Baobab
Fair weg met Baobab Reizen. Baobab Reizen organiseert actieve en avontuurlijke rondreizen op een duurzame manier. Dit betekent niet dat de reis primitief is, of heel duur. Het betekent dat Baobab groot belang hecht aan een verantwoorde vorm van toerisme.

 

Vamonos Travels
Voor individuele reizen op maat naar Latijns-Amerika, de Caraïben, Afrika en Azië. Via het reis-op-maat programma van Vámonos Travels bepaal je zelf precies hoe uw reis er uit gaat zien!
 

 

Myanmar, informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag, info, foto's

Myanmar: thanaka, longyi's & paya's

Myanmar reisverhaal: verslag van een reis door Myanmar (Birma) met veel informatie en foto's (17 juli t/m 14 augustus 2006)

(tekst en foto's: Bert Taken & Truus Kolenbrander)

deel 1/8

Myanmar (voorheen: Birma) is lang geïsoleerd geweest van de buitenwereld. Sinds een aantal jaren mogen toeristen maximaal vier weken vrijwel zonder beperkingen overal rond reizen. Mede door de lange afzondering is het land het meest pure, oorspronkelijke land van zuid-oost Azië en westerse invloeden zijn nog gering.

Juli en augustus valt in het regenseizoen, maar die regen valt vooral in het zuiden. Een enkel buitje in het midden-noorden zorgt voor een prima reisklimaat in de zomermaanden.

Wat betreft de titel van dit reisverslag:
Vrouwen en kinderen smeren hun gezicht dagelijks in met thanaka (boombastpoeder) hetgeen zowel een decoratieve functie heeft als bescherming tegen de zon biedt.
Westerse kleding is nog uitzonderlijk: vrijwel alle mannen en vrouwen lopen in een longyi (wikkelrok).
De bevolking is over het algemeen zeer devoot boeddhistisch: het gehele land staat vol paya's (pagodes) en kyaungs (kloosters)

 

Een korte geschiedenis

Van de 9e t/m de 13e eeuw was er een groot, bloeiend Bamar-koninkrijk in het midden-gebied van Myanmar. De grote tempelvlakte van Bagan dateert uit die tijd. In de 13e eeuw ontstaat er rondom Bago in het zuiden een Mon-koninkrijk. In het noorden veroverde de uit het huidige Thailand afkomstig Shan-volk een groot gebied en stichtten het Koninkrijk Inwa. In de 16e t/m 19e eeuw was er een tweede Bamar-koninkrijk in het midden-zuiden van Myanmar. In de 19e eeuw waren er diverse oorlogen met de Britten die aan de westgrens in India zaten. De hoofdstad van het laatste koninkrijk was inmiddels verplaatst naar Mandalay. In 1885 veroverden de Britten een groot deel van het huidige Myanmar en het land werd de provincie Burma van “British India”. De grensgebieden, o.a. de Shan, waren moeilijker te controleren en bleven min of meer zelfstandig. Onder Britsen overheersing kwamen veel mensen uit India naar het land om lage overheidsfuncties vervullen en winkeltjes te starten.
In het begin van de 20e begonnen de eerste (kleine) opstanden van monniken en studenten tegen de Britse overheersing. Eén van de studenten was Aung San, de vader van Aung San Suu Kyi (de winnares van de Nobelprijs voor de vrede, die nu nog steeds huisarrest heeft in het noorden van Yangon). Samen met een groep medestanders volgden ze een militaire training in Japan. Tezamen met het Japanse leger vielen ze Burma binnen in de tweede wereldoorlog. Toen ze ervaarden dat de Japanners het bepaald niet beter met ze voor hadden, zocht Aung San en zijn Burmese National Army weer aansluiting bij de Britten.
In 1947 stemden de Engelsen na moeizame onderhandelingen met Aung San tenslotte in met de onafhankelijkheid van Birma. Aung San sloot overeenkomsten met allerlei grensstaten (Shan, Chin, Kachin) die de minderheden een zekere mate van autonomie garandeerden. Op 19 juli 1947 werden generaal Aung San en een aantal medestanders echter vermoord door verschillende groeperingen binnen de onafhankelijkheidsbeweging. Oppositieleider U Saw werd hiervoor ter dood veroordeeld, maar betrokkenheid van de Britten is ook niet onwaarschijnlijk (ze voorzagen U Saw o.a. van wapens). Aung San was toen slechts 32 jaar, maar wordt sindsdien als een Nationele Held en een Vader-des-Vaderlands vereerd.
Daarna volgden ongeveer tien jaar van chaos: het parlement had weinig controle, minderheden liepen weg uit de regering, gewapende bendes en rebellen beheersten het land, de Kuo-Min-Tang van de verdreven Chinese heerser Chiang Ka-Shek vestigden zich in het noorden,
In 1958 droeg het parlement het bewind over aan generaal Ne Win. Hij herstelde in enkele jaren de orde en bracht weer economische voorspoed. Bij verkiezing in 1960 won Ne Win ruim. Toen het land toch weer dreigde uiteen te vallen, greep hij in 1962 de macht, nationaliseerde bijna alle particuliere bedrijven en kondigde een “Birmaanse weg van het Socialisme” aan. Net als bij de streng geleide communistische economiën van China, Oost-Europa en Cuba waren de gevolgen voor Birma waren desastreus. De “graanschuur van het verre oosten” gleed langzaam af tot een Derde Wereld-economie.

