|
Maleisië: informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag, info, foto's, Azië
Maleisië: Chinatowns en strand
Maleisië reisverhaal: verslag van een reis door Maleisië
(tekst en foto's: Arold & Alienka)
deel 1/2
KUALA LUMPUR
In de aankomsthal in Kuala Lumpur staat een privé
chauffeur ons op te wachten. Hij brengt ons naar het Swiss
Garden Hotel, in het centrum van Kuala Lumpur. Het is een
uur rijden naar de stad, maar dan is er nog de ochtendspits.
Eerst is het rustig op de weg. Het landschap is bergachtig,
en bezaaid met palmbomen. Hoe dichter we de stad naderen,
hoe drukker het verkeer wordt. Steeds meer brommers en motoren
scheuren met gevaar voor eigen leven over de snelweg. Auto’s
en vrachtwagens scheren er rakelings langs. Bijna allemaal
hebben de brommerrijders hun jas achterstevoren aan. We durven
de chauffeur niet te vragen waarom, bang dat hij afgeleid
wordt in het drukke verkeer. Bijna worden we van de weg gedrukt
door een grote bus die wil inhalen. We komen heelhuids in
het hotel aan.
De kamer is nog niet gereed, dus geven we de bagage af, en
besluiten op goed geluk de stad in te trekken. Het is nog
vroeg, maar al erg warm. Het verkeer in de stad is ook gevaarlijk,
auto’s, brommers en motoren scheuren met een noodgang
door de stad, het is een wonder dat er geen ongelukken gebeuren.
Als voetganger is het opletten geblazen. Niet alleen voor
het verkeer, maar ook is de riolering op veel plaatsen ineens
open, en er ligt niet altijd een deksel op een put. Zebrapaden
zijn er wel, maar die hadden er even goed niet kunnen liggen,
want niemand trekt zich er wat van aan. We lopen nu ook door
de wat mindere buurten van de stad. Grote woonkazernes met
rommelige balkonnetjes, hopen vuilnis en zwerfhonden bepalen
het straatbeeld.
De Petronas Twin Towers zijn ons eerste doel. Tot voor kort
was dit het hoogste gebouw ter wereld. Deze eer gaat nu naar
de Taipei 101 in Taiwan. We halen twee gratis kaartjes, en
blijven wachten tot we een klein uurtje later naar boven mogen.
We mogen niet hoger dan de luchtbrug op de 42e verdieping,
en na 10 minuten moeten we plaats maken voor de volgende groep.
Een indrukwekkende ervaring.
We hebben nog geen genoeg van grote hoogten, dus lopen we
door naar de Menara KL-Toren. Een telecommunicatietoren, die
net boven de Petronas Torens uitsteekt. Niet omdat deze hoger
is, maar omdat deze op een heuvel staat. Hier mogen we wel
helemaal naar boven, dus het uitzicht is vele malen beter
dan op de Petronas. We krijgen een gids in de vorm van een
walkman omgehangen, en krijgen zo een goed overzicht van de
stad. Het valt op hoe groen KL eigenlijk is. Eerst eten we
Noodles in een klein Chinees restaurantje, de eerste kennismaking
met het lokale eten bevalt goed.
We gaan winkelen op Jalan Bukit Bintang, een straat met voornamelijk
hele grote shopping malls. We moeten nog vodka kopen, maar
in land dat grotendeels Islamitisch is, liggen de slijterijen
niet voor het oprapen. Na wat vragen wijst een winkelbediende
ons naar de ‘Hennessy Store’. Het oversteken van
de drukke straten valt niet mee. Tegen het vallen van de avond,
gaan we naar Chinatown. Het regent zachtjes, en het is een
drukte van belang. Iedereen is op zoek naar eten bij de talrijke
hawkerstalls. Wij nemen satay, het is zo lekker dat we meteen
nog een portie bestellen.
Ons eerste ontbijt in het hotel valt tegen. Ik probeer Nasi
Lemak met sambalsaus. Het is mij te pittig op de vroege morgen.
Het ‘continentale’ ontbijt is echter ook niet
alles. We doen het ontbijt bij Starbucks nog even over. Deze
morgen gaan we de Lake Gardens verkennen. Een mooi park met
vele mooie planten, aan de rand van KL. We gaan naar het Deer
Park, waar zeldzame muskusherten zouden zitten. Het valt een
beetje tegen, het is een favoriete schoolreisbestemming voor
Chinese schoolkinderen. Veel muskusherten zijn er niet, de
andere herten lijken op die van het hertenkamp in Oosterwolde.
Later lezen we ergens dat die herten ook inderdaad uit Nederland
afkomstig zijn. Het is erg warm in het park. We lopen terug
naar de stad, maar we stuiten op een aantal drukke wegen,
die we niet over durven te steken. We pakken een taxi terug
naar het hotel.
’s Middags gaan we eten in een Thais restaurant in
de buurt van Jalan Bukit Bintang. Het is niet duur, de prijzen
in Ringgit zijn ongeveer als wij die kennen in Euro’s.
