|
Nepal: informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag, info, foto's, Azië
NEPAL: Trekking in de Annapurna Sanctuary
Nepal reisverhaal: verslag van een reis door Nepal
(Tekst en foto's: Bert Taken)
(Onderstaand artikel is gepubliceerd in het
tijdschrift Voyager 7e jaargang nummer 26 2001)

deel 1/2
Het is al licht wanneer ik vroeg in de ochtend de gordijnen
open schuif. Ik veeg de condens weg en zie in het noorden
de indrukwekkende pieken van de Himalaya. De toppen van onder
andere de Annapurna South en de Machhapuchhre (Fishtail) zijn
roze-rood gekleurd in het licht van de opkomende zon. We nemen
afscheid van de vriendelijke, jonge Tibetaanse vrouw van het
kleine Hotel Angel om in de Lakeside op een terrasje te gaan
ontbijten.
Vlakbij staan enkele taxi's te wachten. Een jongen brengt
ons met een kleine Toyota naar Naya Pul. Het eerste deel van
de rit rijden we over een goede geasfalteerde weg. Daarna
wordt het slechter. Gedurende een uur rijdt de jongen slingerend
en soms stapvoets in een poging de laatste restjes asfalt
tussen de gaten mee te pakken. Na nog een flink aantal haarspeldbochten
stoppen we tenslotte bij een tiental kraampjes met etenswaren
en souvenirs. We pakken onze rugzakken en dalen af naar de
rivier. In het kantoor van de ACAP (Annapurna Conservation
Area Project) laten we ons registreren en kopen een trekking-permit.
Het begin van de trekking
Het is inmiddels 10.00 uur als we aan onze trekking beginnen.
Aanvankelijk loopt de route laag door de vallei langs de Modi
Khola rivier. Het is lastig lopen over de grote, ongelijkmatige
keien. Er klinken bellen alsof er een kudde Zwitserse koeien
in aantocht is. Over een smal pad nadert een lange karavaan
pakezels. Allemaal hebben ze een bel om hun nek en een prachtige
grote rode pluim op hun hoofd. Het merendeel van het transport
vindt echter toch nog steeds plaats door middel van dragers.
Met behulp van een hoofdband dragen mannen en vrouwen zware
manden of grote bossen hout op hun rug. Desondanks nemen de
meeste toch de moeite om ons te begroeten met een "Namaste".
In het gehuchtje Chimrung Morya rusten we even bij het Samjana
Restaurant. Wanneer we wat aantekeningen maken komen diverse
mensen over onze schouder mee kijken. Met verbaasde ogen kijken
ze naar de rare tekentjes die we in ons notitieboekje schrijven.
Ze lachen wat gegeneerd als we omkijken: er gebeurt niet zo
veel in hun dorpje en dit is toch een gebeurtenis waarover
je de rest van de dag met je dorpsgenoten kunt kletsen.
De wandelroute leidt ons door de achtertuin en langs de voordeur
van de her en der verspreide huisjes. Overal zien we mensen
bezig met het leven van alledag: ze weven rieten matten, koken
op houtvuur, geven borstvoeding en bewerken het land. Hoewel
het leven niet gemakkelijk is ervaren we overal een sfeer
van gemoedelijkheid, rust en puurheid. Het land en de mensen
verleiden ons tot een verliefdheid die niet meer over gaat.
 |
|
Na een uur lopen bereiken we Syauli Bazar: een dorp dat voornamelijk
uit een verzameling kleine hotels en restaurantjes bestaat.
De namen zijn aan een sterke inflatie onderhevig: de Green
Valley Lodge, de Mountain View Resort en het River Paradise
Hotel roepen allemaal het beeld op van luxe toeristenverblijven,
maar zijn vaak niet meer dan een houten schuurtje op palen.
We komen een karavaan van tientallen dragers tegen met zware
metalen tafels, klapstoelen, matrassen, gasbranders, etc.
Een half uur later passeert de bijbehorende groep van 15 onbepakte
Japanners van middelbare leeftijd met zonnehoedjes, een ghettoblaster
en een videocamera in de hand.
Na Syauli Bazar gaat het de rest van de dag steil omhoog.
Een smal pad leidt naar het 500 m hoger gelegen Kimche. Onze
blik is steeds omlaag gericht: de treden zijn onregelmatig,
er zijn veel losse stenen en er ligt veel ezelstront. Onze
voeten zwikken diverse malen om. Zuchtend en puffend bereiken
we om 13.30 uur Kimche. We rusten een poosje, drinken een
Fanta lemon en eten een rol biskwietjes. Daarna vervolgen
we onze weg richting Gandrung. Opnieuw is het constant klimmen,
maar nu wat geleidelijker. We genieten van elk stukje vlakke
weg. Het is 16.00 uur wanneer we eindelijk Gandrung bereiken.
