|
Australië, informatie over reizen en vakantie,
reisverhalen, reisverslagen, info, foto's
De Eastcoast
(tekst en foto's: Cees Geuzebroek)
Blue Mountains
Er hangen grote wolken boven de Sydney als we met het vliegtuig landen.
De koffers en de auto hebben we binnen het half uur, het is weer een grote,
een Ford Falcon, met 10.000 km op de teller. We gaan verder naar Penrith.
Hier hebben we via internet een hotel geboekt: het blijkt een Las Vegas-achtig
iets te zijn. Vanuit het hotel loop je zo de club in (we zijn automatisch
lid voor 1 dag) en kun je naar hartelust spelen op één van
de honderden machines. Leuk om te zien maar niet aan ons besteed.
We ontbijten met uitzicht op de Blue Mountains, het gebergte
dat als een wazig blauw gordijn de grens vormt tussen de dichtbevolkte
kust en het ruige binnenland. Dat blauwe komt door de zon die de
kleine druppels op de eucalyptusbladen oplicht. Om 9 uur starten
we met de Grand Circular Tourist Drive, een tour dwars door de Blue
Mountains. We lopen een uurtje bij de Princess Lookout waar je een
fantastisch uitzicht hebt met links een grote waterval en voor je
de ronde uitgesleten bergwanden met de bergen daar achter. Verderop
een stop bij Katoomba waar we eerst met de Scenic Railway 250 meter
naar beneden gaan en 450 meter lang, dwars door een natuurlijke
tunnel met een hellingpercentage van 52 %! Van hieruit ook weer
een fantastisch uitzicht over de Mountains en the Three Sisters
(en grote varens en prachtig gekleurde vogels). Daarna de Scenic
Skyway, een kabelbaan die 260 meter boven de grond een soortgelijk
uitzicht laat zien maar dan met de grote waterval erbij. Erg mooi
maar erg koud.
Bij Mount Wilson (een plaatsje met zeer dure huizen) bekijken we
de tuinen van Keith & Elisabeth Raines, allemaal bloemen (veel
rododendrons en pioenen) en vlinders. Erg mooi. |
 |
Sowieso is het hier mooi, heel anders dan de kale vlaktes van Alice Springs!
Overal groen, veel gras en bomen, jacaranda’s (ook hier) leuke optrekjes
langs de weg, lange wegen en weinig verkeer. De krekels hebben hier vrij
spel, soms maken ze echt een oorverdovend lawaai dat je zelfs in de auto
(met de radio aan) nog hoort!
Dwars door de bergen (overal borden met maximum km en het “soort”
bocht; gewoon, haarspeld of dubbel) rijden we naar Singleton, het begin
van de Hunter Valley, Australie’s 2e wijnstreek. Nog geen druiven
gezien maar we zijn in ieder geval uit de bergen. Langs de weg ligt een
dode kangaroe, zo’n beest is best groot als je die tegen je voorruit
krijgt. De streek waar we doorheen rijden doet erg landelijk aan, heel
weids, veel vee (boerderijen). af en toe een wijngaard en in de dorpjes
vindt je veel oude (al dan niet gerestaureerde) huizen, beetje Engelse
stijl, pastelkleuren.
Rond 11 uur stoppen we voor een uurtje zon, als ie schijnt is het gelijk
warm maar gelukkig is er ook af en toe een wolkje en vooral veel vogelgeschreeuw.
We nemen bij Willow Tree de toeristische route naar Tamworth omdat volgens
de boeken in dit gebied 12.000 ha zonnebloemen bloeien van december tot
maart. Nou is het over 5 dagen december, maar ik heb geen zonnebloem gezien.
Rond half 3 zijn we in Tamworth, de grootste countrystad van Australië.
Elk jaar in januari wordt hier het country festival van het jaar gehouden
en verdubbelt de bevolking schijnt het. Het staat nu al aangegeven dus
het zal wel zo zijn.
Op naar de kust!
Nog voor 9 uur verlaten we Tamworth. Veel wolken maar gelukkig af en toe
een zonnetje. Het is hier nog steeds ontzettend weids, er is een uitkijkpunt
in de vorm van een steile graniet-rots bij Moonbi waar je dat goed bekijken
kunt (onder oorverdovend geschreeuw van de krekels!).
