Laos: informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag, info, foto's, Azië

Laos : etnische klederdracht in het noorden

Laos reisverhaal: verslag van een reis door Laos

(Tekst en foto's: Laetitia van Haren)

deel 2/3

Oudere Hoh-vrouwen roken een opiumpijpje

De volgende dag op naar de Hoh. Prachtig, harmonieus dorpsgezicht, hooggelegen met schitterend uitzicht op de bergketen er tegenover. Van dichtbij is het vuil en rommelig. De papavervelden liggen net als de groentetuinen bij andere niet-Hoh dorpen tegen het dorp aan, met een hoge bamboeomheining eromheen om dieren buiten te houden. Je moet door een bamboedeur om de papavervelden op te komen.

De vrouwen zitten op kleine stoeltjes in hun kleurige Chinees aandoende kleding te wieden met hun tulbandachtige hoofddeksels op. De grond is vrij rul, zodat het onkruid er makkelijk uitgetrokken kan worden. Ze zitten er gezellig bij te kletsen. Dit is licht en aangenaam werk vergeleken bij het zware gesjouw met water in grote bamboepijpen die elk vijf tot zeven liter water kunnen bevatten en waarvan ze er wel vijf tegelijk vervoeren. Ook als ze brandhout sprokkelen brengen ze 50 kilo tegelijk mee terug.

Tussen de papavers staat een groente, mosterdzaad denk ik, die heel lekker is. Ik verslind er kilo's van op deze tocht. Ik zie ook een oud echtpaar dat duidelijk verslaafd is aan opium. Ook de oudere vrouwen roken graag een opiumpijpje en wachten daarmee niet tot het avond is. De Hoh hebben een waterleidingsysteem van bamboepijpen. Op sommige plekken stroomt het water over een pad van het ene stuk pijp naar het andere, en lopen de mensen en dieren er dus gewoon doorheen. Maar zij hebben zo toch stromend water in hun keuken, ook al is het vuil naar onze maatstaven.

Vanuit dit dorp keren we terug naar Nay Ngeua, zes uur flink doorstappen, dwars door bossen, rivieren en rijstvelden, nu nog braakliggend. Vandaar rijden we meteen naar Boun Neua, anders moeten we in het donker rijden over een bergweg vol gaten. We zetten de gids af in zijn dorpje op weg naar Boun Neua. Ik zwicht voor de pressie van de drie mannen en we blijven bij de gids eten en slapen. Lekker eten en veel lao lao toasts op ieders gezondheid. Het is een keurig dorp, lijkt sterk op een Lao loum dorp, met huizen op hoge palen, en toch zijn deze dorpelingen Pou Noi, Sino-Tibetanen zoals de vuile, rommelige Hoh waar we net vandaan komen.

Een heilige poort bij Pou Noi

De volgende dag rijden we door naar Phongsali, waar we onze papieren laten afstempelen en inlichtingen inwinnen over de verschillende bevolkingsgroepen. De ambtenaar voor etnische minderheden wil ons graag verder helpen, maar dan nà kantoortijd, middels een klein extraatje.

Vanuit Hatsa, een plaatsje aan de rivier de Nam Ou, ondernemen we nog wat voettochten. We varen eerst 45 minuten stroomafwaarts tot het dorpje Nam Kik, om van daaruit naar het volgende dorp te lopen, twee uur stijgen over glibberige, steile paden. Niet lang na de start glijd ik van het pad af, de diepte in, maar de gids slaagt erin me terug op het pad te trekken.

Het is een Pou Noi dorp. De Pou Noi behoren tot de Sino-tibetaanse familie. We betreden het dorp via een heilige poort, een decoratieve stellage van hout en bamboe. Als je aan magie doet kun je er beter niet door lopen, want dan verlies je je krachten. Zo'n poort heeft alles te maken met geesten en niets met boeddhisme. Toch is er ook een boeddhistische pagode met een monnik die zelfs twee schattige jonge leerlingen heeft.

