China: informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag, info, foto's, Azië

Milarepa

China reisverhaal: verslag van een reis door China en Tibet oktober 2000

(tekst en foto's: Geja en Michael Rijsman)

deel 1/4

De voorbereiding

Ongeveer een jaar geleden hadden we met Femke en Wilko afgesproken om samen naar Tibet en Nepal te gaan en nu gebeurt het dan echt. Wel grappig dat deze reis nu ook onze huwelijksreis is geworden. Niet elk pasgetrouwd stel gaat met de getuigen op vakantie...
Nadat we van diverse reisorganisaties informatie hadden ontvangen, was de keuze op Koning Aap gevallen. Zij hebben de reis met het langste verblijf in Tibet. De trekking in Nepal hebben we ook voor vertrek geboekt bij Snow Leopard.

Milarepa

De naam van de reis is Milarepa. Milarepa (1040-1123 na Chr) was de belangrijkste discipel van Marpa, de Indiase (getrouwde) yogi en belangrijk vertaler van boeddhistische geschriften, tevens oprichter van de Kagyupa-sekte. Milarepa was een asceet, magiër en poëet. Men gelooft dat Milarepa in slechts één leven de verlichting tot Boeddha heeft bereikt. De 'Honderd Duizend Liederen van Milarepa' heeft hij geschreven rondom deze zoektocht naar verlichting. Milarepa heeft een belangrijke plaats in het hart van elke Tibetaan en staat veel op muurschilderingen in kloosters afgebeeld, meestal glimlachend met zijn hand aan zijn oor terwijl hij zingt. Milarepa componeerde liederen en mediteerde in grotten hoog in de bergen waar hij soms lange perioden achtereen verbleef. Maar daarnaast heeft hij intensief door de grenslanden van de Himalaya gereisd.

Zaterdag 7-10-2000/zondag 8-10-2000

We hebben een vlotte vlucht naar Beijing. We zijn blij dat we niet de oorspronkelijke vlucht hebben want dan waren we via Londen en Tasjkent gevlogen. Dat betekent eerder weggaan en later aankomen. Wij zijn nu rond 17.00 uur uit Nederland vertrokken en komen al vroeg in de ochtend in Beijing aan. Het regelen van een taxi is nog een hele onderneming. We willen vooral niet teveel betalen, maar met z'n vieren in één taxi blijkt ook problemen op te leveren. Uiteindelijk lukt het toch om met z'n vieren één taxi te nemen voor een redelijke prijs. In het Xinqiao- hotel nemen we even de tijd om bij te komen en dan gaan we op stap. We zijn vorig jaar nog in Beijing geweest zijn en hebben toen de belangrijkste bezienswaardigheden wel gezien. Alleen bij het oude zomerpaleis Yuanmingyuan zijn we toen niet geweest, dus dat willen we nu graag doen. Femke en Wilko besluiten naar het plein van de Hemelse Vrede (Tiananmen-square) te gaan, dus gaan we met zijn tweeen met de metro. Ons hotel ligt aan een metrohalte en het zomerpaleis is vanaf de metro met de bus goed bereikbaar. De bus kunnen we echter niet vinden, dus besluiten we een taxi te nemen. Het oude zomerpaleis ligt lekker rustig net buiten de stad.

De tuinen bestaan uit een groot aantal meertjes die grotendeels vol zitten met waterlelies. En daar zitten allemaal vissers tussen. We balen wel een beetje als we nog weer voor 15 Yuan per persoon extra entreekaartjes moeten kopen om in het gedeelte te komen waar ze stukken van het paleis herbouwd hebben (Yuanmingyuan ruins of European Palaces). Er staan een aantal aardige constructies, maar het ziet er wel erg nieuw uit. We nemen weer een taxi terug naar het metrostation. Ik ben toch nog een beetje moe van de reis en zit dan ook een beetje te dommelen. Michael is een stuk wakkerder en hij maakt nog wat leuke video-opnamen van het drukke verkeer. Dan gaan we weer een stuk met de metro. De kaartjes kosten bijna niets en de treinen rijden zeer vaak. Een ideaal vervoersmiddel dus. Michael wil graag nog een stuk wandelen, dus we stappen bij het Plein van de Hemelse Vrede (Tiananmen-square) uit en lopen via achterstraatjes terug naar het hotel. Hier komen nauwelijks auto's. We gluren steeds naar binnen in de steegjes waaraan de huizen liggen (Hutongs).

