst van de vogels. We zien Kaka’s (een papegaaiensoort), Tui’s, Parkieten, ....

Om twaalf uur worden we weer opgehaald. Het is nog steeds wisselvallig weer hoewel het meestentijds droog is. Hoewel er maar 20 km. verharde weg op het hele eiland is, besluiten we ‘s middags een auto te huren. Dit geeft ons de mogelijkheid om een paar korte wandelingen te maken die ver van elkaar af liggen. We lopen eerst een stuk langs een mooi kustpad en vinden daar grote orchideeën in een boom: de ‘Lady’s slipper’. Deze stond hoog op het verlanglijstje, want het is een van de mooiste en grootste soorten van Nieuw-Zeeland.

We rijden dan naar de andere kant van het dorp waar we een wandeling naar een vuurtoren maken, waar de Maori’s elk jaar vergunning krijgen om duizenden meeuwen voor de consumptie te doden. Verder nog albatrossen en orchideeën.
De hotelbar is de ontmoetingsplaats van de plaatselijke bevolking. Ze zien er allemaal hetzelfde uit: ruige kop, spijkerbroek en kaplaarzen (bijna allemaal vissers). Ze zijn erg vriendelijk en komen regelmatig een praatje maken. Hoewel ze lang niet meer verstaanbaar zijn is het reuze gezellig.

 

Zuidereiland: Zuid-oost kust, Otago

28 december
Het bezoek aan Stewart Island is alweer voorbij. Het is ons echt uitstekend bevallen en we willen hier zeker nog wel eens terug, bijvoorbeeld om een meerdaagse tocht te maken.
Om acht uur gaan we terug met dezelfde boot en schipper; de zee is gelukkig een heel stuk rustiger. Voor we op de boot gaan moeten we het kenteken van onze camper opgeven. We vragen ons af waarom, maar het blijkt dat ze hem bij aankomst dan al klaar hebben staan (hij stond in een betaalde stalling)! Nadat we ons wrak hebben opgehaald gaan we verder langs de zuidwestkust van het Zuidereiland. We rijden door een gebied dat The Catlins heet en erg populair is bij de Nieuw-Zeelandse vakantiegangers.

Het eerste stuk is weer heel leeg. We maken ons een beetje zorgen, want de benzine is bijna op en alle tankstations die we tegenkomen (en dat zijn er niet veel) zijn gesloten (zondag).
In een tankstation in een klein dorpje hangt op de ruit een briefje waar de eigenaar woont en dat je hem eventueel mag storen. We bellen aan op nr. 26 en gelukkig is hij thuis. Even later komt hij speciaal voor ons de pomp openen. Er zijn veel bezienswaardigheden langs de (vaak onverharde) weg. We stoppen eerst bij de resten van een fossiel, versteend woud aan het strand. Het is behoorlijk indrukwekkend met mooie rotsen en veel kelp (zeewier).

In Nieuw-Zeeland is ondertussen de zomervakantie begonnen, want we zien meer mensen dan we gewend waren - maar nog niets vergeleken bij Europese zomer-aantallen. De volgende stop is een baai waar regelmatig Hector-dolfijnen moeten zitten, een hele kleine soort. Het is een prachtige baai met een heel groot strand en inderdaad zien we enkele dolfijnen in de branding spelen. De volgende ‘attractie’ zijn de Cathedral Caves, grotten in rotsen op het strand die alleen bij eb te bereiken zijn. Hoewel de dame op het parkeerterrein (waar we 3 dollar p.p. aan moeten betalen) zegt dat we het nog wel halen, staan de grotten al onder water.

