|
Maleisië:
informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag,
info, foto's, Azië
Sarawak: Maleis Borneo
Maleisië reisverhaal: verslag van een reis door Sarawak:
Maleis Borneo
(tekst en foto's: Jennie Bijlsma)
deel 1/3
Kuching deel I
Na een lange reis met Malaysia Airlines (prima service) met
een tussenstop in Kuala Lumpur kwamen we in het hete Kuching
aan. Kuala Lumpur Airport is een van de mooiste vliegvelden
waar ik ooit ben geweest. Strak, schoon, maar ook gezellig.
In Kuching (de hoofdstad van Sarawak), wat letterlijk vertaald
Kat betekent, merk je direkt dat je het rustig aan moet doen.
Het is er erg vochtig warm. Na tien minuten lopen ben je doorweekt
van het zweet. Met een kaartje in de hand gingen wij op zoek
naar het Sarawak Museum. De afstanden op de kaart lijken echter
veel langer dan zij in werkelijkheid zijn, waardoor wij vreselijk
verdwaalden. Uiteindelijk kwamen wij uit bij de Sarawak rivier,
waardoor wij weer een mooi oriëntatiepunt hadden. Deze
bruine rivier vormt het centrum van de stad. Langs deze rivier
liggen de meeste bezienswaardigheden en valt het meeste te
beleven. Dit gebied wordt Waterfront genoemd. Ondanks dat
je er weinig toeristen ziet kun je hier als toerist prima
rondlopen zonder lastig gevallen te worden en zonder dat er
erg op je gelet wordt. Als je de reisgidsen leest dan moet
het Sarawak Museum wel heel erg bijzonder zijn.
| In sommige reisgidsen zijn er pagina's vol
geschreven over dit museum. Helaas was alleen het oude
gebouw van het museum open toen wij er waren. Hier vonden
we (opgezet) bijna alle dieren die in Sarawak voorkomen.
Op de bovenverdieping zagen we veel kunst en gebruiksvoorwerpen
van de stammen van Sarawak en kon je iets leren over hun
geschiedenis. |
|
Na een half uurtje hadden wij het museum, waarvan de toegang
gratis was, wel helemaal gezien. Zoals ik al zei was het nieuwe
gedeelte gesloten, dus daarover kan ik niks vertellen. We
zijn nog wel even naar het aangrenzende, en ook gratis, Islam
Museum geweest. Leuk, maar ook niet al te groot en uitgebreid.
De avond brachten we door in het Seafood BBQ Centre (in de
buurt van de Holiday Inn). Hier kon je allerlei seafood, verschillende
soorten wokgroenten en andere bekende en onbekende lekkernijen
op een bord scheppen, waarna het voor je gewokt werd. Ik heb
me o.a. gewaagd aan het eitje van de red coasted dove, zeekomkommer,
inktvis, een weekdiertje uit een scheermesje (ging levend
de pan in), de bloesem van de durianplant, eetbare varens
en verschillende soorten paddestoelen. Dit alles moest gegeten
worden met stokjes natuurlijk.
Bako NP
We moesten de volgende dag al vroeg opstaan om te vertrekken
naar het startpunt van onze boottocht naar Bako NP. We moesten
namelijk rekening houden met het getij. Toen we de stad uit
reden werd de vegetatie al snel anders en waren de huisjes
die we zagen meer van hout. Een half uurtje buiten Kuching
gingen we aan boord en na zo'n 20 minuten varen werden we
afgezet bij Bako NP. We kwamen aan bij een mangrovebos. Met
onze spullen liepen we naar de huisjes waarin we zouden verblijven
in dit nationale park, dat aan de Zuid-Chinese Zee lag.
| We deden nog voor de lunch twee korte wandelingen
door het regenwoud. De eerste stukken van de wandelingen
waren van houten vlonders, maar daarna liep je echt over
de boomstronken klauterend door het woud. |
|
|
Loop nooit alleen en volg altijd de paden! Veel dieren kwamen
we niet tegen, dat viel wel wat tegen, alleen wat slakken
en kleine krabbetjes. Er zijn in dit park dieren genoeg hoor,
maar de meeste kom je gewoon bij Park Headquarters tegen,
soms zelfs bijna in je kamer. Makaken, eekhoorns, monitor
lizzards, vogeltjes en baardzwijnen kun je hier vinden. In
onze zomer is het in Maleisië geen kwallentijd, waardoor
ik de hele middag aan het strand kon liggen en heerlijk in
zee kon zwemmen.
Aan het eind van de middag zag ik een zeer donkere wolk met
een flink vaart over zee aankomen. Niet veel later volgde
onze eerste tropische regenbui, die gelukkig niet langer dan
een half uurtje duurde. Vroeg in de avond werd het tijd je
te beschermen tegen de muggen, met lange kleren en deet. Op
de kamers, waarin per kamer alleen vier bedden met een matras
stonden, was het meegebrachte muskietennet erg handig.
