|
Maleisië: informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag, info, foto's, Azië
Maleisië: Chinatowns en strand
Maleisië reisverhaal: verslag van een reis door Maleisië
(tekst en foto's: Arold & Alienka)
deel 2/2
LANGKAWI
We worden wakker door de oproep uit de moskee. Ons vliegtuig
naar Langkawi vertrekt om 12:15, en om 10 uur worden we door
onze chauffeur opgehaald. In de lobby treffen we Alan Chew,
onze handling-agent. We spreken over de gebruiken van de Maleisiërs,
en de verschillende bevolkingsgroepen die hier in harmonie
naast elkaar leven. Vanuit de lucht hebben we een mooi uitzicht
over de einlandengroep Langkawi, die uit meer dan 100 eilanden
bestaat. De vlucht van Penang naar Langkawi duurt slechts
twintig minuten, maar ook nu zijn we weer een halve dag kwijt.
We ontmoeten onze nieuwe chauffeur, die ons vlot naar onze
nieuwe bestemming brengt, het resort Mutiara Burau Bay, aan
de westkust van het eiland. Wat een verschil, Langkawi is
het toppunt van rust.
 |
|
De natuur is prachtig, en het verkeer is zeer relaxed. Na
de incheck krijgen we onze cabana toegewezen, een hutje in
het tropisch regenwoud op enkele meters van het strand. Het
resort grenst aan het strand van Pantai Kok. Het duurt niet
lang voordat we op het strand liggen. Dit is de ultieme bounty-ervaring.
Boven de baai cirkelen twee Brahmaanse Wouwen. Naast ons ploft
een kokosnoot in het zand. Plots ontwaren we een varaan op
het strand, <>het beest is schuw, en gaat er als een
haas vandoor. We zwemmen in zee en relaxen, dit is het goede
leven. Naast ons staan twee Nederlandse stellen tegen elkaar
op te scheppen over de verre reizen die ze hebben gemaakt.
Even zijn we bang dat het hele resort is gevuld met Hollanders,
maar er zijn gelukkig ook Duitsers en Engelsen. Deze laatste
zijn te herkennen aan de vuurrood verbrande huid. We zitten
op de veranda als een medewerkster van het resort ons een
mandje brengt met tropisch fruit. De mangosteen is erg lekker.
Boven in een boom scharrelen twee toekans tussen de bladeren.
Uit de bossen klinken oerwoudgeluiden. We moeten eigenlijk
nog een fles vodka halen, maar we zitten niet meer in de stad.
Maar dit is het taxfree paradijs Langkawi, dat moet geen probleem
zijn. We lopen naar het nabij gelegen Oriental Village, maar
daar is alles behalve vodka, Dat wordt dus de hotelbar vanavond.
Op de terugweg ontwaren we de eerste aap in een boom. Welcome
To The Jungle. ‘s Avonds eten we in een van de restaurants
die het resort rijk is, The Seashell Bar. De zonsondergang
kleurt de baai rood, het is adembenemend. Het eten is dat
niet. Alienka probeert een steaksandwich, en ik neem Barracuda.
Het is niet te eten, hier eten we niet meer dus. We lopen
terug over het strand, waar in het schaarse licht, de krabben
voor ons weg vluchten. We drinken ’s avonds wat in the
Seashell bar. Een band speelt zwijmelende muziek, het publiek
zwijmelt mee. Na een paar drankjes houden we het voor gezien,
De band zwaait naar ons als we weglopen.
’s Nachts regent het, en ik wordt een paar keer wakker
geschreeuwd door een Gekko, die ergens in een boom boven ons
verstopt zit. We ontbijten met wat croissants en koffiebroodjes.
Om 10 uur hebben we een eenzijdige afspraak met Siti, de vertegenwoordigster
de handling agent. Onder het mom dat onze vliegtuigtickets
moeten worden bevestigd, worden enkele excursies aangeboden.
Dat is dus onzin, want als er niks verandert, hoef je helemaal
niks te bevestigen. We zijn niet van plan om de georganiseerde
uitjes af te nemen. We nemen een taxi naar Kuah Town, de hoofdstad
van Langkawi.
De chauffeur van deze gammele taxibus, zet ons af bij de
Shopping Mall. Hij biedt aan om zonder extra kosten op ons
te wachten, en ons straks weer terug te brengen. Hij acht
de kans zeker klein dat hij nog een dergelijke ‘grote’
rit krijgt. We kopen nog wat leuke souvenirs in Sunday. We
kopen een liter Absolut vodka voor 38 ringgit, in KL betaalden
we nog 85 RM voor 0,7 liter. De laatste CD van Green Day kost
12,90, die nemen we ook mee. Met zulke prijzen heb je geen
Kazaa meer nodig. Gewillig brengt onze chauffeur ons daarna
naar het centrum, en daarna naar het filiaal van Kentucky
Fried Chicken voor de lunch.
