Vietnam: informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag, info, foto's, Azië

Aalsoep in Ninh Binh

Vietnam reisverhaal: verslag van een reis door Vietnam

(Tekst en foto's: Jan Peter Wouters)

deel 1/4

 

Ninh Binh is een middelgrote stad aan de herenigingsspoorlijn tussen Hanoi en Ho Chi Minh-stad. De elektriciteitscentrale aan de spoorlijn is ooit met Chinese hulp gebouwd en braakt nog dag en nacht grijsgele dampen uit. Omwonenden klagen dat de rook op hun luchtwegen slaat, maar verhuizen is vanwege geldgebrek uitgesloten. Ondanks de luchtvervuiling door de centrale is deze stad in de Rode Rivierdelta een trekpleister voor reizigers. Niet de stad zelf is interessant, maar haar centrale ligging ten opzichte van enkele historische en landschappelijke bezienswaardigheden.


Veertien kilometers buiten de stad ligt de Hoa Lu vallei waar de eerste Vietnamese keizers zich vestigden nadat zij de Chinese overheersers hadden verdreven. De weg voert aanvankelijk over snelweg nummer 1. Mijn motorchauffeur zet er flink de sokken in en even lijkt het er op dat wij Hoa Lu nooit zullen bereiken. Een tegemoet rijdende vrachtwagen wordt ingehaald door zijn achterligger en slingerend schuiven wij over de grindberm. Zodra wij de snelweg verlaten verandert de weg in kruiend asfalt. Rijstvelden bestrooid met solitaire rotsformaties strekken zich uit zover het oog reikt. De weg rondt een rotsformatie en boort zich in een verborgen vallei. De huizen staan als riet in het water. In het spiegelend landschap drijven wolken. Mijn chauffeur blijft nuchter onder al die pracht en slaat op mijn knie. Ik moet mijn voeten optillen, want ook de weg staat blank.

Historisch grondgebied

Een houten hok in de berm doet dienst als loket en markeert tevens de toegang tot het historisch grondgebied. Ik heb mijn wisselgeld nog niet weggestopt of ik word omspoeld door verkopers die fruit, sigaretten en blikjes frisdrank aanbieden. Vriendelijk glimlachend haak ik mij uit het gezelschap los. Zonder omzien loop ik naar de tempel die is gewijd aan Le Dai Hanh, de grondlegger van de Le-dynastie, die in het jaar 980 Vietnam voor het eerst verenigde. De tempel is een kopie uit 1615, die werd gebouwd aan de hand van vondsten door 17e eeuwse archeologen.

Een ventje van een jaar of tien komt naast mij lopen en begint in een mengeling van Frans en Engels tegen mij te praten. 'Thi', stelt hij zich voor en spreekt na drie keer oefenen mijn naam feilloos uit. In de schaduw onder de eerste poort wuiven twee bejaarde vrouwen zich koelte toe met hun rieten punthoeden. Zodra zij mij in het oog krijgen veren zij op en steken de hoeden als bedelnap voor zich uit.

Na wat wisselgeld aan hun AOW te hebben bijgedragen bekijk ik het houtsnijwerk in het dak van de poort. Een witte flits en een scherpe pijn beneemt mij enkele seconden het zicht. Ik heb mijn hoofd tot bloedens toe gestoten aan een van de lage gebinten. Bezorgd bekijkt Thi mijn wond. Terwijl hij een vloeitje op de wond plakt, word ik door de oma's geadopteerd en koelte toegewuifd.

Nog even blijf ik gehurkt zitten en daarna is de pijn weggetrokken.Het middenpad voert onder een tweede en derde poort door naar het eigenlijke heiligdom. Bij ieder gebouw en overspanning waarschuwt Thi mij voor de lage balken. Ook het centrale gebouw is in drie afzonderlijke ruimten ingedeeld. Het openbare gedeelte, het vertrek voor de eerste minister en het intieme vertrek, waar de vorst de rituelen in afzondering kon opvoeren, bevinden zich in het halfduister. Het gebouw is doortrokken van de geur van hout en wierook. Een bronzen klok overdekt met patina draken is met een roestige ketting achteloos in een donkere hoek opgehangen. In het middenvertrek staat een rij stoelen die de vorm van draagstellen hebben.De kromme rugleuningen moeten het onmogelijk hebben gemaakt om er rechtop in te zitten. De ronde armleuningen vloeien uit in drakenkoppen. Op iedere stoel staat een spekstenen bus die veel weg heeft van een urn.

Bleek gelakt gezicht

Boven het altaar in het achterste vertrek staan houten poppen die de koninklijke familie verbeelden. Centraal staat Le Dai Hanh, rechts zijn vrouw en links hun zonen. De gelaatstrekken van de beelden zijn meer Chinees dan Vietnamees. De mannen hebben ronde gezichten met sprieterige snorren en lange sikken. De vrouw heeft een bleek gelakt gezicht en staart uitdrukkingsloos voor zich uit. Toch was dit een vrouw om rekening mee te houden. Op haar initiatief erfde Le Dai Hanh de titel èn de vrouw van de vorige koning, Dinh Bo Linh.

Met de dood van Ngo Quyen in 965 kwam er een einde aan de Ngo-dynastie. Er ontstond een machtsvacuüm waarin verschillende clanleiders om de macht streden. Dinh Bo Linh wist de macht naar zich toe te trekken en kreeg de overhand. Hij heeft echter maar kort van het koningschap kunnen genieten. In 979 werd hij vermoord door een van zijn paleiswachten. Volgens de traditie moest zijn zesjarig zoon op de troon plaatsnemen. Met instemming van de koningin nam echter een andere clanleider, Le Hoan, de macht over. De nieuwe machthebber huwde de weduwe, noemde zich voortaan Le Dai Hanh en begon aan een nieuwe dynastie die bekend staat als de vroege Le-dynastie.

Voor Vietnamese bezoekers gelden de tempels van Dinh Bo Linh en Le Dai Hanh niet alleen als bezienswaardigheid, maar tevens als bedevaartplaats. Er wordt geld en fruit geofferd en met wierook tussen de gevouwen handen wordt het hoofd gebogen voor deze oude heersers. In een communistisch land lijkt het een reactionaire daad om hulde te brengen aan feodale heersers. De eerbied voor deze koningen wordt echter ingegeven door nationalistische sentimenten. Evenals Ho Chi Minh is het Vietnamese volk in de eerste plaats nationalistisch en pas door dwingende omstandigheden in tweede instantie dikwijls communistisch.

 

verder naar "Aalsoep in Ninh Binh" deel 2

 

 

     

 

 

 

 



 

Google