|
Laos: informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag, info, foto's, Azië
LAOS: een buitenbeentje tussen de
buurlanden
Laos reisverhaal: verslag van een reis door Laos
(Tekst en foto's: Bert Taken)
deel 2/2
Kevers als vliegers
Ruim tweehonder kilometer zuidwaarts ligt het kleine
plaatsje Vang Vieng in een schilderachtige omgeving: de grillige,
groene pieken van het omringende karstgebergte lijken regelrecht
uit een oud Chinees waterverfschilderij te komen. De volgende
dag steek ik met een pirogue - een smal en wankel houten motorbootje
- de Nam Xang rivier over en wandel de rest van de dag door
het unieke landschap. Op verschillende plaatsen zijn grotten.In
sommige staan boeddha-beelden en andere hebben gediend als
schuilplaats tijdens diverse invallen van vijandige legers.
De meeste grotten zijn pas na een riskante, glibberige klimpartij
bereikbaar. Door de regen zijn verschillende plaatsen van
het pad veranderd in modderpoelen en zak ik soms tot mijn
enkels weg. Gelukkig is er meestal wel weer een schoon waterstroompje
langs de rijstvelden waarin ik mijn voeten weer kan schoonmaken.
 |
|
Het is verbazingwekkend hoe inventief kinderen zijn in het
bedenken van spelletjes waarbij ze geen dure hulpmiddelen
nodig hebben. Door met plastic slippers te werpen spelen ze
onder andere “jeux de boules”, “kegelen”
en “knikkeren”. Andere kinderen vangen grote zwarte
kevers die ze als een “vlieger” aan een touwtje
bonden. Op een andere dag brengt een tuktuk mij ongeveer vier
kilometer stroomopwaarts. Drijvend op een grote opgeblazen
traktorbinnenband dobber ik vervolgens langzaam terug naar
Vang Vieng, ondertussen genietend van het intrigerende landschap.
Vang Vieng bezit vele tientallen spotgoedkope, nieuwe guesthouses
en is een echte verzamelplek voor backpackers. Gezien de gretigheid
waarmee zij pizza’s en hamburgers bestellen in de restaurantjes
waar ze uitsluitend hedendaagse westerse muziek draaien en
de frequentie waarmee zij de internetcafe’s bezoeken
om naar huis te mailen hebben de meeste toeristen toch wel
moeite om gedurende wat langere tijd in een vreemd land te
zitten.
De bus naar Vientane is bomvol als ze om 13.00 uur vertrekt.
Op bijna alle tweepersoons banken zitten drie mensen en in
het middenpad is ook nog een tiental extra stoelen neergezet.
Na een rit van ongeveer vier uur arriveren we in de hoofdstad.
Als we door wat ruim opgezette straten met uitsluitend laagbouw
rijden met slechts af en toe een tegemoetkomende auto heb
ik het idee dat we nog door de buitenwijken rijden. Maar tot
mijn verbazing blijken we al in het centrum te zijn. Naar
Nederlandse maatstaven is de hoofdstad niet meer dan een provinciestadje.
Voor het eerst in Laos zie ik enkele verkeerslichten bij een
kruispunt staan. Ze worden bediend door een paar agenten die
in een overdekt hokje langs de straat zitten. Er zijn zelfs
enkele éénrichtingswegen. Af en toe wordt een
jongen op een bromfiets die de verkeerde richting inrijdt
teruggefloten, maar verder maken de agenten geen al te actieve
indruk.
De bus stopt bij de chaotische, overdekte “Morning
Market” die gewoon de gehele dag geopend blijkt te zijn.
