Nieuw Zeeland, informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag, info, foto's

Rotsen, robben en orchideeën

(tekst en foto's: Dory en Ed)

Noordereiland: Bay of islands, Coromandel

Bij binnenkomst in Nieuw-Zeeland is de controle heel streng: je mag absoluut geen voedsel of andere organische materialen meenemen. We moeten heel lang wachten bij de paspoort controle en de beambte stelt ons heel wat vragen. De man is echter uiterst vriendelijk en de sfeer is heel anders dan in Australië. Iedere gast die binnenkomt krijgt gratis koffie en thee.
Na een uitgebreide controle mogen we eindelijk het land in, maar eerst worden de zolen van Dory's schoenen schoongemaakt (er zit wat gras aan).

Op het vliegveld staat Trevor klaar, de man waarbij we de auto en de camper hebben gehuurd. Hij heeft 7 uur gereden om de auto op het vliegveld van Auckland af te leveren! Na een lastige rit door Auckland wordt het landschap al snel mooier en om 7 uur 's avonds komen we bij ons overnachtingsadres aan.

Vrijdag 28 november
De volgende ochtend verkennen we de omgeving en zien we de eerste Kauri-bomen, evenals de eerste wilde orchideeën (met bloempjes van 2 mm). Kauri-bomen zijn inheemse bomen die zeer oud en groot kunnen worden.

Daarna bezoeken we het Kauri-museum, wat zeer indrukwekkend en de moeite waard is. We kunnen hier ook de eerste natuurboeken kopen. Dat is hard nodig, want er is veel vreemds te zien. Vooral de bomen, varens en vogels zijn vreemd en in enorme verscheidenheid..

Tot onze verbazing zijn veel planten herkenbaar en zelfs bekend (Bitterling, Duizendguldenkruid, Brunel, Margrieten, etc.). Heel bijzonder zijn de boomvarens, varens op een stam die meer dan 20 meter hoog kunnen worden. Het weer is wisselvallig: een graad of 17 met af en toe een bui. Als de zon schijnt wordt het snel warm. Niet zo gek, want de zon staat hier net zo hoog als in Marokko. De mensen zijn erg aardig en informeel gekleed. Ed koopt schoenen in een schoenenwinkel en ziet alleen een 'toerist' op gympies, korte broek en hemd uit zijn broek. Dit blijkt de eigenaar/verkoper te zijn.

De rest van de vrijdag rijden we naar het noorden, naar de Bay of Islands. Onderweg komen we door Waipoua Forest, het grootste overgebleven Kauri-bos. Dat ziet er zo indrukwekkend uit dat we besluiten er nog terug te komen. Vrij laat komen we in de Bay of Islands aan, een subtropische baai met meer dan 100 eilandjes. We overnachten in een bijzonder huis van een Duitse kunstenaar: Thomas Lautenbach. Hij schildert uitsluitend Maori's, iets waar zowel de Maori's zelf als de andere Nieuw-Zeelanders in het begin moeite mee hadden. Hij heeft het schitterende huis zelf gebouwd en het ligt op een helling met uitzicht op de baai.

Zaterdag 29 november
We maken een 6 uur durende boottocht in de Bay of Islands. De catamaran gaat alle kleine inhammen in en we zien veel vogels: Jan van Genten, nestelende meeuwen, etc. Ondanks smeren blijken we 's avonds behoorlijk verbrand. Het weer is hier beter dan waar we eerst waren.

Zondag 30 november

We rijden terug naar het Kauri-bos. We maken een paar korte, maar mooie wandelingen. Het is een bos met veel verschillende bomen en (boom)varens. We zien 4 nieuwe orchideeënsoorten, waaronder de aparte greenhoods. Het bos heeft de kenmerken van een tropisch regenwoud, behalve de temperatuur: het is lekker wandelweer. We overnachten in een 'cabin' op een camping, met uitzicht op zandduinen van 100 m hoog. Het bed is niet slecht, maar we verlangen alweer naar het ontbijt bij Thomas en Beate.

Maandag 1 december
Maandagochtend rijden we terug naar de Bay of Islands (ca. 180 km) omdat we met dolfijnen willen zwemmen. Onderweg kiezen we kleine weggetjes en maken een mooie rit.
's Middags gaan we in een speciale boot de baai rond op zoek naar dolfijnen. Er zijn snorkels en wetsuits aan boord. Helaas: het weer is mooi, maar de dolfijnen worden niet gevonden. Het blijft bij een pinguïn en een Sunfish. We krijgen een deel van het geld terug en hopen de volgende keer op meer succes.

