India: informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag, info, foto's, Azië

INDIA: de 'toy train' naar Ooty

India reisverhaal: verslag van een reis door India

(Tekst en foto's: Bert Taken)

(Onderstaand artikel is gepubliceerd in het tijdschrift Meridian/Voyager januari 2003)

De zomers in het zuiden van India kunnen zeer heet en vochtig zijn. Dat was voor de Engelsen in de vorige eeuw een reden hun toevlucht te zoeken in hoger gelegen oorden, de zogenoemde 'hillstations'. Ooty wordt 'The Queen of the Southern Hillstations' genoemd en ligt op 2240 meter hoogte in de Nilgiri Hills. De plaats heette voluit eerst Ootacamund en daarna Udhagamandalam, maar niemand neemt de moeite de plaats bij haar volledige naam te noemen. De Britse kolonialen probeerden een kopie van hun thuisland te maken en bouwden villa's met Engelse tuinen, omringd door koffie- en theeplantages en paardenrenbanen. Ze brachten er, omringd door Indiase bedienden. hun tijd door met polo, tennis en jagen. Aanvankelijk was dit koele 'Klein-Zwitserland' slechts na een lange vermoeiende reis te bereiken, maar aan het eind van de negentiende eeuw werd de Blue Mountain Railway aangelegd en in 1908 reikte het spoor ook tot Ooty.

"Donder op!", snauw ik in onvervalst Nederlands tegen de zoveelste man die probeert voor te dringen. Enkele ogenblikken geleden stond er nog een ordelijke rij met rustige, welgemanierde Indiase mannen achter mij. Zodra het treinloket open gaat, word ik links en rechts belaagd door mannen die allemaal tegelijkertijd hun hand met geld door de opening van tien bij tien centimeter willen persen. Aan het bordje 'Q Please' heeft niemand meer een boodschap. Voordringen kan met cricket wedijveren als het om de meest populaire nationale sport gaat. Ik trek diverse armen uit het loket, duw mijn ellebogen naar links en naar rechts en maak me zo breed mogelijk. Mijn assertief gedrag roept geen agressie op: integendeel, het levert zelfs respect op.

Even later loop ik met mijn treinkaartje in de hand door de stationshal en stap over slapende mensen, slalom tussen allerlei verkopers door, ontwijk een paar bedelaars en geef op het perron eerst voorrang aan een paar koeien. Het hele station is in feite een dorp op zich. In The Great Railway Bazaar' van Paul Theroux lees ik een toepasselijke passage over treinreizen in India: "To understand the real lndia, the Indians say, you must go to the villages. But this is not strictly true, because the Indians have carried their villages to the railway stations."

Kokosnoten plukken

De staat Kerala in het zuidwesten van India staat bovenaan op verschillende ranglijsten: zo is het de meest groene staat, de meest dichtbevolkte staat. het had de eerste vrij gekozen communistische regering, het heeft de hoogste werkloosheid, maar ook de hoogste levensverwachting, de laagste kindersterfte, de minste analfabeten en het laagste inkomen per inwoner.

Langs de kust loopt een honderden kilometers lang netwerk van kanalen, meren en beekjes die allemaal met de Arabische Zee in verbinding staan en die tezamen de 'backwaters' worden genoemd. Met een kleine boot vaar ik, samen met drie andere toeristen, een dag door deze 'backwaters' langs kleine dorpjes, rijstvelden, garnalenkwekerijen en grote plantages met kokospalmen.Het is fascinerend te zien hoe de mensen hier touw maken: harige bruine kokosnoten worden eerst maandenlang in water geweekt, vervolgens gedroogd, waarna van de vezels handmatig lange sterke touwen worden geslagen. Een man biedt aan in een palm te klimmen en enkele kokosnoten voor ons te plukken. Hij slaat een touw om beide voeten en wipt in enkele seconden naar de top van de tien meter hoge palm. Als ik even later zijn klim probeer te imiteren, kom ik slechts een halve meter hoog. Dan wordt het touw om mijn voeten zo pijnlijk dat ik, onder luid gelach van de omstanders, mij maar achterover in het gras laat vallen.