Een eigenaar van een hawkerstall was niet erg klantvriendelijk
zonet, vandaar. Op de terugweg maken we een tankstop. De chauffeur
wijst naar de literprijs van de benzine, 1,40 RM. Wij steken
onze duim omhoog, dat zijn nog eens prijzen. De chauffeur
kijkt minder blij. Dan beseffen we dat we enige dagen geleden
in de krant gelezen hebben dat de benzineprijzen hier drastisch
werden verhoogd. Bij de poort van het resort zit een aap op
het hek ons te verwelkomen. Rondom onze cabana halen talloze
eekhoorntjes acrobatische capriolen uit in de bomen. We vertrekken
weer naar het strand, want het is weer erg warm. Vandaag lopen
er kippen en fraai gekleurde hagedissen in de omgeving van
het strand. Door dat warme weer zijn we snel door onze kleding
heen, dus hebben we vanmorgen wat kleding afgegeven bij een
lokale wasserette.
Op het resort kan dat ook wel, maar daar vraagt men 6 RM
per kledingstuk. Onze wasserette rekent voor een volle tas
was RM 20, en dan krijgen we die netjes gewassen en gestreken
terug. We halen de was op, onderweg neemt het aantal apen
dat de weg oversteekt toe, en we raken de tel kwijt. We laten
ons afzetten bij BNZ Sempoy’y een seafood restaurant
in Kuala Teriang. We eten overheerlijke kreeft met ‘black
pepper sauce’. Hier willen we wel vaker eten. Zack,
de manager, bied aan ons in het vervolg op te halen, dat scheelt
weer een taxi. Het is toch zo’n 6 kilometer van ons
resort.
 |
|
Ik sta vroeg op, loop het strand op, en zie een donkere lucht
aankomen. Twee minuten later regent het, en het lijkt voorlopig
niet op te houden. We zitten op de veranda te lezen, en kijken
af en toe bedenkelijk naar de donkere lucht. Het blijft doorregenen.
Siti geeft ons later in de lobby een oud Maleis spreekwoord
mee, dat als het regent op vrijdag, het de hele volgende week
regent. Na de middag lopen we onder een paraplu over Pantai
Kok naar het nabijgelegen winkelcentrum van het Telaga Harbour
Park. We eten wat bij een gisteren ontdekt filiaal van KFC.
Rond vier uur wordt het droog. Zes apen met lange staarten
komen eten in de bomen van het resort. Ik probeer ze te fotograferen,
maar de apen houden niet van poseren. We merken dat de golven
op het strand wel erg hoog zijn, dus gaan we eerst met de
golven vechten. De golven brengen ook wat zwarte deeltjes
mee die vreselijk jeuken. Snel onder de douche. De familie
harige neusotters komt voorbij zwemmen als we weer terug gaan
naar de cabana. In een boom op het strand heeft een ijsvogel
de uitvalsbasis. We bellen Zack van Sempoy’y, en even
later komt hij samen met de ober ons bij de poort van het
resort ophalen in een klein type Proton. We eten weer heerlijk,
grote garnalen en snapper van de grill. Na de maaltijd worden
we weer netjes op het resort afgezet.
Het lijkt weer een regenachtige dag te worden. Na het ontbijt
huren we een auto, een rammelige Proton Saga. Even wennen
aan het rechtse stuur en het links rijden, uitkijken voor
overstekende apen en waterbuffels, en als snel crossen we
over de wegen van Langkawi. De wegnummers op de wegenkaart
die we gekocht hebben corresponderen niet met de werkelijke
nummers van de wegen. Gelukkig is Langkawi een klein eiland,
en zijn er maar weinig wegen. Verdwalen is haast onmogelijk.
Ons eerste doel is de Temurun Waterfall, als we daar aankomen
is het net even droog, deze waterval is prachtig.
De tank van de huurauto blijkt bijna leeg, dus moeten we
eerst gaan tanken. Ook komen we erachter dat we niet al te
veel cash hebben dus rijden we naar Kuah Town om te pinnen.
Een pinautomaat is in deze contreien niet te vinden. We eten
wat vis en kip met rijst in een stalletje. Nu de portemonnee
en de magen gevuld zijn, bekijken we Eagle Square, een enorm
beeld van een zeearend die de haven van Kuah bewaakt. We rijden
een stuk langs de kust, en gaan op weg naar de tweede waterval
de Durian Peranging, deze is duidelijk minder spectaculair.
