Laos: informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag, info, foto's, Azië

Fietsvakantie Laos

Laos reisverhaal: verslag van een Fietsvakantie Noord-Thailand en Laos 2004

(Tekst en foto's: Aart & Gerrie Dijkzeul)

deel 2/3

Luang Prabang: Laotiaanse sfeer, Franse grandeur en toeristenplaats

Vier dagen lang fietsen we door. Het blijft genieten. Zeker als na anderhalve dag de wegen beter worden. Voor een klim naar 1500 meter hoogte draaien we onze hand niet meer om. Vooral omdat het niet zo steil is. En dan zijn we in Luang Prabang. Een mengeling van Laotiaanse sfeer, Franse grandeur en toeristenplaats. Het heeft een hoog wereldwinkel-gehalte. We bezoeken een aantal van de meer dan 60 tempels, praten wat met monniken en liggen ook wat meer dan gewoonlijk op bed om de effecten van het eten van verkeerd voedsel te boven te komen. Was dat bij het restaurant waar we die ratten zagen rondlopen?

Als buik en darmen het toelaten, gaan we weer op stap. In zuidelijke richting naar Vang Vieng en Vientiane, de hoofdstad van Laos. Het traject gaat eerst van Luang Prabang naar Vang Vieng. De teller geeft ruim 200 kilometer aan; de gevoelsafstand is duidelijk groter. We fietsen de hele route op de hoofdverkeersslagader van Laos, Rt 13. Een keurig geasfalteerde anderhalfbaans weg waar we meer varkens aantreffen dan auto's. Zo eens in het kwartier passeert ons een auto. Meestal een bus, soms een 4 WD van een hulporganisatie of een vrachtauto.

Twee dagen lang jojoot de weg op en neer tussen 600 en 1500 meter. Om gek van te worden. Zit je net op het hoogste punt en dan volgt er weer een afdaling van 20 kilometer. Die daling gaat dan nog wel maar twee keer op een dag 20 kilometer met 5-7 procent klimmen is voor ons vrij veel. De volgende keer maar wat minder boeken meenemen. De uitzichten die we hebben maken veel goed. De Lord of the Rings zou hier opgenomen kunnen zijn. Beboste hellingen met klaterende beekjes en watervallen. Later in de week geheimzinnige landschappen met de grillige vormen van karstgebergte. De mensen en de dorpjes blijven hetzelfde: primitief en vriendelijk. Hier en daar zien we, ook in de kleine dorpjes, een schotelantenne opduiken. Er is hier ook elekriciteit.

De geweren die we voor Luang Prabang zien, ogen wat minder vriendelijk. Duidelijk bedoeld voor iets meer dan om een konijn mee dood te schieten. Het schijnt dat er in dit gebied tussen Luang Prabang en Vang Vieng soms schermutselingen zijn tussen etnische groepen onderling en tussen rebellen en het regeringsleger. Op een bepaald punt staat een man met een kalasnikoff. We zien dat een auto stopt, raampje gaat open, er wordt wat geld uitgestoken en aangepakt en verder gaat de rit. Wij volstaan met sabaajdi (goedendag). Het Ministerie van Buitenlandse Zaken adviseert reizigers in dit gebied in groepsverband en alleen bij daglicht te reizen. Dat komt dus goed uit. Wij zijn een groep van twee en door al dat geklim liggen we al in bed voordat de zon ondergaat. Nou ja, bijna.

De guesthouses verschillen op dit traject niet veel van de dagen hiervoor. Behalve dan het guesthouse in Muang Phu Khun; een gat van niks op een hoogte van ruim 1500 meter. Dit slaat alles. Na een zware etappe komen we moe en bezweet aan bij een keurig wit geverfd gebouw. De properheid van de kamer en het sanitair (twee deuren verder) laat te wensen over. We nemen het maar voor lief; we hebben trouwens ook geen keus.Er hangt een boiler. Een lekkere warme douche denken we. Klaar voor het genot gaat de kraan open. Geen drup. Misschien staat de hoofdkraan dicht. Aankleden en naar de chef. No 'nam' (water). Dat klopt, gebaart hij: geen water. Hij loopt mee en wijst naar de oliedrum in de doucheruimte die gevuld is met smerig water. Dat moeten we maar over ons heen kieperen.

Nou nee, ons wassen met koud water is geen probleem maar ons wassen met, naar het uitziet, eerder gebruikt waswater gaat ons iets te ver. We gaan wel naar het dorp om drinkwater te kopen. Daar zien we dat geen van de kranen in het dorp het doet. Overal staan oliedrums. Er komt een wagen langs met gevulde drums van waaruit de vaten bij de huizen gevuld worden. Het dorp ligt boven op de berg en in droge tijden moeten ze het dus van (een flink eind) lager halen. Het water stroomt nou eenmaal niet van beneden naar boven. Met drie liter drinkwater en een bidon als douche zijn we een tijdje later weer spic en span.