Verse barracuda

Tegen het eind van de dag arriveer ik in Cochin. Dit oud-koloniale fortstadje was eerst een poosje in Portugese handen, maar in de zeventiende eeuw werd de zuidwestkust van India door de Nederlanders bezet. Er staat nog een 'Dutch Palace', officieel Matancherry Palace geheten, een paleis dat de Nederlanders in de zeventiende eeuw hebben verbouwd voor de Radja van Cochin. In het museumgedeelte hangen oude kaarten met daarop namen als Punt Utrecht, Punt Zeeland, enzovoort. Het is een beetje vreemd te ontdekken dat er in het zuiden van India zoveel plaatsen zijn die absoluut niet voldoen aan het stereotype beeld dat van India bestaat. Cochin heeft geen toeterende autobussen, opdringerige riksja-rijders of bedelende saddhu's. Het is een oase van rust en een ware verademing er een aantal dagen rond te lopen.

Aan de noordzijde staan aan de waterkant een stuk of tien grote Chinese vissersnetten. Bij vloed worden deze netten regelmatig neergelaten en daarna doorvier mannen weer omhoog getakeld. De schamele oogst blijkt steeds uit enkele kleine riviervissen te bestaan, welke ook nog snel uit het net moeten worden gehaald, omdat anders de kraaien er mee vandoor gaan. In enkele kramen op de kade liggen zeedieren zoals haai, barracuda, snapper, inktvis en garnalen. Ik koop een barracuda en laat die klaarmaken in één van de restaurantjes aan de overzijde. De lage prijs die ik op deze manier betaal heeft echter wel een keerzijde: ik moet de aanwezigheid van hongerige katjes, brutale vliegen en kraaien op de koop toe nemen.

Na de maaltijd woon ik een Karthakali voorstelling bij. Bij deze theatervorm worden verhalen uit de Ramayana en Mahabharata uitgebeeld door mannen die ook de vrouwelijke rollen voor hun rekening nemen. De ge zichten zijn prachtig opgemaakt en de acteurs, die een jarenlange opleiding achter de rug hebben, zijn in staat om vrijwel elke spier in hun gezicht onafhankelijk van de anderen te laten bewegen en zo een groot scala aan gelaatsuitdrukkingen weer te geven.

De trein naar Coimbatore

Na enkele dagen laat ik met een beetje weemoed Cochin achter me en neem de trein naar Coimbatore. Reizen per spoor kan in India zeer comfortabel zijn, zolang je de spitsuren maar mijdt. In mijn tweedeklas coupé, waar plek is voor zes mensen, zit een echtpaar van middelbare leeftijd met een kind. Het hele treinstel hangt vol met ventilatoren die allemaal op volle kracht draaien, maar nauwelijks een zuchtje wind weten te veroorzaken. Ik verbaas mij over de hoeveelheid bagage die de mensen bij zich hebben, overal staan koffers, tassen en plastic zakken uitgestald. Veel tassen en zakken zijn gevuld met etenswaren. Het lijkt er op dat elke Indiër die een dag met de trein reist voor minstens een week aan eten meeneemt.

Regelmatig pakt de vrouw van het echtpaar de tassen en zakken uit en haalt uit de kranten weer nieuwe producten uit eigen keuken te voorschijn. Het echtpaar is vriendelijk en nieuwsgierig en biedt mij ook steeds wat te eten aan. De eerste keer neem ik dankbaar een stuk koek aan, maar ik word een beetje misselijk van de hoeveelheid eten en sla de volgende keren alle 'dhals', 'curries' en 'massalas' met veel verontschuldigingen af. De grote hoeveelheid meegenomen voedsel wordt trouwens niet ingegeven door een wantrouwen tegenover de catering in de trein, want als wat later venters langs komen met 'samosa's', 'idli's' en 'chapati's' wordt er evengoed het nodige gekocht en meteen opgegeten. Natuurlijk moet het eten ook worden weggespoeld en daarom staat er een jerrycan met drinkwater onder de bank en zitten er diverse grote flessen in de tassen. Met grote behendigheid weten ze het water in hun keel te gieten zonder de opening van de fles met de mond aan te raken.

