|
Australië, informatie over reizen en vakantie,
reisverhalen, reisverslagen, info, foto's
Rocks en krokodillen
(tekst en foto's: Jennie Bijlsma)
Sydney
Na een reis van ongeveer 26 uren via Kuala Lumpur (Maleisië) kwamen
we in Sydney aan. We hadden geluk, we vlogen bij daglicht over Australië
en konden dus al voordat we geland waren genieten van de schoonheid van
The Outback. Voordat het vliegtuig landde werd het met spuitbussen van
binnen nog even gedesinfecteerd. Een vreemde gewaarwording, maar wel te
begrijpen, dat ze hun land van bepaalde infecties vrij willen houden.
 |
|
We logeerden in Sydney midden in het uitgaanscentrum, Kings Cross. Lopend
gingen we op weg naar The Opera House. Onderweg kwamen we door de Botanic
Gardens, waar de papegaaien ons begroetten. The Opera House is een prachtig
bouwwerk, met natuurlijk een perfecte ligging zo aan het water. Even verderop
ligt Circular Quay, met daarachter Harbour Bridge. Vanuit Circular Quay
vertrekken alle ferry's naar de verschillende delen van Sydney. Wij vertrokken
met de ferry voor een avondbezoek aan Manly Beach, één van
de populairste stranden van Sydney. Echt druk was het er niet, want het
was natuurlijk het winterseizoen, maar gezellig was het er wel in de kroegjes
en de restaurantjes. De mensen zijn hier erg vriendelijk, ze zijn altijd
bereid een praatje te maken en de meeste mensen beginnen over hun verre
voorouders, die uit Europa, of zelfs uit Nederland kwamen.
Als dierenliefhebber bezocht ik ook het Sydney Aquarium en de bekende
dierentuin. In het Aquarium vond ik vooral de onderwatertunnel indrukwekkend.
Vanuit de dierentuin heb je een schitterend uitzicht over het water, met
op de achtergrond de skyline van Sydney. In het Australische gedeelte
van de dierentuin zagen we opossums, het (vrij kleine) vogelbekdier, kangoeroes,
koala's, dingo's en de Tasmaanse Duivel.
Blue Mountains
| In de Blue Mountains heb je de Wenthworth Falls. Vanaf deze prachtige
waterval lopen allemaal wandelroutes door het gebied. Ik koos voor
een lichte route, dus niet al te steil langs de rotswanden, maar ook
op de lichte route zaten nog een paar stevige klimmen en afdalingen.
Je had echter een prachtig uitzicht op het gebied met haar watervallen.
Het was wel jammer dat de waas boven het gebied in de winter minder
blauw is dan in de zomer. Het voordeel was echter dat de temperatuur
erg aangenaam was voor een wandeltocht. |
 |
Met de bus reden we naar The Three Sisters, een rotsformatie. Volgens
het Aboriginal verhaal waren deze drie rotsen ooit drie zusters van de
Katoomba stam. Zij waren verliefd op drie broers van de Nepean stam, maar
mochten niet met hen trouwen. De broers ontvoerden de drie zusters, wat
een stammenoorlog opleverde. De 'witchdoctor' van de Katoomba stam veranderde
de drie zusters voor hun eigen veiligheid tijdelijk in drie rotsen. Het
lot besliste echter anders: De 'witchdoctor' verloor zijn leven in de
stammenoorlog en niemand kon daarna de drie zusters terugbrengen naar
hun oorspronkelijke gedaante. Ons laatste bezoekje in The Blue Mountains
was aan het steilste treintje ter wereld.
Jenolan Caves
Deze druipsteengrotten zijn 24m hoog, 55m breed en 127m lang. In negen
grotten worden rondleidingen gegeven. Wij maakten met een gids een tour
van ongeveer een uur door The Chiffley Cave. De stalactieten waren werkelijk
prachtig en met lichten die op de wanden schenen had men voor een nog
mooier effect gezorgd.
Op weg van Katoomba naar Crookwell zagen we voor het eerst kangoeroes
in het wild. Crookwell heeft een echte Aussie Pub, waar we heerlijk hebben
gegeten en genoten van de sfeer van het Australische platteland. Het was
wel koud 's nachts. Er werd -3°C voorspeld.