Ook de Hot Springs stellen teleur. We rijden naar Tanjung
Rhu het resort dat we bijna eerst geboekt hadden. Het ligt
wat afgelegen, en ziet er wat ingeslapen uit. Vervolgens rijden
we de berg Gunung Raya op, helaas hangt de top van de berg
in de wolken, dus er is geen uitzicht. We rijden terug naar
het hotel, komen even bij, en rijden naar Sempoy’y voor
de avondmaaltijd. Gamba’s met sweet & sour sauce
dit keer.
 |
|
Na het ontbijt ontmoeten we Boy, de Brahmaanse Wouw van het
resort. Hij mist een vleugel, en kan dus niet meer vliegen.
Hij wordt verzorgd door het personeel van Burau Bay,. Vandaag
gaan we een paar attracties bekijken die op loopafstand van
het resort liggen. In de ochtendzon lopen we naar Telaga Tujuh,
de zeven bronnen. Volgens een legende komen bergfeeën
hier baden in de poelen om hun lange haren te wassen. Op de
weg er naar toe zit een grote groep apen die wel willen poseren.
Als ik wat te dicht bij kom laat de hoofd-aap zijn tanden
zien. We moeten 440 meter naar boven met een trap, geen pretje
met deze temperaturen. De ‘Seven Wells’ zijn schitterend.
We frissen ons even op en gaan maar de waterval, ook daar
zijn er apen. Op de terugweg drinken we wat bij een stalletje.
De goedlachse uitbaatster verschijnt ineens met een katapult
in de deuropening. De groep apen komt voorbij, en die willen
nog wel eens wat uit haar winkel roven. Gisteren hadden ze
nog twee zakjes chips te pakken, vertelt ze. Als de apen haar
zien, maken ze dat ze weg komen.
We lopen naar de kabelbaan, waar we voor RM 15 naar boven
mogen. Er staat een lange rij. Da t wordt even wachten. Plotseling
worden we gewenkt, er zijn nog twee plaatsen open in een karretje,
en die moeten wij opvullen. We lopen de rij voorbij. Onze
voorgangers vinden het de normaalste zaak van de wereld. ,,Laat
de toeristen voor.” roept een man tegen een jongetje.
Enigszins beschaamd lopen we door.Het uitzicht boven is schitterend,
we zien ons deel van het eiland. Ons resort is verstopt in
de jungle. De andere kant van het eiland is slecht te zien
door de laaghangende bewolking.
De rest van de middag brengen we door op het strand, onderbroken
door een regenbui. Niet alleen de Engelsen worden roodverbrand,
de Russen kunnen er ook wat van. Om de Seafood-sleur te doorbreken
eten we bij de KFC in Telaga Harbour Park. We zitten op het
buitenterras, dit filiaal van KFC moet haast het mooiste uitzicht
ter wereld hebben.
 |
|
Vandaag liggen we het grootste gedeelte van de dag op het
strand. De lucht is blauw, en vele vlinderhagedissen komen
uit hun holletjes. Rond 14:00 uur valt er een buitje, dus
gaan we even internetten. Het is laag water, dus kunnen we
naar het nabijgelegen eilandje Anak Burau lopen. Het is vijf
hectare groot, en bestaat uit tropisch regenwoud. Op onze
teenslippers lopen we over een smal, drassig paadje. De flora
op het eiland is prachtig. Op een hagedis en heel veel insecten
na, zien we niet veel dieren. Alienka vindt het maar niks,
het doet haar denken aan Arachnophobia. Er is een kleine lagune,
en we hebben een mooi uitzicht op Pantai Kok. We hadden ons
iets beter moeten beschermen tegen insecten. Maar toch een
leuk uitstapje. ’s Avonds worden we weer opgehaald,
en eten snapper met sojasaus bij Sempoy‘y.
’s morgens lijkt het wel of het resort is uitgestorven.
We zitten bijna alleen in de ontbijtzaal. Het weer lijkt veelbelovend,
weer veel zon en een blauwe lucht. We vertrekken weer richting
strand, ook daar is niemand. Pas na de middag wordt iedereen
wakker. Zeker gezellig geweest in de Seashell. ,,Dit is beter
dan Blackpool”, zegt een Engelsman naast ons. Een meisje
brengt ons een stuk watermeloen. De groep apen laat zich vandaag
ook op het strand zien. De treurmaina’s worden steeds
brutaler, ze zitten al op ons chips te eten. Als ik wat drinken
uit de cabana ga halen, struikel ik bijna over de varaan.
We eten bij het andere restaurant, satay en een clubsandwich.
