|
Indonesië: informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag, info, foto's, Azië
Nieuwjaar op Bali
Indonesië reisverhaal: verslag van een reis door Indonesië
(Tekst en foto's: Sjoerd & Betty Flameling )
deel 2/2
Safari op de olifant
We worden met een bus opgehaald om een lange reis te maken
naar de prachtige jungle in Taro Village. Onderweg zien we
veel houtsnijwerk en kunstzinnige voorwerpen. Het ligt allemaal
uitgestald langs de weg en soms ligt het te drogen voor verdere
behandeling. Je weet niet wat je ziet, ook voor de export
ligt veel te wachten. Vanuit Bali zelf wordt er weinig verscheept,
dit gaat via Java. Het olifantenpark ziet er prachtig uit.
We krijgen een gids mee van het park die ons enige uitleg
geeft. Zo wandelen we naar het hart van het park om kennis
te maken met de olifanten. Het is de bedoeling dat we meteen
op de olifant gaan, per stel. Dit is een ervaring die je nooit
zult vergeten.
Zittend op de olifant met iemand die
deze olifant verzorgt, ga je door het prachtige landschap
en de jungle. Als de rit bijna op zijn eind is, wandelen
de olifanten het park weer in en gaan ze stiekem water
uit de beekjes drinken en jou vervolgens natspuiten.
We komen op de plaats waar we weer moeten afstappen,
eerst nog even door de waterbak met z'n allen en vervolgens
worden er foto's gemaakt. Nadat we weer op vaste grond
staan, voederen we de olifanten en er mogen foto's genomen
worden. De olifanten zijn erg mak en doen alles voor
je, als ze maar iets te eten krijgen.Hierna staan er
andere olifanten klaar om een show te geven; over een
balk lopen, voetballen, basketballen, noem maar op.Erg
leuk en tevens goed bezocht, het park doet het goed,
maar het onderhoud is erg duur en het bestaan ervan
staat dan ook op losse schroeven. Het is net door een
Australiër overgenomen, hopelijk redt hij het met
dit mooie park. |
|
Dolfijnentocht
We vertrekken vanuit Benoa Harbour. Met een snelle speedboot
gaan we naar het zuiden van Bali, want daar zijn altijd dolfijnen,
zo niet, mag je de volgende keer kostenloos mee. De speedboot
gaat eerst rustig door het water en de mannen die de tocht
organiseren praten met ons. Op een gegeven moment zeggen ze
dat ze gas gaan geven en dan danst de boot over het water
met zo'n 70 km. per uur. Geweldige ervaring, maar filmen en
foto's nemen is onmogelijk. Dan ineens worden we er attent
op gemaakt dat de dolfijnen er zijn.
Het zijn er veel, ze zwemmen naast en voor de boot, een geweldig
gezicht. Iedere dag zijn ze hier, al zeggen de gidsen dat
ze iedere keer opnieuw moeten zoeken. Benoa was een stoffig,
ingeslapen vissersplaatsje en is nu een bedrijvig watersportcentrum
met jetski's, motorboten, duikerscentra en bars. Vooral de
markt, die overigs niet te vergelijken is met de onze, moet
je meemaken. Je ziet kruiden en specerijen uit de hele wereld.
Het is een prachtig schouwspel van loven en bieden. Ook groente
en fruit, vlees, alles ligt hier iedere dag. Je ruikt ook
alles, niet altijd even aangenaam, maar je moet het wel zien
en meemaken.
Den-Pasar
Den-Pasar, sinds 1945 de Balinese hoofdstad (Singaradja was
daarvoor de hoofdstad), was twintig jaar geleden nog een klein
marktstadje. Sindsdien is het tien keer zo groot geworden,
met alle overheidsdiensten binnen de stadsgrenzen en meeprofiterend
van het toerisme. Den-Pasar, vroeger Badung geheten, is nu
een snel groeiende metropool met bijna een half miljoen inwoners.
Het is een drukke, hete en stoffige stad met een wirwar aan
kronkelende steegjes, onlogische straten met eenrichtingsverkeer,
indringende geuren en meer auto's per hoofd van de bevolking
dan de hoofdstad Jakarta. De stoplichten kunnen de gigantische
stroom motors, brommers en bestelbusjes nauwelijks intomen.