Er komt een venter voorbij met een mand vol frisdrank: limca (een soort zoete bitter lemon), thumbs up (een zoete cola) en gold spot (zoete oranje sinas). Gelukkig heeft hij ook een fles gewoon water in de aanbieding. In 'The Hindu', een grote Engelstalige krant in India, lees ik over de vasthoudendheid waarmee de overheid in het zuiden de Britse invloed zoveel mogelijk wil terugdringen en de traditionele cultuur in ere wil herstellen. Dat heeft onder andere geresulteerd in diverse gewijzigde plaatsnamen: Mumbai in plaats van Bombay, Chennai in plaats van Madras, Udhagamandalam in plaats van Ootacamund. Handelaren protesteren omdat ze niet langer Engelse woorden zoals bijvoorbeeld textile en library mogen gebruiken, maar de Tamil-termen thuniyagam en noolagam dienen te bezigen.

De overheid dreigt zelfs met een boete van duizend roepies wanneer toch de Engelse termen worden gebruikt. Als compromis wil ze een overgangsregeling instellen waarbij de Tamil-woorden groot en vet op borden wordt afgedrukt en de Engelse termen in het klein er onder. De verwachting is echter dat het besluit een stille dood zal sterven, omdat er niet voldoende ambtenaren zijn voor controle op de naleving. Ook lees ik wat over relletjes die er in het zuiden zijn uitgebroken tussen hindoes en moslims. Op de achterzijde van mijn treinkaartje staat een spreuk van Mahatma Gandhi: "'Let all of us Hindus. Mussalman, Parsi's, Sikhs, Christians live amicably as Indians, pledged to live and die for our motherland". Er is nog een groot verschil tussen die mooie wens en de realiteit.

De toy train naar Ooty

In Coimbatore stap ik over op de trein naar Mettupalayam, waar de 'toy train' naar Ooty wacht, De 'toy train', ofwel de Nilgiri Passenger Train, bestaat uit een ouderwetse stoomlocomotief die vier blauwe compartimenten in ruim vier uur tijd over een smalspoor van een meter breed omhoog moet duwen naar het eindpunt op 2240 meter hoogte. Een plaats in één van de twee tweedeklas compartimenten kost slechts twintig roepies, maar daarvoor moet je dan ook wel enkele uren op houten banken doorbrengen. Elk tweedeklas treinstel bestaat uit zeven kleine, raamloze coupés met ieder een eigen deur en twee tegenover elkaar geplaatste houten banken. In principe bieden ze plaats aan tweemaal vier personen, maar in de praktijk worden ze meestal door minstens twaalf mensen bezet.

Ik koop voor negentig roepies een kaartje voor een eersteklas treinstel dat wél ramen bezit en neem plaats op één van de tweepersoons bankjes. Voor op elk van de vier treinstellen bevindt zich een klein platform waarop een brakeman met een rode en een groene vlag zit. Deze mannen geven niet alleen aan wanneer het treinstel vertrekklaar is, maar moeten ook attent zijn bij de flinke hellingen waar de stoomtrein slechts met de grootste moeite tegenop komt. Er blijken opvallend veellichtblauwe huizen in Mettupalayam.

Aan de rand van de stad rijdt de trein vlak langs eenvoudige hutjes en krotten. Kinderen rennen een stukje mee en zwaaien ons uit tot we h uit het zicht zijn verdwenen. De eerste kilometers, tot het volgende station van Kallas, zijn nog vlak, daarna begint de klim door de palmbomenbossen (veel zeer hoge sprieten), bananenboom plantages en suikerrietvelden. Ooty ligt op één van de toppen in de Nilgiri Hills die ook wel de Blue Mountains worden genoemd en als ik in de ochtendmist omhoog kijk, lijkt er inderdaad een blauw-groene glans over de heuvels te liggen.

