Verenigde Staten, USA, informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, fietsen, Amerika

Coast to coast door de VS en Canada

Verenigde Staten reisverhaal: verslag van een fietsreis door VS en Canada

(tekst en foto's: Eric van der Horst)

deel 1/2

 

Eric van der Horst fietste in 2002 coast-to-coast door de Verenigde Staten en Canada, een tocht van meer dan 8000 kilometer, die meer dan 4 maanden in beslag nam. Het is onmogelijk om deze tocht in een paar A4-tjes samen te vatten. Op deze plaats wordt daarom slechts op de organisatorische kant van een coast-to-coast-tocht door Amerika in gegaan.

 

Fietsen door Amerika is improviseren. Het probleem schuilt hem vooral in het feit dat Amerikanen zelf niet fietsen en dat er daarom nauwelijks fietsvoorzieningen zijn. Rond de grote steden is het een sport om fietsbare routes te vinden. Zelfs als je zorgvuldig je route voorbereid verzeil je nog geregeld op drukke wegen met veel verkeer. Op het platteland gaat het fietsen beter, maar ook daar kan het drukke verkeer een probleem zijn. Hoewel de meeste highways voorzien zijn van brede zijkanten (shoulders) zijn er ook nog altijd highways zonder die voorziening. In die gevallen drukken vrachtwagenchauffeurs je zonder pardon van de weg. Met name op de smalle wegen in Canada (Ontario) is dat een probleem.

Een ander probleem vormen de overnachtingen. Amerikaanse motels zijn duur en tenzij je beschikt over een oneindig budget ben je aangewezen op campings en de liefdadigheid van mensen langs de weg. Zo kwam ik er achter dat er een groot verschil is in prijzen van campings. De prijzen lopen uiteen van vijf dollar tot vijfentwintig dollar per nacht. De campings die aangesloten zijn bij de KOA (Kampgrounds of America) zijn wat dat betreft de ergste, maar al het betaalde geld heb je dan wel gegarandeerd een douchegebouw, een voorziening die met name op campings van Nationale Parken nog wel eens wil ontbreken.

Gelukkig ben je in Amerika als budgetfietser niet alleen op campings aangewezen. Er zijn talloze andere manieren om goedkoper en gezelliger de tent op te zetten. Je kan altijd kamperen langs de weg en jezelf verstoppen achter wat bosjes. Een andere optie is het kamperen op het terrein van een school, omdat deze tijdens de zomervakantie bijna altijd verlaten zijn. Ik voelde me bij dit soort illegale kampementjes echter nooit op mijn gemak.

Ik had dan ook de voorkeur om aan boeren en mensen langs de weg te vragen of ik op hun land mocht overnachten. Boeren zeiden in de regel bijna altijd ja. Ook mensen met grote tuinen vonden het vaak erg leuk dat hun tuin eindelijk eens effectief gebruikt werd. In de regel waren de mensen gastvrijer hoe meer je van de grote steden en hoofdroutes af kwam. Met name in de plaatsjes in het Midwesten proefde ik bij de mensen een soort verguldheid dat ik uitgerekend door hun district kwam en bovendien ook nog eens bij hen logeerde.

Als je niet van het spontaan benaderen van mensen houd, maar wel graag de lokale bevolking wil ontmoeten, is Servas een uitkomst. Deze wereldwijde ideële organisatie bestaat uit vrijwilligers die het leuk vinden om reizigers te ontvangen en reizigers die het leuk vonden om de lokale bevolking van een land écht te ontmoeten. De regel is dat je twee nachten op een logeeradres logeert en dat je jezelf op de tussenliggende dag volledig onderdompelt in het dagelijkse leven van je gastheer of gastvrouw. In de praktijk betekent dit dat je met iemand mee gaat naar zijn of haar werk, deelneemt aan lokale festiviteiten zoals een dorpsfeest of kerkdienst, en dat je uitgebreid wordt voorgesteld aan familie en vrienden.

Ik had ongeveer elke twee weken een Servas-gastadres op de route en ik moet zeggen dat de mensen die ik via Servas ontmoette de gezichten werden van mijn reis. Aanmelding bij Servas kan ik dan ook van harte aanraden. Lid worden gaat via een gesprek met een Nederlandse (of Belgische) Servas-coördinator bij jou in de buurt.

