|
Australië, informatie over reizen en vakantie,
reisverhalen, reisverslagen, info, foto's
Bushwalking in de MacDonnell Ranges
(tekst en foto's: Tineke van Stipriaan)
Larapinta Trail
Tijdens mijn vakantie in Australië in augustus 1999, heb ik me bekwaamd
in 'bushwalking' in de MacDonnell Ranges. De meeste wandelingen heb ik
gemaakt met de gids Charlie Carter. Hij organiseert wandelingen langs
de Larapinta Trail, een 220 kilometer lang pad van Alice Springs naar
Mount Sonder. Tijdens mijn vakantie van vorig jaar , was ik dit pad op
het spoor gekomen.
Wat een fantastische uitvinding! Je draait aan een kraan en staat
pardoes onder heerlijk warm stromend water. Een douche! Dat is toch
echt genieten na drie dagen kliederen met een teiltje lauw water achter
een bosje.
Charlie heeft er voor gezorgd dat we op onze 6-daagse wandeltocht
een keer een echte douche kunnen nemen in Glen Helen Homestead, het
enige café-restaurant-hotel-tankstation in de MacDonnell Ranges.
|
 |
Het is nu donderdag en we zijn maandag begonnen met sectie 1 van de Larapinta
Trail, van Alice Springs Telegraph station naar Wallaby Gap.
Je bevindt je direct in de bush zodra je Alice verlaat. We lopen tussen
rode rotsen waar de wallabies zich warmen in de eerste zonnestralen. Boven
ons vliegen zwermen wouwen en Charlie bespeurt de eerste grey headed honey
eater. Het belooft een warme dag te worden, al is de wind behoorlijk fris.
De nachten zijn de laatste dagen erg koud, tegen het vriespunt. Hoe zal
dat komende nacht worden? We slapen buiten onder de sterrenhemel zonder
tent in een echte swag.
Wallaby Gap
De eerste dag is het pad goed begaanbaar. Geen geklauter, en toch staan
we op een gegeven moment op een prachtig uitkijkpunt. In de verte kunnen
we nog wat daken van Alice Springs zien schitteren in de zon en tegenover
ons aan de zuidkant van de vallei zien we de oranje rotswanden met het
afbrokkelende gruis oplichtend in de zon. (Tja, op het zuidelijk halfrond
draait de zon door het noorden.)
Charlie verteld ons veel over al de vogels die we kunnen zien, over de
bomen en de prachtige bloemen, veel acacia's met heerlijk geurende mimosa,
en over het ontstaan van de MacDonnell Ranges. Hij leert ons ook een aantal
woorden uit het Arrernte, de taal van de plaatselijke aboriginals. Het
belangrijkste: 'Mba!', 'Let's go!'
 |
|
Tegen 4 uur bereiken we ons eerste kampje in Wallaby Gap. Nicola, Charlie's
maatje heeft de trailer met onze spullen al gebracht. Eerst een biertje!
Dat is een verdiende afsluiting van deze eerste wandeling.
Het wordt snel heel erg koud. Charlie bereidt ons een verrukkelijke maaltijd
en opent er een flesje wijn bij. Met onze voeten bijna in het kampvuur
keuvelen Glen en Lib uit Brisbane, Charlie onze gids en ik wat over ons
dagelijks leven en we genieten van het knapperende vuur, het enige geluid
in ons kampje. Het is moeilijk om het vuur te verlaten en ons uit te kleden
voor de nacht, maar eenmaal in onze swags is het genieten van de rijke
sterrenhemel. Het is wel ontzettend koud aan mijn hoofd. Wie denkt er
ook aan om een muts mee te nemen. Iedereen dus, behalve ik.
Simpsons Gap
Rond 6 uur begint het licht te worden. Het is in de loop van de nacht
nog kouder geworden. Voor mij vanochtend geen teiltje water achter de
bosjes, ik schiet snel in mijn kleren. Vandaag deel twee van de eerste
sectie: Wallaby Gap naar Simpsons Gap. Gister liepen we over de noordflank
van de bergen. Steeds in de zon, door een vrij kaal landschap. Vandaag
lopen we langs de zuidflank. Een heel andere begroeiing omdat er meer
schaduw is. Maar de zon komt al snel over de rotsen en schijnt onbarmhartig
op ons neer. Aan het begin van de middag lopen we door de droge bedding
van een Roe Creek en we verlangen bijna naar de koude avond… Maar
daar zien we Simpsons Gap! Roe Creek heeft er 60 miljoen jaar over gedaan
om deze opening in de rotsen uit te slijten.