Op de tweede dag in Bako NP stonden we om half acht op om
ons klaar te maken voor de acht kilometer lange Lintang Trail.
Tegen de klok in lopend zou de route het minst zwaar zijn.
Vooral de eerste klim was erg zwaar, maar het uitzicht op
de zee was een prachtige beloning. We kwamen langs smalle
paadjes, over veel boomstronken, over een lavavlakte (met
weer een hele nieuwe vegetatie), langs bekerplanten en veel
mooie, soms stekelige, planten, struiken en bomen. De vermoeidheid
en het vele zweet waren we gauw vergeten, want we eindigden
onze route bij het strand van Paku. Een bounty-achtig strand.
Het laatste stukje hoefden we na een heerlijk verkoelend bad
in de zee niet eens meer terug te lopen, want we hadden afgesproken
dat een paar bootjes ons voor maar een paar ringgit zouden
komen halen.
Op de laatste ochtend in Baku liep ik al vroeg in alle stilte
naar het nog bijna verlaten mangrovebos, om misschien toch
nog een neusaap te kunnen zien, die in dit gebied veelvuldig
voorkomen, maar die ik nog niet had mogen aanschouwen. Ik
had geluk. Een nog jong mannetje (te herkennen aan de nog
niet zo heel erg grote neus) kwam vanuit het bos naar de mangrovebomen,
waar hij op een afstandje bleef zitten. De neusaap, die ook
wel Hollandse aap, of Proboscis monkey genoemd wordt, en alleen
op Borneo voorkomt, dankt zijn naam aan de altijd doorgroeiende
en soms immense neus van de mannetjes, die met hun neus indruk
proberen te maken op de vrouwtjes.
Kuching deel II
Vanuit Bako NP gingen we weer terug naar Kuching. Het was
duidelijk dat we al wat aan de hitte en het vochtige weer
waren gewend, want we konden nu veel beter tegen de warmte.
We liepen langs Waterfront naar de vis- en fruitmarkt aan
het einde van Waterfront. Het was niet de beste tijd voor
vruchten, maar enkele vreemde vruchten en groenten konden
we toch wel ontdekken. Vooral de rambutans (grote lychee-achtige
vrucht) waren erg lekker en door het hele land heen te koop.
In de buurt van de markt lag een wijkje (achter de souvenirszaakjes)
met allerlei nijverheidzaakjes.
Erg leuk om iets verder van Waterfront af te gaan en het
echte Maleise leven te aanschouwen. De zool van mijn bergschoen
liet los en voor maar een paar ringgit kon ik mijn zool daar
laten lijmen. Prima vakwerk! Deze middag werden we opnieuw
getroffen door een tropische regenbui. Een mooie gelegenheid
om onder het genot van een drankje te gaan schuilen in een
barretje aan Waterfront. Na nog wat te hebben gewinkeld in
het Sarawak Plaza (mooie boekwinkel) was het alweer bijna
avond. Tijd om Rijst te gaan eten.
Iban (longhouse)
| Via de plaatsen Serian en Lachau reden we
naar de plek aan de bruine Lemanak rivier waar de longboats
op ons lagen te wachten. Deze ondiepe, houten, door motortjes
aangedreven kleine bootjes zouden ons naar een longhouse
van de Iban-stam brengen. De Iban spreken nauwelijks Engels.
Een gesprek met de schipper was dus niet mogelijk. We
voeren een heel eind stroomopwaarts, langs plantages en
door de jungle. |
|
Heel af en toe kwamen we een andere longboat tegen. Wat mij
opviel was dat je hier, zelfs aan het water, maar weinig vogels
hoort en ziet. Vlak voordat we bij het longhouse waren hield
de motor van onze longboat er mee op, zodat we uit moesten
stappen en geleid door een Iban-vrouw, te voet naar het longhouse
verder gingen. Al snel zagen we dat we niet alleen bij een
traditioneel longhouse waren. We liepen langs een betonnen
ziekenhuis, een school en een tweede longhouse. Verder stonden
er nog een aantal houten woninkjes. Het was een heel dorp.
Voor ons was er een speciaal guesthouse gebouwd aan de rivier,
waar we twee nachten zouden overnachten.
In een soort bedstee sliepen we in tweetallen op dunne matrassen.
De klamboes die er hingen waren zo lek als een vergiet. Het
water uit de douches kwam volgens ons rechtstreeks uit de
rivier. Voor mij een reden om hier maar niet te douchen en
maar meteen een bad te nemen in de rivier. Er waren hier geen
bloedzuigers gelukkig. De rivier was er diep genoeg om ons
een aantal malen stroomafwaarts te laten drijven, waarna we
weer stroomopwaarts moesten lopen over de keien. Het was een
leuke bezigheid, die in ieder geval heerlijk verkoelend was.