Dinsdag 2 december
We verlaten de Bay of Islands en trekken naar het zuiden. We bezoeken eerst de meest historische plaats van NZ: de Waitangi Treaty Grounds. Hier is de overeenkomst tussen de Maori’s en de Engelsen getekend, die nog steeds de basis vormt van de samenleving. Daarna maken we een wandeling over plankieren door een mangrove-bos. Hoewel het klimaat er niet naar is, heeft men hier echte mangrove-bossen die heel veel voorkomen in riviermondingen aan zee. We lunchen heerlijk in het Waikokopu café. We maken een lange rit naar het schiereiland Coromandel, dat onder Auckland ligt.

Woensdag 3 december
We maken een prachtige bergwandeling in het Coromandel Forest Park, vlakbij waar we slapen. Het is erg mooi en afwisselend: bossen, natte stukken, rotsen, watervallen, etc. We zien o.a 3 soorten Zonnedauw en Zonne-orchideeën. We lopen de Kauri-track, een pad waarover vroeger ossen en paarden de grote Kauri-bomen vervoerden. Dat lijkt nu onvoorstelbaar. Het weer is schitterend: tussen 20 en 25 graden en volop zon. We zweten wat af! We zullen ruim een week dit mooie weer houden.

Donderdag 4 december
‘s Morgens rijden we naar het plaatsje Miranda, waar we op de slikken veel waadvogels bekijken, o.a. een soort steltkluten. Het ligt er vol mooie schelpen.. Hier begint Dory’s Nieuw-Zeelandse schelpen-hobby (we komen met een stuk of 50 thuis). Coromandel staat bekend om zijn mineralen. We bezoeken daarom een mineralen-en gesteentenfabriek waar van alles te koop is voor redelijke prijzen. ‘s Middags maken we nog een schitterende rondrit over het schiereiland met mooie kusten en bijna bloeiende Pohutukawa-bomen.

De "Green Lipped Mussel" is uniek voor Nieuw-Zeeland. Hij heeft inderdaad een groene rand en de mossel zelf is vlezig, groot en lekker.De mosselen van Coromandel zijn beroemd en geliefd.
Daarom mag je er niet meer dan 50 per persoon rapen.



Noordereiland: Rotorua, Tongariro, omgeving Wellington

Vrijdag 5 december
Na een rit van 1,5 uur komen we in Whakatane aan, aan de Bay of Plenty. Helaas is het niet mogelijk die dag uit te varen, maar ze beloven ons terug te bellen voor de dag erop. Daarom gaan we vast naar onze volgende bestemming: Rotorua. Het middengedeelte van het noordereiland is een van de actiefste vulkanische gebieden ter wereld en daar is heel wat van te zien. Rond Rotorua ligt een aantal ‘thermische parken’ met diverse spectaculaire dingen. We gaan direct naar Whakarewarewa, een “Thermal Village” waar Maori’s wonen. Zij gebruiken de aardwarmte om te koken, wassen, baden, etc. Overal borrelt en bruist het en komt kokend water uit de grond. In het park is ook de grootste geiser van NZ: de Pohutu.

Ondertussen krijgen we een telefoontje dat we ook de volgende dag niet kunnen uitvaren, dus besluiten we in Rotorua te blijven. Een folder van het toeristenbureau brengt ons bij Gunther en Maria, die een prachtig huis hebben aan een meer in de omgeving. Gunther is arts en Maria verpleegster. Zij wonen hier 7 maanden en gaan dan 5 maanden naar Duitsland om geld te verdienen. Het huis is erg luxe: grote kamers, enorme badkamer met fitnessruimte, en gigantische veranda met uitzicht op het meer en een bubbelbad. We nemen een verkoelende duik in het meer.
(een aparte manier om Sinterklaas te vieren!)

Zaterdag 6 december
We bezoeken het thermale park Wai-o-Tapu. Het is zeer interessant: kokende modderpoelen, hete zwavelbronnen, groene en gele meertjes, overal is vulkanisme. De middag is gereserveerd voor een wandeling op de Rainbow-berg. Dit is ook een oude vulkaan wat aan de gekleurde rotsen te zien is. Dory vindt een zeldzame baard-orchidee die alleen hier voor komt. ‘s Avonds gaan we naar een Maori-dorp aan dezelfde weg, waar we o.a. een hangi-maaltijd krijgen. Hierbij wordt het eten in een kuil met hete stenen begraven en als het eten gaar is weer opgegraven.

