|
Sri Lanka: informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag, info, foto's, Azië
SRI LANKA: per trein naar de Kandy Perahera
Sri Lanka reisverhaal: verslag van een reis door Sri Lanka
(Tekst en foto's: Bert Taken)
(Onderstaand artikel is gepubliceerd in het
tijdschrift Voyager 6e jaargang nummer 21 winter 1999)

Het eiland Sri Lanka, tot 1971 bekend als
Ceylon, ligt dichtbij de zuidoostkust van India. Boeddhisten
vormen de meerderheid, maar er is ook een aanzienlijke Hindoe
(Tamil)-minderheid en een moslim-minderheid. In de 17e en
18e eeuw had de Nederlandse VOC (Verenigde Oostindische
Compagnie) grote invloed op dit specerijeneiland. Er zijn
dan ook nog verschillende forten, pakhuizen, straatnamen zoals
Maliban, Keyzer Street en Leynban Street en kerken die hieraan
herinneren. Elk jaar vindt er in Kandy, een oude koningsstad
in de heuvels midden op het eiland, een van de grootste religieuze
festivals ter wereld plaats: het Esala Perahera. In een van
de tempels in de stad wordt de linker hoektand van Boeddha
bewaard.
deel 1/2
Eind juli of begin augustus wordt bij volle maan dit heilige
relikwie uit de tempel gehaald en in een grootse optocht met
honderden versierde olifanten en duizenden bont uitgedoste
muzikanten, dansers, acrobaten, vuurlopers en zelfs mannen
met haken door hun huid gestoken, door de stad gevoerd. Van
heinde en verre komen tienduizenden pelgrims en andere geïnteresseerden
naar Kandy om dit tien dagen durende spektakel mee te maken.
Op weg naar Ella
Het CTB-busstation in de oude volkswijk Pettah van Colombo
is een gekkenhuis. Bij tientallen kraampjes proberen mannen
met megafoons, waarvan het volume ver boven de vervormingsgrens
is afgesteld, wanhopig boven de toeterende bussen en tuk-tuks
uit te komen. Onderbroken door schrille feedbacktonen prijzen
ze hun koffers, broekriemen, damesondergoed, horloges en loten
aan. Alsof dat nog niet genoeg is, ronken op de trottoirs
tientallen generatoren.
De afgelopen tijd is er weinig regen gevallen waardoor de
waterkrachtcentrales niet genoeg energie kunnen leveren. Colombo
is gedurende enkele uren per dag van elektriciteit verstoken.
Later, in de door trage, oude vrijwilligsters gerunde YWCA,
lees ik in de krant dat de LTTE (Liberation Tigersof Tamil
Eelam) bommen in een trein in het noordoosten heeft geplaatst
waardoor vele tientallen doden zijn gevallen. Ik besluit de
reis naar de zuidkust maar per bus af te leggen.
Nieuwsgierig gemaakt door de beschrijving in de Lonely Planet
reisgids blijf ik enkele dagen bij Santana's Guest House &
Restaurant in Tangalle. De eigenaar houdt niet alleen van
de muziek van Carlos Santana, maar draagt tevens een identieke
naam, en vertoont ook uiterlijk een redelijke overeenkomst.
Op enkele tientallen meters van het strand, op palen langs
een bruggetje over een kleine lagune, staat zijn open restaurantje,
aan drie zijden afgeschermd door een muskietennet. De planken
van de vloer staan scheef en kreunen hevig onder het gewicht
van de paar gasten. Hier deponeert Santana’s avondsbij
kaarslicht de verse snapper, krab of haai die rechtstreeks
vanuit de zee op zijn houtskoolgrill. De geserveerde vis gaat
steevast vergezeld met een halve liter Carlsberg. De late
avond biedt als enig vermaak het ruisen van de Indische Oceaan.
Maar het nuttigen van enkele glazen arrak - de nationale sterke
drank bereid uit de toddy (nectar) van de palmen - heeft ook
geen andere afleiding nodig.
 |
|
Vanaf de zuidkust neem ik een overvolle bus naar het heuvelrijke
middendeel van het land en ga op de motorkap naast de chauffeur
zitten. De voorste zitplaatsen zijn gereserveerd voor bikkhu's,
boeddhistische monniken in hun feloranje gewaden. Piepend
en kreunend kruipt de bus via haarspeldbochten omhoog. Alles
rammelt in de oude CTB-bus: de openstaande ramen, het dashboard,
de bagage, de stoelen en later ook mijn hoofd en tenslotte
mijn maag. De motor raakt oververhit en de temperatuur onder
de motorkap bereikt een ondraaglijke hoogte. Geen wonder dat
dit de enige vrije zitplaats was!