Goochelen met thee

Bij ieder stationnetje staat de trein vijf tot tien minuten stil. Net als veel andere passagiers maak ik van die tijd gebruik om uit te stappen en een wandelingetje over het perron te maken. Voor vier roepies koop ik een glaasje chai en voor die prijs krijg ik tevens een soort variété-act te zien. Met onnavolgbare handigheid giet de verkoper heet water over een zak met theebladeren in een tiental glaasjes. In een kannetje heeft hij melk met veel suiker aan de kook gebracht en daarmee vult hij de glaasjes aan. Vervolgens giet hij diverse malen de inhoud van een theeglas in het lege kannetje en weer terug in het glas - soms over wel een meter afstand en zonder één druppeltje te knoeien - tot er een schuim kraag op de thee is ontstaan.

Als het weer tijd is om te vertrekken zwaaien de remmers van elke coupé met hun groene vlag en laat de machinist de fluit langdurig klinken. Zeer traag zet de trein zich in beweging. Iedereen heeft nog ruim de tijd om weer in te stappen. Daarna klimmen we met een snelheid van hoogstens 20 kilometer t per uur door een groene omgeving met theeplantages en terrassen 2 met groenten. We passeren dertien tunnels, diverse bruggen en diepe afgronden. In één van de compartimenten zit een groepje schoolkinderen dat het leuk vindt in elke tunnel te schreeuwen en te gillen. Het uitzicht blijft de gehele rit prachtig: weidse laagvlakten waaruit zich soms flinke, puistvormige heuvels verheffen. Onderweg t klinkt de stoomfluit onophoudelijk: bij elke bocht, tunnel of dorp laat i de machinist horen dat we er aan komen. Ongeveer halverwege de rit, op Hillgrove Station, stoppen we bij een grote tank waar de watervoorraad van de stoomlocomotief weer wordt aangevuld.

Indiase romantiek

Op het station in Ooty hangt een bord aan de muur met het opschrift:
'WARNING. IT IS DANGEROUS TO ENTRAIN, DETRAIN, A MOVING TRAIN ANYBODY DOING SO WILL BE DOING THE SAME AT HlS/HER OWN RISK AND RESPONSIBlLITY'
Ik moet deze boodschap in 'Indglish', een krom soort Engels en vaak met de nodige taalfouten, diverse malen lezen voordat ik begrijp wat er mee bedoeld wordt. Een motorriksja brengt me naar het Nilgiri Woodlands Hotel. Dit is een populair middenklasse hotel uit de Raj-periode, maar in de zomermaanden is het vrijwel geheel verlaten.

Op televisie en in de bioscoop bieden bijna alle hindi-films musicalachtige intermezzo's met dezelfde romantische kitsch van verliefde paartjes in een soort Zwitserland-omgeving vol bloeiende bloemen, een klaterende waterval, een idyllisch meertje met zachtjes dobberende bootjes, een zacht, koel briesje, picknickmandjes en groene velden. Deze kitsch kunnen de Indiase toeristen in Ooty met volle teugen tot zich nemen. Terwijl rijke Indiërs het buitenland opzoeken voor een vakantie, is voor hun minder vermogende landgenoten (en dat zijn er heel wat) Ooty een waar paradijsje en een ideale plek om een weekje vakantie door te brengen of een huwelijksreis of zelfs een dagtrip naar te ondernemen. Een vast onderdeel daarvan vormt een bezoek aan het grote, deels dichtgegroeide en behoorlijk vervuilde meer, waar vervolgens een heel kalm tochtje met een waterfiets op gemaakt wordt.

