Venezuela, informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag, info, foto's, Zuid Amerika

Venezuela met de rugzak

(Tekst en foto's: Bart Keereman & Annelies Heens)

deel 2/5

 

17 juli, zaterdag : Tweede dag van de Orinoco Delta - trip

Na een korte nachtrust, mede door de kippen die 's nachts tegen de hangmatten kwamen duwen, ontwaken we omstreeks vijf uur bij het eerste daglicht.We vragen Adriano wat er op het programma staat. Het antwoord is al even duidelijk als al z'n uitleg die hij de dag voordien had gegeven: we zullen wat op de rivier varen en daarna wat bijriviertjes (hilarisch gewoonweg). Na twee uur wachten zonder te weten wat er zou gebeuren, krijgen we uiteindelijk ons ontbijt: kip met flota. Ik vraag Adriano zo langs mijn neus weg of ze hier nooit koffie drinken. "Wil je koffie drinken?" vraagt ie en na vijf minuten krijgen we allemaal koffie, echte service eerste klas. Terwijl de indianen weer met hun gewone dagtaken beginnen (o.a. wat vissen op piranhas), vertrekken we naar een echt indianendorp.Wanneer we daar aanmeren, liggen hun "artisanale" kunstwerken al op de grond uitgespreid met daar rond een achttal indianen.

Er zit echter niets tussen wat ons kan bekoren, ook de Nederlanders zijn niet echt geïnteresseerd om iets te kopen. Abraham lijkt hierdoor licht geprikkeld en we begeven ons dan maar weer op het water. Bij het volgende indianenkamp dringt Abraham meer aan om iets te kopen. We kopen elk een indianenketting. Uit dit kamp komt er een indiaan mee die ons zou gidsen in la selva (het woud). In het toeristenkamp dat we de dag daarvoor hadden bezocht, hadden we laarzen zien staan voor zulke tochten, maar wij trekken met onze gewone schoenen de jungle in.

Onze "junglegids" begint net op dreef te komen met zijn machete, wanneer één van de Nederlanders het niet meer ziet zitten om verder te gaan. Het stikt enorm van de muggen en het woud is zo dicht begroeid dat we maar enkele bomen per minuut opschieten. We besluiten om terug te keren, maar niet zonder te drinken van het water afkomstig uit een afgehakte tak van een boom. Op de terugweg naar Tucupita, doen we nog enkele tussenstops onder andere om nog wat proviand in te slaan (crackers, tonijn en bananen). In een van de kampen zien we ook nog twee kleine exemplaren van het waterzwijn (het grootste knaagdier ter wereld).In Tucupita verhuizen we van het hotel, wat achteraf niet zo'n slechte keuze zou lijken. Het Hotel Sans Soucis is toch wel een stukje beter dan hotel Amacuro, de prijs was 7.000 Bs voor een matrimonial. 's Avonds gaan we weer eten naar restaurant Capri, waar de kok bewijst dat het de vorige keer geen toevalstreffer was geweest. Na dit eten (eindelijk nog eens genoeg eten) gaan we 's avonds nog wat terrassen met de Nederlanders en nog enkele andere toeristen. De gevolgen van dit terrassen en de toer zouden voor een van de Nederlandse jongens 's anderendaags blijken: 192 muggenbeten op één arm alleen al, op z'n voorhoofd zou een buil van muggenbeten staan.

18 juli, zondag : Tucupita - Ciudad Bolívar

We hadden 's morgens vroeg afgesproken met de twee Nederlandse broers om samen een taxi te nemen naar Ciudad Bolívar. Vooraf gingen we ontbijten in La Lunchería Luantón, gelegen op het plaza Bolívar. We namen elk een desayuno continental. Bij dit lekkere ontbijt was eveneens een heerlijke fruitsap in de prijs inbegrepen. Aangezien we nog wat te vroeg zijn voor het vertrek, gaan we nog op zoek naar een batterijtje van het merk Kodak en wonder boven wonder vinden we het nog ook in dit godvergeten gat.

We nemen een taxi naar het busstation, daarna één naar Ciudad Guyana, de overzet is hierbij inbegrepen (prijs verkregen na wat onderhandelen). In Ciudad Guyana nemen we terug een taxi richting Ciudad Bolívar. Hetgeen zich in de taxi zou afspelen, vind ik typerend voor het contact met alle Venezolanen. In het begin zegt ze geen woord, maar vanaf het moment dat ik begin te spreken met haar, komt haar tong los en vertelt ze honderduit over haar job als calypsozangeres in El Callao, een van de vele goudzoekerdorpjes waarvan El Dorado het meest gekende is.