Er is een ritueel aan de gang. Een jongen die twintig is geworden, zit in een soort ren, en erachter zit de dorpsmonnik met wat oudere mannen voor hem te bidden in een met rituele voorwerpen bezaaid afgeperkt stukje grond, grenzend aan het tempelterrein. We kijken een poosje, net als vele dorpelingen die op een dorsvloertje ertegenover hebben plaatsgenomen. Een visser is zijn net aan het boeten: het is een rustige, gezellige boel.

Het dorp is redelijk schoon, want er zijn nauwelijks of geen honden, noch varkens of kippen. Dat komt omdat alle honden zijn gestorven aan een of andere ziekte. Het is aangenaam om door het dorp te slenteren zonder opgeschrikt te worden door venijnig blaffende en grommende honden, ook al is het om een nare reden. De paar varkens die de naamloze ziekte hebben overleefd worden even buiten het dorp in een apart omheind terrein gehouden.

Er wordt opvallend veel getimmerd en gezaagd. Het dorp is een jaar of tien geleden geheel afgebrand. Nu hebben velen weer genoeg hardhout opgespaard om een nieuw, steviger huis te bouwen ter vervanging van de bamboehuizen. Sinds de brand staan de graanschuren ver van het dorp af, gescheiden van de woonhuizen door het riviertje. Zo zien wij een heel dorp vol authentieke bamboehuizen.

We brengen een genoeglijke avond door bij het dorpshoofd, rond het keukenvuur terwijl de vrouw met haar dochters het eten klaarmaakt. De vader van het dorpshoofd rookt een waterpijp. Een jongetje van een jaar of twaalf heeft een vogeltje geraakt met zijn katapult en zijn moeder steekt het voor hem op een bamboestokje zodat hij het kan roosteren terwijl het eten kookt. Na het eten komt er bezoek van nieuwsgierige dorpelingen. We hopen vurig dat iedereen weer eens opstapt, zo moe zijn we.

Maar iedereen blijft zitten en kijkt hoe wij ons klaarmaken voor de nacht. De slaapzak, de binnenslaapzak, het erin schuiven, zo waardig en decent mogelijk, dus met kleren aan, het is een niet te missen evenement.

In een traditioneel kostuum bij de Akha Oma

De volgende dag houden we een fotosessie, die de vorige avond bij de dorpelingen is voorbereid door onze gids. Daarna lopen we door tot aan een fantastisch interessant Akha Oma dorp.

We blijven daar de hele middag en zien vrouwen bezig in en om het huis met hun prachtige hoofdtooi op en klederdracht aan. Jammer genoeg verdwijnt iedereen zodra ze mijn piepkleine cameraatje ontwaren. Dus we besteden de avond bij het dorpshoofd aan het uitleggen van het hoe en waarom van de fotosessies die we de volgende dag willen houden om de klederdrachten te fotograferen.

De fotosessie de volgende dag brengt een hoop plezier. Ik heb ook een traditioneel kostuum aangetrokken, inclusief de prachtige hoofdtooi. Ik heb veel hulp nodig bij het optuigen maar het resultaat mag er zijn. Met mijn bril af, en als je niet naar de broek en basketbalschoenen kijkt, zie je nauwelijks dat ik een fop Akha Oma ben.

Na de fotosessie trekken we door naar het volgende Akha Oma dorp. De bedoeling is in een grote lus naar de Nam Ou rivier te trekken. Het is een flinke tocht en we vergissen ons tweemaal, hetgeen de tocht met twee uur verlengt. We lopen al zes uur onder de brandende zon, op vreselijk glibberige steile smalle paden vaak slingerend langs de afgrond en nog steeds is de rivier niet in zicht.

 

verder naar "Laos : etnische klederdracht in het noorden" deel 3

 

 

     

 

 

 

 


 

 

Google