Te midden van alle lawaai en uitlaatgassen
wonen de meer welgestelde families nog altijd in traditionele
kampongs, een soort hofjes die tegenwoordig met extra
hoge muren worden afgeschermd. Stadsbewoners die het
met een appartement moeten doen, hebben nog altijd een
familietempeltje in huis, en wel op het dak. De bekendste
bezienswaardigheid is een groot, grauw beeld van de
hindoegod Catur Muka die met zijn vier gezichten de
belangrijkste richtingen van Den-Pasars grootste kruispunt
overziet. Den-Pasar is niet interessant als verblijfplaats,
het is eigenlijk een vieze stad. Het water dat door
Den-Pasar gaat is erg vervuild en stinkt. Wij zijn hier
om de Pasar Kumbasari te bekijken. Het zijn eigenlijk
twee hele grote hallen die helemaal vol gezet zijn:
in de een alles op het gebied van kruiden en specerijen
en in de andere alles op het gebied van kleding, kunst
en houtsnijwerk. Je kunt er bijna niet doorheen lopen
zoveel ligt er opgeslagen. Nu begrijp je wat de V.O.C.
hier zocht. |
|
Dan wordt ik door een mevrouw aangehouden die ons wel even
wil rondleiden. Uiteindelijk gaat het erom in haar shop uit
te komen. Op een gegeven moment schrik ik, wat de vrouw ziet,
maar de familie verder niet, die zijn te veel onder de indruk
van wat ze zien. Ik zie een dikke rat boven me kruipen en
daar schrik ik van, maar gelukkig zien de anderen hem niet.
De vrouw reageert met: 'a big mouse', waarop ik zeg, 'yes,
very big' en verder maar niets, voor er iemand rechts omkeert
wil. Later vertel ik het wel en lach er dan ook om, maar je
schrikt toch wel even.
Als we alles bekeken hebben, nemen we een koel drankje en
maken kennis met een zilversmid. Aardige jongen die met een
klant uit Nieuw-Zeeland bij ons aan tafel zit. We raken aan
de praat en zien wat werk van hem. Het ziet er mooi uit. Zij
zorgt voor mooie schelpen en hij maakt er met zilver wat moois
van: oorbellen, broches, etc. En als het klaar is, wordt het
verkocht in Nieuw-Zeeland.
Balinees Nieuwjaar in Nyepi
Balinees Nieuwjaar is een dag van stilte. Het is een nationale
feestdag die in maart valt en die wij meemaken. Het is een
hindoeïstische feestdag van afzondering en spirituele
zuivering; op deze dag mag geen vuur aangestoken worden en
er mag niet gewerkt of gereisd worden. De luchthaven is 24
uur gesloten voor alle luchtverkeer en alleen de hotelbussen
mogen in bepaalde gevallen rijden. Een rare gewaarwording.
Op het terrein van het hotel mogen we wel rondlopen en je
mag ook zwemmen in het zwembad, met toestemming van het gouvernement.
Er wordt toezicht gehouden door hulppolitie, vergelijkbaar
met onze stadswacht.
 |
|
Het zal dit jaar niet zo groots zijn i.v.m. de verkiezingen.
Het kost geld en aan dergelijke festiviteiten geven ze veel
uit. Normaliter bouwen ze angstaanjagende grote poppen om
boze geesten te verdrijven. We hebben daar in een eerdere
vakantie wel eens iets van gezien, het gaat dan ook om prijzen
voor de mooiste exemplaren. Als je van het terrein van het
hotel af gaat, krijg je ook als toerist klappen. Dit gaat
nog op de oude manier, je krijgt stokslagen tot je weer op
de plek bent waar je hoort en dat doen ze zonder pardon. In
onze kamer ligt een uitgebreide brief met wat wel en niet
mag.
Op de dag zelf is alles lekker rustig. Het hele personeelsbestand
is veranderd, het zijn allemaal andere mensen die de bediening
op zich nemen. Er is een speciale lunch voor de hotelgasten.
Hier zijn speciale vergunningen voor aangevraagd. We geven
ons op voor de lunch en dat blijkt een fantastisch buffet
te zijn. Af en toe probeert iemand op het strand te komen,
maar die wordt er meteen afgehaald, maar niet met harde hand.
Zo gaat de dag snel voorbij en is Nyepi bijna achter de rug.
De Balinezen bezoeken vandaag hun familie en vieren het in
wat voor vorm dan ook gezamenlijk. We hebben met mensen gesproken
die deze dag gebruiken om alles te overdenken. Ze zitten dan
vier uur stil en bezien hoe goed ze het hebben.
Juwelen in Celuk
De plaats Celuk is synoniem voor zilver- en goudsmeedkunst.
Van alle dorpen op Bali heeft Celuk het op een na hoogste
inkomen per hoofd van de bevolking. Het lijkt wel of om de
tien meter weer een andere juwelier bezoekers tracht te lokken
met zijn gouden en zilveren vlinderbroches, armbanden die
met granaten zijn bezet en oorringen en oorclips in alle soorten
en maten. Het is verbazingwekkend te zien hoe met uiterst
eenvoudig handgereedschap zulk fijn gedetailleerd werk kan
worden gemaakt. De ambachtslieden gebruiken een stuk boomstam
met een metalen punt als aambeeld, een stuk bamboe om het
vijlsel op te vangen en een met de hand bediende brander om
metaal te verhitten.