In Ciudad Bolívar  gaan we naar Hotel Unión, niet ver gelegen van de gekende paseo, waarop de inwoners van de stad nogal fier zijn. Bij onze stadsverkenning vinden we deze paseo toch wel teleurstellend in tegenstelling tot de Plaza Bolívar en haar omgeving met de vele mooie koloniale huizen. Voor het avondeten gaan we naar de Mirador op de paseo, eenmaal ter plekke zien we dat dit restaurant gesloten is.

Aangezien er vele andere restaurants ook gesloten zijn, gaan we naar de Tasca Americana, op de hoek van Calle Urica en de paseo. Daar zijn we de enige klanten en we bestellen een paella, terwijl de obers op een reuzenscherm naar de Copa América aan het kijken zijn. Na een half uurtje wordt de paella opgediend in een reuzenpan. Tot onze verbazing wordt de gehele inhoud van deze pan over de twee borden verdeeld zodat een onsmakelijk uitziende berg van rijst en vis ontstaat. De paella op zich ziet er niet enkel onsmakelijk uit maar is het in werkelijkheid ook en onze eetlust wordt ook niet bevorderd door de kakkerlakken die ondertussen te voorschijn zijn gekomen. Kortom een afrader dus.

19 juli, maandag : Ciudad Bolívar

Voor deze dag hebben we onszelf twee opdrachten gegeven, de rest van de dag zouden we de stad verkennen. Achteraf zou blijken dat de opdrachten praktisch de hele dag zouden in beslag nemen. De eerste opdracht is het vinden van een prijsgunstige tour in de Gran Sabana, de tweede is het vinden van een binnenlandse vlucht vanuit Santa Elena (tegen de Braziliaanse grens) naar Mérida (in de Andes). Deze vlucht zouden we nemen na de tour.

We beginnen vlak na het ontbijt met onze eerste opdracht. We hebben gelezen dat in hotel Italia vele toeristen komen om een tour in de sabana te boeken. Daar blijkt er net een tour vertrokken en de volgende tour zou pas enkele dagen later vertrekken indien er genoeg belangstelling is. Frank, onze onvriendelijke reisagent, wil ons per se nog met een taxi achterna sturen, maar wij vinden zijn kostprijs te hoog, zelfs nog nadat hij de prijs heeft teruggebracht van 300 US$ tot 230 US$ voor vier dagen per persoon.

Wanneer hij inziet dat hij ons niet zal kunnen overtuigen, raadt hij ons aan om met Carlos af te spreken in hotel Unión (ons hotel) om eventueel een tour van drie dagen te doen. Carlos komt een heel stuk later dan afgesproken en zo begint onze tweede onderhandelingsronde. Hij heeft een groep met Duitsers leren kennen die de volgende dag naar de Gran Sabana willen. Wij kunnen mee voor 200 US$ per persoon voor vier dagen. Hiermee kunnen we ons verzoenen en we spreken in de namiddag af om het papierwerk af te handelen.

Daarna vertrekken we voor een wandeling langs de Paseo richting markt. Vlakbij deze markt nemen we een almuerzo (lunch) in La Cocinería, een soort bakkerij met boven de winkel enkele zitplaatsen. We zijn beiden verwonderd over de zeer vriendelijke bediening en de lekkere en goedkope broodjes met koffie. In de namiddag komt Carlos ons vertellen dat de Duitsers (nooit te betrouwen) een andere tour hebben gekozen, zodat de hele zaak niet doorgaat.

Hierna vertrekken we richting luchthaven voor onze tweede opdracht. Daar blijkt geen enkele maatschappij open te zijn, omdat die enkel open zijn als er vluchten vertrekken of aankomen en dit is enkel 's morgens. We kopen ons een telecard van 3.000 Bs en bellen naar Avensa om inlichtingen. Onze tweede teleurstelling van de dag: Santa Elena - Las Piedras kan men slechts in drie etappes afwerken: Santa Elena - Ciudad Bolívar (of Ciudad Guyana) - Caracas - Las Piedras. Over het traject Ciudad Bolívar - Las Piedras doet men minimaal twee dagen, aangezien Caracas - Las Piedras enkel 's morgens op het schema staat.