We rijden door een paar Nationale Parken die deels in de bergen liggen.
Hier regent het dus pas echt, het stopt pas wanneer wij bij Dorrigo zijn.
Uit de bergen in de zon. Dit is het deel van Australië waar ze regenwouden
hebben, hoge bomen, veel varens en vooral veel groen. Even verderop beginnen
zelfs de bananenplantages, dat verwacht je hier niet echt maar er zijn
er genoeg (de bananen kosten hier dus ook bijna niets). We zijn weer terug
bij de kust. Coffs Harbour is de eerste plaats die we tegenkomen, vol
met hotels, motels, grote schreeuwende reclameborden, alles voor fishing
en surfing, echt een grote badplaats. Er zijn hier verschillende stranden,
wit zand, groene duinen, soms keien en een blauw groene zee met veel hoge
golven met witte koppen. Fantastisch gezicht!
We rijden nog even verder en in Woolgoolga (Woopy in de volksmond) nemen
we een kamer in het Ocean Beach Motor Inn. We lopen een stuk langs het
strand, bijna geen mens te zien, wel veel grote stukken zeewier (met wortels
van wel 2 cm doorsnee en wel een meter lang) en Gambia krabbetjes. Heerlijk
even uitwaaien.
We halen iets te drinken in de drive-thru liquorstore, een McDrive maar
dan voor bier, wijn en (fris)drank. Niet te geloven, je rijdt er met je
auto naar binnen, er komt iemand aan je raam vragen wat je wilt hebben
en even later wordt het keurig gebracht. We kiezen de toeristische route
naar Ballina. Eerst komen we door Grafton, dé jacaranda-stad waar
elk jaar in oktober het Jacaranda-festival gehouden wordt. Helaas zijn
ze nu bijna allemaal al uitgebloeid. Ook hier weer de koloniale huizen.
Verder langs de brede Clarence-rivier naar Lawrence waar we (gratis) over
de rivier gaan met een pontje. Hier ontzettend veel suikerrietvelden en
boerderijen.
Byron Bay
In Angoura gaan we een uurtje op het strand liggen, verder niemand te
zien alleen verderop een stuk of wat beach boys die op de golven aan het
surfen zijn. Ze kunnen het in ieder geval wel!
We rijden verder langs de kust, overal kleine, spierwitte stranden, hoge
golven en blauwgroene zee. Eindstation vandaag is Byron Bay, hier vind
je het meest oostelijk gelegen punt van Australië. Gemarkeerd met
een spierwitte vuurtoren uit 1901, woeste golven en steile rotsen is het
een fantastisch punt. We dalen af naar het laagste punt waar je kunt komen
(de eagle glijdt rustig verder), het is even zweten maar dan sta je ook
wel op het most Easterly Point.
Byron Bay zelf is een heel grappig plaatsje, veel toeristen, voornamelijk
backpackers; ze zien er soms niet uit, allemaal piercings, tattoo’s
en het liefst van het reggae-haar wat er uit ziet alsof ze het al maanden
niet gewassen hebben. Ook hier veel Indische en Oosterse invloeden, wierook,
henna-tattoo’s, kleding, tarotkaaren, het is er allemaal volop.
De man het van hotel vertelde ons dat we beslist even bij het Beach Hotel
moeten kijken; de eigenaar ervan is de man die Crocodile Dundee speelde
in die films. Geen woord te veel gezegd, heerlijk om daar even rond te
hangen, een groot samenzijn van allerlei “soorten” mensen,
zo van 17 tot 50 jaar, zien er over het algemeen niet uit, erg grappig
om te aanschouwen.