Het haalt het niet bij de satay uit Kuala Lumpur, maar het
is beter dan het voer uit de Seashell.
Na het ontbijt gaan we weer richting strand, waar we enkele
uren later, begint te waaien en te regenen. Het fantastisch
op zo’n resort, maar als het regent kun je meteen niks
meer doen. Het lijkt erop dat het de rest van de dag blijft
regenen, dus nemen we een taxi naar Kuah.
De chauffeur denkt ook dat het vandaag niet meer droog wordt.
Maar als we in Kuah uitstappen, komt de zon met veel kracht
terug. Een inschattingsfoutje. Het Aziatische weer laat zich
moeilijk voorspellen. We shoppen nog wat, we eten iets te
pittig bij een stalletje, en blussen dit met een milkshake
bij Mc Donalds. Daarna volgt weer een wilde rit met een taxi,
en we liggen nog even lekker op het strand. De apen zitten
twee cabana’s verder op het balkon, ze gooien stoelen
om. Een groep drongo’s met opvallend lange staarten,
maken veel lawaai. Vandaag laat de gekko zich voor het eerst
zien, hij zit op het dak van de cabana naast ons.
 |
|
Vandaag ben ik jarig, nog nooit mijn verjaardag gevierd op
zo’n fantastische warme dag. We zijn al weer vroeg op
het strand te vinden. Een buitje jaagt ons weer even naar
de cabana. We eten een kopje soep bij een stalletje net buiten
het resort. Het is druk, Maleisische bouwvakkers en chauffeurs
lunchen hier ook. Vanmiddag hebben we een gratis huurauto
tot onze beschikking, omdat we er vorige keer iets te veel
benzine in hadden gegooid. Onderweg is het niet alleen uitkijken
voor apen en waterbuffels, een enorme varaan van wel anderhalve
meter steekt de straat over. We gaan naar the Black Sand Beach.
Een ‘tourist trap’ van stalletjes leidt ons
naar het zwarte strand. Het valt tegen. Ten eerste is het
hoog water, en valt er maar een klein stukje strand te zien.
En ten tweede is het een verschrikkelijke teringzooi. We rijden
snel door naar Tanjung Rhu, waar we de rest van de middag
doorbrengen. We parkeren onze auto bijna op het strand, er
is bijna niemand. Het strand van Tanjung Rhu behoort tot één
van de vijf beste stranden ter wereld. Helemaal niet verkeerd
om hier je verjaardag door te brengen. Het is verschrikkelijk
heet, de lucht boven het strand trilt van de hitte.
Alienka wordt gevraagd een foto te nemen van een Koreaanse?
Familie. Vervolgens moet ze zelf ook twee keer op de foto
met de vrouw en kinderen van de Koreaan. ’s Avonds hebben
we twee kreeften gereserveerd bij Sempoy’y. Zack en
de ober komen ons voor de gelegenheid ophalen in een opvallende
Honda sportwagen. Met luide house-muziek worden we naar het
restaurant vervoerd. De kreeft met black pepper sauce smaakt
weer prima. Plotseling komt het voltallige personeel, ‘happy
birthday’ zingend, met een taart aanlopen met min naam
daarop.Ik ben even sprakeloos. We nemen afscheid, want dit
is ook de laatste avond dat we hier zullen zijn.
 |
|
Het is zover, dit is de laatste dag. We hebben de hele dag
nog op Langkawi, want we worden pas om 20:00 uur opgehaald.
Voor RM 100 hebben we onze kamer verlengd tot die tijd. Anders
hadden we om 12:00 uur al moeten uitchecken, en wat moet je
dan al die tijd. Als ik ’s morgens op het balkon van
de cabana zit, hoor ik boven in de bomen een spookachtig geluid,
een soort vleugelslagen, van iets dat een enorme vogel moet
zijn. Het lijkt wel een Archaeopteryx, een prehistorische
vogel. Even later vliegen er drie enorme vogels weg, het zijn
Javaanse of Indische Maraboe’s. Later lezen we dat deze
vogels volgens een Chinees bijgeloof ongeluk brengen. Gelukkig
wisten we dat toen nog niet, op de dag dat je moet vliegen.
We gaan naar het strand, en laten ons niet wegjagen door twee
kleine buitjes. De treurmaina’s komen afscheid nemen.
Hoewel we geen eten meer hebben, blijven ze een hele tijd
bij ons op het ligbed zitten. We lopen naar Oriental Village
voor onze laatste lunch. Onze chauffeur staat weer klaar,
en brengt ons naar het vliegveld voor de transfer naar KLIA.
Om een paar minuten na middernacht, vertrekt onze vlucht naar
Amsterdam.
naar
de website van Arold & Alienka |