We eten geroosterde eend, en pittige kip. Nu we toch in de
buurt zijn, bekijken we nog een paar winkels. Daarna wil ik
wel even afkoelen in het hotelzwembad, maar het water is erg
warm. Aan het einde van de middag zijn we onderweg naar de
Central Market, een overdekte hal met kleine winkeltjes, als
we worden overvallen door een stortbui. We zoeken dekking
onder een bushokje, maar het regent en waait te hard. Onze
schoenen staan vol met water, dikke takken waaien van de bomen
op de geparkeerde auto’s. De straten staan blank, en
er ontstaat een verkeerschaos in de net beginnende avondspits.
De bui duurt niet heel lang, maar ondertussen zijn we wel
kletsnat. We gaan toch maar door naar Central Market, en kopen
daar wat souvenirs voor het thuisfront.
 |
|
Als de avond valt, lopen we weer naar Chinatown, waar het
stukken rustiger is als gisteren. Komt dat nou door die stortbui,
of omdat het vandaag zaterdag is? Gelukkig staat onze Satayverkoper
van gisteren er nog wel. We worden herkend en gewenkt, en
binnen no-time zitten we weer aan de satay.
PENANG
We spelen op safe bij het ontbijt, brood met jam. Het uitchecken
in het Swiss Garden hotel duurt extreem lang. Er moeten diverse
formulieren worden ingevuld, en die worden weer voorzien van
stempels, wat een administratie. Het is een stuk rustiger
op weg wanneer onze chauffeur ons terugbrengt naar KLIA, voor
onze transfer naar het eiland Penang. De vlucht duurt een
klein uur, maar toch zijn we er de halve dag mee kwijt. Alle
verkeersregels die wij kennen, gelden niet in Maleisië.
Plakken, snijden telefoneren onder het rijden: Onze nieuwe
chauffeur kan er wat van.
Op een haartje na missen we een motorrijder, als hij honderduit
zit te vertellen over Georgetown, zijn stad. Na nog een serie
bijna-ongelukken, komen we aan bij het Bay City View Hotel.
We kijken uit op de Komtar toren, en op de brug die Penang
met het vaste land verbindt. Het is 14:00 uur, dus besluiten
we alvast een gedeelte van de stad te verkennen. Eerst eten
we Roti Canai bij Jaya, een Maleis/Indiaas restaurant niet
ver van ons hotel. Het smaakt voortreffelijk. Ook Georgetown
is een drukke stad, we verwonderen ons er over dat er nooit
ongelukken gebeuren in het verkeer.
Na het eten gaan we naar de supermarkt van de Komtar toren,
vodka halen. De terpentine die we gisteren gekocht hadden
in de vorm van Maleise vodka, hebben we maar weggegooid. Terug
in het hotel regent het weer even. We bekijken het zwembad
in het hotel, het is 3,5 meter diep, en je mag niet duiken.
’s Avonds lopen we naar de Clock Tower en Fort Cornwallis
aan de kust. We bestellen noodles in een hawker, het is niet
zo lekker deze keer. Er is ook geen normaal bestek, en met
stokjes eten lukt me niet. Ik zie locals het eten met de stokjes
op een grote Chinese soeplepel duwen, en dan in de mond stoppen.
Dus dat doe ik dan ook maar. We lopen door Chinatown en Little
India. De adhaan uit de moskee overstemt de verkeersgeluiden.
We worden wakker met regen, en het ontbijt in dit hotel
is ook niet om over naar huis te schrijven. We houden het
maar bij wat fruit. We nemen de toeristische shuttlebus. Deze
is gratis en rijdt langs alle bezienswaardigheden van Georgetown.
We zijn de enige toeristen in de volle bus. De locals gebruiken
de bus als gratis vervoermiddel naar het werk. De chauffeur
is chagrijnig, hij gunt mensen nauwelijks tijd om uit te stappen,
en scheurt als een bezetene door de stad. We stappen uit bij
een grote shopping mall, maar de meeste afdelingen zijn nog
dicht. De supermarkt is open, en een supermarkt vinden we
altijd leuk in een vreemd land. We zien dat er hier drie soorten
Heinz baked beans op de markt zijn. We nemen een fietstaxi,
we worden ingepakt tegen de regen, en we doorkruisen de stad.
Onze chauffeur is een pezige Chinees, al wat aan de oudere
kant. Hij rijdt onverstoorbaar door het drukke verkeer. Auto’s
en brommers schieten ons aan alle kanten voorbij. ,,No Worry”
roept hij ons bemoedigend toe. Ook tegen het verkeer in fietsen
op een drukke driebaansweg is hem niet te gek. We bezoeken
een drietal tempels, waarvan er een nog volop in bedrijf is.
We stellen ons terughoudend op, maar we worden gewenkt om
binnen te komen, en aangemoedigd om foto’s te maken.
Het hoogtepunt van de tocht, is een bezoek aan de Chinese
Waterhouses, een aantal paalwoningen aan de kust, waar Chinese
gezinnen wonen, en de kost verdienen met vissen.
 |
|
Heel bijzonder. Bij Fort Cornwallis rijdt onze chauffeur
door een diepe kuil, een harde knal doet vermoeden dat er
een as gebroken is, en dat ons ritje erop zit. De Chinees
springt van de fiets, en begint als een bezetene aan de kar
te trekken en voor we er erg in hebben rijden we weer verder.