Canberra
De hoofdstad van Australië. In deze stad wonen volgens mij alleen
maar mensen die voor de overheid werken. Vanaf Mount Ainslie hadden we
een mooi uitzicht over de stad. Met de bus reden we naar de parlementsgebouwen.
The Old Parliament House en The New Parliament House. In Canberra valt
verder niet zoveel te beleven. We gingen naar The Royal Australian Mint.
Hier leerden we hoe de Australische munten en biljetten werden gemaakt.
Omdat we tijd over hadden brachten we ook nog een bezoekje aan The National
Film and Sound Archive, een tentoonstelling over radio, televisie en film.
In het Australian War Memorial leerden we over de oorlogen die Australië
heeft gevoerd. Deze tentoonstelling was niet alleen in het platte vlak,
maar ook 3-dimensionaal in de vorm van voertuigen, voorwerpen en maquettes.
Ik vond dit erg indrukwekkend en interessant. Voor het diner konden we
's avonds geen geschikt restaurant vinden. De menukaart van de 'Soccer
Club of Canberra' zag er goed uit, dus gingen we daar maar naar binnen
om te vragen of we daar konden eten. Het was mogelijk, maar dan moesten
we wel een Visitors Card invullen. Normaal gesproken was deze bedoeld
voor gasten van de leden. Waarschijnlijk maakten ze voor ons een uitzondering,
omdat het wel een compliment was dat wij uitgerekend van alle eetgelegenheden
in Canberra hun kluppie uitkozen.
Wee Jasper
| Op weg naar Wee Jasper, waar we die nacht zouden overnachten, zagen
we Kookaburra's, gieren, pelikanen, kangoeroes en veel, heel veel,
schapen. Even buiten Canberra ligt The Cotter Dam, de dam die ervoor
zorgt dat Canberra van drinkwater wordt voorzien. |
 |
In Wee Jasper, midden op het verlaten platteland, logeerden we in een
schaapscheerdershut. Deze onverwarmde, van golfplaten gebouwde hut, was
oorspronkelijk bestemd voor de schaapscheerders die in het voorjaar van
farm tot farm trekken. In de winter staan deze hutten leeg en wij hadden
het genoegen erin te mogen overnachten. Het was ontzettend koud, maar
absoluut de moeite waard. Het geeft een goed beeld van de omstandigheden
waarin de schaapscheerders gedurende de voorzomer leven.
Beechworth
| Op de route naar Beechworth passeerden we de Murray River en Lake
Hume, of Hume Reservoir. Dit laatste is eigenlijk een heel groot stuk
ondergelopen land. Een mooi stukje natuur. Beechworth is een dorpje
van vroeger. Met de Gold Pass kun je naar alle musea en monumenten
in het dorp. Het Burke Museum, waar je ziet hoe Beechworth er vroeger
uitzag. Het vroegere Courthouse, waar de schurk Ned Kelly werd berecht.
De cel waarin Ned Kelly opgesloten zat. |
 |
The Miners Slab Hut is een voorbeeld van hoe de huizen van de mijnwerkers
er tijdens de 'Goldrush' uitzagen. The Powder Magazine, waar de munitie
voor de mijnbouw vroeger werd opgeslagen. The Carriage Museum en The Bakery
met z'n lekkernijen niet te vergeten.
Melbourne
Hoe vriendelijk de mensen in Australië zijn merkten we in Melbourne.
Toen we 's avonds met de tram naar de stad zouden om te eten in Chinatown
en naar de film te gaan hoefden we maar een paar haltes mee. Omdat wij
met een groepje waren was het voor de conducteur een heel karwei om de
kaartjes af te rekenen en mochten we gratis reizen. Op de terugweg hoefden
we weer niet te betalen, maar nu wilden we graag een foto maken van de
conducteur. De conducteur vond het prachtig. Hij deed zijn tasje bij een
van mijn medereizigers om de nek en daar moesten we ook een foto van maken.
De trambestuurder werd een beetje jaloers, hij zette de tram stil en dezelfde
medereiziger moest achter het stuur gaan zitten en een ander moest daar
vanaf de straat een foto van maken. Na dit alles gingen we weer verder.
