|
Syrië: informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag, info, foto's
Syrië: een archeologische schatkamer
Syrië reisverhaal: verslag van een reis door Syrië
(tekst en foto's: Patrick Wylleman - 1994)
deel 2/4
Palmyra + bezoek ruïnes
Vroeg uit de veren vandaag voor de 4
uur lange busrit naar Palmyra ( via Homs) De autosnelweg
tussen Damascus en Homs is van perfecte kwaliteit. Tussen
Homs en Palmyra is het iets meer oneffen. Het landschap
wordt telkens desolater en droger naarmate we Palmyra
naderen. Ook de inplanting van militaire bases langs
de weg valt op. Verschillende malen moet de bus stoppen
voor militairen die terug uit verlof komen. |
|
Palmyra kan reeds van enkele kilometers ver opgemerkt worden
: het is een groene oase in deze rots-zandwoestijn die de
omgeving opeens een levendige indruk geeft. Wanneer je Palmyra
binnenrijdt wordt nog meer duidelijk hoe groots en uitgestrekt
de ruïnes in het landschap zijn ingeplant : dit moet
eens een reusachtige stad geweest zijn. Aan het Karnak Bus
Station word ik al onmiddellijk aangesproken door een opdringerige
pensionhouder die mij zijn faciliteiten aanbiedt. Het kleine
Akra Hotel ziet er fris en hygiënisch uit en de prijs
van 350 S.P. voor één nacht is nog redelijk
te noemen.
's Namiddags heb ik dan de eigenlijke site bezocht : hier
kan men uren in rondwandelen. Vooral de Tempel van Baal en
de Agora maakten indruk op mij. Wat zeker de moeite loont
is de steile weg naar het Arabisch kasteel dat bovenop een
nabije heuvel gans het toneel domineert. Pas wanneer ik doodvermoeid
en compleet uitgedorst op het boventerras van het kasteel
het spectaculaire panorama bewonder, wordt de ruimtelijke
structuur van Palmyra mij pas duidelijk. De oude man die het
kasteel zo'n beetje bewaakt inviteert mij gelukkig op de thee
en opeens heb ik gans het kasteel voor mezelf.
In de onmiddellijke nabijheid van het kasteel bevinden zich
nog enkele geheimzinnige tombes die de moeite waard zijn om
te bezoeken. Palmyra behoort zeker tot één van
de meest spectaculaire en interessantste archeologische sites
ter wereld : de sfeer waarin ik mij bevind maakte een zeer
diepe indruk op mij en vooral een wandeling tijdens de vooravond
door de ruïnes mag je zeker niet missen. Doch ook hier
begint het toerisme al zekere verontrustende vormen aan te
nemen : mijn middagmaal in een gezellig tuinrestaurant werd
eensklaps verstoord door een bende uitgelaten buslading Japanners
en Duitsers, een bizarre combinatie.
Deir-ez-zor
Tijdens mijn ontbijt in Palmyra leerde ik een Nederlands
koppel kennen. Aardige, intelligente veertigers met wie ik
een aardig woordje kon praten en met quasi dezelfde interesses
als ik.Aanvankelijk was het mijn bedoeling om terug te keren
naar Homs en van hieruit verder mijn rondreis door Syrië
in wijzerszin te maken. Maar vermits ik hier in Palmyra reeds
diep in de woestijn was doorgedrongen en het onlogisch was
om nu terug te keren besloot ik om samen met de Nederlanders
naar het Oosten verder te reizen. Ook mij hoteleigenaar raadde
mij dit aan.
Zogezegd, zogedaan. De lange 3 uur durende busrit naar Deir-ez-zor
door de eindeloze Syrische zandwoestijn maakte eens temeer
indruk op mij. Naarmate je Deir nadert zie je meer en meer
schapenhoeders langs de weg en je vraagt je af waar die mensen
vandaan komen want mijlenver in de omtrek is er geen bewoning
te bespeuren. Aangekomen in Deir bleek de keuze van hotel
Damas geen slechte zaak : centraal gelegen in de hoofdstraat
en vooral zeer goedkoop want voor twee nachten betaalde ik
slechts 250 S.P. en dat was de goedkoopste en ook de vuilste
kamer van het hotel : het zat er vol met vliegen en op de
muur stond graffiti en andere flauwekul geschreven van "lonely
planet travellers" waaruit ik toch enkele tips haalde.
Ook Deir-ez-zor is zoals Suweyda een regionaal centrum en
voor deze streek de laatste belangrijke stad voor de Iraakse
grens (die toch gesloten is). Tijdens de ludieke wandeling
door de drukbemarkte hoofdstraat wordt je voortdurend nagekeken
want toeristen zijn ze hier toch veel minder gewoon dan in
het Westen van Syrië. Ik kreeg zelfs een ware schop onder
mijn kont van een oude, humoristische straatventer die duidelijk
zijn gevoelens niet kon bedwingen. Dat het niet slecht bedoeld
was zag ik duidelijk aan zijn brede, bruine glimlach.
