|
Indonesië: informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag, info, foto's, Azië
De walvis van Kupang
Indonesië reisverhaal: verslag van een reis door Indonesië
(tekst en foto: Frank van den Berge)

Het regent al dagen hier in Kupang, de "hoofdstad"
van de provincie West-Timor met zo'n 20.000 inwoners, gelegen
op het westelijkste punt van dit eiland. Ik ben nu al bijna
twee maanden aan het fietsen op de Kleine Sunda-eilanden en
volgens de immigratieregels van Indonesië is het een
toerist slechts toegestaan om zich 60 dagen achtereen in het
land op te houden. Ik heb dus koers gezet naar deze redelijk
grote stad om van hieruit op tijd Indonesië te kunnen
verlaten door "even" naar Darwin in Australië
te vliegen. Ver is het niet. In anderhalf uur vlieg je van
Azië naar Australië vanaf Kupang. Twee maal per
week kan je naar de overkant maar ik ben een dag of vijf geleden
met de boot van de stad Ende op Flores naar Kupang gevaren
om vóór mijn vlucht nog wat rond te kunnen fietsen
op West-Timor.
Er staat weinig geschreven over dit eiland in de reisgidsen
die ik mee heb maar wegen zijn er in ieder geval wel. Om een
paar fietstochten vanuit Kupang te maken alvorens ik verplicht
ben het land te verlaten, trekt mij wel. Ik heb mij echter
niet goed gerealiseerd dat de moesson, de jaarlijkse regenperiode
hier in Oost-Indonesië nog aanwezig is en dat legt mijn
fietsplannen lam. De regen komt met bakken naar beneden. De
kleine openlucht-warungs, de eetstalletjes waar ik dagelijks
tussen de autochtonen mijn nasi goreng, mijn campur en mijn
mie kom eten, staan op ongeplaveide grond. Dat betekent dus
door plassen en modder naar binnen en naar buiten. De eenvoudige
lange houten tafels en banken vallen af en toe om vanwege
het wegspoelen van de ondergrond.
Gelukkig is het tentdoek boven mijn hoofd waterdicht. Wel
valt af en toe het elektrisch licht met een vonk uit. In de
schakelkast blijkt het dus ergens te lekken. Geen wonder!
Ik verbaas mij over het feit, dat deze "rumah makans",
deze eethuisjes, ondanks de enorme regens nog open zijn. Het
eten smaakt er extra lekker en de sfeer onder het tentdoek
is uitstekend. De zware regens verbinden de eters tijdens
het diner. Je blijft wat langer natafelen om niet meteen door
de regen naar huis te moeten. Van fietsen komt echter niet
veel terecht. Een korte dagtocht vanuit Kupang is zelfs niet
mogelijk. Het is geen uur lang droog!
Dit ongemak geeft mij de mogelijkheid om toch aan de vraag
van een mij op de boot aangesproken meisje van een jaar of
twintig te voldoen om eens te komen "mampieren".
Gelukkig stond ik niet direct met een mondvol tanden bij het
horen van het woord "mampir". Al eerder
is mij op mijn reis door de Gordel van Smaragd deze vraag
gesteld. "Eens langskomen voor een babbeltje en een drankje"
is mij als betekenis uitgelegd. Ik heb daar regelmatig aan
beantwoord maar het babbeltje beperkt zich meestal tot het
tonen van hun kennis van vijf woorden Engels en het elkaar
een beetje onbegrijpelijk aanstaren. Niet altijd zonder opgelatenheid
van beide partijen. Het "mampieren" duurt dan ook
meestal niet langer dan een half uurtje. Het meisje op de
boot van Flores naar Timor, Shirley Manutede sprak redelijk
goed Engels, zoals ik toen gemerkt heb en ik heb dan ook wel
het idee dat het gesprek wat langer zal gaan duren. Ik neem
dan ook in de regen een "bemo", een Mitsubishi
Colt bestelauto met twee dwarsgeplaatste banken, die overal
in Indonesië als openbaar vervoer rondrijden. Hier in
Kupang worden ze "lampu" genoemd naar de
grote hoeveelheid onnodige lampjes, die deze bemo`s tot ware
kermisauto`s maken. Ook de oorverdovende muziek, die men gratis
tijdens de rit te horen krijgt, behoort niet tot het ons bekende
straatbeeld.