Toen we uit zouden stappen werden we uitgenodigd voor een extra tramritje,
maar hier zijn we niet op ingegaan. Het was al laat.
| Het centrum van Melbourne is erg industrieel. Als je op de 52e verdieping
van de Rialto Tower staat kun je dit goed zien. De winkels in het
centrum zijn leuk, hier kun je je best een tijdje vermaken. Ook heb
ik nog St. Paul's Cathedral bezichtigd. Een mooie kathedraal, maar
het gebouw past niet echt bij de andere gebouwen in het centrum. Het
oude Railway Station is nog zo'n mooi gebouw, wat eigenlijk niet meer
past in het straatbeeld van Melbourne. |
 |
Vanuit Melbourne maakten we met onze bus een uitstapje naar Phillip Island.
Hier komt de Kleine pinguïn 's avonds wanneer de zon net onder is
aan land om daar de nacht door te brengen. Vanaf een tribune zagen we
groepjes pinguïns het land op waggelen. Aangezien het donker was
zagen we het niet ontzettend goed, maar toen we later door de duinen terugliepen
naar de bus zagen we de pinguïns die op weg waren naar hun nestjes
van zeer dichtbij.
Great Ocean Road
Vanuit Melbourne reden we in drie dagen over The Great Ocean Road naar
Adelaide. Ik houd erg van de zee en dit was voor mij een onverwacht mooi
stukje van de reis. De kust langs deze weg was erg mooi. We lunchten de
eerste dag in een stukje regenwoud vlak langs de Great Ocean Road. Later
stopten we bij The Twelve Apostles, 12 rotsen in zee, waarvan wij er maar
10 konden zien. Al rijdende langs de kustlijn kwamen we langs nog veel
meer rotsformaties: The Arch, London Bridge (die sinds 1990 geen brug
meer is), The Five Mothers en The Grotto. Op het einde van deze eerste
dagrit langs de Great Ocean Road reden we langs een dolfijnen- en walvisspotplaats
en ja hoor we zagen heel in de verte een aantal keren een staart van een
walvisje het water uitkomen. We logeerden deze nacht in een typisch 'Flying
Doctors' hotel.
Op de tweede dag gingen we eerst naar een nationaal park, dat rond een
oude vulkaankrater lag. Al wandelend zagen we hier emoes en koala's in
het wild. We lunchten bij The Cave Gardens, de naam zegt het al, een prachtige
tuin, die in een soort grot was aangelegd. Hier zagen we een opossum,
die daar ergens zijn/haar holletje had. We reden ook nog langs The Blue
Lake, een kratermeer waarvan het water in de Australische zomer erg blauw
kan zijn. Nu was het helaas een heel gewoon meertje.
Op de derde dag startten we bij een schapenfarm, waar we zagen hoe de
schapen elk jaar in recordtempo geschoren werden. We maakten een strandwandeling
en stopten later nog bij The Sand Dunes, waarin je je even in een woestijn
waart. Hierna verlieten we de Great Ocean Road op weg naar Adelaide.
Adelaide
In Adelaide ben ik naar het South Australian Museum geweest, hier waren
skeletten van allerlei soorten dieren tentoongesteld, maar ook verschillende
mineralen en gebruiksvoorwerpen van de volkeren die aan de Grote Oceaan
leven en er was een Aboriginal Tentoonstelling. Vlak bij dit museum lag
The Art Gallery of South Australia. Ik ben niet echt een kunstliefhebber,
geef mij maar de natuur. Toch heb ik me in dit museum wel even vermaakt.
Vanaf Victoria Square gingen we met een trammetje uit 1829 naar Glenelg,
een badplaats vlak bij Adelaide. De zee was wild, want het waaide hard.
Terug in Adelaide zijn we 's avonds een gokje gaan wagen in het casino,
dat tegenover ons hotel in het oude Railway Station gevestigd was
Flinders Ranges
In dit mooie natuurlijke gebied ligt Wilpena Pound. Een grote begroeide
krater. Ik had de puf niet om The Pound te beklimmen. Wel ben ik in de
omgeving van de camping waar we die nacht overnachtten wat gaan wandelen
en heb daar zeer veel verschillende soorten kangoeroes gezien. Zelfs twee
grote vechtende (boksende) mannetjes. Het kamperen in deze streek in de
winter was wel erg koud, maar ook wel erg avontuurlijk.