Na een weer lekker zelfgemaakt ontbijtje verlaten we Byron Bay en gaan
op weg naar de Gold Coast. Helaas is het bewolkt en regent het zelfs af
en toe dus gaan we niet langs de kust maar wat landinwaarts en rijden
zo via een prachtige weg dwars door bergen met ontzettend veel groen,
steile heuvels, miniplaatsjes etc. naar Springbrook National Park. Een
mooi park met allemaal lookouts (zelfs vanaf hier zicht op de kustlijn
en de wolkenkrabbers van de Gold Coast), veel ingewikkelde vogelgeluiden,
watervallen en kleine kangaroe’s! Ze zijn wel wat schichtig en duiken
zo weer de kant in maar we hebben ze wel gezien. Wat opvalt hier in Australië
is dat er bijna nergens vuilnisbakken staan, overal hangen bordjes met
neem je eigen afval mee; blijkbaar werkt dat hier toch wel want het is
overal best schoon.
Surfers Paradise
| Uit het park rijden we via Coollongatta weer naar de kust. We zitten
nu in Queensland, hier is het een uur vroeger (gek wordt je ervan,
al die tijdsverschillen, nu 9 uur verschil met Nederland). Hier weer
die mooie, witte stranden. We naderen nu de Gold Coast, hét
vakantieparadijs en goed voor 3 miljoen bezoekers per jaar en dus
overal hotels, restaurants etc. Zo’n 30 kilometer aaneengeregen
toerisme, vol met lichtreclames en schreeuwende borden. We slapen
vandaag in Surfers Paradise, een waar surfparadijs volgens de boekjes.
Het heeft wel wat, veel wolkenkrabbers (alleen maar hotels en appartementen,
geen kantoren), winkelstraten en -centra, overal mensen (heel veel
Japanners), kortom de ideale plek. |
 |
We pikken nog een uurtje zon (het is weer blauw geworden) op de hoofdbeach
waar de muziek luid uit de speakers schalt. Onderwijl een fantastische
zonsondergang (helemaal geeloranje) en dan een echte late thunderstorm.
Ze riepen het vanmorgen al op het nieuws bij Tracy en Rosco maar dit is
dus een echte. Stromende regen, donkere wolken (weg horizon) en knallende
bliksemschichten. Great! Toch gaan we op een gegeven moment maar naar
buiten, het is nog wel niet helemaal droog maar er zijn hier veel schuilluifels
dus (s)hoppen we van de ene naar de andere.
In Surfers Paradise is het dit weekend schoolies-party; overal op straat
vind je honderden 17-jarigen, net klaar met Highschool, een grote meiden-
en jongensmarkt, de één heeft nog minder aan dan de ander.
Op het strand en op straat spelen diverse bandjes, er is overal politie
en security (geen drank op straat en op het strand), de ambulances staan
al klaar maar het is allemaal heel gemoedelijk. Terug op de kamer begint
het vuurwerk alleen komt het meeste niet boven de hoge flats uit.
Na een (eerste) buitenontbijtje rijden we voor 9 uur Surfers
Paradise uit richting Brisbane. Overal zijn ze hier aan de weg bezig,
we rijden op de Pacific Highway nr. 1, maar steeds moeten we er
een stukje af, omdat ze aan het werk zijn (niet op zondag) en het
ene viaduct na het andere wordt neergezet in het kader van upgrading
the Pacific.
Na een klein uurtje zijn we in Brisbane en stoppen de auto ergens
in een parkeergarage; schoenen aan en lopen maar. Veel winkels open,
ook hier weer veel (ondergrondse) winkelcentra en al redelijk wat
publiek. |
 |
Lone Pine Koala Sanctuary
We gaan dan aan boord van de City Cat, een snelle catamaran ferry, die
de Brisbane rivier op en neer gaat, onderwijl flink wat keren stopt (soort
hop on hop off). De zon schijnt, we zitten lekker buiten op het achterdek,
Brisbane schiet links en rechts aan ons voorbij en we worden na 2 uur
keurig weer afgezet. Mooi systeem. Brisbane zelf is qua oppervlakte de
grootste stad van Australië en qua inwonertal de 3e (1,4 miljoen).
Langs de rivier veel (dure) huizen, ook complexen neergezet voor de oude
wolpakhuizen etc. Terug aan wal gaan we op zoek naar de bus naar de Lone
Pine Koala Sanctuary, een koalaberen en kangaroo-dierentuin. Het is een
kleine dierentuin met maar een paar soorten; wombats, een soort hamsters
op varkensgrootte (niets aan in het echt, de pluchen exemplaren zijn veel
leuker!), small crocodiles (net hagedissen), vogels (ook die grijze met
rode kop -galat- die we in Alice Springs zagen) en natuurlijk koala’s
en kangaroes.
