|
Nepal: informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag, info, foto's, Azië
NEPAL: Trekking in de Annapurna Sanctuary
Nepal reisverhaal: verslag van een reis door Nepal
(Tekst en foto's: Bert Taken)
deel 2/2
My name is One Roepie
De volgende ochtend is het nog vrijwel
donker als we om 6.45 uur opstaan. Wanneer we vanuit
ons raam naar links kijken zien we de Annapurna South
vanuit het schemerdonker indrukwekkend omhoog rijzen.
Hemelsbreed zijn we ongeveer 14 km van de top verwijderd.
Een half uur later bereiken de eerste zonnestralen de
berg en kleuren de top rozerood. De schaduwrand verschuift
razendsnel omlaag. Na het ontbijt gaan we 800 m steil
naar beneden. We maken ruim baan voor pezige dragers
op teenslippers die grote lasten naar boven sjouwen.
Het zweet gutst van hun voorhoofd. Even verderop gaan
ze even met de rug tegen een laag muurtje staan en laten
hun mand daar op rusten.Met rubberen knieën en
kloppende kuiten arriveren we bij de rivier. Bij een
restaurantje in het plaatsje Kyumi rusten we een poosje
uit en drinken een kop thee. Ik praat een tijdlang met
de eigenaar. Hij is vroeger als ghurka in dienst
van het Britse leger geweest. Hij heeft een klein pensioen
die hij steeds in Pokhara moet ophalen. Vanwege de lange
reistijd lukt hem dat niet altijd.
|
|
In het verleden stonden de gurkhas bekend om hun onverschrokken
moed. In de 2e wereldoorlog hebben zo'n 150 000 Nepalezen
aan de zijde van de Engelsen meegevochten. Later vochten ze
ook nog in de Falkland-oorlog. Ze dienden nog in het Britse
leger in Hong Kong, maar zijn overbodig geworden nadat de
stad in handen van China is over gegaan. Tegenwoordig zijn
er nog veel gurkhas in dienst van het Indiase leger. De meeste
worden gelegerd op riskante plekken, bijvoorbeeld in Kashmir
aan de Pakistaanse grens. De meeste overbodig geworden soldaten
keren weer terug naar hun woonplaats maar kunnen niet gemakkelijk
wennen aan de oude tradities. Er is weinig werk te vinden.
Velen starten daarom een hotelletje of een restaurantje aan
één van de vele trekking-routes.
Vlakbij de brug is een hoge, steile rotswand met nesten van
wilde bijen. Om de honing te verzamelen maken mannen riskante
klimpartijen met touwen (zie het boek The Honey Hunters of
Nepal). We steken via een wiebelige brug de rivier over en
beginnen aan de klim naar het 500 m hoger gelegen Landrung.
Aanvankelijk kijken we nog regelmatig om naar de steeds kleinere
rivier. Wat later gaat ons verstand steeds meer richting nul
en is onze aandacht alleen nog maar gericht op het voetpad.
We proberen de frequentie van onze ademhaling af te stemmen
op de treden van de trap. Deze zijn echter zo ongelijkmatig
dat we afwisselend in ademnood verkeren of gaan hyperventileren.
 |
|
Tegen de middag arriveren we bij het Hill Top Restaurant
& Guesthouse aan de rand van Landrung. Het uitzicht op
de terrassen aan de overzijde van het dal en op de Annapurna
South aan het einde van de vallei is fantastisch. De grote
hoeveelheid terrassen is verbazingwekkend. Bijna elk stukje
bergwand is gecultiveerd. Bij gebrek aan vlakke stukken bouwgrond
zijn er ook weinig andere mogelijkheden.
We lezen op een bord aan de rand van Landrung de wandeltijden
naar de volgende dorpen:
Landruk - Tolka 1:30 hour
Tolka - Berikharka 1:00 hour
Berikharka - Deurali 1:00 hour
Deurali - Pothana 0:30 hour
Pothana - Dhampus 1:30 hour
Dhampus - Phedi 1:00 hour
Vanaf nu is de route minder steil. Het pad loopt vaak vlak
langs huisjes en soms moeten we via de achtertuin of het terrasje
van een huisje verder. Voor elk huis zien we een grote stapel
maïskolven op een verhoging op palen. Alleen de iets
grotere plaatsjes hebben elektriciteit. De afgelegen huisjes
moeten het zonder doen. Bijna overal zien we lange rijen gebedsvlaggetjes
in de kleuren blauw, wit, rood, geel en groen.
"Hellooo, Namastee, Skoelpen?" klinkt
het achter ons. Het bezoek van toeristen laat duidelijk zijn
sporen na.