Ecotoerisme
Op het hoogste punt in het dorp ligt Hotel Milan. Er zijn
5 kamers op de begane grond en 5 kamers op de eerste verdieping.
De kamers zijn klein (2m x 2m) en de muren zijn een halve
meter dik. Er is een gezamenlijke eetkamer met één
grote eettafel en een aantal bankjes. Nadat de zon onder is
gegaan wordt het snel koud. Binnen een uur zakt de temperatuur
van 20° C naar ongeveer 0° C. Rondom de eettafel is
een kleed gespannen. Als we plaats nemen aan de tafel wordt
er een kerosinebrander onder gezet. Onze benen en voeten ervaren
een weldadige warmte.
De menukaart staat vol internationale gerechten: Cheese Bean
Burrito, Moussaka, Chicken Biryani, Spagetti, Lasagne, Chicken
Burger, Choupsy, Chowmin, Vegetarian Momo, etc. In veel eenvoudige
Nepalese restaurantjes zijn de verschillen tussen de gerechten
echter geringer dan de exotische namen suggereren: een Indiase
chapati, belegd met tomaten, kaas en bonen, heet een Italiaanse
pizza als hij uit de oven komt. Opgerold en gevuld met dezelfde
tomaten, kaas en bonen heet het een Mexicaanse enchillada.
We werpen een blik in de zwartgeblakerde keuken. Een jongen
met een stralende glimlach is bezig met het deeg voor de pizza's.
Vanwege de Italiaanse naam van het hotelletje bestellen we
Italiaanse gerechten. De Spaghetti/Spinach/Mushrooms en Pizza
Tomato/Cheese zijn heerlijk (of komt dat alleen maar omdat
we hongerig zijn?). Ik bestel een flesje Red Riband Wodka.
Het ruikt naar verfverdunner en smaakt naar kerosine, maar
het veroorzaakt toch een aangename warmtetinteling in onze
onderkoelde lichamen.
De eigenaar vertelt dat Hotel Milan ongeveer 30 jaar geleden
het eerste hotel in Gandrung was. In de wijde omgeving wonen
goed georganiseerde dorpsgemeenschappen en etnische groepen,
zoals de Gurung en de Thakali, die enerzijds ondernemend zijn
en anderzijds toch hun cultuur en milieu willen conserveren.
De bevolking maakt samen met de ACAP afspraken over vaste,
lage prijzen voor onderdak en eten, onderhoud van wandelroutes,
medische voorzieningen, onderwijs en kerosine-depots om de
bomenkap tegen te gaan. In het dorp is er een overaanbod van
goedkope accommodatie. Om te voorkomen dat de lokale bevolking
elkaar doodconcurreert staat bij de ingang van het dorp een
bord met de tekst: "Please do not bargain. All prices
are fined bij the ACAP". Het dorp heeft verschillende
internationale prijzen gekregen vanwege de wijze waarop het
vorm geeft aan eco-toerisme.
Vrijwel de gehele bevolking van Gandrung behoren tot de gurung
en zijn oorspronkelijk afkomstig uit Mongolië. De Hotel
Milan-eigenaar vertelt verder dat de gurung-huizen van oorsprong
een zeer lage voordeur hebben. Zelfs de kleine Nepalezen moeten
bukken om naar binnen te gaan. Omdat kwade geesten niet kunnen
buigen kunnen ze niet in de huizen komen. Tegenwoordig worden
de huizen echter met hogere deuren gebouwd. De huwelijken
worden meestal door de ouders geregeld.
Het is gebruikelijk om met iemand van buiten het dorp te
trouwen die echter wel tot dezelfde kaste behoort. Als iemand
dood gaat wordt een priester, een lama, geraadpleegd. Aan
de hand van de sterren wordt besloten of de persoon gecremeerd
of begraven wordt. De achtergebleven familie mag gedurende
13 dagen geen zout en vlees eten. Ik vraag aan hem waarom
zoveel transport door de mensen plaats vindt en niet met behulp
van ezels, paarden of runderen. Hij antwoordt dat de meeste
mensen zich de aanschaf van een ezel niet kunnen permitteren
(ongeveer Rs 25.000). Ook het huren van een ezel voor transport
is, met Rs 60 per kilogram, vaak te duur.
verder
naar "NEPAL: Trekking in de Annapurna Sanctuary"
deel 2
|