De koala’s zijn nachtdieren dus er is weinig activiteit.
De helft hangt/ ligt te slapen tegen een tak aan en de andere helft
is aan het eten (eucalyptusbladeren). Ze zijn heel zacht, net een
kortpolig tapijtje, maar ze kijken soms een beetje bozig. Er zijn
er een paar die echt heel lief slapen, de anderen zijn een beetje
raar. Soms hebben ze ook lichte vlekken en zien er dus heel anders
uit dan op alle plaatjes.
Door naar de kangaroes. Deze bruisen ook niet van de activiteit.
Ze hebben heel korte voorpoten en als ze op hun voor- en achterpoten
zitten, ziet het er niet uit. Bovendien gingen ze helemaal niet
hippen, dus ook dat hadden we gauw gezien. We lopen nog even langs
de koala’s; ze maken trouwens vieze geluiden, net of ze continue
aan het boeren zijn. Vlakbij de uitgang hangen de vleermuizen hun
dagslaapje te doen. Echt gore beesten, heel klein hoofd, groot lijf
en Batman-vleugels, die ze om zich heen hebben geslagen, zodat het
net lijkt of ze een cocon zijn. Maar er zijn er een paar die zich
uitrekken (of zo), echt goor, weg wezen dus.
|
 |
We besluiten om de eerste bus terug te nemen en ons hele bezoek aan Lone
Pine duurde dus 3 kwartier. We verlaten Brisbane maar al met al duurt
het nog bijna een uur voordat we echt buiten de stadsgrenzen zijn. We
slapen in Caloundra, een plaatsje aan het begin van Sunshine Coast. In
Caloundra lijkt het wel uitgestorven, wel overal winkeltjes en eettenten,
maar het merendeel is dicht.
Na een heerlijk raisen/ cinnamon-toast ontbijtje gaan we op weg
naar the Big Pine-apple, een plantage met o.a. ananas en macademia’s
maar ook koala’s (waar heb ik die meer gezien) en kangaroes.
Hoewel commercieel opgezet, is het heel leuk.
We gaan met een treintje langs de verschillende soorten vruchten
(avocado’s, appels etc.) en krijgen uitleg over de ananas.
De top van een vrucht draai je eraf, laat dat 3-4 weken drogen (anders
gaat de plant later rotten) en stopt dit in de grond.
Het is een langzame groeier; pas na 18 maanden komt er één
vrucht aan (soort Bromelia –groei). Dat is de hele oogst.
Het duurt ruim een jaar voor er weer vruchten komen, dan zijn het
er 2 of 3 maar deze zijn maar 70 % van de grootte van de eerste
vrucht.
Je kunt nog op de derde oogst wachten, maar dan krijg je nòg
kleinere vruchten van slechts 20 % in vergelijking met de eerste.
Dus wordt de plant vernietigd na de tweede keer.
|
 |
Als laatste gaan we met de Nutshell-train voor de macademia tour. Hier
laten ze je zien hoe die noten groeien (hardste schil!), hoe ze geoogst
worden (ze vallen vanzelf van de boom en hoeven er alleen maar met een
grote rolstofzuiger overheen te rijden om ze zo van de grond te rapen)
en uiteindelijk in de fabriek gekraakt en uitgezocht worden. Van de 9
soorten zijn er maar 2 eetbaar. Slechts 1 werd als noot verkocht, de andere
is gelig en wordt verwerkt in allerlei producten. Hoop geleerd weer vandaag!
Even verderop stoppen we bij de Ginger Factory, de grootste gember verwerkende
fabriek ter wereld. Ook hier weer een heel circus om heen gebouwd. Wij
kijken even een video over het zaaien, groeien en oogsten van de gemberwortels
en lopen even de fabriek binnen. Net als bij de Smiths (aardappellijn)
wordt het gewassen, gesorteerd etc. Verderop staan de grote tanks met
verse gember. Hierin worden ze gekookt en wordt er siroop aan toegevoegd;
afhankelijk van wat het eindproduct is, wordt er meer (gesuikerde gember)
of minder siroop (gewone bolletjes) aan toegevoegd en varieert de kleur
zowaar.