Tussen de steile, rode rotswanden bevindt zich een poel. Een 'permanent
waterhole', wat wil zeggen dat er zelfs bij grote droogte altijd water
in staat. In de MacDonnells bevinden zich zeven van deze 'waterholes',
allemaal van zeer grote betekenis voor de aboriginals.
Nicola heeft het busje en de trailer voor ons achtergelaten op een parkeerterreintje.
We rijden richting Standley Chasm voor ons kampje voor de komende twee
nachten. Ook een autorit door de MacDonnells is een prachtige belevenis.
Het landschap is als de regenboog: het warme rood-oranje zand, het zacht
gele spinifexgras, de groene bomen en struiken, de strakblauwe lucht en
daartussen de paars opdoemende heuvelruggen in de verte: indigo voor de
schaduwpartijen, violet daar waar de zon vrij spel heeft.
| 8 Kilometer voor Standley Chasm draait Charlie plotseling de berm
in en staan we voor een hek. Hij geeft mij de sleutel, ik open het
enorme hangslot en we bevinden ons op aboriginalterrein. Charlie heeft
speciaal toestemming gekregen om hier te mogen komen. Een drie kwartier
durend ritje op een 4WD pad. Soms is nauwelijks te zien waar dat pad
dan wel is, maar Charlie kent het hier als zijn broekzak. We hotsen-botsen
door rotsige rivierbeddingen, slippen door zandduinen en… hebben
een lekke band. |
 |
Dat is gelukkig snel gefikst, maar met toch wel wat angst in het hart
rijden we verder. De rit eindigt op een plekje bij weer zo'n waterhole.
'Fishole'. We kamperen op gepaste afstand van het water. Terwijl Charlie
de kookpotten tevoorschijn haalt, lopen wij naar het water. Betoverend.
Verstild nemen Glen, Lib en ik de sprookjesachtige sfeer van het glinsterende
water, de veelkleurige rotsen en de zilverwitte bomen in ons op. "We
hoeven natuurlijk niet perse morgen weer te lopen." Zeg ik. "We
kunnen ook hier blijven." "Ja," zegt Glen, "volgens
mij heb ik morgen even voor één dagje een verstuikte enkel…"
Standley Chasm
Maar ook de volgend morgen is het om half 8 weer "Mba!", en
we beginnen aan één van de mooiste wandelingen van deze
week. Eerst door een vallei met lage begroeiing, een paradijs voor vogels.
Vogels zijn zo mooi in Australië. Zo veelkleurig. Wat te denken van
de zwermen parkieten, regenboog bij-eters (de naam zegt het al), de splendid
wren, een elegant vogeltje in prachtige schakeringen blauw, de vele soorten
kaketoes en papegaaien. Of al die zebravinkjes die kwetterend de nabijheid
van water aankondigen.
Maar wat we vandaag ook zien is een adelaar. De 'wedge-tailed eagle'
Met een spanwijdte van 2 ½ meter is het de grootste roofvogel van
Australië. Majestueus cirkelt hij hoog boven ons. We klimmen langzaam
hoger en hoger en het uitzicht wordt steeds mooier. Op het hoogste punt,
1150 meter, kun je aan alle kanten tot aan de horizon kijken. Heerlijk.
Als ik geklommen heb, wil ik ook uitzicht!
De afdaling is spectaculair. Dit stuk van het pad wordt zelden gebruikt
en is helemaal overgroeid geraakt. Charlie heeft een snoeimes bij zich
en baant zich een weg door de palmen en struiken. Ik vraag me echt af
of we nog wel een pad volgen, maar waarachtig vinden we af en toe een
pijltje. We klauteren over enorme rotsblokken omgevallen boomstammen en
staan dan voor een muur. Maar er staat ook een pijltje bij: omhoog. Ik
zou het uit mezelf nooit gedaan hebben, maar er blijkt wel degelijk een
mogelijkheid om deze hindernis te nemen.
Charlie wijst ons de plaatsen waar je houvast kunt vinden en een paar
minuten later staan we allemaal veilig boven. Geen pad voor mensen met
hoogtevrees. Nog een paar kilometer worstelen, we schuifelen over een
boomstam die als brug dienst doet over een kloof, raken toch nog van het
pad, maar veel maakt dat niet uit en dan staan we toch echt in Standley
Chasm. Een zeer nauwe rotsspleet, deze keer zonder water. Charlie springt
op zijn motor (die hij een paar dagen geleden hier had gestald) om het
busje op te halen en wij vermaken ons met de haast tamme wallabies.
