Verenigde Staten, USA, informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, fietsen, Amerika

Coast to coast door de VS en Canada

(tekst en foto's: Eric van der Horst)

deel 2/2

De Grote Meren; die zijn echt groot! Na een bezoek aan de Niagara watervallen op de grens met Canada ben ik Lake Ontario overgestoken naar Toronto met een draagvleugelboot van Seaflight Hydrofoils. Ten tijde van mijn coast-to-coast was dit geen reguliere veerdienst, maar werd er slechts op aanvraag gevaren. Vanaf Toronto ging het voort via Zuidwest-Ontario, alwaar ik bij het plaatsje Sarnia de V.S. weer ben binnengegaan. Ook hier was er weer het probleem van een voor fietsers verboden brug, maar gelukkig was de brede St. Clair-rivier over te steken met een lokaal pontje ten zuiden van Sarnia. De laatste veerdienst die het vermelden waard is steekt Lake Michigan over van Ludington naar Manitowoc. Het oude stoomschip met de naam SS Badger maakte de overtocht in ruim drie uur en deed me beseffen dat de Grote Meren echte binnenzeeën zijn!

Na deze overtocht waren voor mij alle problemen met veerdiensten en verboden bruggen voorbij en begon het koersen door de graanstaten Wisconsin en Iowa. In beiden staten vond ik talloze rustige binnenwegen, maar was ook het fietsen op drukkere highways regelmatig noodzakelijk. De harde westenwinden speelden me regelmatig parten. De Missisippi stak ik over bij Cassville, ten zuiden van Prairie du Chien. De oversteek van de Missouri wachtte me bij Sioux City.

Bij het binnenrijden van Nebraska zat ik inmiddels twee maanden op de fiets en was ik klaar voor de leegte. Er zijn twee doorgaande routes van oost naar west door Nebraska; de zuidelijke route langs de Platte-rivier en de noordelijke, via Valentine. Ik koos voor de noordelijke en boog al snel af naar Zuid Dakota, omdat ik werd aangetrokken door het Badlands National Park en de attracties in de Black Hills.

De Black Hills waren voor mij de eerste serieuze test voor de Rocky Mountains. Het is een aangenaam gebied om wat langer te vertoeven. Naast de in steen uitgehakte presidentenhoofden op Mount Rushmore zijn het indrukwekkende Custer State Park en de grotten van Wind Cave en Jewell Cave erg mooi. Wat me in de Black Hills echter ergerde was alle toeristische onzin die om deze attracties heen bedacht is. Zo liet ik me verleiden tot een nachtje kamperen op de Flintstones-camping bij het plaatsje Custer. Al met al stelde het niet al te veel voor, maar het is absoluut leuk voor kleine kinderen.

Na de Black Hills bezocht ik in de staat Wyoming de Devils Tower, een gigantische monoliet die hoog boven het omringende landschap uit steekt. Daarna ging het via Gillette en Sheridan naar de Bighorn Mountains. Het is wellicht interessant om te vermelden dat fietsen op de snelweg in Wyoming toegestaan is, want ten noorden van Sheridan moest ik noodgedwongen een stukje op de snelweg fietsen.

De Bighorn Mountains zijn een verhaal apart. Van beide kanten gaat de highway steil de bergen in en moesten alle zeilen bijgezet worden om de klim en afdaling tot een goed einde te brengen. Vergeleken met de geleidelijke klim naar Yellowstone Park verderop waren de Bighorn Mountains veel zwaarder, al mag de klim bij het binnenkomen van Yellowstone er ook best zijn. Yellowstone zelf is over het algemeen vrij vlak, alhoewel er vooral aan de randen van het park flink geklommen moet worden.

Ik werd zelf gek van het drukke verkeer en de vele RV-caravans, die me voortdurend passeerden, maar ik was er dan ook in het hoogseizoen (begin augustus). Grand Teton National Park ten zuiden van Yellowstone is vele malen rustiger en ook highway 89 verder naar het zuiden was zeer goed te doen. Ten zuiden van het plaatsje Jackson was er zelfs zowaar een fietspad dat bijna twintig kilometer parallel aan de highway liep, een unicum! Bij Salt Lake City was deze fietsvriendelijkheid echter weer geheel voorbij, want bij Ogden werd de highway ten strengste afgeraden voor fietsers en huisdieren, aldus het bordje dat ik in de berm zag staan. Salt Lake City is dan ook moeilijk benaderbaar voor fietsers, want eigenlijk zijn de interstates de enige wegen de stad in en uit. Vanaf Ogden in het noorden is er gelukkig nog wel om deze overvolle snelwegen heen te rommelen, alsmede naar het gebied ten zuiden van de stad. Omdat ik Salt Lake City van noord naar zuid doorkruiste had ik geen noemenswaardige problemen, maar voor fietsers die de stad van west naar oost willen nemen vrees ik het ergste.

Wat belangrijk is aan fietsen in Utah is te realiseren dat je er in de woestijn fietst. Er mogen dan wel overal plaatsen zijn, tussen de plaatsen in is er bar weinig bewoning. Op een dag had ik te weinig water bij me en de droge wind maakte mijn keel binnen een half uur gortdroog, zodat ik uiteindelijk uitgeput ergens moest aanbellen om water te vragen.