Fraser Island
We rijden verder langs de kust, ook hier weer erg mooie stranden en veel
dure huizen. We worden alleen achtervolgd door een paar boze wolken die
af en toe een vreselijke (korte) bui produceren, dus onze lunch- en zonnestop
duren slechts 5 minuten. We proberen de wolken voor te blijven door verder
te rijden maar dat lukt maar half. Eindstation vandaag is Hervey Bay,
een plaatsje aan de gelijknamige baai, die uitkijkt op de linkeroever
van Fraser Island, het grootste zandeiland ter wereld. We boeken een tour
daar naar toe voor morgen (hele dag). Helaas was het fly en drive yourself
arrangement al vol en dus gaan we met nog 6 anderen in één
4x4 bus. We’ll see!
Ontbijt wordt gebracht; toch een perfect systeem. Als zo’n
motel zelf geen restaurant heeft, kan je op een lijstje invullen
wat je wilt hebben en hoe laat en dan komen ze het brengen. Om 8
uur worden we opgehaald voor onze “exclusive” daytour.
Met in totaal 11 mensen gaan we met een ferry naar Fraser Island,
het grootste zandeiland ter wereld van 125 bij 15 km. Daar stappen
we in een luxe 4x4wheel drive busje en gaan het eiland verkennen.
Hoewel het dus een grote zandbak is, is er veel bos en zelfs een
deel regenwoud. We lopen daar een stukje doorheen en onze gids vertelt
precies welke bomen, varens (bladeren maximaal 5 meter!) etc. groeien.
Wel interessant (blauw vruchtje en groene eikels –curry pine).
Het hobbelt flink, maar zodra we op het strand zijn gaat het beter,
met maximaal 80 km per/ uur! Een fantastisch breed wit strand aan
de Pacific Oceaan (niet zwemmen in verband met de stroming en haaien).
Gelukkig is het mooi weer vandaag en met die blauwe lucht is het
compleet. Geen mensen, alleen wat collega- auto’s Er zijn
een paar meren op het eiland met alleen maar vers water, je kunt
het dus zo drinken. En zelfs een paar huizen en 2 hotels. |
 |
We maken ook nog een vliegtochtje, met zo’n kleintje waar ik zelf
nog eens in gevlogen heb, boven de noordelijke punt van het eiland. Je
ziet zo goed de witte zandvlakten en de toppen van de bomen lijken net
broccoli! Heel grappig, de foto zal alleen wel bewogen zijn want we gingen
aardig op en neer. We stijgen en landen vanaf het strand; dit is één
van de twee plekken in de wereld, waar het legaal mag, volgens de gids.
Schildpadden bij Mon Repos
Na het ontbijt rijden we in bijna 2 uur naar Mon Repos, vlakbij Bundaberg.
Hier komen ’s avonds de schildpadden het strand op om eieren te
leggen. Nou dat willen we wel eens zien! Helaas is nu alles gesloten en
dus rijden we door naar Kelly Beach in Bargara. Fantastisch strand, harde
wind dus veel golven, blauwe lucht, perfect om een uurtje door te brengen.
We besluiten hier maar te blijven en nemen een appartement bij Don Pancho
(die van de stierenreclame langs de weg). ’s Middags rijden we naar
de Bundaberg rum-fabriek, want ook hier zijn weer veel sugar-cane fields,
alleen gebruiken ze het hier ook om rum te maken.
Daarna verrekken we naar Mon Repos. Het is vanavond volle maan,
dus moeten we ze kunnen zien. Er is een hele tentoonstelling ingericht,
zodat we alvast een idee krijgen wat we zouden kunnen gaan zien.
Er kunnen 70 mensen in een groep. We gaan naar het strand, want
in de duinen zit een flathead schildpad. Deze soort komt alleen
hier aan de kust van Australië voor.
We gaan aan de achterkant om hem heen zitten en zien dus perfect
hoe hij (lees zij) met z’n achterpoten een gat graaft, handbreed
en zo’n 60 cm diep. |
 |
Even later begint het eieren leggen, zo’n 50 stuks en zo groot
als een biljartbal. Gaaf gezicht hoor! Al met al duurt het gat graven
en leggen ongeveer 1 uur; daarna gooit ie het gat dicht en loopt weer
naar zee. Dit duurt zo’n 3 kwartier.
