|
Myanmar,
informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag,
info, foto's
Myanmar, het gouden land
Myanmar reisverhaal: verslag van een reis door Myanmar (Birma) met veel informatie en foto's (december 2010)
(tekst en foto's: René en Lione Kolsteren)
deel 1/6
MYANMAR, HET GOUDEN LAND
We lopen door het drukke Yangon. Ik zie langs de kant van de weg een vlag, die ik niet herken als de vlag van Myanmar. “Dit is toch niet de vlag van dit land?” vraag ik me af en ik zeg het hardop tegen Lione. Een passerende man lijkt precies te begrijpen wat ik zeg en vraagt waar wij vandaan komen. Ik herhaal mijn vraag nogmaals, nu in het Engels. “Ze hebben het veranderd” antwoordt de man. “Van het ene op het andere moment. Just like that”. “Is daar een reden voor?” wil ik weten. “Deze regering heeft en geeft nooit een reden. Ze doen gewoon waar ze zin in hebben. Ons wordt niets verteld. They don’t care about the people”. We staan perplex. Dit hadden we niet verwacht. Hij is opvallend openhartig. Dat is ons de afgelopen weken wel vaker opgevallen. Mensen beginnen te praten, terwijl je, zoals in iedere dictatuur, zou verwachten dat de angst om ook maar iets te zeggen over het regime de mensen zou doen zwijgen. We snijden het onderwerp nooit zelf aan; we willen mensen zeker niet in verlegenheid brengen. Maar de mensen beginnen er spontaan over met ons en de kritiek is nauwelijks meer verhuld.
Een volkomen fout regime. Een regering die niets om de bevolking geeft, een regime dat onderdrukt, wreed en niets ontziend is. De boycot van veel westerse landen lijkt dit regime niet te raken, laat staan te verzwakken. Het raakt de bevolking helaas wel, het land holt eigenlijk alleen nog maar achteruit. “Waarom komen jullie niet? Waarom laten jullie ons in de steek?” hebben we vaak gehoord. Beschaamd moesten we steeds zeggen, dat we dat ook niet wisten. Want goedbeschouwd is er geen enkele reden om dit land te mijden, integendeel.