Verder krijgen we een culturele voorstelling met de bekende 'haka': de oorlogsdans. In Roturua zelf, een vrij grote plaats, stinkt het voortdurend naar de zwavel. Zelfs op de plaatselijke golfbaan komt overal stoom uit de grond en Gunther vertelt dat er regelmatig tuinen ontploffen.

Zondag 7 december
In de buurt van ons overnachtingsadres ligt het Buried Village, een museum over een dorp dat hier in 1886 door een vulkaanuitbarsting werd bedolven.We maken hier een kleine wandeling. Daarna maken we een fascinerende rit door een aangelegd naaldbos, maar wel 60 km lang, waarbij we twee tegenliggers ontmoeten. De lucht is prachtig blauw.

We zoeken een orchideeënreservaat in de buurt van Taupo. Het kost moeite dat te vinden, het lukt pas na vragen aan een ‘ local’. Het reservaat is een onooglijk bosje Zwarte dennen, maar er groeien inderdaad veel orchideeën (allemaal aardorchideeën, net als in Europa). Als we doorrijden valt de avond al in. Er is zo’n prachtige avondzon dat we zo snel mogelijk een motel aan het Taupo-meer opzoeken om daar met een fles wijn aan het water van de zonsondergang te genieten.

Maandag 8 december
We maken een mooie rit naar het Tongariro nationaal park, met drie hoge en actieve vulkanen, waar ‘s winters op geskied kan worden (2600 m!). We willen graag de Tongariro crossing lopen, een van de mooiste dagwandelingen van NZ. We zien de vulkanen al uit de verte. Hier zijn de Mordor-opnamen gemaakt van de Lord of the Rings en dat is wel te zien. We maken aan het eind van de middag nog een mooie wandeling naar de Tanaki-watervallen. We slapen in een ‘chalet’ een berghut die van binnen erg stoffig is, maar wel met douche en toilet en uitzicht op de doom-berg.

Dinsdag 9 december
Helaas: het uitzicht is verdwenen! Het heeft de hele nacht geregend en er is nauwelijks zicht. Het water stroomt nog langs de hemel en de tocht gaat niet door. Een goede gelegenheid om de was te doen in het nabijgelegen hotel en de e-mail te lezen.

Woensdag 10 december
Het weer is nog onveranderd, dus we moeten de Tongariro crossing opgeven. We willen tenslotte door naar het zuiden. We kiezen wel de “ toeristische” route langs de Wanganui-rivier, de langste bevaarbare rivier van NZ. Je kunt hier fantastisch kanoën (o.a. tochten van 5 dagen), maar het water is nu te wild en te modderig. Toeristische route? Je komt echt geen mens tegen, je hebt de hele weg voor je zelf en er zijn schitterende kloven en bossen.
Richting Wellington stoppen we bij een strand om een luchtje te scheppen. Het is inmiddels droog. We hebben 20 km strand volledig voor ons zelf. We vinden ook hier prachtige schelpen waarvan we er heel wat meenemen. Na over het strand gelopen te hebben proberen we rond te wandelen door de duinen, maar dat valt tegen. Er is geen pad en we moeten dwars doorsteken door natte stukken en weiden. We worden tot aan de liezen nat. Na eindelijk op een landweg gekomen te zijn krijgen we een lift aangeboden in de laadbak van een Kiwi (Nieuw-Zeelander) die ons naar de auto brengt. De mensen zijn hier allemaal ontzettend vriendelijk. We vinden onderdak in een motel in Upper-Hut, een voorstad van Wellington.

Donderdag 11 december
Een gouden dag! De omgeving van Wellington is onverwacht mooi en we besluiten een rondrit te maken naar Cape Palliser, het meest zuid-oostelijke puntje van het noordereiland. Het weer is volledig omgeslagen en het is een warme, zonnige dag. De kustweg is fantastisch: ruig, met kliffen en bergen en uiteraard weer ontzettend leeg. Je hebt de weg voor jezelf. Er staat een hoge branding en er wordt gesurft.

Bij de Cape zit een kolonie pelsrobben, die we na enig zoeken ook vinden. We kunnen de dieren tot op enkele meters benaderen. Het zijn er tientallen, ook met jongen. Ook hier zijn we weer helemaal alleen, geen hekken, geen toegang, etc.: alleen maar natuur.

verder naar "Rotsen, robben en orchideeën" deel 2

 

 

 

 

 

Google