|
Australië, informatie over reizen en vakantie,
reisverhalen, reisverslagen, info, foto's
Van Adelaïde
naar Ayers Rock
(tekst en foto's: Cees Geuzebroek)
The Ghan trein
5.40 uur: this is your wake-up call! Snel een kop koffie in de lounge
en dan met de Airport Express naar het vliegveld. Met een half uur vertraging
vertrekken we even voor 9 uur richting Adelaïde. Nog geen 2 uur vliegen
(met ontbijt) maar het vliegtuig zit helemaal vol. Blijkbaar is vliegen
heel normaal voor de Aussies.
We zitten in Adelaïde in een andere tijdzone, het is hier
een half uur vroeger dan in Sydney. In no time hebben we de koffers
en een taxi en zijn we op weg naar Keswick, het vertrekpunt van
the Ghan, de trein die ons naar het midden van het land moet brengen.
We zijn veel te vroeg en besluiten om de stad in te gaan, een klein
half uurtje lopen vanaf het station (wel eerst de bagage ingecheckt).
Adelaïde is ook weer zo’n mengeling van mooie oude gebouwen
waar de wolkenkrabbers tussen gezet zijn. Het is hier mooi weer,
blauwe lucht, partly cloudy en iets van 20 graden. |
 |
Wel lopen wat door de grote, brede straten (hier hebben ze de breedste
straten van heel Australië), het geheel doet heel relaxed aan alleen
zo rond 12 uur komen er heel wat mensen en masse de straat op, lunchtime!
Wij ook, ergens op een plein midden in de stad, baguette met kip en een
(gratis!) glas melk. De trein vertrekt om 3 uur, het is een heel lange
trein met allemaal aluminiumkleurige stalen wagens en ruime verstelbare
stoelen.
Anderhalf uur later: Langzamerhand verdween Adelaïde en maakte plaats
voor het grote niets. Dor grasland met af en toe een paar bomen, een boerderij
met vee of een klein dorpje, dan weer kilometers niets. Als (àls)
er een weg is en er rijdt een auto overheen, is het een grote stofwolk
(zal wat zijn als je achter deze trein rijdt). Muziekje op de achtergrond,
achter ons de buffettrein voor eten en drinken, moet lukken. De zon schijnt
nog steeds volop aan onze kant en het landschap is nog steeds dor met
af en toe wat bomen, huizen en vee.
Rond 8 uur gaat de zon onder (we zijn inmiddels bij Port Augusta) en
tovert een geeloranje lucht boven het oneindige landschap. Er wordt een
flauwe dansfilm vertoond en dan proberen we wat te slapen. Achter ons
zit een Nederlands meisje die contact heeft gemaakt met een andere “wereldreiziger”
en daarnaast 2 oude mannen die alleen maar bier drinken. Het toilet is
heel ingenieus bedacht: een uit de muur te trekken wc en dito wasbakje.
Als je het dan weer terugklapt na gebruik, gooit ie zo alles (letterlijk)
tussen de rails.
Redelijk geslapen, weliswaar met schoenen en jas aan en een grote handdoek
over me heengeslagen want het was erg koud en die dikke Amerikaan lag
vreselijk te snurken maar verder ging het wel. Rond 6 uur weer wakker,
net op tijd voor de zonsopgang. Eigenlijk een copie van gisteravond, diezelfde
geeloranje gloed. De omgeving is nog steeds niet wezenlijk veranderd,
het aantal huizen is alleen gereduceerd tot nul denk ik.
De zon is weer is gaan schijnen. Er gebeurt vrij weinig, iedereen zit
een beetje duf uit het raam te kijken of loopt wat heen en weer. Hier
wel de eerste kangaroe’s gezien! Twee bijna perfect gecamoufleerde
grijsbeige exemplaren, beetje dom voor zich uit kijkend vlak naast een
paar struiken. Van het tijdschema (spoorboekje) klopt niet echt veel,
in plaats van 11 uur zijn we al om tien voor tien in Alice Springs en
aangezien we hier weer in een ander tijdzone zitten is het tien voor negen.
Op het station staat een dame van Hertz die ons naar onze large sedan
(Toyota Lexcen) brengt. In Australië rijden ze links dus dat is even
wennen; ook de richtingaanwijzer en de ruitenwissers zitten voor ons gevoel
omgedraaid dus dat geeft nogal wat verwarring!
Mac Donnels-park
We rijden Mac Donnels-park in, een nationaal park. Een grote heuvelachtige
weg met links en rechts verschillende viewpoints. Het geheel doet erg
aan Amerika denken. Erg rustig, soms duurt het minuten voor we een auto
tegenkomen. Eerst stoppen we bij Simsons Gap, een brede drooggevallen
rivier die uit een gat tussen twee erg hoge bergdelen vandaan komt, verderop
staat nog wel wat water. Kilometers verder de volgende stop; Standley
Chasm. Dit is ongeveer 10 minuten lopen voordat we bij “het”
punt komen, ook weer een doorkliefde berg met wanden van wel 80 meter
hoog, de doorgang wordt belemmerd door een paar grote (erg grote) stenen
en hierachter moet ook water zijn maar dat zie je niet.