De enige doorgaande weg door Utah die voor fietsers waarschijnlijk goed te doen is is highway 89 van noord naar zuid. De meeste plaatsen liggen aan deze weg, die zich van de ene naar de andere vallei slingert. Voor het indrukwekkende Bryce Canyon National Park was ik echter genoodzaakt de doorgaande highway te verlaten en ook de Grand Canyon is niet gemakkelijk bereikbaar voor fietsers.

Ik koos voor de noordkant van de Grand Canyon in verband met de relatieve korte afstand vanaf mijn hoofdroute van Utah naar Las Vegas. Een bijkomend voordeel van de noordkant van de kloof is dat deze veel hoger ligt dan de zuidkant. In plaats van dagenlang door de woestijn van Arizona te fietsen, reed ik nu over een met naaldbomen begroeide hoogvlakte, waar bovendien ook nog eens het nodige wild te bespeuren viel.

Het enige nadeel van deze noordkant was de 70 kilometer lange doodlopende weg, die ik twee keer moest rijden. Het is overigens goed om te weten dat de camping van de Grand Canyon een speciaal gebied heeft voor fietsers en wandelaars, waarvoor niet gereserveerd hoeft te worden. Dit geldt ook voor de campings in Yellowstone, alhoewel sommige campingbeheerders daar behoorlijk onvriendelijk kunnen doen naar fietsende bezoekers.

Zion National Park is het laatste nationaal park dat ik in deze contreien bezocht. Ik fietste er naar toe vanaf het plaatsje Hurricane in het westen, omdat de toegangsweg vanaf het oosten gedeeltelijk verboden is voor fietsers. Dit heeft te maken met een gevaarlijke tunnel. Toch is Zion bijzonder fietsvriendelijk omdat de belangrijkste weg door het park is afgesloten voor het autoverkeer. De mensen worden vervoerd met shuttlebussen en dus heb je als fietser de weg bijna voor jezelf alleen, voor Amerika een bijzondere situatie!

Helaas is de route naar Las Vegas een ander verhaal. Bij het binnenrijden van de staat Nevada is interstate 15 de enige weg in de wijde omtrek. Ik moest 70 kilometer fietsen over de vluchtstrook. In de buurt van Lake Mead kon ik aan de snelweg ontsnappen door de schilderachtige route langs het meer te nemen, maar deze weg leidt door een zeer bergachtig landschap, waarop het fietsen maar langzaam vorderde. Het contrast met de stad was bij het binnenrijden van Las Vegas des te groter.

Na Las Vegas ben ik zuidwaarts gereden naar Boulder City, om vervolgens via highway 95 en via highway 62 bij het plaatsje Twentynine Palms uit te komen. Deze route in de richting van Los Angeles is stukken langer dan de directe route, maar was voor mij veruit te verkiezen boven een meer dan tweehonderd kilometer lange lijdensweg over een vluchtstrook van een snelweg. Het enige probleem is dat je via deze route wel de San Gorgonio-pas over moet. Deze pas is bijna in zijn geheel zwart geasfalteerd met een tien banen brede snelweg. Toen ik er was kon ik naast de snelweg nog net een smal strookje asfalt van de oude highway vinden. Als die ook verdwijnt wordt deze route een echte hel...

Los Angeles zelf vond ik ondanks haar slechte reputatie zeer goed te doen op de fiets, maar dat zal te maken hebben met het feit dat ik na achtduizend kilometer fietsen door Amerika wel aan één en ander gewend was geraakt. Toch denk ik dat je door Los Angeles goed kunt fietsen, mits je een goede kaart hebt waarop veel achterstraatjes staan. De fietspaden langs de Grote Oceaan over de stranden bij Santa Monica en Redondo Beach waren daarbij van een bijzondere kwaliteit, bijna on-Amerikaans zo goed!

DE CIJFERS

Totale afstand van de trip: 8323 kilometer. Maximumsnelheid: 67 kilometer per uur. Hoogste bergpas: 2720 meter. 92 dagen fietsen. Gelukkig ook 47 rustdagen. 65 gratis overnachtingen. 76 keer in het tentje. 1800 euro meer kwijt dan begroot, want een nieuw fototoestel en een nieuw achterwiel. Amerika is een duur land! Verder zes lekke banden en één gebroken versnellingskabel. Ook zes keer “all you can eat”, twee keer per week “Rice A Roni”, incidenteel een McDonalds en ontelbare leuke ontmoetingen, om over de overdaad aan natuur maar te zwijgen...

Op de wereldwijde website van Servas is alle informatie te vinden die nodig is om lid te worden. Informatie over het oversteken van Lake Michigan kan met de SS Badger. Meer informatie over fietsen in de V.S. en Canada is te vinden op www.wereldfietser.nl. Schroom niet om voor meer details contact met me op te nemen.

 

HET BOEK

Fragmenten uit het reisverhaal en informatie over het bijbehorende boek "Where are you heading"
zijn te vinden op de website www.ericvanderhorst.nl.

Op zijn site kun je het boek ook bestellen en er staat een aantal verkooppunten vermeld.

Neem contact op met Eric van der Horst

 

 

 

     

 

 

 

 

 

 

Google