Op diverse plaatsen wordt ook koopwaar aangeboden. Helaas ruik je de openbare toiletten al van een afstand en dan kun je maar het beste heel snel doorlopen.
Als we weer in het hotel komen, blijkt dat de reisleider Femke en Wilko heeft gebeld en ze hebben met de groep afgesproken in de lobby. De afspraak is om samen te gaan eten. Samen met Femke en Wilko wachten we op de groep. Wilko denkt ze op een gegeven moment gevonden te hebben, maar dat blijkt een andere groep van Koning Aap te zijn. Maar dan is onze groep er ook. We stellen ons aan iedereen voor en lopen dan naar het restaurant waar Dennis (de reisleider) gereserveerd heeft. Er worden allerlei verschillende Chinese gerechten voor ons klaargemaakt en het smaakt heerlijk. De groep blijkt uit tien personen en een reisleider te bestaan. Wij vieren natuurlijk, André en Ragnhilda uit België, Maud uit Apeldoorn, Laurens uit Den Haag en Jack en Mariëlle uit Zuthpen. Na het eten wandelen we naar het Plein van de Hemelse Vrede/Tiananmen square.

Maandag 9-10-2000

Omdat we vanavond alweer vertrekken, moeten we de bagage vanochtend al gepakt hebben. Die kunnen we in de lobby achterlaten bij de bellboy. Als we dat gedaan hebben huren we samen met Femke en Wilko een viertal fietsen bij ons hotel. We besluiten naar de Lama tempel te fietsen. Wij zijn daar vorig jaar al geweest, maar Femke en Wilko hebben 'm nog nooit gezien. En het is zeker de moeite waard om hier nog eens terug te komen. Helaas is het weer een stuk minder als gisteren. We twijfelden zelfs even of we wel wilden gaan fietsen toen het zachtjes begon te miezeren, maar gelukkig blijft het bij een paar druppels. We fietsen over de grote wegen naar de Lama-tempel. Het stikt hier van de fietsers en je moet goed opletten om nergens tegen aan te rijden. Gelukkig gaat het allemaal wel vrij rustig.

De Lama tempel is een boeddhistische tempel, dus we kunnen vast wennen aan de gebedsvlaggen. Het is een prachtige roodgeschilderde tempel met gouden daken en mooie dakruiters. We kijken rustig rond en vertrekken dan bijtijds weer richting het hotel. Deze keer nemen we de straatjes tussen de Hutongs. Af en toe komen we toch weer op de hoofdweg en dan steken we maar eens over om de woonwijken aan de andere kant te bekijken.

We zijn rond de middag terug in het hotel om de fietsen in te leveren. Om één uur heeft de hele groep zich verzameld en blijkt dat we naar de bushalte moeten lopen. Daar hadden we eigenlijk niet op gerekend en het blijkt ook nog eens een vrij lange wandeling te zijn. De rest van de groep heeft dit stuk gisteren ook al gelopen toen ze van het vliegveld kwamen en iedereen baalt een beetje van de zuinigheid van Koning Aap. Michael zeker, want wij hebben maar één rugzak en die draag ik. Hij loopt dus met een vrij zware sporttas te zeulen.

Op het busstation kunnen we gelukkig wel vrijwel meteen in de bus stappen, zodat we weer een beetje bij kunnen komen. De reis naar het vliegveld gaat voorspoedig en omdat de vlucht naar Cheng Du pas om 16.30 uur gaat, hebben we alle tijd om rustig ons boek te lezen. In China hebben ze wel bijzondere regels voor luchthavenbelasting. Ook bij binnenlandse vluchten moet deze betaald worden, dus we zijn weer 50 Yuan per persoon armer. Het is gelukkig een vrij korte vlucht naar Cheng Du. We worden opgehaald door een busje en slapen in een Tibetaans hotel in een buitenwijk.

Ze hebben hier een prachtige maquette van de Potala op de eerste verdieping. We lopen een blokje om, maar veel bijzonders is er niet te zien. Behalve dan de 'kapsters' in wel erg uitdagende kleding! Dennis verteld ons later dat prostitutie illegaal is, vandaar dat de hoertjes zich als kapsters voordoen. We slapen goed, hoewel we een keer wakker gebeld worden. Net als vorig jaar in Beijing blijken hier hoertjes in het hotel te zitten, die de kamers afbellen om hun diensten aan te bieden..