Hij krijgt er geen genoeg van, wij wel.Nadat hij ons bij een
bevriende souvenirwinkel heeft gebracht, waar we nog wat leuke
dingetjes vinden, brengt hij ons terug naar het hotel. Als
het etenstijd is, is het weer droog. We gaan weer naar Jaya,
en kiezen wat uit van het buffet. Daarna lopen we naar de
Komtar toren, tegen betaling van 10 ringgit, hebben we vanaf
de 58e verdieping een fantastisch uitzicht op Georgetown.
Buitenlandse toeristen zoals wij zelf, negeren elkaar volkomen
als ze elkaar tegenkomen op straat. Misschien willen ze de
enige ‘buitenlander’ zijn op deze ‘exotische’
bestemming. Sommigen zien er ook uit als stoere survival experts
in dure outdoor-kleding. Vreemd genoeg eten en drinken ze
bij Mc Donalds en Starbucks, in de lokale tentjes zie je ze
niet. We maken ons geen illusies, we weten dat het woord ‘TOERIST’
, bij wijze van spreken, levensgroot op ons voorhoofd staat.
Er staat een boodschap op onze telefoon. Het is Alan Chew,
de handling agent van Fox. Hij belde om te vragen of alles
o.k. is. Alles is O.K., we zijn gewend aan Maleisië,
en aan de manier waarop de lokale bevolking op ons reageert.
Het oversteken van de straten gaat ook steeds beter, we zigzaggen
inmiddels door het drukke verkeer.
 |
|
‘s Avonds nemen we een taxi naar Batu Feringghi, de
stranden aan de noordkant van Penang. We proberen 5 ringgit
af te dingen op de prijs, in de veronderstelling dat het vlakbij
is. Dat gaat niet want het zijn vastgestelde prijzen. Het
blijkt ook veel verder weg dan we dachten, uiteindelijk geven
we de chauffeur nog maar wat extra fooi. De weg is gevaarlijk
bochtig, het is voor de Maleisiërs dan ook geen beletsel
om keihard te rijden en in te halen. We leggen ons maar bij
deze rijstijl neer. De weg naar Batu Feringghi volgt de kustlijn,
rotsachtige formaties verdelen de kust in vele kleine baaien.
BF zelf bestaat vooral uit veel grote hotelcomplexen. Gelukkig
zijn deze vanaf het strand bijna niet te zien.
We maken een strandwandeling, het zeewater is lekker warm.
We krijgen steeds meer zin in Langkawi, dan wonen we praktisch
op het strand. We eten weer in een Hawkerstall. Alienka gaat
voor varkensvlees, en ik neem eend, kip en rijst. Deze keer
maar ‘non-halal’. We eten weer onder genot van
de adhaan uit de moskee. Bij een ander stalletje verkoopt
een klein meisje Roti Banana, dat nemen we als dessert. Ineens
zien we een kraampje dat kreeft verkoopt. Shit, hadden we
dat maar eerder gezien. Bijna mag ik niet met de taxi mee
terug, omdat mijn broek een beetje nat is geworden op het
strand.
Op de laatste dag op Penang is het ontbijt wat beter. We
ontdekken buiten op het terras een standje waarin iemand roti
canai staat te maken. Wel wat pittig, die saus op de vroege
morgen, maar eindelijk een goed ontbijt. Het is op dit vroege
tijdstip al goed warm, dus besluiten we deze dag naar het
strand te gaan. Ik koop op de markt in Chinatown nog snel
even twee goedkope badlakens. Ze stinken wel een beetje naar
vis, maar dat mag de pret niet drukken. Ik baal ervan dat
ik de camera in het hotel heb laten liggen, die kraampjes
met een rijke sortering aan groente en fruit zijn een lust
voor het oog. We nemen snel een taxi naar Batu Feringghi,
het strand is zo goed als verlaten.
Het water is heerlijk warm, en de zon krijgt steeds meer
kracht. In het begin van de middag moeten we onder een boom
gaan zitten, om niet op onze eerste stranddag te verbranden.
We eten tussendoor weer even bij het kleine meisje van gisteravond,
mutarbak met een heerlijke lamscurry. De zee kleurt om 15
uur groen, en de lucht donkerblauw. Een flinke bui jaagt ons
van het strand, we nemen de taxi terug naar Georgetown, waar
het droog is en blijft. We willen wel een terrasje pakken,
maar die zijn er niet veel hier. Alleen Starbucks heeft wat
tafels en stoelen buiten staan. De geheugencard van mijn camera
is bijna vol, ik laat in een fotozaak voor 20 ringgit de foto’s
overzetten op Cd-rom.
We rusten even uit, en eten bij Jaya. Alienka bestelt iets,
en krijgt een enorme enveloppe van deeg met een pittige vulling.
In de smalle straatjes in Chinatown is het eigenlijk voor
het eerst te warm.
Verder
naar Maleisië: Chinatowns en strand - deel 2: Langkawi
|