DE ROUTE

Ik ben dus begonnen in Washington D.C. Ten eerste wilde ik het Witte Huis en het Capitool zien en ten tweede voelde ik me aangesproken om in dezelfde richting het continent te doorkruisen, zoals de eerste ontdekkingsreizigers dat deden. Een bijkomend argument om Amerika van oost naar west te doorkuisen was dat je meer tijd hebt om je fysiek voor te bereiden op de Rocky Mountains en de extreme omstandigheden van de woestijnen in het westen.

Achteraf denk ik dat deze opzet geslaagd is, alhoewel de zware westenwind op de Great Plains zeker een probleem was. Deze westenwind wordt vaak aangevoerd als reden om van west naar oost te fietsen, maar met vroeg opstaan heb ik dit probleem zeker het hoofd kunnen bieden.

Alvorens de oversteek te wagen ben ik vanaf Washington D.C. eerst noordwaarts naar New York gefietst. Het gaf een kick om de “Big Apple” van zuid naar noord te doorkruisen, al heb ik met veel problemen te kampen gehad. Naast veel materiaalproblemen als gebroken spaken en een afgebroken lowrider viel mijn geplande route via de kust van New Jersey totaal in duigen. De brug over de Chesapeake Bay bij Annapolis en de bruggen naar Staten Island bij New York zijn namelijk verboden voor fietsers en er zijn geen alternatieve manieren om deze zeebaaien over te steken, tenzij je met fiets en al een taxi over de brug neemt. Dit sprak mij niet aan en daarom heb ik naar New York een route genomen die veel meer landinwaarts lag.

In de agglomeratie van New York wachtte me desalniettemin diverse probleempjes. Voor fietsers is de Hudson-river namelijk alleen te kruisen via de Washington Bridge in het noorden en met het pontje bij Weehawken in het zuiden. Probleem bij deze zuidelijke toegangsroute naar Manhattan is dat er behalve de Hudson ook de parallelle Hackensack-river moet worden overgestoken. Dat is voor een fietser bijna onmogelijk. Op mijn kaart leek de brug van Newark naar Jersey City de enige aanvaardbare optie, maar ik moet zeggen dat ik deze brug met serieus levensgevaar genomen heb. Ik raad het ten strengste af om deze fietsactie ooit te herhalen. Vermoedelijk is fietsen op deze brug ook verboden, al werd dat nergens met een bordje vermeld.

Manhattan zelf was geen enkel probleem. Het verkeer staat er zo vast dat de auto’s zich van rood stoplicht naar rood stoplicht slepen. Met de fiets is het makkelijk om dit tempo bij te houden. De bruggen van Manhattan naar Brooklyn en Queens zijn bovendien zeer fietsvriendelijk. Om de stad uit te komen kan ik de route langs de westoever van de Hudson aanraden. Deze was opmerkelijk stil en simpel.

Buiten de stad zette ik koers naar de Appelachen, die zich gemakkelijk lieten beklimmen. Wat waarschijnlijk hielp was de vroege tijd in het jaar (eind mei), want ik kan me voorstellen dat de wegen er in de zomervakantie ongekend druk zijn.

Door New York State was het meestal aangenaam fietsen omdat er veel B-weggetjes zijn. Het enige probleem was het vinden van een goede gedetailleerde kaart, want die zijn er over het algemeen niet. Dit betekent dat ik op de gok het ene na het andere weggetje in sloeg, waarbij ik nauwkeurig de zon in de gaten hield voor het bepalen van de richting. Wat hielp is om soms even een benzinestation in te lopen en op een lokale kaart te kijken om mezelf een beeld te vormen van de omgeving. Soms waren op de lokale kaarten goede doorgaande routes te vinden die niet op de RandMcNally State-kaarten stonden. Deze werkwijze ben ik tot voorbij de Grote Meren blijven gebruiken.

 

verder naar "Coast to coast door de VS en Canada" deel 2

 

 

     

 

 

 

 

 

 

Google