Dinsdag 10-10-2000

Al om vijf uur vanmorgen vertrekt de bus naar het vliegveld. We moeten opnieuw per persoon 50 Yuan luchthavenbelasting betalen. En dan om 6.30 uur de vlucht naar Lhasa. Al snel hebben we een prachtig uitzicht op de bergen. En dan staan we op het vliegveld midden tussen de bergen. Geweldig, we zijn er echt! Gelukkig vallen we niet meteen om door de ijle lucht, het is hier tenslotte wel 3700 meter hoog.

Ongeveer twee uur duurt de rit per minibus naar Lhasa. We genieten van het landschap en de dorpjes waar we doorheen rijden. Overal loopt het vee gewoon op straat. De bus moet af en toe volledig tot stilstand komen om de beesten te ontwijken. Lhasa zien we al vanaf ver liggen, een enorme smogwolk ligt boven de stad. Dat hadden we eigenlijk niet verwacht. We stoppen nog even bij een heilige plaats, waar in een soort grot muurschilderingen aangebracht zijn.

We rijden een behoorlijke tijd door de buitenwijken van Lhasa voordat we in het centrum van de stad komen. De bus komt hier regelmatig stil te staan door het drukke verkeer. De straatjes zijn maar smal en van éénrichtingverkeer hebben ze hier nog nooit gehoord. Dan moet één van de twee dus achteruit om de ander er langs te laten. En iedereen schijnt te hopen dat de ander degene is die achteruit zal gaan. Uiteindelijk komen we bij ons hotel, het Mandala Hotel, wat aan het Barkhor circuit, midden in het oude centrum blijkt te liggen.

We brengen onze bagage naar boven en zijn dolblij dat wij een kamer op de eerste verdieping hebben. We zijn namelijk buiten adem als we boven komen. In het hotel liggen instructies voor toeristen en wat zij allemaal niet mogen doen: meedoen aan demonstraties, meerijden op tractoren etc etc. Ons hotel ligt dus aan het Barkhor circuit, dit is de 800 meter lange pelgrimsroute die rondom de Jokhang, het spirituele centrum van Lhasa, loopt. Het Barkhor-plein is het centrale plein in het Tibetaanse deel van de stad. Tegenwoordig beslaat deze wijk nog slechts 4% van de totale oppervlakte van Lhasa. Het lijkt wel of je terug bent in de middeleeuwen als je hier rondloopt. Pelgrims vanuit o.a. Kham en Amdo lopen hier met de klok mee rondjes om het klooster en voor de hoofdingang van de Jokhang worden de hele dag wierrookvuurtjes gestookt in zogenaamde sangkangs (wierrookbranders).

Soms zie je ook protesterende pelgrims langskomen, zijn doen drie stappen vooruit, steken de handen in de lucht, brengen de handen voor de borst en dan naar voren, waarna ze ter aarde vallen om de handen van daaruit nog eens in de lucht te richten. Dan staan ze weer op en beginnen van voor af aan. Overal op het circuit staan tevens stalletjes die van alles verkopen aan zowel Tibetanen of toeristen. Men verkoopt er souvenirs van dubieuze kwaliteit, maar ook gespecialiseerde items als hoeden, thanka's, kleden, kathaks (gebedssjaaltjes), gebedsvlaggen en kleding. Gelukkig zien we vooral Tibetanen en lopen er nauwelijks andere toeristen rond. Zoals de Lonely Planet ons al heeft voorspeld worden we hier meteen verliefd op Tibet. We hebben meteen afgesproken om met de groep ergens een welkomstdrankje te nemen.

We gaan naar een restaurant aan het Barkhor plein dat over een dakterras beschikt. We krijgen als welkomstdrankje Jakboterthee en dat is dan meteen de eerste en de laatste keer dat we dit goedje drinken. Je kunt het het beste vergelijken met het drinken van thee gemaakt van kaarsvet, smerig dus. De gewone thee smaakt een stuk beter en de lunch is ook best smakelijk (pannenkoeken, noodles etc). Iedereen is het er trouwens over eens dat het meisje dat ons bedient een schoonheid genoemd kan worden. Ze is heel erg verlegen, maar blijft lief naar ons lachen.