Na een klein half uur zet de bemo mij voor een ritprijs van
een kwartje af op het door Shirley op een briefje geschreven
adres. Ik moet even zoeken maar ik krijg snel hulp van wat
buurtbewoners. De naam Manutede is in deze buurt wel bekend.
Ik word welkom geheten door haar ouders, die mij slechts in
het Bahasa kunnen begroeten en mij een zitplaats aanbieden
op een groot bankstel. En daar zit ik, net zoals de vorige
keren dat ik bij iemand "mampierde". Shirley
wordt gelukkig snel bij haar vriendin om de hoek gehaald en
zij breekt gelukkig de enigszins gespannen sfeer. Een koud
drankje en wat pinda`s worden voor mij neergezet en de vader
vraagt mij via zijn dochter honderd uit. Het lijkt wat op
een verhoor. Misschien heeft de vader in zijn hoofd dat ik
de hand van zijn dochter kom vragen. Gelukkig is hij er snel
achter dat dat niet de bedoeling van mijn bezoek is. Ook hun
dochter Shirley heeft deze plannen niet. Het blijft bij "even
langskomen voor een babbeltje".
Niet alleen zijn Shirley en haar ouders aanwezig maar ook
word ik na een kwartier voorgesteld aan Octavina, een nichtje
van Shirley. Ik schat haar rond de 25 jaar oud en spreekt
helaas geen woord Engels. Zij vraagt mij of ik al het plaatselijk
museum heb bezocht. Na mijn “belum” (nog
niet)-antwoord komt Octavina, in de familie "Vin"
genoemd, uit haar stoel, neemt mij stevig bij de arm en doet
alsof zij met mij naar het museum wil gaan. Dit is vanwege
de openingstijden van het museum nu echter niet mogelijk Al
snel blijkt dat zij als suppoost op het museum werkt. Ik ben
natuurlijk welkom in het museum als zij er ook is. De afspraak
wordt gemaakt dat zij mij zal rondleiden en mij alles zal
uitleggen. Maar zonder beheersing van de Engelse taal lijkt
mij dat voor haar erg moeilijk. Als hoogtepunt moet ik naar
de "ikan paus" komen kijken maar wat dat
mag zijn kan noch zij, noch iemand van de familie Manutede
mij uitleggen. Het moet een vis zijn, dat is de betekenis
van het woord "ikan" maar een Pausvis of
Katholieke vis zal het in ieder geval niet zijn. Ik moet maar
eens komen kijken.
Na een niet echt vloeiend lopend onderhoud met deze zeer
vriendelijke familie verlaat ik rond 17.00h uur het huis.
Toch interessant eens een echt huis van nogal rijke mensen
van binnen te mogen hebben gezien. Veel bankstellen, oude
portretten aan de muur, een koelvin op standaard, een grote
kleurentelevisie en een koelkast. En wit. Heel erg wit! Ik
word lang uitgezwaaid.
Een dag later heb ik na een lange "bemo-tocht"
het museum gevonden. Het bevindt zich in de "Kota Baru",
de nieuwe stad, zo'n 10 kilometer vanaf de oude kern, die
aan zee ligt. Dit gebied zal in de toekomst het rijke gedeelte
van de stad Kupang worden. Er staan al aardig wat overheidsgebouwen,
wat grote hotels en hier en daar een villa. Ik schat de prijs
van zo'n villa op minstens vijf ton. Voor zeer rijke Indonesiërs
dus.
Bij het binnengaan van het museum komen enkele vrouwelijke
suppoosten op mij af en vragen mij vriendelijk of zij mij
zullen rondleiden. Ik dank hen hartelijk voor de aangeboden
dienst want ik ben eigenlijk op zoek naar Octavina, Vin dus.