"What's your name?" vraagt het jochie dat
op blote voeten op ons af komt rennen.
"My name is One Roepie!" antwoord ik.
"No, no", lacht het jongetje met een ongelovige
blik.
"Yes, my name is One Roepie because everywhere in
Nepal children come to us and say 'Hello, one roepie? so that
must be my name" leg ik uit.
Een beetje verward richt hij zich tot mijn vriendin: "And
what's your name?"
"My name is Skoelpen, because all the children say
'Hello, skoelpen?' to me" antwoordt zij.
"No, no, nooooo", roept het jongetje nog
harder. Maar blijkbaar heeft hij toch de onderliggende boodschap
van onze antwoorden begrepen, want hij loopt nog wel een eind
met ons mee, kletst over van alles en nog wat, maar zeurt
niet meer over kadootjes.
Op weg naar een warme douche
De weg tot Berikharka is zeer afwisselend. Soms lopen we door
een bosachtige omgeving, daarna klimmen we weer langzaam langs
groene terrassen, steken een gammele hangbrug over en dalen
even later weer geleidelijk in open terrein. De noodle soup
in Berikharka is lekker hartig en pittig, maar blijkt rechtstreeks
uit een Chinees pakje te komen. Het is inmiddels 15.30 uur.
We twijfelen of we hier zullen overnachten of nog een uur
flink zullen klimmen naar Deurali. De soep heeft ons dusdanig
opgekikkerd dat we voor het laatste kiezen.
Deurali blijkt echter uit slechts twee guesthouses/restaurantjes
op een heuveltop te bestaan: de Nice View Lodge en de Trekkers-Inn
Lodge. Geen van beide ziet er echt heel aantrekkelijk uit,
maar de Trekkers-Inn Lodge wint met een geringe voorsprong.
Op de eerste verdieping zijn 4 kleine kamertjes met ruw hout
afgezet. Op de begane grond woont het gezin. Vanaf 17.00 uur
schiet de temperatuur weer naar beneden. Met jassen aan en
dassen om genieten we nog van een spectaculaire zonsondergang:
de Annapurna South kleurt weer langzaam rozerood in de avondzon.
Het is een zeer koude nacht. We krijgen bewondering voor
de lokale bevolking die zonder verwarming in dit klimaat moet
overleven. Al het materiaal waarmee de huizen gebouwd zijn,
zoals de glazen ramen, zijn door dragers over grote afstand
heuvelopwaarts gesjouwd. Ook de frisdrank en het bier kent
dezelfde lange bezorgroute. Tot 20.00 uur zit het gezin, in
een deken gehuld, beneden bij een kaarsje nog wat te kletsen.
Naast ons ligt een Amerikaan die met een gids naar het Annapurna
Base Camp is geweest. Hij snurkt hard en langdurig de gehele
nacht. De grote spleten in de ruwhouten tussenwand zorgen
er voor dat het klinkt alsof hij bij ons in de kamer ligt.
Af en toe geven we een harde klap op de tussenwand. Het snurken
stopt even en waarschijnlijk zit hij geschrokken en slaapdronken
rechtop in zijn bed. Na een lange, koude nacht wordt het om
6.30 uur weer langzaam licht.
 |
|
Zodra de zon schijnt wordt het weer snel behaaglijk. Als
ontbijt nemen we een cornbread met jam en honey. Het maïsdeeg
zwelt in het frituurvet op tot een grote holle bol. Onze magen
protesteren tegen de grote hoeveelheid druipend vet dat met
het brood vergezeld gaat. Na het ontbijt praten we een poosje
met het meisje dat ons het eten brengt. Haar vader zit in
het leger en is gelegerd in India, vlakbij de Pakistaanse
grens. Daar zit zij ook op een Engelse school. Zij heeft nu
een paar weken vakantie en is terug naar haar familie gegaan.
De kinderen moeten vaak een uur of langer lopen naar hun
school in Tolka of in Dhampus. Zij krijgen Engelse les uit
de boekenserie "Living Science". Het boek begint
met de namen van planten en dieren. Daarna wordt overgestapt
op de huiskamer, de keuken en de slaapkamer. De kinderen leren
de Engelse namen van televisie, zitbank, tafel, telefoon,
verwarming, keukenkast, aanrecht, fornuis, tweepersoons bed,
nachtkastje, wekker, klerenkast, etc. Voorwerpen die bijna
geen enkel kind thuis heeft. De meeste wonen in kleine huisjes
of hutjes van soms maar één kamer voor het gehele
gezin. Niet echt lesmateriaal dat direct aansluit bij de belevingswereld
van de kinderen.