Het lijkt alsof Ooty opnieuw gekolonialiseerd wordt, maar nu door de autochtone bevolking die krampachtig alle vormen van vermaak kopieert van de Engelse voorgangers. Langs de oevers sjouwen gezinnen met tassen en manden, op zoek naar een plekje om te picknicken. Dat heeft tot gevolg dat ik op het terras van het restaurant vrijwel in mijn eentje een egg-dosaï, een grote, dunne rijstemeelpannenkoek met een ei er doorheen, zit te eten. De meeste mensen ontmoeten elkaar later nog weer in de grote botanische tuin. Overallopen verliefde stelletjes en bijna alle bankjes zijn bezet met paren die in zo kort mogelijke tijd zoveel mogelijk hindi-filmromantiek willen consumeren.

's Middags loop ik door de dichtbevolkte en lawaaierige woonwijkjes en winkelstraatjes. Overal stinkt het naar rioolwater omdat er geen goede afvoer is. De omgeving van Ooty is een stuk aangenamer, met geurige eucalyptusbomen en uitgestrekte theeplantages. Ik passeer het voormalige paleis van de Maharadja dat inmiddels is veranderd in een hotel, maar dit schitterende Palace Hotel wordt grondig verbouwd en mag niet bezocht worden. De Regency Villa, ook van de Maharadja en eveneens veranderd in een hotel, is wel open. Ook hier zijn in de zomermaanden vrijwel geen gasten en de Engelse tuin met coniferen, gekrulde smeedijzeren stoelen en een perfect kort geknipt gazon is helemaal verlaten. Ik bestel een kop thee en terwijl ik mij nog verbaas over dit kleine stukje Engeland in India, komt een uiterst attente ober mij aparte kannetjes met thee en warme melk en een koekje brengen. Op ruim tweeduizend meter hoogte is dit echt wat je noemt een high tea!

 

Algemene landeninformatie INDIA ZUID

Algemeen
India is eigenlijk geen land maar een continent op zich. De afstand van noord naar zuid bedraagt maar liefst 3250 km. De oppervlakte van India is ruim 3 miljoen km². Het is bijna 100x keer zo groot als Nederland.India heeft een bevolking van bijna 1 miljard inwoners. Meer dan 80% van de Indiërs is hindoe. Het percentage moslims bedraagt ongeveer 11%. Vooral in Kerala, een voormalig Portugees gebied, woont nog een minderheid van christenen. India is mystiek land vol saddhu’s, tempels, rituelen en religieuze feesten.
Enkele hoogtepunten in het zuiden:
• Mamallapuram (ook wel Mahaballipuram genoemd) is een gezellig klein plaatsje ongeveer 60 km ten zuiden van Madras aan de Golf van Bengalen. Een relaxte combinatie van een strandvakantie en indrukwekkende monumenten van meer dan 1000 jaar oud.
• In de steden van Tamil Nadu vind je enorme kleurrijke tempelcomplexen. Van heinde en verre stromen de pelgrims toe om de Sri Meenaksi-tempel in Madurai te vereren.
• In het tropische Kerala vaar je door een kanalenstelsel met lagunes en meertjes midden in een gigantisch palmenbos en ontdek je het leven van de bewoners langs, op en in het water. Tijdens een 'backwatertrip' vaar je per boot door het waterrijke achterland van Kerala door een labyrint van rivieren, kanalen en meren - nu eens door dicht begroeide jungle, dan weer met in de verte zicht op de open zee.
• In Mysore snuif je de heerlijke geuren van sandelhout op, kun je ronddwalen over de kleurrijke markt en een bezoek brengen aan het prachtige Royal Palace.
• Ontvlucht de hitte door “hilltowns” als Ooty en Kodaikanal te bezoeken. Wandelingen door de frisse, groene omgeving kan een verademing zijn.
• In Cochin zijn de herinneringen aan de overzeese overheersers dan ook nog duidelijk aanwezig. Zo zijn in het Mattancherry Palace oude muurschilderingen te bewonderen uit de Nederlandse tijd. Beroemd zijn ook de Chinese visnetten op de kust van Fort Cochin, immense houten stellages die nog altijd worden gebruikt om vis te verschalken. 's Avonds kun je een traditionele Kathakali-dansvoorstelling bijwonen.
• De voormalige Franse kolonie Pondicherry is een relaxte stad die een goede uitvalsbasis vormt voor een uitstapje naar de Auroville-kolonie.