Na het diner (met natuurlijk als hoofdgerecht
wokgroenten en rijst) waren we uitgenodigd bij de Iban
in het longhouse. Met een handdruk en het Maleise Salamat
Malam (goedenavond) werden we welkom geheten. Voordat
je naar binnen gaat de schoenen uit! Een longhouse is
een langgerekt houten gebouw op palen. Er is één
grote gemeenschappelijke ruimte, waaraan verschillende
kleine kamertjes grenzen, waar verschillende families
in wonen. In de gemeenschappelijke ruimte vind je alleen
maar matten die op de vloer liggen en waar je op kunt
zitten en aan het plafond hangen een paar schedels.
De Iban staan namelijk bekend om het koppensnellen.
Het koppensnellen is nu verboden, maar de schedels hangen
er nog wel. Voor elke kop die gesneld was kreeg een
man een tatoeage. In het longhouse waar wij waren was
nog maar één man die ooit koppen had gesneld.
De andere mannen hadden hun tatoeages gekregen na andere
heldendaden. |
|
Met de tuak (rijstwijn) werd drie keer getoast alvorens
we naar de traditionele Iban-dansen, die in traditionele kleding
werden uitgevoerd, konden gaan kijken. Het was een traag ritmisch
voortbewegen met daarbij kronkelige bewegingen van de voeten,
draaien met de heupen en sierlijke bewegingen van de armen.
Na elke dans gaven de dansers elke toerist een hand. Nadat
wij ook hadden meegedanst en met de Iban dansers op de foto
waren geweest werden de cadeaus die toeristen geacht worden
mee te nemen verdeeld.
| Klaarblijkelijk was dit al zo vaak gebeurd
dat men hiervoor een heel systeem had. Uit elk gezin kwam
een kind met een plastic mandje of plastic tas. Door een
aantal wat oudere kinderen werden de zeepjes, potloden,
schriften, snoep en andere cadeautjes over de mandjes
verdeeld (vreemd als je bedenkt dat een andere reiziger
een jongetje in het dorp met een gameboy had zien spelen
en er een grote televisie in de kamer van de hoofdman
stond). |
|
Hierna kwamen uit grote tassen veel souvenirs tevoorschijn
die werden uitgestald. Zorg dat je genoeg kleingeld meeneemt
naar een longhouse, want ze hebben mooie souvenirs, maar kunnen
niet wisselen en je kunt dus alleen gepast betalen. Ik kocht
hier een houten poppetje met een blaaspijp en tatoeages. Toen
we terug waren in het guesthouse konden we nog maar kort genieten
van het licht, want al snel ging de generator uit en moesten
we wel op bed gaan.
In de ochtend konden we na het ontbijt (rijst, heerlijk voor
overdag, maar nu gelukkig ook toast) gaan kijken naar twee
Iban-mannen die een blaaspijp demonstratie gaven. Het vervaardigen
van een blaaspijp kost vele weken tijd. Met de blaaspijp die
het traditionele jachtvoorwerp van de Iban is, werd met uiterste
precisie op een stuk piepschuim met daarop een groen blaadje
geschoten. Hierna mochten ook de toeristen het proberen. Het
was natuurlijk moeilijker dan het op het eerste gezicht leek,
maar velen raakten toch, soms tijdens een tweede poging, het
piepschuim. Hierna volgde nog een hanengevecht, maar dat duurde
niet lang, want een van de hanen ging er vandoor.
Met de longboats werden we vervolgens naar de overkant van
de rivier gebracht waar we onder leiding van een Iban een
wandeling gingen maken. We kwamen langs een peperplantage
met zwarte peper, chilipeper en cayennepeper. Langs rubber-
en cacaobomen. Een boom met jackfruit (grootste fruit ter
wereld) vruchten, een valstrik voor dieren, oude Iban-graven,
ananas planten en verschillende soorten bamboe.
Na een wandeling van ongeveer anderhalf uur kwamen we bij
een plateau van kiezels in de rivier, waarop de Iban voor
ons boontjes in bamboe pijpen aan het koken waren, de rijst
in bananenbladeren aan het stomen waren en op een van takken
gevlochten barbecue de vis aan het roosteren waren boven een
zelf aangelegd vuur. Eerst dronken we nog thee (het water
kwam natuurlijk uit de rivier) uit bamboebekertjes en daarna
genoten we van een heerlijke verse op natuurlijk wijze bereidde
lunch, met watermeloen als toetje.
Na de lunch lieten we ons in de longboats nog verder stroomopwaarts
varen, waar een plek was waar we nog wat konden zwemmen en
ons konden laten meevoeren door de rivier. Later op de middag
gingen we te voet het dorp verkennen. De mensen waren gewend
aan toeristen. Zelfs de kinderen reageerden nauwelijks op
onze aanwezigheid in het dorp. Voordat de avond viel konden
we nog net even een duik nemen in de rivier en onze haren
met shampoo wassen. Waarom douchen????
verder
naar "Sarawak: Maleis Borneo" deel 2
|