Doorgaans is het mogelijk een kijkje achter de schermen te
nemen. Meestal bestaat het atelier uit een kleine achterkamer,waar
vijf tot twintig man aan het werk zijn - waaronder ook kinderen
van nog geen tien jaar oud. Als je iets wilt kopen dan moet
je afdingen, ook hier hoort dat erbij en het is aan te raden
iemand mee te nemen die er echt verstand van heeft en die
je vertrouwt.
Ubud
Gelegen op een idyllisch fraaie locatie en gezegend met een
natuurlijke artisticiteit, was het onvermijdelijke dat Ubud
en zijn 6000 inwoners te maken zouden krijgen met een invasie
van buitenlanders. De eersten die zich hier vestigden, in
de jaren twintig van de 20e eeuw, waren Europese kunstenaars
die hier inspiratie kwamen opdoen. Ubud is nog steeds een
centrum voor kunstenaars. Het ontleent zijn naam aan 'ubad',
het Balinese woord voor medicijn. Bezoekers in dit plaatsje
wordt verzocht de plaatselijke rituelen te respecteren, traditionele
kleding te dragen als dat gepast is en, in het algemeen, meer
te weten te komen over de bevolking van Ubud.
 |
|
Hier tref je nog rondreizende medicijnmannen aan. Voor de
markt moet je vroeg zijn, maar dat is eigenlijk overal zo.
De Balinees staat vroeg op, maar gaat er ook heel vroeg weer
in, dat is ook de reden waarom men op Bali meestal wat vroeger
eet, om 18.30 uur. We bezoeken een groot atelier met een keur
aan schilderkunst. Een aantal mensen zit op de grond te schilderen.
Het is een bijzonder groot atelier dat eigenlijk voor de toeristen
is opgezet. Echt heel mooi en kleurrijk en allemaal verschillende
stijlen.Hierna bezoeken we een houtsnijder, dit blijkt een
van de beste te zijn die hier gevestigd is. Als we het terrein
opkomen zien we de mannen al bezig met grote stukken hout.
Uiteindelijk moet er een mooi beeld te voorschijn komen en
als je binnen bent, wil je dat wel geloven.
Kuta
Weinig bezoekers van Kuta staan erbij stil dat deze plaats
vroeger zowel een leprozenkolonie als een slavenstation was,
met een onvruchtbare bodem. Voor velen is dit het hoogtepunt
van Bali, terwijl anderen schande spreken van de ongebreidelde
commercie. Zowel Balinezen als buitenlanders zoeken dag in
dag uit vertier aan het grijze zandstrand, surfend, zonnebadend
en flanerend. Je kunt er van alles kopen, men komt naar het
strand om zijn waar te verkopen. Als je niet geïnteresseerd
bent, moet je dat meteen duidelijk laten weten.
 |
|
Venters met kleding, snoep, ijs, sigaretten, houtsnijkunst,
marmer, noem het maar op, allemaal fantastisch mooi en heel
goedkoop. Maar ook een massage of manicure, of iets met je
haar laten doen: het kan allemaal op dit strand. Het is ook
een van de mooiste plekken om de zonsondergang te zien. Het
verhaal gaat, dat de godin van de zee hier ieder jaar een
slachtoffer eist. Vanaf het strand gaan we de gezellige kraampjes
bekijken die ons leiden naar hartje Kuta. Hier zijn altijd
mensen, en in het centrum is het heel erg druk met verkeer
dat je hier niet gewend bent. Dat hier niet meer ongelukken
gebeuren is ons een raadsel.
Kuta is ook het stadje van de bomaanslag op 12 oktober 2002.
We zijn nog even op de plek geweest waar deze aanslag plaatsvond.
Er is een groot monument geplaatst dat ons moet herinneren
aan dit gebeuren. De Balinezen hebben het er moeilijk mee.
In het centrum van Kuta bekijken we nog het een en ander en
keren dan met de taxi terug naar het hotel.
We hebben een afspraak in Olala, een restaurant waar veel
Nederlanders komen. Het eten is er goed en de mensen zijn
aardig. De eigenaar leeft erg primitief, maar is een goede
gastheer, die veel voor zijn personeel en familie doet. Na
lekker gegeten te hebben keren we terug naar ons hotel, lekker
langs de zee en altijd zijn er nog wel wat winkeltjes open
die je nog iets willen verkopen.
|