Klimaat
Zuid-India ligt in de tropen. Het is er in de winter warm en vanaf maart tot november heet. De beste tijd om Zuid India te bezoeken is in de maanden december en januari. Het is dan droog en niet te heet. In de zomermaanden valt echter de hoeveelheid regen vaak mee en is het aangenaam rustig.

Reismogelijkheden
Er zijn in India twee grote internationale luchthavens die gemakkelijk toegang tot het zuiden bieden: Bombay (Santa Cruz Airport) en Madras (Meenambakkam Airport). Er is een grote keus uit vliegtuigmaatschappijen die op India vliegen.

Geld
De munteenheid in India is de Rupee (spreek uit: roepie), die uit 100 Paisa bestaat. Er bestaan bankbiljetten van 1, 2, 5, 10, 20, 50, 100 en 500 Rs. Munten zijn er van 5, 10, 20, 25, 50 Paisa en 1, 2 en 5 Rs. Veel Indiërs verdienen maandelijks minder dan 500 Rs. Verkopers in kleine winkeltjes en obers in eethuisjes kunnen vaak niet teruggeven van een biljet van 500 Rs. Traveller's Cheques zijn het veiligste betaalmiddel. Gewoonlijk zijn ze verzekerd tegen verlies en diefstal. Het is haast nergens mogelijk om te pinnen, wel kunnen bij de meeste hotels en banken dollars en travellers cheque's worden gewisseld. Ook gemakkelijk is een creditcard (Visa of Eurocard/MasterCard).
Als je “basic” reist (goedkope hotels, reizen per trein/bus, eten in gewone restaurants) dan kun je gemakkelijk voor fl 25 per dag rondkomen. Het is verboden Indiaas geld te exporteren. Je wordt geacht de overgebleven rupees bij vertrek weer in te wisselen.

Taal
In het zuiden spreekt men voornamelijk Tamil. Men vindt dat dit de oorspronkelijke taal van India is en beschouwt het als zeer onrechtvaardig dat Hindi de officiële taal is.
Iedereen die een klein beetje opleiding heeft gehad spreekt Engels, hoewel het vaak gebrekkig en moeilijk verstaanbaar is.

Binnenlands vervoer
Het reizen met de trein is over het algemeen comfortabel. Meestal moet je een ticket èn een reservering kopen. Ticket en reservering kun je kopen bij het Central Railway Station van een bepaalde stad waar ze vaak een Special Foreigner Counter, een apart loket voor buitenlanders, hebben.
Er is ook een uitgebreid busnetverbinding, maar aangezien het een goedkoop vervoermiddel is, zijn de bussen altijd overvol, daar komt bij dat de wegen in slechte staat zijn.
In de steden kun je uiteraard gebruik maken van riksja’s.

Accommodatie
Overnachtingsmogelijkheden zijn er in allerlei prijsklassen: van zeer primitieve raamloze hokjes tot dure vijf sterren hotels en verbouwde paleizen. Een kamer met fan (plafondventilator) is vaak te prefereren en goedkoper dan een kamer met airconditioning (A/C).
In India moet je de prijs per kamer betalen en niet per persoon.

Eten en drinken
De Indiase keuken staat wereldwijd hoog aangeschreven. Voor de ongeoefende maag kan het aanvankelijk een beproeving zijn. De hygiëne laat soms te wensen over. In veel restaurants kun je een thali bestellen. Dat is een complete maaltijd op een aluminium of stalen bord (thali) of een bananeblad met verschillende kommetjes waarin apart de rijst, groenten, pickles en yoghurt geserveerd wordt. Over het algemeen is dit ook all-you-can-eat: de bedieners lopen steeds rond en scheppen bij als je wilt. Er zijn veel mogelijkheden om vegetarisch te eten.

 

 

     

 

 

 

 


 



 

Google