Als om zes uur de zon onder gaat is het binnen een half uur donker. Het leven verplaatst zich van buiten naar binnen. Op onze avondwandeling piegen we zo her en der naar binnen. In een hoek van het hutje ligt een groot matras voor het hele gezin. In het midden hangt aan een touw een mand; de wieg voor de baby. Soms in een bijgebouwtje maar soms ook in de kamer zelf brandt een open houtvuurtje. De keuken. De rook ontsnapt via gaten in wand en dak. Het is een wonder dat we maar zelden een afgebrand hutje zien.

Vang Vieng: in de grot, het zal eens niet zo zijn, een liggende Boeddha

Als we de volgende morgen om een uur of acht vertrekken is Phu Khun een grote wolk. Een zicht van minder dan twintig meter en een temperatuur van ruim onder de tien graden. Heel onwerkelijk. Spijt dat we geen handschoenen en sjaal hebben meegenomen. Met het fietslicht aan (kunnen de varkens ons zien aankomen) zetten we de afdaling in. Daarmee wordt alles weer zoals het wezen moet: de wolken boven en de mensen beneden. De kou zijn we snel vergeten als de zon doorkomt en er weer een berg voor ons ligt. In de lichtste versnelling (1:1) maken de mistdruppels snel plaats voor zweetdruppels.

En dan komen we na vier dagen in Vang Vieng aan. Een wat shabby toeristenplaatsje aan de oever van een riviertje. Het hangt aan elkaar van de guesthouses, restaurants en andere faciliteiten waaraan een reiziger behoefte heeft. Het schijnt dat opium hier makkelijk te krijgen is. In ieder geval is het een stadje dat alle gelegenheid biedt om onze voedselvoorziening weer wat op peil te brengen. Na vier dagen noodlesoep, bananen en pringels (wat een verrassing toen we die ergens in een gat van een dorp zagen) zijn we toe aan wat lekkers en wat voedzaams.

Waarschijnlijk zijn we toch niet helemaal geschikt voor wereldreiziger. Drie keer op een dag noodlesoep lukt ons echt niet. Hetzelfde geldt voor het eten van plakrijst (het alternatief voor noodlesoep). Er wordt een graai gedaan in een rieten mandje en hup daar heb je een berg plakrijst waar je uit het vuistje van kan snoepen. Niet aan denken. Vooral niet omdat iedereen in de rieten mandje zit te graaien en als die genoeg heeft het restant weer terug doet. Aangesterkt en wel gaan we morgen op weg naar Vientiane.

Op zaterdagmiddag gaan we nog even naar een van de grotten van Vang Vieng. We steken de rivier over via een tolbrug. Particulier initiatief. Een handige jongen heeft met bamboe en planken een brug in elkaar geflanst en daar kan je over tegen betaling van 3000 kip. Veel lokalo's hebben daar geen trek in. Ze nemen handel en fiets op de schouders en steken de rivier van zo'n meter of 75 niet over maar door het water over. Na zo'n 6 kilometer hobbelen stuiten we op een volgende slimme Laotiaan. Een hokje met iemand waaraan we 2000 kip moeten betalen om de grot in te mogen. Tweehonderd meter klimmen als een berggeit en we zijn er.

Een gat in de bergwand die toegang geeft tot een grote grot met, het zal eens niet zo zijn, een liggende Boeddha. We kijken bij het licht van de zaklamp die we hebben meegenomen wat rond. De zijgangen in gaan durven we niet. Je weet maar nooit wat je tegenkomt. We zijn weer net op tijd in Vang Vieng terug om met een drankje in de hand langs de oever van de rivier de zon achter het karstgebergte onder te zien gaan. Een kwartiertje later gevolgd door het uitvliegen van de vleermuizen uit de vele grotten in dat gebergte. Een prachtig gezicht: schemering, een licht rode lucht en dan zwermen - echt tienduizenden - vleermuizen die op stap gaan.

's Avonds eten we in het restaurant dat hoort bij het resort waar we verblijven (een verzameling hutjes in een parkachtige omgeving). De baas pakt zijn gitaar en begint te zingen. Geen Laotiaanse nummers maar westerse jaren zestig-muziek waarvan hij drie imposante verzamelbundels heeft. We begrijpen later dat hij in Amerika heeft gestudeerd. Vandaar. We gaan er bij zitten en zingen (en spelen) mee. Gitaar, eerste en tweede stem. Heel gezellig. Er wordt hier trouwens in de plaatsjes waar we komen heel veel gitaar gespeeld.

 

verder naar "Fietsvakantie Laos" deel 3

 

 

     

 

 

 

 


 

 

Google