De Fa Ngum Road loopt als een soort boulevard langs de oever
van de Mekong. Op de oever staan vele tientallen kleine eetstalletjes
en terrasjes. Het is een perfecte plaats om aan het einde
van de middag met een koude Beer Lao naar de zonsondergang
en naar Thailand aan de overzijde te kijken. Tegen etenstijd
verschijnt meestal een karretje met gedroogde inktvis: een
heerlijk apperatiefje. Als het donker is worden kaarsen in
een omgekeerde, opengeknipte matplastic waterfles op de tafeltjes
gezet. Ze vormen een inventieve, sfeervolle lichtbron.
 |
|
Aan de oostzijde van het stadscentrum, aan weerszijden van
de Setthathilat Road, staan nog diverse vervallen Franse koloniale
villa’s. De brede Lane Xang Avenue is in de vorige eeuw
aangelegd met de Champs Elysee als voorbeeld. Aan het eind
is de Patouxai, een soort Arc de Triomphe, zichtbaar. Het
monument werd aan het eind van de zestiger jaren gebouwd met
Amerikaans beton dat bestemd was voor de aanleg van een vliegtuig.
Sindsdien wordt het ook wel gekscherend de “verticale
startbaan” genoemd. Verder noordwaarts ligt de ietwat
kitscherige, goudgekleurde Pha Wat Luang: het nationale symbool
van Laos. Er zijn diverse boekwinkels waar ik mijn uitgelezen
Engelse boeken kan inruilen. Ik koop wat gebruikte boeken
voor 40.000 kip per stuk en krijg de helft voor de boeken
die ik weer inlever. Zelfs na enkele dagen verbaas ik mij
nog over de kleinschaligheid van de hoofdstad.
Krekels en kikkers op stokjes
Om 10.00 uur vertrekt de express airco bus vanaf de Morning
Market zuidwaarts naar Savannakhet. Het is een lange rit,
maar de weg is goed en de bus is comfortabel. Halverwege stoppen
we bij wat eetstalletjes langs de weg. De hoeveelheid geroosterde
dieren is opzienbarend: slangen, krekels, kikvorsen, vogels,
ratten, kip, etc. Allemaal netjes op een stokje gespiest of
tussen twee stokjes geklemd.
Het is bijna donker als we op het busstation, ongeveer drie
kilometer noordwaarts van Savannakhet, aankomen. Een tuktuk
brengt mij naar het gloednieuwe Saisouk Guesthouse, dat net
een maand geleden geopend is. Bij het kleine Lao Paris restaurantje
neem ik een Fried Rice and Vegetables. De blik op de Mekong
is inmiddels vertrouwd. Als ik ’s avonds naar mijn guesthouse
terug loop kan ik bij veel verlichte huizen naar binnen kijken.
De meeste huizen bestaan uit één grote kamer
met een dressoir vol foto’s en een televisietoestel.
Soms staan er enkele stoelen, maar vaker liggen of zitten
de mensen op een vloerkleed naar de tv te kijken. Het voorste
deel van de kamer, aan de straatzijde, wordt meestal in beslag
genomen door een klein winkeltje waar ze frisdrank, chips
en toiletartikelen verkopen om het inkomen iets te verhogen.
Savannakhet lijkt op een slaperig, verwaarloosd provinciaal
Frans dorpje. Ongelooflijk dat dit de tweede stad van Laos
is.
 |
|
De enige busje naar Pakse blijkt reeds om 6.00 uur ’s
morgens te vertrekken. Het regende bijna de gehele nacht en
het golfplaten zinken dak van mijn guesthouse maakte van mijn
kamer een luide resonantieruimte zodat ik niet bang hoefde
te zijn dat ik niet op tijd op zou staan. In de stromende
regen neem ik om 5.00 uur een tuktuk naar het busstation.
Ik verbaas mij er over dat de chauffeur gewoon het normale
tarief vraagt terwijl hij gemakkelijk het vijfvoudige zou
kunnen eisen. Mijn onderhandelingspositie onder de paraplu
in de ochtendschemer langs de kant van de weg is bepaald niet
gunstig. Maar misschien is dit ook wel illustratief voor de
integere, onbedorven mensen in dit land. Op het busstation
ligt de kaartverkoper nog in vol tl-licht te slapen in zijn
hokje. Het buskaartje van 20.000 kip gaat vergezeld van een
reisverzekering: zou het zo’n gevaarlijke rit worden?