Wanneer we in de vroege avond terug komen in ons hotel, staat Carlos ons op te wachten. We kunnen mee met een groep van vier personen voor drie dagen Gran Sabana. Na een nieuwe onderhandelingsronde behalen we vlug een prijs van 150 US$ per persoon, heen- en terugtraject met de nachtbus inbegrepen, wat 50 US$ minder is dan onze vier reisgenoten. We maken onze rugzak klaar, gaan een lekkere pizza eten met onze Nederlandse broertjes bij Pizzeria da' Victor in Avenida Germania. Zij gaan voor zes dagen klimmen naar de Roraima tepuy, normale kostprijs 500 US$, zij gaan voor 100 US$ maar moeten wel de proviand van de hele groep (12 personen !) dragen.

Om 21u.30 vertrekt de nachtbus en zien we voor het eerst onze gids Jeremy van de Expediciones Deauruna, waarvan het kantoor gevestigd is in hotel Caracas. Frank is gids van de Roraima tour en daar zijn wij heel blij om. Na dik een half uur vertraging na wat overboekingperikelen op de bus, vertrekken we met een te volle nachtbus richting zuiden. We zitten net onder de airco zodat we zelfs met een pull en regenjas het nog te koud hadden.

20 juli, dinsdag : Eerste dag van de Gran Sabana - trip

Na een onbeschrijflijke busrit, soms leek het of we door een tunnel van struikgewas reden, stappen we om vijf uur in de morgen als eersten van de bus ter hoogte van kilometer 72. Het is nog donker en in de nabije omgeving lijken op het eerste gezicht geen huizen te staan, maar na een korte wandeling komen we toch in een dorpje terecht. We gaan naar het huisje van Jeremy's ouders waar we allen op thee getrakteerd worden. Jeremy zelf vertrekt om de jeep op te halen. Z'n vader onderhoudt ons met allerhande verhalen. Zelf is hij net als bijna het hele dorp hier afkomstig uit Guyana en dus Engelstalig. Hij vertelt ons over de vluchtelingen uit zijn land die hier hun geluk komen beproeven in de goudmijnen, maar ook over het harde leven in die mijnen en over de volop heersende malaria in het dorp. Zelf is hij jaarlijks meermaals buiten strijd door deze ziekte, maar aan de hand van kruiden wordt hij heel goed geholpen. Ondertussen wordt het al klaar en zien we de bergen te voorschijn komen die de grens vormen met Guyana.

Om 10u30 komt Jeremy eindelijk op de proppen. We hadden ondertussen al kennis gemaakt met onze tourgenoten en hen verteld over onze lotgevallen in de Orinoco delta, dus dat we het eigenlijk niet zo abnormaal vonden dat Jeremy zo lang weg bleef. De jeep waarmee we de tour zouden maken, bleek stuk te zijn zodat we de komende dagen met een pick-up door de Gran Sabana zouden rijden, met z'n zessen binnen in de wagen, de bagage en twee personen in de laadbak.

Tijdens het eerste gedeelte zit ik vooraan naast de chauffeur die heel veel vertelt. Ook hij is afkomstig uit Guyana en spreekt Engels. Nog voordat we toekomen aan onze eerste stopplaats, Piedra de la Virgen, lijkt het dat hij al meer verteld heeft dan Abraham en Adriano samen tijdens de hele deltatour. Zo kom ik onder andere te weten dat het water uit de plant in de Orinoco afkomstig is van de Caña la India. Deze 80 meter hoge rots is tevens het begin van el parque nacional de Canaima, het grootste nationaal park van Venezuela en het vierde grootste ter wereld.

De tweede stop is ter hoogte van Salto Danto, de eerste van de vele watervallen die we nog zouden bewonderen. Na een korte afdaling zien we beneden de resten liggen van de vrachtwagen wiens chauffeur erin geslaagd was de vrije val van zo'n 40 meter te overleven.Na de lunch bestaande uit een slaatje van maïs, tonijn… met crackers en brood verlaten we de hoofdweg richting overnachtingsplaats, zo'n veertig kilometer verderop.


Het uitzicht is prachtig en dank zij onze snelheid kunnen we hiervan uren genieten. Enkele kilometers voordat we onze bestemming bereiken, raken we vast in de modder maar we worden al vlug geholpen door een jeep die de achterwiel aangedreven pick-up weer op het droge zet. Onze overnachtingsplaats heet Iboribó, waarvan enkele inwoners ons avondmaal klaarmaken: spaghetti. Na nog wat cuba-libre en enkele sterke verhalen, kruipen we moe maar tevreden in ons iglotentje.

 

verder naar "Venezuela met de rugzak" deel 3

 

 

     

 

 

 

 

 

 

Google