We rijden door. Het begint weer te regenen en we gaan op zoek naar accommodatie. We willen het wel weer eens in de camper proberen (niet van harte) maar de campings waar we langs rijden zien er niet aantrekkelijk uit en zijn vol. We proberen het in een paar dorpjes langs de zee maar alles is vol - wat een verschil met de rest van de vakantie, waar het altijd de eerste keer raak was!
We rijden langs Nugget Point, wat heel mooi moet zijn. We gaan toch nog even kijken. Het is inderdaad zeer de moeite waard: een uitstekende rotspunt in zee met een vuurtoren. Onder aan op de rotsen is een grote kolonie zeeleeuwen. Ondanks het donkere weer kunnen we ze goed bestuderen. Er zitten veel jongen tussen.

Er is ook een kijkhut voor het bekijken van Geeloog-pinguïns. Deze zeldzame soort komt alleen in Nieuw-Zeeland voor en dan nog alleen in dit gedeelte. Ze broeden in het struikgewas boven het strand en als je geduld hebt kun je er een zien die naar zee gaat om voedsel te zoeken of een die net terug komt. We brengen een half uurtje in de hut door en zien er één het strand op komen.We besluiten om door te rijden naar een grotere plaats (Balclutha) waar we denken meer kans te hebben op een slaapplaats (door de regen hebben we -alweer- geen trek in een nacht in de camper). Gelukkig vinden we een goed en goedkoop hotel. De hotels op het Zuidereiland zijn uitstekend: luxe kamer, goed en groot bed, mooie badkamer, keukentje met alles erop en eraan, tv, etc.

Maandag 29 december
We rijden richting Dunedin, een van de grootste plaatsen van het Zuidereiland. Dunedin is Keltisch voor Edinburgh en er wonen veel Schotten. Nieuw-Zeeland wil de laatste dagen van ons afscheid nemen met mooi weer: het klaart op en het wordt steeds warmer. Dit zal zo blijven tot we vertrekken. Bij Dunedin ligt het schiereiland Otago, wat beroemt is om zijn natuur en kolonies Koningsalbatrossen en Pinguïns. Er is een speciaal reservaat voor de Geeloog-pinguïn. Hier hebben we vooraf telefonisch een excursie geboekt.
De rit over het schiereiland is prachtig met een lekker zonnetje en schitterende kust.
We rijden als eerste naar de punt van het schiereiland waar het (grote) bezoekerscentrum is bij de Albatros-kolonie. We kunnen hier terecht voor een excursie om half zes. Dan moet net kunnen, want de pinguïn-excursie is om kwart voor vier. Ondertussen zoeken we een onderkomen. Daarbij hebben we veel geluk: bij een motel vlakbij de pinguïn-kolonie hebben ze nog een ‘kamer’ vrij. Dit blijkt een mooi, houten huis te zijn, met houten veranda op de zonkant en luxe inrichting.

We eten op onze veranda eerst een met garnalen gevulde avocado (die zijn net als het andere fruit in NZ heerlijk rijp) en drinken -je raadt het nooit- een lekkere fles wijn. Dit alles in de volle zon, zo’n graad of 25. Dan eerst de Geeloog-Pinguïns: in de natuurlijke leefomgeving heeft men een uniek reservaat gemaakt: er zijn ‘loopgraven’, van waaruit je de broedende pinguïns en hun jongen van heel dichtbij kunt bekijken. De vogels worden allemaal geringd en bijgehouden. We kunnen de pinguïns fantastisch zien en het is erg indrukwekkend.

Direct daarna doorrijden (maar een paar km.) naar de Albatrossen. Het gaat hier om Koningsalbatrossen, een van de grootste vogels ter wereld: spanwijdte ruim 3 meter! Dit is de enige kolonie op het vasteland. Alle andere kolonies zijn op kleine eilanden in de oceaan. Er is een permanente uitkijkpost met spiegelglas. Na introductie door een gids kun je hier een halfuurtje doorbrengen om de vogels te bekijken. Er zijn een paar broedende paren op het nest te zien, maar het meest indrukwekkend is als ze gaan vliegen op de aanwakkerende zeewind.