We rijden weer verder maar kunnen niet overal inrijden omdat we een gewone
auto hebben en geen 4WD, een deel van de wegen is hier onverhard en daar
mogen wij niet in van meneer Hertz. En aldus zijn wij genoodzaakt om bij
onze derde stop zo’n 20 minuten te lopen (en het is warm, zeker
30 graden) voordat we hét zien, de Ellerly Creek Big Hole. Een
meer dat tegen de achtergrond van weer zo’n doorkliefde berg staat.
Erg mooi, je ziet de blauwe lucht er zo tussen de rode bergdelen door.
Onderweg zijn we drie maal dezelfde Belgen tegengekomen, zijn ook op rondreis
met hun campertje en hebben iets van 40 dagen de tijd. Zij kwamen ook
net uit Sydney maar dan per auto en hadden onderweg echt stromende regen
gehad. Viel het bij ons dus nog wel mee!
Kings Canyon
De volgende ochtend om half 6 eruit en een uur later zitten we al in de
auto op weg naar Kings Canyon. Buiten ruikt het heerlijk naar eucalyptus,
hét voer voor de koala’s alleen zijn die hier niet. De Stuart
Highway loopt dwars door Australië van boven naar beneden en is een
brede weg met links en rechts helemaal niets. Slechts zelden komen we
een auto tegen maar wel veel vogels (een groene zwerm die recht op je
afkomt, er sneuvelen er ook wel een paar!). Soms wat vee, een droge rivierbedding,
een picknickplaats en dan weer kilometers niets. De vrachtwagens hebben
hier een oplegger en twee aanhangers en zijn soms wel 50 meter lang, niet
voor niets worden ze hier dan ook roadtrains genoemd. Om de 200 kilometer
is er een tankstation, de pomp is er op slot en moet dus eerst unlocked
worden voordat er benzine uitkomt. De prijs is hier al opgelopen van $
0,695 in Sydney ($1 = f 1,18) tot $ 0,995 hier in Kings Creek. Er zijn
geen speedlimits in dit deel van het land en dus kunnen we flink doorrijden,
wel iets van 475 kilometer en 2 tankstops in ruim 3 uur.
 |
|
’s Middags 1 uur, even bijkomen hoor! Wat een hitte! We hebben de
Kings Canyon-walk gelopen, 6 kilometer dwars door de bergen, eigenlijk
een rondje om de Creek heen. Een soort amfitheater met 100 meter hoge
wanden, je loopt langs de bovenkant van de berg, de canyon zelf is steeds
duidelijk zichtbaar, gigantisch diep, erg mooi gezicht. En voor geoefende
wandelaars als wij (?) goed te doen. In twee uur tijd doen wij het rondje
terwijl er 3 tot 4 uur voor staat. Wie is er nu gek? Wel bloedheet en
erg zweten. Terug in de auto is het daar ook wel 40 graden, leve de airco!
Ayers Rock
We rijden terug deels dezelfde weg (dat krijg je als er maar een paar
wegen zijn) en gaan dan naar Yulara, het plaatsje bij Ayers Rock. Eerst
zien we Mount Connell waarvan ik even dacht dat dàt Ayers Rock
was, dit was nl. net zo’n grote losse steen/ berg. Even verder rijden
zien we wel de echte Uluru (Aboriginal voor Ayers Rock). Ook groot maar
ronder dan Mount Connell.
 |
|
Ayers Rock is de grootste monoliet ter wereld en er hangt een heel verhaal
van Aboriginals om heen. Zij zijn de originele bewoners van dit deel,
later is het dan weer door iemand ontdekt en is het uiteindelijk de attractie
geworden die het nu is. Vanuit elke plek kun je tours hier naar toe maken,
of dat nu per auto, 4 wd, helikopter, ballon of kameel is, het kan allemaal.
Er is een nationaal park van de omgeving gemaakt en alle accommodatie
is bijeengebracht in het AR Resort, een soort Center Parcs-idee dat naast
5 hotels, 9 restaurants, 4 zwembaden etc. ook een camping en een bieb
omvat. Op zich wel slim, dan houdt je alles een beetje in de hand. We
blijven hier 2 nachten en ik moet zeggen dat het er allemaal prima uitziet.
We gaan even een uurtje bij het zwembad liggen (even al dat opgedroogde
zweet van de klim van vanmorgen er afzwemmen), dan douchen en dan wachten
op de zonsondergang (7.15 p.m.). Het schijnt dat the Rock dan allerlei
kleuren krijgt. We zien er wel iets van maar omdat er best wat wolken
zijn is het niet optimaal, je ziet wel dat hij eerst donker wordt en dan
weer lichter, maar het is niet als op de foto’s. Na het eten in
het hotel nog een rondje lopen onder een super heldere sterrenhemel, het
is nog steeds iets van 25 – 30 graden.