Onderweg blijkt men op diverse plaatsen nog bezig te zijn
met de aanleg van de geasfalteerde weg. Regelmatig moet de
bus een hobbelige, smalle parallelweg nemen om wat later weer
op de verharde weg terecht te komen. Het reisongemak wordt
enigszins gecompenseerd door de tientallen vrouwen en meisjes
die het stokken vol krekels, kikvorsen en kippen de bus bij
elke stopplaats bestormen.
Pakse is het verkeersknooppunt van het zuiden. Kort geleden
is de nieuwe brug naar Thailand in gebruik genomen, waardoor
de positie van de stad nog belangrijker wordt. Overal in de
stad gonst het van de bouwactiviteiten: er is een gloednieuwe
markt vlak buiten het centrum gebouwd, alle straten in het
centrum liggen open vanwege de aanleg van riolering en er
verrijzen enkele nieuwe grote hotels. Door de vele bouwactiviteiten
biedt de stad geen aantrekkelijke aanblik en ik besluit de
volgende dag verder zuidwaarts te reizen naar het eiland Don
Khong in de Mekongdelta.
Om 07.30 uur staat de vrachtwagen klaar. Het regent zachtjes
en het zuidelijke busstation van Pakse is een grote modderpoel.
Met een pakje sojamelk en een stokbrood schuil ik onder een
plastic zeil bij één van de vele eetstalletjes
rondom het busstation. Als een uur later de vrachtwagen uiteindelijk
vertrekt zijn de zes bankjes bomvol. Ik tel minstens 50 personen.
Na een uur is mijn afgebonden rechterbeen volkomen gevoelloos
geworden. Met veel moeite kan ik mijn benen iets verplaatsen
waardoor ik langzaam weer bloed door het been voel stromen.
Helaas voel ik dat nu mijn linkerbeen langzaam afsterft. Telkens
als we onderweg stoppen wordt de vrachtwagen omsingeld door
meisjes en vrouwen die allemaal zwaaien met geroosterde krekels,
kikvorsen en kippenpoten op rieten stokken. Ondanks de drukte
en de chaos is de sfeer vriendelijk en ontspannen. De weg
naar het zuiden is recentelijk geasfalteerd. Don Khong is
alleen met een veerpont te bereiken. Een kleine boot met twee
drijvers aan weerszijden is bedekt met grote metalen platen.
Vanaf de steiger rijdt de vrachtwagen behoedzaam op de pont.
Het ziet er allemaal gammel uit, maar het blijkt toch allemaal
goed te werken.
Op het eiland stap ik in het plaatsje Muang Khong uit bij
Villa Khan Khong. Het is een prachtig groot teakhouten gebouw
met een grote veranda en ruime kamers. Bij het vlakbij gelegen
Pon’s Restaurant neem ik ’s avonds een Lao cocktail:
laolao met limoensap, honing en ijs. De volgende dag huur
ik een fiets en maak een rondrit over de zuidelijke helft
van het eiland. De rit voert over kleine paadjes langs kleine
gehuchtjes, eetstalletjes, rijstvelden en de Mekong. Ik slalom
regelmatig langs waterbuffels en rijdt voorbij oevers met
dichtbegroeide bamboe. Aan het eind van de middag heb ik een
schorre keel van de honderden malen dat ik de “sabaidee”
van de vrolijke kinderen en aardige volwassenen heb moeten
beantwoorden.