Die wordt dan ook gewaarschuwd dat er een buitenlander naar
haar vraagt. Na vijf minuten komt Octavina heupwiegend aanlopen
en verwelkomt mij in het museum. Aan haar arm word ik van
de ene vitrine naar de andere gebracht. Tot mijn grote spijt
versta ik van haar uitleg in het Bahasa Indonesia maar een
heel klein beetje. Ze doet vreselijk haar best maar er blijven
bij mij vele vragen onbeantwoord want ook de Indonesische
omschrijvingen bij de kunstvoorwerpen kan zij niet verduidelijken.
Jammer want ik ben gefascineerd door deze prachtige volkenkundige
verzameling hier in het museum. Wel weet ze mij duidelijk
te maken dat een aantal foto`s, die in het museum hangen van
haar hand zijn. En daar is zij trots op.
Zij laat mij de prachtige verzameling "moko's"
zien, grote bronzen trommels, die waarschijnlijk uit de Vietnamese
Dongson-cultuur zijn. Er is een prachtige verzameling ikat-weefsels
en ik kan een grote hoeveelheid zilveren munten uit de Nederlandse
tijd bewonderen. Er zijn gebruiksvoorwerpen uitgestald, die
je nog op het platteland van de Sunda-eilanden ziet gebruiken.
Veel is van natuurlijk materiaal gemaakt zoals van lontar,
bamboe en kokospalm. Honderden items zijn hier uitgestald,
een enorme rijkdom voor de volgende generaties. Opvallend
is echter de slordigheid, waarmee alles uitgestald is. De
vitrines zijn niet stofdicht zodat alles er wat grijs uitziet.
De begeleidende kaartjes zijn omgevallen of liggen op hun
kop. De belichting is uitermate slecht en van vele artefacten
is blijkbaar niets bekend. Ze staan daar maar zonder te weten
wat het is.
Na een tijdje vraag ik mijn "gids" naar de "Ikan
Paus". Ik ben reuze benieuwd wat dat mag zijn. Ze neemt
mij weer bij de arm en we verlaten het hoofdgebouw. Een eindje
verderop staat een groot glazen huis. Daarvan heeft zij de
sleutel in de hand en ik deins wat terug als ik na het openen
van de deur een enorme opgezette walvis zie. Een apart gebouw
voor deze "ikan paus", een walvis dus. Ik bewonder
dit enorme dier, bekijk de botten van dichtbij maar aanraken
mag ik het geraamte niet. Om het dier is een groot en dik
touw gespannen. Ik ben toch benieuwd hoe een walvisbot "voelt".
Na het hele beest te hebben omgelopen kom ik weer bij zijn
kop terecht en vraag Octavina om wat voor soort walvis het
gaat. “Dat is nu het probleem, dat weet niemand.”
Voor zijn kop staan 6 verschillende borden opgesteld met foto's
van zes verschillende walvissen met zes verschillende beschrijvingen.
Ik mag dus kiezen! In de jaren ‘70 is deze walvis aan
de kust van West-Timor aangespoeld. De plaatselijke universiteit
heeft zich er toen over ontfermd en na onderzoek is het complete
skelet aan het museum geschonken. Ze zijn echter vergeten
om wat voor walvis het ook alweer ging. Vandaar die zes borden.
Het moet één van deze zes zijn. Dat is vreemd
in een museum zoals dit. Een mooi museum met prachtige en
zeer unieke items maar ze weten niet van welke walvis dit
skelet is. Het uiten van mijn verwondering daarover is zo
groot, dat Octavina boos de zaal uitloopt.
Na een paar minuten komt zij terug en heeft een modern uitziende
vrouw meegenomen. Deze vrouw spreekt mij in vloeiend Engels
aan en stelt zich voor als Aurora Arby, doctor in de antropologie.
Ik sta aan de grond genageld! Een knappe en intelligente vrouw,
die vloeiend Engels spreekt. Zij blijkt een Minangkabause
uit Padang op Sumatra te zijn en is door de autoriteiten in
Jakarta gevraagd om voor een aantal jaren hier te komen werken
om het museum te leiden. De directeur van het museum is slechts
in naam directeur. Hij weet niets van wat hier eigenlijk geëxposeerd
wordt. Zij vertelt mij hoe slecht het gesteld is met de leiding
van het museum. Het ziet er allemaal mooi uit maar niemand
weet eigenlijk iets van de uitgestalde volkskunstvoorwerpen.