Nieuwe protesten in 1988 werden door de militairen bloedig werden neergeslagen, maar zorgden wel voor verkiezingen die in 1990 met 80% van de stemmen ruimschoots werden gewonnen door de National League for Democracy van Aung San Suu Kyi. De junta weigerde echter de macht uit handen te geven: oppositieleiders werden opgepakt, gevangengezet en sommigen vermoord. In 1992 kwam generaal Than Shwe aan de macht en de rol van Ne Win in de Birmaanse junta raakte uitgespeeld. Aung San Suu Kyi kreeg in 1991 de Nobelprijs voor de Vrede vanwege haar geweldloze strijd, maar zij bracht bijna alle tijd daarna door in huisarrest. Sindsdien is ze enkele keren vrijgelaten, maar later weer gearresteerd.

 

To boycot or not to boycot?

In de 90-er jaren werd Myanmar steeds meer geboycot door westerse landen en werden westerse bedrijven gedwongen zich uit het land terug te trekken. Ook Aung San Suu Kyi riep op tot een boycot door toeristen. De oproep van Aung San Suu Kyi dateert uit de tijd dat toerisme zeer beperkt mogelijk was en volledig gecontroleerd weer door de junta. In de 90-er jaren was je verplicht 200 dollar tegen een zeer ongunstige koers te wisselen. Dat geld verdween rechtstreeks in de zakken van het regime. Ook moest je gebruik maken van overheidshotels, -vervoer en -gidsen. Een verblijf in Myanmar spekte daarom aardig de kas van de junta.
Door de boycot worden de inkomsten minder. Als gevolg daarvan komen alle inkomsten uit gas, olie, edelstenen, teak en opium(?) niet meer (deels) ten goede aan de bevolking, maar uitsluitend aan de militairen. De boycot treft dus niet zozeer de junta (die zorgt verder wel goed voor zichzelf) maar vooral de bevolking. Elke keer als de financiële steun uit het buitenland minder wordt, worden de belastingen en prijzen verhoogd en de openbare voorzieningen minder. Diverse medestanders en aanhangers van Aung San Suu Kyi (o.a. de Moustache Brothers in Mandalay en Shan-paleis beheerster Sai Sarm Hpong in Hsipaw) geven aan dat de boycot-oproep niet meer van toepassing is. Zij vertellen dat Aung San Suu Kyi inmiddels ook van mening is veranderd.