Red Bank Gorge
De andere dag is het "douche dag". We staan wat later op, en
vertrekken richting Glen Helen. In de verte doemt Mount Sonder op, ons
einddoel van deze 6-daagse tocht. Eerst nog wat logistieke problemen oplossen.
Charlie stalt zijn motor in de bush op een plek waar we morgen langskomen
en met het busje en de trailer gaan we verder om kamp te maken aan de
voet van Mt Sonder. Na het douchen bezichtigen we Glen Helen. Dit is de
diepste waterhole en hier begint de Finke rivier. In aboriginal "Lere
pinta", wat brak water betekent.
De enige wandeling van deze dag is naar Red Bank Gorge. De mooiste Gorge
die ik ken. De bedding ligt bezaaid met roze-paarse rotsen, de steile
wanden komen steeds dichter naar elkaar als je de waterhole nadert. We
zitten een uurtje op de rotsen naar de vogels te kijken, we zien zelfs
een kangaroe, determineren wat plantjes en zetten elkaar op de foto.
Het is inmiddels ook 's avonds en 's nachts heel aangenaam van temperatuur
en we kleumen niet meer dicht om het kampvuur. Charlie heeft zijn telescoop
opgesteld om ons de maan en de dubbelster in de staart van het Zuiderkruis
te laten zien. Die maan zo van dichtbij geeft me het gevoel of ik naar
de eerste Apollo landing zit te kijken. Die dubbelster is echt prachtig.
Met het blote oog geloof je niet dat het echt twee sterren zijn.
Coolibah tree
De wandeling van de volgens dag, van Ormiston Gorge naar Glen Helen is
eigenlijk wat saai. Heuvel op, heuvel af door het spinifexgras en de mellee
(lage bomen die niet één stam hebben, maar als een bundel
dikke takken uit de grond komen). Het aardigste is dat we Mt Sonder steeds
kunnen zien liggen, onze uitdaging voor morgen. Het culturele hoogtepunt
van deze dag is de coolibah tree waar we even onder rusten zoals in 'Waltzing
Matilda'. Een alternatief volkslied over een schapendief die misschien
wel een echte vrijheidsstrijder was. "Once a jolly swagman camped
by a billabong, under the shade of a Coolibah tree." Banjo Paterson.
Die nacht zie ik de wolken binnendrijven. Zullen we het droog houden
op Mt Sonder?
De laatste dag: het beklimmen van Mt Sonder. Er zijn wat wolken die
voor een adembenemende zonsopgang zorgen, maar ook de vrees opwekken
voor een natgeregend kamp, dus laden we alles in de trailer voor we
vertrekken. |
 |
Dit is wel even wat anders dan de afgelopen dagen. Geen zon, een dreigende
kans op een bui, in de verte zien we het regenen, en een heel straffe
wind die het ons op de schaars begroeide hellingen soms knap lastig maakt.
Maar het is ook heel prettig dat het niet zo warm is. Er is zoveel te
zien op Mt. Sonder. Blijkbaar valt hier nog wel eens een buitje want we
zien ontzettend veel prachtige bloemen en wandelen soms door een woud
van heerlijk geurende mimosa. Er zijn ook veel termietenheuvels. Prachtige
bouwwerken van een halve meter hoog, soms echte kasteeltjes vol met torentjes
en schietgaten. We vorderen snel en als we boven zijn: regen. Net als
vorig jaar op Uluru.
Door de regen is het uitzicht helaas wat minder spectaculair, geen zon
die de heuvelruggen geel of groen of oranje laat oplichten, maar toch
is het indrukwekkend. Naar het oosten strekken de heuvelruggen zich uit,
waar we de afgelopen dagen door gewandeld hebben. Je kunt nu ook heel
goed zien waar de Davenport Creek en de Ormiston Creek bij elkaar komen
en verder gaan als Finke rivier. In het westen zien we Mt Zeil. Met 1531
de hoogste top in de MacDonnells. In het zuiden ligt Gosse Bluff, een
krater van 4 km in doorsnee, die is ontstaan toen hier 130 miljoen jaar
geleden een komeet insloeg. In het noorden de uitgestrekte vlakte van
de 'mulga woodlands'. We staan "on top of the world!"
Als we terug gaan, lossen de wolken zich langzaam op en neemt de zon
weer stevig het heft in handen. Moe maar zeer voldaan komen we terug in
ons kampje voor de laatste nacht in ons miljoenen sterren hotel.
|