Er zijn een paar researchers bij die alles opmeten en -schrijven (94
cm schild, 87 kg zwaar) en zelfs de eieren weer opgraven om er 10 te onderzoeken
en dan weer terug te stoppen. Omdat deze soort niet zo vaak voorkomt,
moet ie nog even gewogen worden, op de terugweg wordt ie op zijn rug gegooid
en aan de poten gebonden en dan door 2 searchers gewogen!!! Je ziet nog
dat ie een pootje uit het water opsteekt (doeg!). Wanneer we eindelijk
(duurt wel lang allemaal met die wetenschappers) teruglopen, komt er een
ander net uit zee lopen en mogen we ons niet verroeren (anders gaat die
ook weer terug). Wordt het al met al toch nog een latertje, maar het was
wel de moeite waard! Per seizoen (november- januari) leggen ze een paar
keer eieren, duurt dan ongeveer 8 weken voor ze uitkomen. Van alle 1000
kleintjes die er geboren worden, overleeft er uiteindelijk maar eentje
tot volwassen schildpad. De rest wordt opgegeten!
Het is een lange vrij saaie weg, omhoog naar Gladstone. Halverwege bij
Tannum Sands gaan we een uurtje zonnen. Echt bloedheet, zelfs het water
is warm. Zweten dus! Verder naar Rockhampton. Hier loopt de Steenbokskeerkring/
Tropic of Capricorn, de 23e breedte graad. Puur denkbeeldig want behalve
dat er straten, winkels en motels naar vernoemd zijn, merk je er niets
van. Via de Bruce Highway (nog steeds erg saai, afgezien van een enkele
benzinepomp, niets, niets en niets) verder naar het noorden. Na 650 km
(!) komen we in Sarina, het eerste knappe dorp, na 200 km niets.
Great Barrier Reef
Nog zo’n 775 km naar Cairns en nog zo’n week te gaan, dus
prima op schema. We rijden naar Mackay, maar de in beslag genomen jonken
van de illegaal vissende Taiwanesen hebben ze zo goed verstopt dat wij
ze niet kunnen vinden en dus gaan we gewoon weer verder rijden. Inmiddels
wel al 25 graden (9.30 uur)! Wanneer we bij Airlie Beach de zee weer zien,
is hij echt blauw-groen van kleur, fantastisch. Hier is ook het Marine
National Park ofwel het Great Barrier Reef. We gaan op het eerste het
beste strand liggen zweten en zijn blij met elk zuchtje wind! In Airlie
Beach boeken we een appartement, groot, met balkon en zicht op diezelfde
blauwgroene zee, perfect dus. Voor morgen boeken we alvast een dagtripje
op een zeilboot naar het Hayman eiland (snorkelen!) en rijden nog even
naar Shute Harbour, waar al die boten vertrekken. Daarna gaan we nog even
een uurtje op het strand liggen. Waar alle andere mensen uit het best
drukke dorp zijn, weet ik niet, maar in ieder geval niet op het strand.
Wel een leuk sfeertje hangt er in het dorp.
| Wij gaan vandaag de hele dag het Great Barrier Reef op! Om 8.15
uur worden we opgepikt en met zo’n 25 man rijden we naar Shute
Harbour. “Onze” boot is een 24 meter lang zeiljacht, een
ex-winnaar van de Challenge-cup (schijnt wel iets groots te zijn).
Het is stralend weer, de zee schitterend blauw, klein windje erbij,
fantastisch (alleen is er te weinig wind om te zeilen, dus varen we
op de motor de haven uit)! Dit deel van het Great Barrier Reef heet
de Whitsundays, een groep eilanden waarvan er slechts 7 bewoond zijn.
We varen in 2 uur naar Blue Pearl Bay bij Hayman Island en gaan er
met een dinky (rubberboot) van boord om te snorkelen. |
 |
Veel koraal en vissen, alleen niet zoveel en kleurrijk als in Eilat
en het water is wat troebel, door de “afscheiding” van het
koraal bij deze hoge temperaturen. Het strand ligt bezaaid met afgebroken
stukken koraal en dat geeft een heel apart geluid als je er overheen loopt.