Zij is dan ook naar hier gestuurd om orde op zaken te stellen
en alles te catalogiseren en te omschrijven. Dat geldt ook
voor het complete geraamte van de "Ikan Paus". Niemand
weet echter om wat soort walvis het gaat. Ook zijzelf is er
niet van op de hoogte. Zij is antropologe, geen biologe, zo
legt ze mij uit.
Maar misschien weet deze Hollander het wel. Ik sta met een
mond vol tanden. Hoe moet ik nu weten wat voor walvis dit
is? Ik heb daar absoluut geen verstand van. De opmerking dat
daarover wel wat in encyclopedieën te vinden zal zijn,
is haar wat vreemd. Want wie heeft hier een encyclopedie?
Ik wordt gevraagd een serie foto`s maken om dan maar in Nederland
een onderzoek in te stellen. Ik blijk de enige "toerist"
te zijn, die ooit van dit skelet foto`s heeft mogen nemen.
De toestemming daartoe is binnen een half uur van de slapende
museumdirecteur gekomen. Ook hij zit waarschijnlijk te wachten
op de oplossing. Ik krijg zelfs een stukje walvisbot ter onderzoek
mee voor in het laboratorium. Dat lijkt mij wat overdreven
maar ik kan niet weigeren. Dit is hun grote kans om na jaren
te weten welke vijf borden ze bij de "ikan paus"
kunnen weghalen.
Na een tijdje vraag ik Aurora of er in het museum misschien
een bibliotheek is. Deze vraag wordt dan wel bevestigend beantwoord
maar daar mag niemand in. Als dat zo is dan lijkt mij het
nut van een bibliotheek nogal klein, probeer ik Aurora uit
te leggen. Weer wordt een bezoek gebracht aan de slapende
directeur en ik krijg toestemming om de bibliotheek in te
gaan. Met een stapel schrijfpapier, een pen en de sleutels
tot de bibliotheek ga ik proberen het raadsel van de walvis
op te lossen. Ik ben helemaal alleen. De anderen hebben geen
tijd om me te helpen. Zij zijn druk bezig met niets doen.
In de kasten van deze redelijke bibliotheek vind ik gelukkig
een aantal in het Engels geschreven encyclopedieën. Ik
sla wat boeken open, maak een scheiding tussen tand- en baleinwalvissen
en kruis steeds af wat niet met mijn korte beschrijving van
het skelet overeenkomt. Ik blijf met een aantal vragen zitten
maar kom al redelijk snel tot de conclusie dat wij hier waarschijnlijk
te maken hebben met de "blue whale", de blauwe vinvis.
Het skelet heeft dan wel geen baleinen meer, maar tanden zijn
er ook niet in de kaken te vinden. Ook de enorme lengte van
het skelet doet mij denken aan de grootste walvis op aarde,
de blauwe vinvis.
Ik sla de boeken weer dicht, sluit de kasten en verlaat de
bibliotheek. Met mijn gegevens ga ik naar Aurora en zij staat
verbaasd over de snelheid waarmee ik tot deze conclusie ben
gekomen. Hoe is dat mogelijk! “Jaren hebben we ons geschaamd
om bezoekers het antwoord schuldig te moeten blijven als zij
vragen hadden over deze walvis. En jij, Pak Franky, lost het
in een paar minuten op!” Ze neemt mij mee naar het glazen
gebouw en neemt vijf van de zes borden bij de kop van het
dier weg. Blindelings vertrouwt zij erop dat ik gelijk heb,
alhoewel ikzelf nog niet echt overtuigd ben.
Zo, dat raadsel is opgelost. Octavina wordt door Aurora hartelijk
bedankt voor haar aandeel. Zij heeft mij tenslotte naar het
museum gehaald. De directeur wordt wakker gemaakt en ook op
de hoogte gebracht. Als dank voor mijn hulp mag ik het kleine
stukje walvisbot als souvenir behouden. Ik ben er content
mee. Ik heb het eerlijk verdiend.
Ik kom graag weer eens bij iemand “mampieren”.
Je weet maar nooit of “Pak Franky” nog
iets voor Indonesië kan betekenen!
info@worldpictureservice.nl
www.WorldPictureService.nl
|