Voldaan gaan we weer naar ons plekje in de zon. Het is die dag echter nog niet gedaan met de natuurbeleving! We hebben o.a. van de gids gehoord dat er op een strand in de buurt een kolonie Dwergpinguïns (of Blauwe pinguïns) broedt. Deze gedragen zich heel anders dan de Geeloog-pinguïns: ze broeden ook in de struiken boven het strand, maar gaan overdag op voedsel uit. In de schemering komen ze dan met groepen tegelijk op het land. We willen dit graag zien. Er zijn meer mensen die er vanaf weten, want na zonsondergang staan we er met een aardige groep. Er komt een ranger langs die uitleg geeft over de gedragingen van de dieren en hoe ze beschermd worden.

Op een gegeven moment ziet hij een groep zich verzamelen in zee. Hij heeft hier duidelijk ervaring mee, want zonder verrekijker is dit nauwelijks te zien. Bovendien is het bijna donker. Dan komt de ‘zwarte vlek’ dichter naar de kant en stappen de kleine vogels op het strand. Ze volgen het pad wat van het strand omhoog leidt. Daarna blijven ze in de beschutting staan tot ze met een aardig groepje zijn en voldoende moed verzameld hebben (ze zijn zich degelijk bewust van de mensen).

Dan lopen ze voorzichtig tussen de mensen door naar hun nesten in het struikgewas. De jongen zijn ondertussen al gaan roepen en maken behoorlijk lawaai. Het is een uitermate indrukwekkende ervaring. Na de eerste golf gaan de meeste mensen weg. Met een ander stel blijven we nog staan wachten en inderdaad komt er nog een groep aan land. We gaan liggen en zien de kleine pinguïns tot op enkele decimeters van ons passeren.

Dinsdag 30 december

Na een heldere nacht worden we wakker met een mooie zon. We gaan voor de verandering eens een stadje bekijken en rijden naar het centrum van Dunedin. Het is een leuke plaats met een rustige sfeer. Het station is beroemd en inderdaad een zeer fraai gebouw. Na een kop koffie op een terrasje in de zon bezoeken we een hele grote supermarkt om wijn in te slaan voor thuis.
Dan op weg voor de laatste etappe: langs de kust richting Christchurch. We maken een uitstapje naar de Moeraki Bolders: grote, bijna volmaakt ronde rotsen op het strand met een diameter van ca. 2 meter. Het is een vreemd gezicht.

Daarna rijden we boven het plaatsje Moeraki naar een uitzichtspunt waar een broedplaats is van de Geeloog-pinguïn. Het is een mooie, afgelegen plek op een rotskust. Helaas mogen we niet verder omdat ze er nesten van zeldzame vogels gevonden hebben. We rijden terug naar het vissersplaatsje Moeraki. Dit is een ontzettend leuk plaatsje en we ontdekken een restaurantje met een terras direct naast de haven. Het bestaat pas een paar maanden en is fantastisch. Van buiten is het een eenvoudig houten gebouwtje, van binnen erg gezellig. De rookoven staat tussen het restaurantje en de haven en verser dan hier kun je de vis niet eten. Dit restaurantje (Fleur’s place) is zonder meer een omweg waard.

Na de maaltijd is het 5 uur en we hebben nog 300 km. te rijden. We maken nog een stop bij Omaru, bij een broedplaats van de Geeloog-pinguïn. Hier zien we 3 pinguïns uit de zee komen. Het is heel goed te zien, ook door het mooie weer en de heldere zee. We rijden tot ongeveer half tien door en vinden dan een motel dichtbij het vliegveld van Christchurch.

Woensdag 31 december
We komen tijdig op het vliegveld aan, waar de man van Wardhire al klaar staat om de camper in ontvangst te nemen. Het is een lange terugreis: Christchurch-Auckland-Kuala Lumpur-Amsterdam.


naar de homepage van Dory en Ed voor meer foto´s en informatie over Nieuw-Zeeland

 

 

 

 

 

Google