Afgezien van enkele grensgebieden kun je bijna overal in het land vrij rond reizen als toerist. Overal kun je in kleine particuliere guesthouses overnachten, in lokale restaurantjes eten en van de diensten van individuele trishaw-rijders, gidsen en taxi-chauffeurs gebruiken maken. Al het geld dat je uitgeeft komt bij de lokale bevolking terecht. Een uitzondering is het geld voor een visum en de entree-gelden op diverse plaatsen, maar dat zijn relatief kleine bedragen.
De grote boycot heeft o.a. ook tot gevolg gehad dat vele kledingfabriekjes gesloten zijn en dat duizenden meisjes en vrouwen noodgedwongen in de prostitutie terecht zijn gekomen. Leg dan maar eens aan de lokale bevolking uit dat je het beste met hun voor hebt … Als het westen het echt goed met de bevolking voor heeft, dan zouden ze een wat actievere houding moeten vertonen. De huidige boycot betekent niet veel meer dan “de andere kant opkijken”, terwijl de ellende maar groter wordt.

Ondanks de slechte leefomstandigheden zijn de mensen ontzettend aardig en gastvrij. Overal waar we komen worden we vriendelijk begroet en uitgenodigd voor thee. Ook al hebben ze weinig, ze willen altijd wel iets met je delen. We vergeten echt te vaak hoe goed we het hebben in de westerse wereld.

 

Mandalay

We arriveren ’s ochtends vroeg in de hoofdstad Yangon. De vertrekhal voor de binnenlandse vluchten is klein en verlaten: de stoffige, kleine kanoortjes van enkele luchtvaartmaatschappijen zijn leeg. Er is geen wisselkantoor of bank: als je iets wilt wisselen kan dat alleen op de “officiële” zwarte markt. Ongeveer een uur vóór een vlucht vertrekt is er enige activiteit. Achter een bordkartonnen stalletje neemt een medewerkster van Bagan Air plaats. Het is geen probleem om nog twee vliegtickets naar Mandalay te kopen.
Ruim een uur later stappen we uit op het nieuwe vliegveld van Mandalay. Het is de laatste vlucht die ’s ochtends arriveert en er staan nog slechts enkele taxi’s te wachten om de passagiers naar het 40 km verderop gelegen Mandalay te brengen. De rit gaat door een zeer vlak landschap met opvallend veel huisjes van hout, riet en bamboe. We zijn echter te moe om er van te genieten. We nemen een mooie kamer met plavuizen en witte wandtegels in het centraal gelegen Nylon Hotel en slapen enkele uren om een gemiste nachtrust te compenseren.

Als we aan het eind van de middag weer wakker worden lopen we door de omgeving. Vlakbij is een Engelse clocktower met een krullend, puntig Birmaans dakje. Op de avondmarkt is van alles te koop: groente, fruit, paraplu’s, hoeden en petten, potten en pannen. Iedereen is aardig en relaxt en glimlacht en groet voortdurend. Bij de Eindwya Pagode staat een ijscoman: van een groot blok ijs schaaft hij stukjes af, maakt er een bolletje van en modelleert dat om een stokje. Ten slotte giet hij er sierlijk wat sausjes over het ijs. Het is blijkbaar lekker en goedkoop, want bijna iedereen op straat loopt met een ijsje. Op het terrein van het klooster hebben de jonge monniken hun lange, rood-bruin kleed afgedaan en voetballen fanatiek.
Opvallend is de afwezigheid van westerse kleding: vrijwel alle mannen en vrouwen dragen longyis (sarongs). Ook kauwt bijna iedereen op betelnoot. Als de mensen lachen, ontbloten ze de rode tanden. Regelmatig spugen ze een vuurrode straal betelnootsap op straat. ’s Avonds nemen we nog een frisse Lemon Ice Tea op het terras van de Nylon Ice Cream Bar.

Mandalay is de voormalige hoofdstad van het oude Birmaanse koninkrijk en is het culturele en religieuze centrum van “Midden-Burma”. De wijde omgeving van de stad is "bezaaid" met oude tempels, kloosters en paleizen. De tweede grote stad van Myanmar ligt aan de Ayeyarwady rivier en is. Het is overzichtelijk gebouwd in een raster met genummerde straten. Er heerst meer de sfeer van een dorp dan van een stad. De stad kent de laatste jaren echter een grote toestroom van Chinezen die dure hotels, juwelenwinkels en zakenpanden neerzetten en de oorspronkelijke bewoners verdrijven naar de buitenwijken. Ze zijn daardoor niet echt geliefd.