Buiten zie ik de savanne-achtige vlakten van het Yala wildreservaat
voorbij trekken. Enkele malen moet de bus stoppen voor een
wegversperring van het leger. Vanwege recente ongeregeldheden
tussen Tamils en leger zijn de veiligheidsregels aanzienlijk
verscherpt. Alle bagage wordt gecontroleerd en iedereen moet
uitstappen, de identiteitspapieren tonen en zo'n honderd meter
voorbij het controlepunt lopen. Als enige toerist moet ik
telkens, als ware het een gunst, in de bus blijven zitten,
maar ik wil dolgraag de verfrissende wandeling maken in plaats
van te blijven zitten op de gloeiend hete motorkap! Laat in
de middag arriveer ik in Ella. Uitgeput, vies en bezweet strompel
ik uit de bus. Met verbazing zie ik hoe de lokale vrouwen
in sierlijke sari's en mannen in overhemden en terlenka bandplooibroeken
onberispelijk en ogenschijnlijk fris de busreis hebben weten
te overleven.
Elia is prachtig gelegen op 1100 meter hoogte met een schitterend
uitzicht over de laagvlakte die tot aan de zuidkust loopt.
Het bestaat uit niet meer dan een dozijn resthouses en guesthouses
en enkele tientallen huisjes van de lokale bevolking. Tezamen
met een treinstationnetje is het de term gehucht auwelijks
waardig. Ik verblijf in de Tea Garden Holiday Inn, een imposante
naam voor een klein resthouse. Het heeft slechts drie kamers,
een terrasje met een mooi uitzicht en een vriendelijke oude
kok, Mr. Muthu, voor wie geen moeite teveel is. Hij lacht
zijn paarresterende tanden bloot als hij mij het nationale
gerecht, rice and curry, voorzet.
Per trein naar Kandy
Enkele dagen later loop ik ’s morgens met mijn bagage
naar het kleine , treinstation van Ella. Het station ligt
er stil en verlaten bij. Sinds de Engelsen hun vroegere kolonie
hebben verlaten lijkt er op spoorweggebied niets meer te zijn
veranderd. Een dag van tevoren heb ik een zitplaats in de
eerste klas Observation Car van de trein naar Kandy gereserveerd.
In een boek op A3-formaat noteerde de stationmaster mijn naam
en de zitplaats.
De 164 kilometer lange rit naar Kandy gaat ongeveer zeven
uren duren en kost 211 roepies. De trein van 9.45 blijkt ruim
twee uur vertraging te hebben. Pas een kwartier voordat de
trein moet arriveren is de stationmaster, die de rest van
de tijd met zijn armen over elkaar zit, naar het plafond staart
en af en toe wegdommelt, bereid zijn kleine loket te openen,
Door een kleine opening, waar net een arm doorheen kan, schuif
ik het geld naar hem toe en krijg ik mijn kaartje.
Om 12.15 uur meldt de trein zich op het station van Ella
met een luide fluittoon en een grote, zwarte rookpluim. DeObservation
Car bevindt zich aan het eind van het zeven kleine compartimenten
tellende treinstel. De coupe is bijna helemaal leeg en heeft
grote ramen aan de achterzijde. Alle zitplaatsen zijn naar
achteren gericht. De guard, gekleed in een witte broek, witte
blouse en een witte zeemanspet, zwaait met een groen doek
vanuit de open deur, blaast op zijn fluit en even later zet.
De trein zich weer in beweging. Terwijl ik langzaam achteruit
rij genietik van een mooie, weidse blik op het landschap achter
me. Voor slechts één gulden per uur kan ik in
een neo-koloniale sfeer de mooiste delen van het land als
een bioscoopfilm aan mij voorbij zien trekken. De trein bereikt
zelden een snelheid van meer dan 30 kilometer per uur en rijdt
meestal met een slakkengangetje door de heuvels en langs de
talrijke theeplantages.
verder
naar "SRI LANKA: per trein naar de Kandy Perahera"
deel 2
|