Terug op de boot staat er een lekkere lunch voor ons klaar, gaan we nog
even zwemmen en zonnen, maar gezeild wordt er vandaag echt niet, wel zien
we in de verte een dolfijn. Al met al zijn we rond half 5 weer terug in
Airlie Beach.
Vroeg op, vroeg weg. Om 8 uur rijden we richting Townsville. Onderweg
nog steeds veel suikerrietvelden en kilometers sugarcane railways crossings.
Waar we nu doorheen rijden, wordt er veel afgebrand om de ondergroei/
onkruid weg te halen dus veel rookpluimen aan de horizon. Ook veel kleine
dode skippys langs de weg. Townsville is een leuk stadje om te zien. We
rijden Castle Hill op, een 300 meter hoge heuvel van waar af je een perfect
uitzicht hebt over de hele stad. Weer verder richting Ingham; ergens halverwege
gaan we van de weg af en bij Balgal Beach een uurtje op het verlaten strand
liggen. Dit is een waar paradijs voor schelpen zoekers! Heel veel en heel
aparte (ook stukken koraal, maar dat ziet er net uit als beton).
De breedste watervallen zien we helaas niet; de weg naar de Wallaman
falls is 42 km lang, waarvan we er zo’n 30 redden, maar daarna wordt
de weg echt te slecht en van meneer Hertz mogen we niet op onverharde
wegen rijden. We waren al in overtreding maar dat laatste stukje is net
even te gek. Helaas. Het zoeken van een slaapplaats wordt wat problematisch;
in Ingham zelf zien we niet zo gauw wat, dus rijden we door naar Halifax.
Daar is echt helemaal niets en proberen dan 18 km verder Forrest Beach.
Op een caravanpark na is dat ook uitgestorven. Cadwell is weer 50 km naar
het noorden, dus besluiten we om terug te keren naar Ingham en daar nog
eens goed te kijken. Uiteindelijk komen we in het Lees Hotel terecht,
in de jaren 50 ongetwijfeld een first class hotel geweest (volgens de
affiches), nu ietwat gedateerd, geen telefoon, koelkast of radio, maar
wel een balkon en een extra slaapkamer (6 bedden totaal). Ruimte genoeg.
Alles is verder dicht in dit dorp, alleen de 6 (!) drive-thru’s
zijn open.
Naar Cairns over de Bruce Highway nr. 1
| Eerst een stukje van de Bruce Highway nr. 1 en dan een heel mooie
weg dwars door de suikerrietvelden en bananenplantages, met onderweg
een aantal passerende sugarcane-trains. Al de hele week komen we railway-crossings
tegen, maar geen trein te bekennen en nu dus wel. Het zijn eigenlijk
niet meer dan karretjes, voorgetrokken door een speelgoed locomotief.
De rails liggen ook maar zo’n 75 cm van elkaar en gaan kris-kras
overal door heen, om de paar honderd meter kom je een “overweg”
tegen. We rijden verder bij Innisfail het Wooroonooran NP in. Regenwoud
en watervallen volop. |
 |
Dan maar even zonnen bij Eacham Lake (gelukkig is er af en toe een wolk)
en zelfs even zwemmen in dit kratermeer en niemand om je heen! Prachtig!
Ook rijden we naar de Cathedral Fig Tree, een boom van 50 meter hoog en
43 meter breed, met allemaal wortels die aan elkaar zitten. Naar boven
toe groeien ze weer naar elkaar toe als bogen (net als de daken van de
kathedralen, vandaar). Via een echte zigzag bergweg komen we in Cairns,
het eigenlijke einddoel van de trip.
Even de stad in voor het boeken van een reefcruise voor morgen (schijnt
hier mooier te zijn dan bij de Whitsundays) en voor overmorgen een combinatie
Railway en Skytrain naar Kuranda. Dan boodschappen doen voor in onze suite
en dan op het balkon uitpuffen van deze wederom zeer vermoeiende dag.