Onze laatste dag gaat aanvankelijk over langzaam glooiend
terrein en door een bosachtige omgeving. Als we af en toe
op open terrein komen hebben we aan de linkerzijde weer een
mooi uitzicht op de Annapurna South en de Machhapuchhre. Na
een uur bereiken we Patana. Hier staat een vijftal guesthouses
die er wat beter uitzien dan de twee in Deurali. Overal in
dit gebied weet de lokale bevolking de huizen op de mooiste
locaties met weidse uitzichten te bouwen. We hadden ons ingesteld
op een wat saaie laatste dag, waarop we afdalen naar de "bewoonde
wereld" en de mooiste uitzichten al achter ons zouden
hebben. Maar deze route is de mooiste van onze driedaagse
tocht! Steeds zien we aan de linkerzijde een compleet panorama
van de Himalaya.
Aan de rand van Dhamsul nemen we een lemon tea op het terras
van Hilary Home Garden Restaurant. We kunnen niet genoeg krijgen
van de wijde uitzichten over de groene terrassen met rijst,
bloemkoel, groene kool, grote bladspinazie, tomaten, uien,
etc. Na alle gehuchtjes lijkt Dhamsul wel een wereldstad.
Hier staat ook het kantoor ACAP waar we ons weer moeten uitschrijven.
Kort voorbij Dhamsul begint een zeer lange afdaling naar de
ongeveer 800 m lager gelegen weg naar Pokhara.
Met pijnlijke kuiten en trillende knieën arriveren we
halverwege de middag in Phedi. We kunnen op de bus wachten,
maar er staan enkele taxi's klaar. De chauffeurs weten dat
de vermoeide trekkers een slechte onderhandelingspositie hebben.
Ze vragen Rs 400. We dingen af tot Rs 300 en hoewel dat nog
teveel is stappen we in omdat het vooruitzicht van een snelle,
lekkere douche in Pokhara te aantrekkelijk is.
Algemene landeninformatie NEPAL
Er zijn maar weinig landen ter wereld die enerzijds nog zo
oorspronkelijk en laag ontwikkeld zijn en anderzijds zo toegankelijk
voor westerse toeristen. Waar elders zie je mensen die grote
lasten met behulp van een draagband om hun hoofd op hun rug
dragen, bedelende saddhu's, mediterende Tibetaanse monniken,
eeuwenoude tempels, gammele riksja's en kleurrijke vrouwen
met een rode thika op hun voorhoofd terwijl je kort daarvoor
met een warme appeltaart en een cappuccino in een cybercafe
een e-mail zat te versturen? Vanuit Kathmandu kun je gemakkelijk
westwaarts reizen naar Pokhara. De reis duurt met de bus ongeveer
6 à 7 uur en met een vliegtuigje ongeveer 30 minuten.
De overdaad aan hotels en restaurants in Pokhara is groot.
De concurrentie is moordend en zelfs in het hoogseizoen is
het geen probleem om een plek te vinden en vaak dan is het
nog mogelijk om af te dingen.
Bij trekking in Nepal denken veel mensen aan wekenlange tochten
vol ontberingen op grote hoogte rondom de Annapurna of naar
het Mount Everest basiskamp. Tegenwoordig zijn dit echter
geen grote, avontuurlijke tochten meer. Rondom de Annapurna
zijn overal langs de route veel hotelletjes en restaurants.
In het hoogseizoen vertrekken vaak vele honderden mensen bijna
tegelijkertijd zodat je zelden alleen loopt. Het voordeel
van het grote aanbod aan accommodatie is wèl dat je
eenvoudig af kunt wijken van de platgetreden paden en zelf
een alternatieve route kunt plannen. Als je over een goede
kaart geschikt heb je geen gids nodig.
In de wintermaanden (november t/m maart) is het te koud om
op grote hoogte (boven de 3500 m) te lopen. In de zomermaanden
(juni t/m september) is het meestal nat en glibberig vanwege
de moesson. Het hoogseizoen is in de maanden oktober en november
wanneer de moesson is afgelopen en de temperatuur nog niet
te veel gedaald is. Ook de lente (april en mei) is een geschikte
tijd. De lagere delen rondom de Annapurna zijn echter gedurende
het gehele jaar toegankelijk.
De eerste dag kreeg ik de indruk dat de Nepalese taal voor
de toerist niet moeilijk is: baink = bank, postafis = postkantoor,
tikat = postzegel (ticket), bus = bus, taxi = taxi, hottel
= hotel en cybercafe = cybercafe. Maar hier houdt het dan
ook mee op: de rest van de taal klinkt als abracadabra. Gelukkig
spreken veel Nepalezen in meer of minder mate Engels. |