William Creek
Op weg naar William Creek brachten we een bezoekje aan Talc Alf, deze
van Nederlandse voorouders afkomstige kluizenaar houdt er een hele vreemde
levenswijze en levensvisie op na. Hij verklaart de naam Australië
op de volgende manier: AU= Gold, S=Sun, T=Top, RA=Sun, L=Land, I=Individual
en S=Sun.
We kwamen ook langs Ochre Pits, van de oker vermengd met oliën, maken
de Aboriginals hun verf. En we passeerden Lake Eyre, een meer dat al jaren
drooglag toen ik er was.
|
|
|
William Creek, aan de Oodnadatta Track, ligt in The Red Centre van Australië.
Het ligt erg afgelegen en er woont alleen de kroegbaas met zijn personeel
en familie. De dichtstbijgelegen plaatsen waren Marree, op 202 km afstand,
Oodnadatta op 203 km en Coober Pedy op 168 km. De Pub hier hangt vol met
allerlei aandenkens die de bezoekers hier achterlaten. Ook Adam Curry
heeft hier voor Veronica Goes Down Under een T-shirt achtergelaten. Wij
kampeerden achter de kroeg op het einde van The Airstrip. Gelukkig was
de temperatuur nu heel wat aangenamer. Dit was echt genieten van Australië
zoals Australië hoort te zijn, afgelegen, met om je heen alleen maar
natuur. Geen elektriciteit of licht in de nacht, want alles werkt hier
op een generator. Dit is The Outback.
Coober Pedy
Op weg naar Coober Pedy passeerden we Lake Cadibarrawirracanna (7 glinsterende
lichten; 7 meisjes vochten om 1 jongen, ze doodden elkaar en werden 7
sterren die nu 's nachts weerkaatsen in het meer) en Dingo Fence, het
hek dat over de hele breedte van Australië is aangelegd en het zuiden
vrijhoudt van dingo's.
Coober Pedy is het stadje van de opaal. Overal rond het stadje zie je
de mijnschachten. Bij deze mijnschachten staan hele grappige borden, die
de mensen ervoor waarschuwen niet te dicht bij de schachten te komen.
De opaal is een edelsteen die je kunt vinden in verschillende kleuren.
Wij zagen in een museum hoe deze opalen geslepen werden en hoe ze daarna
verwerkt werden in sieraden. Ook konden we een kijkje nemen in een woonhuis
dat gedeeltelijk onder de grond lag. De mensen graven hun huizen hier
uit de rotsen, soms zelfs gedeeltelijk onder de grond. In de winter zorgt
dit voor goede isolatie en in de zomer is het in de huizen lekker koel.
Wij logeerden hier ook in een soort motel dat uit de rotsen gegraven was.
Overal op straat zie je hier trouwens Aboriginals die in een soort isolement
zijn geraakt door overmatig drankgebruik. Het aanpassen aan de Westerse
wereld is voor hen niet gemakkelijk en velen raken erdoor aan de drank.
"Had de regering deze mensen niet beter kunnen helpen?", is
de vraag die bij mij rijst. Maar ja, wie ben ik? De temperatuur was hier
erg aangenaam, begon het toch nog een beetje op zomer te lijken.
Uluru (Ayers Rock)
Voor mij een hoogtepunt van de reis was deze monoliet, waarvan maar
1/3 te zien is, het overige gedeelte zit onder de grond. We kampeerden
op Yulara, het Ayers Rock Resort. Hier heb je hotels, appartementen.
lodges en campings. |
 |
Wij gingen ook hier weer kamperen. Ayers Rock heet nu officieel Uluru,
de oorspronkelijke Aboriginalnaam. Zij hebben hier een Vistors Centre
dat ik zeer de moeite waard vond om te bezoeken. Ondanks dat de Aboriginals
het liever niet hebben, ben ik toch Uluru gaan beklimmen. Mensen die onvoorzichtig
waren zijn in het verleden omgekomen door een val van Uluru en dat dat
moest gebeuren op hun Heilige Rots konden de Aboriginals niet begrijpen.