De volgende ochtend lopen we naar het Mandalay Palace. Het regent zachtjes en daardoor is het niet te warm. Het grote, vierkante terrein met zijden van ruim drie kilometer is ommuurd en voorzien van een brede gracht. Alleen aan de oostzijde is een ingang. Het oorspronkelijke paleis - een soort ommuurde “verboden stad” die wel enige gelijkenis met de “verboden stad” in Beijing vertoond - werd halverwege de negentiende eeuw gebouwd en was de woonplaats voor de laatste twee Birmaanse koningen. Nadat de Engelsen het gebied veroverden en toevoegden aan de koloniale provincie Burma diende het paleis als gouvernementhuis en British Club. Aan het eind de tweede wereldoorlog ging het houten paleis – tijdens gevechten met de Japanners – geheel in vlammen op. Het is inmiddels grotendeels herbouwd met de gedeeltelijke inzet van dwangarbeiders. Vanwege de herbouw is het niet bijster interessant, maar het geeft wel een idee van de grootsheid van het paleis.


Mandalay Palace en Mandalay Hill


Mandalay Palace

Op de hoek van het paleis is een eenvoudig thee-terrasje. We schuilen voor de regen onder een grote parasol. De vrouw brengt een grote thermoskan groene thee en zet ook een schaal met kokossuikerbollen neer.

Als het weer droog is nemen we een trishaw naar de diverse pagodes ten noordoosten van het paleis.

De Kuthodaw Paya werd in dezelfde tijd als het paleis gebouwd en staat bekend als het grootste boek ter wereld. Rondom de centrale stoepa staan 729 marmeren platen waarop leer van Boeddha, de Tripitaka, beschreven staat.

Shwenandaw Kyaung is een prachtig houten klooster. Het Birmese houtsnijwerk dateert uit de tijd van het Mandalay paleis en geeft goed aan hoe mooi dat ooit geweest moet zijn. Het is niet gerestaureerd en de charme is juist de verweerde staat.


Bij elke tempel: schoenen uit


Mandalay: Shewanandaw Paya


Mandalay: Shewanandaw Paya

Aan de zuidwest zijde van Mandalay Hill start de beklimming. De schoenen moeten uit, maar de gehele klim is overdekt en de trappen zijn betegeld en schoon. De klim duurt ca. 45 minuten. Onderweg zijn er overal rustplaatsen en af en toe kleine winkeltje. Halverwege is een tempel met de Peshawar relics: 3 botten van Boeddha die in 1907 in Peshawar zijn gevonden. Boven op de heuvel is er een mooi uitzicht over de stad, het paleis/fort en de Ayeyarwady rivier die in het regenseizoen wijd uitgelopen is. In de westelijke heuvels ligt het koelere Pyin U Lwin. Het blijkt dat je de top ook kunt bereiken met een taxi via de achterzijde. De afdaling duurt slechts 20 minuten.

's Avonds gaan we eten in het Too Too restaurant, net ten zuiden van het paleis. Op de rijen tafels liggen plastic kleedjes en er brandt fel neonlicht. Het blijkt dat je een hoofdgerecht bij de balie achterin moet aanwijzen en dat je er dan een zestal bijgerechten (soep, groente, sauzen, curry) automatisch bij krijgt.

 

verder naar "Myanmar: thanaka, longyi's & paya's" deel 2

 

 

Heeft u na het lezen van de reisverhalen ook zin in een verre wereldreis? Onderstaande, betrouwbare reisorganisaties bieden een groot scala aan mogelijkheden in Afrika, Azië of Amerika: van volledig georganiseerd tot individueel maatwerk.

     

 

 

 

 


 

ATP vakanties

Vliegticketspecialist

Reisspecialist

 

Google