Het is nu 7.45 uur en ik heb er al een halve dag opzitten. Om 4.50 uur
gewekt, snel een douche en dan op naar Ayers Rock voor de zonsopgang.
Eerst $ 15 betalen, dan aansluiten op de parkeerplaats (het is best al
druk zo vroeg!) en wachten tot de zon opkomt. In het hotel stond het al
aangegeven; 5.49 uur (er vertrekken zelfs speciale bussen om dit te zien).
De Rock kleurt dan mee van donker, naar paars en uiteindelijk oranjerood,
okerachtig wel mooi om te zien. Maar we komen ook om the Climb te doen.
De rots is 350 meter hoog en 9 km in omtrek en 600 miljoen jaar geleden
ontstaan toen de aarde zich nog aan het ontwikkelen was.
Volgens de info uit de boekjes mag je the Rock niet beklimmen
uit respect voor het geloof van de Abby’s en moet je dus één
van de andere wandelingen doen (bijvoorbeeld de 9 km walk er om
heen).
Wij doen het toch, net als vele anderen overigens. Om 6 uur beginnen
we; langs een deel is een stalen ketting aangebracht, maar ¾
moet je zelf doen. Er zitten een paar stukken bij dat ik dacht van,
hoe kóm ik omhoog, dan waren het van die heuveltjes waar
je bijna niet tegen op kon komen. Het gesteente is maanachtig, glad,
poreus, nergens houvast. Maar na een 50 minuten stonden we er toch
op, om je heen niets anders dan steen en beneden op de grond wat
bomen en in de verte wat bergen (o.a. Mt Connell en Mt Olga).
De terugweg gaat ook weer gepaard met wat moeilijke stukken waar
je half zittend en glijdend toch weer doorheen komt. Uiteindelijk
doen we er nu ruim een half uur over om weer met de voetjes op de
vloer te komen. Het is inmiddels steeds drukker geworden en steeds
warmer. De verwachting voor vandaag is 38 graden, maar goed dat
we zo vroeg waren anders hadden we niet meer mogen klimmen vanwege
de temperaturen! |
 |
Zo’n 45 km verderop liggen de Olga’s, een verzamelnaam voor
een paar grote stenen/ bergen ook weer midden in het niets. Het is een
complex van 36 bergtoppen (vroeger 1 berg); vanuit de lucht is het net
een zandkasteel. Hoogste top is 546 meter. Ook daar zijn wandelingen uitgezet
maar al ver voordat we er zijn staat er een bord dat The valley of the
winds-walk (7,4 km) vandaag gesloten is, due to temperature forecast.
Nou waren we niet van plan die walk te lopen, 2 op 1 dag is iets
overdreven toch? Wat we wel lopen is de Olga Gorge Walk, een wandeling
van bijna 3 km over los gesteente naar een spleet in de bergen.
Hier wel veel groen en er loopt inderdaad een klein stroompje. Hier
zijn ook de meeste vliegen. Uit voorzorg had ik bij Bever al gaasnetjes
gekocht die je over je hoofd kan dragen. De vliegen zijn erg brutaal,
vliegen maar om je heen en zijn bijna niet weg te slaan en zitten
steeds weer op je lip, bij je ogen of zelfs in je oren.
Terug in de auto (inmiddels 10 uur en erg warm) rijden we alvast
even naar het vliegveld om te verkennen voor morgen (Sydney?). Vanaf
Alice Springs is het 40 minuten per vliegtuig of zoals wij gedaan
hebben zo’n 450 km met de auto (met een gemiddelde snelheid
van 170 km/ uur is het ook goed te doen). Valt nog mee hoe groot
het hier is, de bussen staan alweer te wachten op de volgende lading
toeristen. Al met al zijn we weer op tijd bij het hotel voor een,
na al deze beproevingen, zeer noodzakelijke douche, rijden we (lopen
is veel te vermoeiend om 1 uur bij deze temperaturen) naar de bieb
om even wat te internetten met het thuisfront. |
 |
We gaan nogmaals naar het Park om de sunset over the Rock te bekijken.
Het is bewolkter dan gisteren dus echt spectaculair is het niet maar het
blijft leuk om te kijken. We zijn weer niet de enigen, er staan wel 40
auto’s en verderop een 20 bussen om dit te aanschouwen. Vreemd ook
want overdag zie je die aantallen niet terug. De mensen die Australië
“doen” zijn in 2 groepen verdeeld, de backpackers-achtigen
tot een jaar of 25 en de ouderen (50+). Er zijn er maar weinig in de tussen
leeftijdscategorie (die van ons dus). Sommigen kopen met een stel een
auto en rossen daarmee het land door. Je ziet veel landrovers en minicampers
en vooral veel VW-busjes op leeftijd! En veel Djoser-achtige bussen met
aanhangers. Die aanhangers zijn voorraadkarren en worden tevens gebruikt
als keukentrolley, ze slapen dan ergens op een campground, niets voor
mij dus.
|