Na de thee gaan we een rondje lopen op het Barkhor plein. We kijken echt onze ogen uit. De vrouwen lopen in donkere jurken met gekleurde schortjes, de monniken in rode gewaden en allemaal zien ze er zo bijzonder uit. We vinden een plekje op de hoek van het Barkhor circuit en schieten daar een heleboel foto's en maken wat video-opnames. Helaas blijken de foto's later een beetje overbelicht, want het nieuwe rolletjes wat we in het toestel deden bleek 400 ASA te zijn. Dat is een beetje veel bij felle zon.

Na ons een tijdje op het Barkhor circuit vermaakt te hebben, besluiten we vast een kijkje in de Jokhang te nemen. De Jokhang-tempel is gebouwd tussen 638 en 647 in opdracht van koningin Bhrikuti, de Nepalese vrouw van koning Songtsen Gampo. De hoofdingang van de Johkang is enigszins verborgen door de grote doeken die ervoor hangen (typisch Tibetaans).

Omdat de hoofdingang van de Jokhang dicht is, gaan we via de zij-ingang naar binnen. In de centrale hal houden een aantal monniken een dienst. De monniken slaan op een trommel en ze mompelen hun gebeden. We maken mooie video-opnames, maar omdat het zo donker is is fotograferen onmogelijk. Aan een andere kant van de centrale hal staan honderden kaarsen te branden. Men gebruikt daarvoor koperen kandelaars die door de pelgrims worden gevuld met jakboter of Ghee (een Indiase vetsoort).

Continu zijn mensen bezig om de opgebrande kandelaars weg te halen en de kandelaars daarna opnieuw te rangschikken. Bij de zij-ingang zagen we een aantal mensen in de weer om de kandelaars die terugkomen zuiver te maken zodat deze hergebruikt kunnen worden. Vervolgens gaan we naar het dak. Hier bevinden zich de vertrekken van de monniken.

Als we op de eerste verdieping staan, komt er in de centrale hal een hele groep pelgrims naar de waterpomp, waar ze elkaar verdringen voor een beetje water. Ze wassen hun haar en drinken wat. Een prachtig gezicht.


Op het dak hebben we ook een prachtig uitzicht op de bergen, de Potala en het Barkhor plein. Het dak is een klein doolhof van verschillende verdiepingen, trapjes en platjes. Het hele dak bevat prachtige gouden versieringen, waar we natuurlijk ook diverse foto's van maken.

Om het bezoek aan de Jokhang gepast af te sluiten, lopen we de Nangkhor Kora. De Nangkhor kora is de pelgrimsroute binnen in de Jokhang, het is een soort galerij die helemaal volhangt met gebedsmolens. Op elke gebedsmolen bevindt zich de tekst om mani padme hum en de pelgrims mompelen deze tekst ook als zijn hun eigen gebedmolentje ronddraaien. De pelgrims lopen eerst deze galerij rond (altijd in drievoud) en zetten elke molen in beweging alvorens de tempel te betreden. We lopen 'm zelfs twee keer, want we vinden het zo mooi dat we nog een keer extra gaan om de hele route te kunnen filmen. We maken ook een aantal prachtige foto's van een pelgrim die midden in de zon speciaal voor ons stil blijft staan. In de centrale hal passeert ons ook nog de hoofdmonnik die zijn bril wel bijzonder hoog heeft zitten.

's Avonds eten we met de groep bij een restaurant wat we later "het restaurant met de groene parasolletjes" zullen noemen. Ze hebben hier een prachtige oude bar, terwijl daarnaast een drietal internetpc's opgesteld zijn. Hier zullen we voor het eerst kennis maken met de Tibetaanse bedieningsmethoden. Men maakt er hier geen punt van (sterker nog het lijkt meer een gewoonte) om het hoofdgerecht te serveren voor de soep.

Of binnen een groep heeft de ene persoon al drie gerechten gekregen, terwijl de ander nog niets heeft gehad. Daar komt nog bij dat ze zo onduidelijk spreken dat het vaak voor zal gaan komen dat iemand het gerecht van iemand anders opeet. Deze eerste dag hebben we gelukkig nog geen problemen met de hoogte. We zullen proberen het de komende dagen nog even rustig aan te doen en we zullen proberen voldoende te drinken (per dag één liter per 1000 meter).

 

verder naar "Milarepa" deel 2

 

 

     

 

 

 

 


 



 

Google