De Mekong-delta
Nog verder zuidwaarts wordt de Mekong door de vele vertakkingen
meer dan tien kilometer breed. Met een boot vaar ik naar de
eilanden Don Det en Don Khone; tropische eilanden vol palmbomen
en idyllische rieten paalwoningen. Het water stroomt woest
en kent vele stroomversnellingen en kleine watervallen. De
Fransen hebben in hun koloniale periode daarom nooit vanuit
Vietnam en Cambodja noordwaarts kunnen varen. Wèl is
er nog een spoorbrug en staat er nog een half overgroeide,
verroestte locomotief waarmee ze goederen voorbij het onbevaarbare
water wilden brengen. Bij de grote Pha Pheng waterval verkoopt
een oude vrouw zakjes met levende blauwgroen glinsterende
kevers. Het schijnt geluk te brengen om de kevers weer vrij
te laten (waarom doet ze dat dan niet zelf!?).
 |
|
Ik koop een zakje en gooi tezamen met enkele plaatselijke
jochies de kevers één voor één
voor in de lucht. Als ze allemaal uitgevlogen zijn wijs ik
op enkele waterbuffels die aan een touw in de berm staan vastgebonden.
“Now let’s free the buffaloes!” roep ik
terwijl ik een gebaar maak alsof ik ze aan hun staart in de
lucht slinger. De jongens vallen op de grond van het lachen.
Op de terugweg naar Pakse blijf ik een dag in Champassak.
Aan de overzijde van de Mekong, zo’n 10 km ten zuiden
van het stadje, ligt de oude Khmer-ruïne Wat Phou tegen
een heuvel gebouwd. Het dateert uit ongeveer dezelfde tijd
als de Angkor Wat in Cambodja. De heuveltoppen zijn mysterieus
in nevelen gehuld. Verschillende bouwwerken staan op instorten
en zijn deels overgroeid door onkruid en klimop. De vervallen,
authentieke staat van de plek maakt het zeer sfeervol. Recentelijk
is de Wat Phou tot werelderfgoed verklaard door de UNESCO
en zal worden opgeknapt.
De laatste dagen in Laos breng ik door op het Bolaven plateau.
Vanuit Pakse neem ik een bus die na ongeveer twee uur in Tad
Lo stopt. Het is ongeveer 1,5 km lopen tot de waterval. Bij
het water staat het tamelijk luxe Lad Lo Resort. Ik neem echter
een kleine kamer in het kleinschalige Sipaseuth Ghuesthouse
dat tevens een gezellig restaurantje heeft. Vanuit het resort
maak ik een ochtendtochtje op een olifant door de omgeving.
Het is verbazingwekkend hoe nauwgezet en voorzichtig het dier
via kleine modderige paadjes over het heuvelige landschap
loopt. Als we door een dorpje komen kan ik vanaf de olifant
eindelijk eens een blik werpen in de hoge paalwoningen.
’s Middags loop ik zo’n 5 km naar het afgelegen
dorpje Nanong: een verzameling van 12 paalwoningen aan de
oever van een beekje. Zowel de vrouwen als de kinderen roken
allemaal dikke sigaren van groene bladeren! Ik blijf een poosje
op een boomstronk zitten en langzaam komen de kinderen naar
mij toe. Ik laat ze enkele prentbriefkaarten van Nederland
zien en dat maakt de rest van het dorpje nieuwsgierig. Even
later staan er tientallen bewoners om mij heen om de beelden
van het verre onbekende land te aanschouwen. Één
van de vrouwen gebaart of ik een meloen lust en snijdt het
meegebrachte exemplaar in vele schijven.
Ik deel de meeste stukken uit aan de aanwezige kinderen.
Omdat de communicatie moeilijk is (we spreken elkaars taal
niet) begin ik met portretten van de kinderen te tekenen.
Dat blijkt enorm aan te slaan. Vol trots koesteren ze hun
tekening en laten die aan de andere dorpsgenoten zien. Aan
het eind van de middag nemen de kinderen mij mee naar het
riviertje waar ze allemaal in springen. Het dorp is arm en
eenvoudig. Over tien jaar zal hier ongetwijfeld veel veranderd
zijn, maar of de mensen dan ook gelukkiger zijn waag ik te
betwjfelen.