Daar kan ik inkomen en ik ben dan ook zeer voorzichtig geweest en heb
de rots met veel respect beklommen. De klim duurde zo'n drie uren. Vanwege
de hitte moesten we meerdere keren uitrusten. Eenmaal bovengekomen was
het uitzicht over de droge vlakte echt prachtig. Uluru lijkt op foto's
erg langwerpig, maar is veel breder dan je zou verwachten. Uluru bij zonsopgang
en zonsondergang verandert steeds van kleur. Een wonderlijk schouwspel.
Vooral de zonsondergang was voor ons bijzonder. Wij zaten op een plekje
waar nog geen vijftig mensen waren, terwijl op de plek die voor de toeristen
bestemd was om de zonsondergang te bekijken vol stond met bussen en honderden
mensen.
Wij zijn ook nog gaan wandelen bij Kata Tjuta (ook wel The Olga's of
The Domes). Kata Tjuta bestaat uit 36 kleinere monolieten, die samen één
gebied vormen. Ook dit is een Heilig gebied voor de Aboriginals. Toen
we de volgende dag vertrokken regende het pijpenstelen. Wie had dat nu
verwacht. Ben je midden in Australië en dan regent het!
Kings Canyon
| Over een prachtige rode dirtroad reden we naar Kings Canyon. We
maakten een wandeling van ongeveer 6 km over de geeloranje rotsen.
Het is ongeveer 400 miljoen jaar oud verhard zandsteen. Vanaf de rotsen
had je prachtige uitzichten. Ergens in het midden van de Canyon ligt
The Garden of Eden, die zo mooi kon zijn vanwege het water dat door
de Canyon stroomde. Ook hier gingen we weer kamperen en op de camping
zag ik een dingo lopen. Deze lijkt gewoon op een hond en is voor de
mens meestal niet gevaarlijk. |
 |
Alice Springs
Op weg naar Alice Springs kwamen we voorbij een krater die gevormd was
door een hele grote meteoriet die er gevallen was. De brokstukjes van
de meteoriet lagen er nog. NASA doet er veel onderzoeken. We brachten
ook nog even een bezoekje aan een camelfarm, maar het gaat hier eigenlijk
om dromedarissen. In het wild leven de 'camels' ook, maar daar hebben
wij ze helaas niet gezien.
In Alice Springs heb ik een bezoek gebracht aan de basis van The Royal
Flying Doctors Service. De oprichting van de Flying Doctors Service heeft
het leven op het platteland veel aangenamer en veiliger gemaakt en met
de komst van The School of the Air werd het voor de geïsoleerde kinderen
zelfs mogelijk om samen met klasgenootjes 'naar school' te gaan. Wij waren
in Alice Springs in het weekend en ik vond het jammer dat ik dus niet
kon zien hoe het was wanneer de medewerkers van de beide instanties aan
het werk waren. De radiokamer was leeg helaas. Ook in Alice Springs wonen
net als in Coober Pedy door aanpassingsproblemen aan de drank geraakte
aboriginals.
Renner Springs
Over de Stuart Highway reden we op één dag zo'n 700 km naar
Renner Springs, een iets groter dorpje dan William Creek. Het landschap
veranderde gelukkig voortdurend, zodat ik me tijdens de lange rit absoluut
niet heb verveeld. Wat wel steeds hetzelfde was, was dat we over droge
vlaktes reden, maar voor mij was dat 'het' Australië dat ik wilde
leren kennen.
Elke keer als je een staatsgrens passeert moet je, voor je de grens oversteekt,
alle dierlijke en plantaardige producten die je bij je hebt achterlaten.
Dit ook weer om de verschillende Staten vrij te houden van bepaalde infecties.
Op onze reis passeerden we niet alleen staatsgrenzen, maar in een eerder
stadium ook een tijdzone en op deze dag de Steenbokskeerkring. Op deze
plek staat langs de Stuart Highway een kunstwerk, met een steenbok erop.