Myanmar. Gaan of niet gaan? Of beter nog: waarom zou je er heen gaan? Het toerisme in dit – economisch gezien – bijna minst ontwikkelde land ter wereld is volkomen ingezakt. En dat terwijl het land enorm veel te bieden heeft. Het doet zeker niet onder voor andere landen in de regio, zoals Thailand, Laos of Vietnam, die wel in de gratie zijn bij reizigers. Eigenlijk heeft het alles wat deze landen ook hebben. En nog net iets meer. Het land is jarenlang afgesloten geweest van de buitenwereld. Nog niet zo lang geleden kwam je het land niet eens in. De wereld wilde niets van Myanmar weten en Myanmar wist weinig van de wereld. Nauwelijks westerse moderne invloeden. Door deze isolatie heeft het land zijn oorspronkelijke karakter nog weten te bewaren.
Myanmar is uniek en wat de reiziger in Myanmar aantreft, zal hij in geen enkel ander (Aziatisch) land meer aantreffen. Je waant je in een willekeurig Aziatisch land in de jaren vijftig. De sfeer is ontspannen, de mensen (ondanks hun armoede) vriendelijk, beleefd en zachtaardig. Buiten de steden domineren karren, voortgetrokken door zeboes en waterbuffels het beeld, bewerken mensen hun land op een manier zoals dit hier honderd jaar geleden gebeurde, heerst de rust en gemoedelijkheid van het fraaie platteland, en tref je een kleurrijk straatbeeld aan in dorpen en steden, waarbij je voortdurend je ogen uitkijkt. Vrouwen en mannen in lange wikkelrokken, de gezichten ingesmeerd met thanaka, een soort pasta die in strepen en figuren op het gezicht wordt aangebracht. En overal die opgestoken hand, die vriendelijke lach.
En dat alleen al is een reden om te gaan: de vriendelijkheid van de mensen en hun behoefte om niet vergeten te worden, om in contact te komen met bezoekers.
Myanmar is het gouden land. Gouden pagodes, kloosters, monniken, tempels: je vindt ze overal en in grote aantallen. Nergens ter wereld heeft het Boeddhisme zulke diepe wortels in het dagelijks bestaan van de mensen, in al zijn facetten. Myanmar is met geen enkel ander land te vergelijken, Myanmar is vooral nog heel erg zichzelf.
YANGON
We rijden vanaf het vliegveld de vroegere hoofdstad Yangon in. De grootste stad van het land en de stad, waar je als reiziger het land binnenkomt. In eerste instantie lijkt het hier op alle andere Aziatische landen of steden en is aan niets te zien dat het hier Myanmar zou moeten zijn. Groene buitenwijken, veel lage bebouwing, wat een beetje een dorps karakter geeft aan deze metropool. Veel bromfietsen, fietsen en auto’s, waarvan de meeste de jaren zestig nog gekend moeten hebben. Hier en daar wat lelijke hoogbouw, die ook in deze stad aan het oprukken is. Dichter naar het centrum toe wordt het steeds drukker en het straatbeeld levendiger en authentieker. Minder dan we in de rest van het land zullen zien, zien we mannen in wikkelrokken, en vrouwen, mannen en kinderen met thanaka op hun gezicht.
Als we even later te voet door het centrum gaan zien we pas echt de armoede en verpaupering van deze stad. De koloniale gebouwen staan er nog, maar de meeste beginnen te vervallen. Wandelen is hier ogen te kort komen, zoveel gebeurt hier op straat. Veel mensen leven op straat, koken hun potje met onduidelijke ingrediënten waarvan we niet eens willen weten wat het precies is. Vergenoegd zitten mensen in groepen om de potten heen, in afwachting van de maaltijd. Het is vaak slachtafval, dat wij niet als vlees zouden gebruiken. Hier is alles eetbaar. Je moet wel. Men heeft handelswaar op de stoep uitgestald, of men zit maar wat en ’s avonds gaat men op dezelfde plek gewoon gestrekt. Behalve om je heen kijken en je verbazen, opgaan in de hectiek van alledaags Yangon, moet je ook goed je ogen naar beneden gericht houden. Wandelen over wat de stoepen zouden moeten zijn is goed uitkijken. Stenen liggen los, steken omhoog, wiebelen over grote gaten en geulen. Een keer misstappen betekent hier op zijn minst een pijnlijke enkel. Bij de Sule Pagode, in het hart van het centrum, houden de geldwisselaars zich op, snelle jongens met stapels geldbiljetten in hun handen. Geld wisselen doen we morgen wel. We komen bij de Yangonrivier aan de zuidzijde van het centrum. Het is hier een drukte van belang. Een grote menigte mensen die met het veerpontje naar de overkant wil.
Naar de Shwedagon Pagode, een icoon van Yangon en eigenlijk van heel Myanmar, ga je bij voorkeur tegen zonsondergang. Dit prachtige complex ligt op een kleine heuvel even buiten het centrum. We lopen op de weg er naar toe. Vóór ons 220 treden omhoog langs een overdekte trap, aan weerszijden waarvan handelaars en winkeltjes zitten. Jongetjes met plastic zakken (om je schoenen in te kunnen opbergen) komen op ons af: “Money, money” roepen ze.
Datzelfde zegt een vrouw even verderop, die ons duidelijk maakt dat we onze schoenen bij haar moeten inleveren, anders kunnen we niet verder. Even twijfelen we. Al gauw beseffen we dat ze gewoon wat wil verdienen. De schoenen kunnen overal langs de trap worden neergezet zonder dat je er iemand voor hoeft te betalen. Je zult ze in dit land altijd weer terugvinden. Diefstal is hier een onbekend fenomeen. Boven aangekomen weten we niet wat we zien: we wanen ons in een sprookje. De stupa is bijna 100 meter hoog, en bedekt met 50.000 kilo bladgoud. Daar omheen 64 kleinere en nog vele gebouwtjes en tempeltjes. De stupa is ook nog belegd met duizenden kostbare edelstenen. Het maakt indruk, deze plek. Hier gebeurt van alles. Gelovigen doen hun gebed of wandelen over het grote complex.

Monniken zitten op een muurtje, de handelaren doen goede zaken en zwerfhonden liggen lui in het late avondzonnetje. Overal pracht en praal. Het wordt donker en de lichten gaan aan, wat een bijzondere sprookjesachtige sfeer creëert. In een hoekje zitten enkele oudere monniken, die een gesprek met ons beginnen. “Jullie komen uit Holland? Weten jullie in Holland wel over onze situatie?”. We hadden deze directheid niet verwacht. “Ja, dat weten we” antwoorden wij. “Waarom komen jullie niet? Waarom doen jullie niets?”. Het antwoord moeten we schuldig blijven. We zijn hier niet op voorbereid. In de weken daarna zullen we dit vaker meemaken en weten we ook hoe we hier het beste op kunnen ingaan. Maar nu, zo kort na aankomst, nog even niet. We praten nog wat, natuurlijk op de foto (wat monniken erg leuk vinden). Mensen brengen hun offers, ze zijn in vervoering of in gebed in de vele tempeltjes, de goudkleurige pagode straalt een zee van licht uit. We wanen ons in een compleet andere wereld. En dat is het ook. Na enkele uren dalen we de lange trap weer af en gaan op zoek naar een eetgelegenheid.
Het Kandawgyipark rond het gelijknamige meer is één van de groene longen van “tuinstad” Yangon. Het is zondag en we wandelen door dit park. Deze rustige plek is een verademing na de hectiek van downtown Yangon. Families en stelletjes wandelen hier en vermaken zich op deze zondagmiddag. Het imposante Karaweikschip in het midden van het meer herbergt een duur Chinees restaurant. Wij kiezen voor het terras van één van de vele eenvoudige eetgelegenheden. Aan de horizon verheft de Shwedagonpagode met een gouden glans zich boven alles uit en weerspiegelt mooi in het water van het meer. We rijden even later bij toeval langs het huis van Aung San Suu Kyi. Een groot wit oud koloniaal pand, niet ver van de hoek van University Avenue en Kaba Aye Pagoda Road, aan de oever van het Inya meer.

verder naar "Myanmar, het gouden land"
deel 2
|