Algemene landeninformatie LAOS
Taal en ligging
Laos grenst in het zuiden aan Cambodja, in het westen aan
Thailand, in het noorden aan China en Vietnam, in het oosten
aan Vietnam en in het noordwesten aan Birma (het huidige Myanmar).
Het land is ongeveer 6 keer zo groot als Nederland. Laos is
een arm land, maar de bevolking is bijzonder gastvrij en vriendelijk.
De officiële taal van Laos is het Lao, dat verwantschappen
toont met het Thai en verder kunt u (hier en daar) met Frans
terecht. De munteenheid van Laos is de Laotiaanse Kip. Bij
het wisselen krijg je meestal een dik pak biljetten van 500,
1000 en 2000 kip. Op veel plaatsen kun je ook met Thaise Baht
betalen.
Klimaat
Laos kent drie seizoenen: een regenseizoen (juni tot
november), een koel en droog seizoen (december tot februari)
en een heet seizoen (maart tot mei) met temperaturen tot 40
graden. De beste tijd om te reizen is van december tot februari:
het is droog en niet te warm. In de heuvels en bergen is het
altijd koeler. Op sommige plekken kan het zelfs heel koud
worden. De periode tussen maart en mei is heet en droog. In
de zomervakantie regeert de moesson. Het grootste deel van
de dag is het in deze periode gewoonlijk zonnig, terwijl in
de namiddag een kortstondige, heftige regenbui voor verfrissing
zorgt. De regen is in het bergachtige noorden het hevigst.
De gemiddelde temperatuur is in de zomer zo'n 30°C.
Vervoer binnenland
In Laos zijn er alleen goed geasfalteerde wegen in het centrum
van het land. Daar buiten laat de kwaliteit van de wegen vaak
zeer veel te wensen over. Vervoer tussen steden per bus in
het midden en het zuiden van het land is goed mogelijk, maar
soms oncomfortabel en de ritten duren vaak lang. In het noorden
rijden er vaak alleen pickups of trucks en zijn veel wegen
onverhard die vooral in het regenseizoen moeilijk begaanbaar
zijn. De meeste steden zijn vrij klein. Zelfs de hoofdstad
Vientiane heeft de grootte van een gemiddelde Nederlandse
provinciestad. Er zijn weinig taxi’s te vinden, maar
ze zijn ook nauwelijks nodig. Op veel plaatsen zijn fietsen
te huur: een ideaal vervoermiddel om steden en dorpen en omgeving
te verkennen. Reizen per boot gaat langzaam maar is een onmisbare
ervaring in Laos. Op sommige trajecten op de Mekong kun je
via een snelle longtail-motorboat reizen: je bent snel op
je bestemming, maar je ziet niet veel.
Accomodatie
Alleen in Vientiane en Luang Prabang zijn luxe hotels. In
andere steden zijn er middenklasse hotels. Diverse hotels
zijn gehuisvest in oude koloniale Franse villa’s. Bijna
overal zijn er goedkope, kleine hotels en pensions te vinden.
In Vang Vieng kun je voor ongeveer 3 euro overnachten in een
splinternieuw, blinkend betegelde kamer met douche/toilet
overnachten.
Eten en drinken
In Laos wordt op het platteland nog de plakrijst met de vingers
gegeten. Het Laotiaans voedsel is een mengeling van de Thaise,
Vietnamese, Indische en Franse keuken. Vandaar dat u in de
grotere steden zoals Vientiane een heerlijk baguette kunt
bestellen of een goede maaltijdsalade.
Veiligheid
Laos is een veilig land. Zelfs de route tussen Vientiane en
Luang Prabang die in het verleden door overvallers werd geteisterd
is tegenwoordig veilig bereisbaar. Uiteraard moet je de gebruikelijke
voorzorgsmaatregelen in acht nemen: loop niet te koop met
allerlei dure luxe artikelen en bewaar je geld en waardevolle
papieren in een money-belt onder je kleding. |