| We kwamen langs Devils Marbles, rotsblokken, die volgens de Aboriginals
de fossiele eieren van The Rainbow Serpent zijn. Bij het Threeways
Roadhouse, op de plek waar de Stuart Highway en de Barkly Highway
bij elkaar komen konden we echte Roadtrains bewonderen. Deze trucks
met aanhangers zijn zo zwaar dat ze een gemiddelde remweg van 2 km
hebben. In noodgevallen zal dit wat korter zijn, maar deze schatting
is absoluut niet overdreven. Toen onze buschauffeur een bekende truckchauffeur
voorbij reed zwaaiden ze naar elkaar, een eind verderop stonden wij
stil en een tijdje later was daar ook de truck, die speciaal voor
ons 'toeristen met camera's' ook stil hield. De chauffeur was gaan
remmen op het moment dat hij onze chauffeur had gezien, maar dat was
een aantal kilometers terug geweest. |
 |
Mataranka
Via een beroemde oude pub in Daly Waters reden we naar Mataranka. Op het
Mataranka Resort logeerden we dankzij een vergissing in luxe cabins i.p.v.
in onze koepeltentjes. Het weer was heerlijk en daar hadden we op gehoopt,
aangezien er op het resort een warmwaterbron was, die leek op een oase
en waar je heerlijk in kon baden. 's Avonds was er line-dancing op live-muziek.
In Nederland was dit toen nog niet zo bekend.
Katherine Gorge
Katherine Gorge is een kloof waar een rivier doorheenloopt. Ik ben
in deze rivier gaan kanoën. Wandelen of een boottocht maken waren
de andere opties. In de rivier zitten vele zoetwater krokodillen.
Zij vormen geen gevaar voor een mens, aangezien ze alleen kleine zoogdieren
eten. Langs de oevers zagen we allemaal kleine strandjes, met bordjes
erbij. We mochten er niet aanleggen, want het waren de broedplaatsen
van de krokodillen. |
 |
Kakadu NP
Als je in Kakadu veel dieren wilt zien moet je erg vroeg opstaan en dat
deden wij dus ook. Voor zonsopgang stapten wij in een open boot, voor
een boottocht over Yellow Waters. Vanuit de boot zagen we de zonsopgang
en veel verschillende soorten vogels. Het hoogtepunt was de zoutwater
krokodil die we zagen. Dit is de grootste krokodillensoort van de wereld.
Dit wetlands gebied staat in schril contrast met de droge vlaktes waar
we de voorgaande dagen door waren gereden. Het is een erg mooi gebied.
Nourlangie Rock
Deze rots is erg kleurrijk vanwege de oker die voor de verschillende natuurlijke
kleuren zorgt. Nourlangie was volgens de Aboriginals de geest van de donder.
Rondom Nourlangie Rock zijn vele, nog zeer goed bewaard gebleven, eeuwenoude
Aboriginal rotsschilderingen.
| Bij de Anbangbang billabong, een klein vennetje in de
buurt van Nourlangie Rock was een uitzichtpunt over het ruige, bijna
ongerepte Arnhem Land. Bij Ubirr zagen we nog meer schilderingen van
de Aboriginals. Hier was ook een schildering van The Rainbow Serpent,
een van de meest belangrijke figuren uit de Aboriginal Dreamtime.
|
 |
 |
Darwin
Onze bus stopte op weg naar Darwin bij een krokodillen farm. Dat de zoetwater
krokodillen, waartussen we hadden gekanood, nog zo groot waren had ik
niet gedacht en gelukkig zag ik dat pas naderhand. Maar ja, als het niet
veilig was geweest had men vast niet al die kano's verhuurd. Op deze reis
had ik trouwens ook voor het eerst krokodillenvlees gegeten. Men fokt
de krokodillen hier vanwege het vlees. Ik moet zeggen, het was best lekker.
Darwin is een stadje, dat voor mijn gevoel niet groter is dan bijv. Drachten
of Emmen. Hier is de temperatuur het hele jaar aangenaam, maar regent
het in de winter vaker dan in de zomer. Ik heb in de twee dagen dat ik
er was geen drup regen gezien. Darwin was voor mij geen hoogtepunt van
de reis, ook al heeft het wel een paar leuke bezienswaardigheden, zoals
het park en het casino. In het park kwam ik nog een boomslang tegen die
gelukkig niet giftig was. Darwin was een aangename plek om de opgedane
ervaringen een plekje te geven en nog even uit te rusten voor de lange
terugreis. Op Mindil Beach, bij de Mindil Beach Sunset Market heb ik mijn
laatste avond in Darwin rondgebracht. Op deze markt verkoopt men allerlei
ambachtelijke en toeristische voorwerpen. Wekelijks komen er 15.000 mensen
op af. Ik was er dus niet de enige.
|