Op de boulevard is het ’s avonds best wel druk, veel lowbudget eet-
en drinktentjes. Er zijn een paar winkelcentra die nog open zijn en een
groot casino hotel en het is nog steeds erg warm.
Na het balkon ontbijt worden we om half 9 opgehaald voor onze Reef Cruise.
Met een vrij grote catamaran gaan we met een stuk of 50 mensen 30 mile
de ocean op. Na zo’n anderhalf uur varen zijn we bij het Outer Reef,
een deel aan de buitenkant van het Great Barrier Reef, waar veel te zien
is. We blijven in totaal iets van 5 uur midden op zee liggen en met trappetjes
kun je van de boot af. Wij gaan snorkelen, maar er zijn er veel die gaan
duiken. Het is hier echt vreselijk mooi, overal om je heen is het koraal,
in allerlei vormen en kleuren (groen, geel, blauw, paars) en er zijn veel
vissen, ook in allerlei vormen en kleuren. Tussen de middag is er een
lunch en daarna gaan we met de glassbottomboot een half uurtje varen.
Ook hier weer schitterend uitzicht, hele scholen gaan onderlangs, dat
zag je eigenlijk niet toen we zelf in het water lagen. We hebben niet
echt veel zin om nog een keer te gaan snorkelen, dus heerlijk boven op
het dek een beetje in de zon, beetje in de schaduw; zo komen wij de dag
wel door!
Op naar het Freshwater Station. Van hieraf vertrekt een historische
trein voor een tocht van 34 km naar Kuranda. Dwars door het regenwoud,
over smalle bruggetjes en door 15 kleine tunnels, allemaal met de
hand aangelegd ruim 100 jaar geleden. Erg mooi onderweg, doet een
beetje denken aan die treinreis door Brazilië. De rit begint
op sealevel en komt uiteindelijk uit op 365 meter hoogte.
In Kuranda lopen we even de markt over en gaan dan met de Skyrail
weer terug, Deze kabelbaan is totaal 7,5 km lang, heeft 2 stops
onderweg en gaat boven de bomen langs. Hoe hoog weet ik niet maar
je kunt heel goed zien dat er varens groeien uit de boomtoppen.
|
 |
Eindpunt is wel vlakbij Cairns, maar we moeten met de shuttlebus terug
weer bij de auto komen. Dan zoeken we de Highway weer op en rijden richting
Port Douglas. Hoewel het bewolkt is, is het wel ontzettend warm en dus
gaan we even een strandje opzoeken. De weg gaat echt al slingerend vlak
langs de kust, de Cook Highway. Echt een heel mooie weg, kronkelt dwars
overal door heen en steeds weer de oceaan aan je rechterhand. We “doen”
vanmiddag ook nog even Hartley’s Creek, een krokodillenfarm. Hier
zien we een show van Dave, die een heel verhaal vertelt over de krokodillen
in het algemeen; leggen ook eieren, eten/ doen een aantal maanden per
jaar niets, omdat ze pas actief worden bij een bepaalde temperatuur (soort
winterslaap), wat je niet moet doen als je gaat kamperen bij een creek
etc. Wel leuk en doet ook wat trucjes met ‘m; de zogenaamde death
roll (rolt om en om) en de head shake; schudt met zijn hoofd terwijl hij
op iets aan het bijten is, wat Dave dan weer met een stuk touw vasthoudt).
We lopen nog wat rond, ook hier koala’s en kangaroes maar die kennen
we al, dus rijden we weer verder.
| Port Douglas zelf is een beetje mondaine plek, veel resorts, golfbanen
etc. Wij nemen een appartement met uitzicht op de oceaan. In Mossman
- zo’n 20 km boven Port Douglas - maken we een fantastische
wandeling door het regenwoud. Het zijn tropische temperaturen, we
lopen door het tropische regenwoud en krijgen bovendien een tropische
regenbui op de koop toe! Heel veel van de fig trees met zwemvlies
wortels en bomen met de wortels van allerlei andere bomen eromheen
gedrapeerd. Veel grote varens, alles frisgroen van het vocht, prachtig
gewoon. |
 |
We hebben 4310 kilometer gereden, gerekend vanaf Sydney, aardig eindje!
|