Nergens in Syrië ben ik tot nog toe geconfronteerd geweest
met mensen die je willen uitbuiten. Ze zijn zeker nog niet
vertrouwd met de macht van het geld en je voelt gewoonweg
dat deze mensen een zekere trots over zichzelf hebben, iets
wat wij Westerlingen totaal verloren hebben. Mijn hotel ligt
vlak op de hoek van de hoofdstraat met een weg die loopt langs
een soort kanaal, maar de Eufraat zelf ligt een km verder.
De Eufraat is de enige levensader in deze dorre, hete streek.
Ze is minder breed dan de Nijl maar toch betovert het contrast
van zijn aanwezigheid in de woestijn, je blik. Daarna hebben
we langs de oever, waar zich enkele gezellige terrasjes bevinden
nog enkele flinke "ash-Shaqra" pinten gedronken,
terwijl de lokale jeugd vol jolijt plonst in het lichtgroene
water van de Eufraat. Het is hier werkelijk heel gezellig.
Doura Europos en Mari
Volgens de Travel Survival kit (TSK), mijn onmisbare leidraad,
was het best mogelijk om met een combinatie van openbaar vervoer
en liften de oude Romeinse vestiging Doura Europos (Tell Salhiye)
en het oud - Mesopotamische Mari (Tell Hariri) te bezoeken.
En inderdaad, geen enkel probleem.
Om 7 u 's morgens ben ik met een microbusje vertrokken richting
Abu Kamal. De dorpjes die je onderweg tegenkomt lijken veel
minder verzorgd dan elders en hier ligt er veel vuil langs
de weg. Na een uurtje rijden zette de chauffeur mij werkelijk
af in het midden van de woestijn, want er is hier bij Doura
Europos totaal niets van bewoning te bespeuren. Aan je linkerkant
zie je echter duidelijk de contouren van een sterk omburchte
stad. Na een wandeling van 3 km bereikte ik de ingang van
dit imposante, intrigerende Romeinse bolwerk.
Ik dacht van hier compleet alleen te zijn en dat was ook
juist op een oude Arabische wachter na, die zichzelf voorstelde
als de "guardiana" en nieuwsgierig was naar mijn
nationaliteit. Voor 5 S.P. liet hij mij binnen, waar uiteindelijk
niet zoveel meer te bespeuren is van de oorspronkelijke gebouwen.
Maar een wandeling van ongeveer 1 km dwars door de ruines
brengt je aan de Oostelijke poort van de site en hier heb
je een prachtig zicht over de vruchtbare Mesopotamische vlakte
van de Eufraat. Het uitzicht loont echt de moeite van deze
inspanning, het is een ideale plaats om spectaculaire foto's
te nemen. Hier moet je werkelijk een waterzak meenemen want
de verschrikkelijke droge wind doet je binnen het kwartier
volledig uitdrogen, alhoewel het uiteindelijk niet zo uitzonderlijk
warm is.
Tijdens mijn terugkeer naar de hoofdweg merk ik plots een
groep Franse toeristen op die met een luxebus van Chamtours
deze plaats komen bezoeken. Alhoewel de aanblik van dit symbool
van massatoerisme mij doet huiveren, ben ik toch blij dat
ik niet meer helemaal alleen ben. Daarna terug naar de hoofdweg
waar ik na een kwartiertje blakeren in de hoge middagzon;
opgeschrikt wordt door een microbusje met vriendelijke Arabieren.
Het busje stopt even verder om te tanken en dat was voor mij
de ideale gelegenheid om mijn waterzak bij te tanken want
die was nu toch leeggedronken.
Een kwartiertje later bereiken we Mari. Hier snijdt de weg
zich in de vruchtbare vlakte en dat is duidelijk te zien aan
de intensieve landbouw die men hier bedrijft. We bevinden
ons trouwens in een streek met de oudste landbouwcultuur ter
wereld, zoals de site van Mari er een voorbeeld van is. Uiteindelijk
vind ik Mari niet zoveel zaaks, het grootste deel is overdekt
en het is moeilijk om er een duidelijk structuur in te ontdekken.
Plots steekt er een hardnekkige wind op die alle stof doet
opwaaien, de hemel doet veranderen in een melkwitte kleur,
en me zelfs het kijken bemoeilijkt. De groep Franse toeristen
die ik ontmoette in Doura duiken hier nu ook plots op en na
een kort socialiserend praatje word ik al uitgenodigd om samen
met hen te lunchen in een overdekte keet even buiten de ruïnes
van Mari en ik krijg er nog een gratis lift naar Deir-ez-zor
terug bij. Daar was ik toch blij om want ik had niet veel
zin om in deze zandstorm te staan liften.
De wind neemt zelfs nog in kracht toe en wanneer de Syrische
chauffeur mij twee uur later terug afzet aan de oever van
de Eufraat in Deir (aan de voetgangersbrug) kun je ware "witte
kopjes" op de golven van de rivier waarnemen. Uiteindelijk
kom ik doodvermoeid en scheel van de dorst terug in mijn hotel
aan, want ik had al slecht geslapen omdat mijn bedsponde ongelooflijk
kraakt.
verder
naar "Syrië: een archeologische schatkamer"
deel 3
|