VERENIGDE STATEN

DEEL 11: VIRGINIA, MARYLAND, COLUMBIA EN PENNSYLVANIA

"Als in een droom zoefden we weer door het slapende Washington en de wildernis van Virginia, staken bij het aanbreken van de dag de Appomattox over en stopten om acht uur 's morgens bij mijn broer voor de deur." Uit "On the Road" van Jack Kerouac.

Ik rij naar het noordoosten over de Interstate 81 die ik bij Lexington verlaat om over de Skyline Drive door het Shenandoah National Park richting Washington te rijden.
In Washington neem ik op de hoek van E Street en 11th Street een kamer in Hotel Harrington dat op een korte loopafstand van het Witte Huis ligt.
Washinton maakt geen echt levendige indruk; veel regeringsgebouwen in neo-griekse of neo-romaanse stijl, 's avonds bijna niemand op straat en overdag veel driedelige pakken met Samsonites.
De geschiedenis van Samsonite begon in 1903, toen Jesse Shwayder in Denver koffers ging maken, die hij verkocht bij zijn tweedehands meubelen. De kofferverkoop liep zo voorspoeding dat hij zijn vader en drie broers er bij betrok en nieuwe winkels opende. In 1917 bouwde hij een relatief duur koffer met de naam "Samson" en liet een foto maken waarop de vijf Shwayders op een plank op het koffer staan; het Samsonite koffer was geboren.

Ik loop langs een Liquors, een drankwinkel die beter beveiligd lijkt te zijn dat een willekeurige bank; buiten staat een agent op wacht en binnen is de verkoper afgescheiden door kogelvrij glas. Een jongen vóór mij dient zijn identiteitskaart te overhandigen; je moet minstens 18 jaar zijn om bier of wijn en minstens 21 jaar om sterke drank te mogen kopen. Een poster waarschuwt dat het bezit van wapens in een drankwinkel zeer streng gestaft zal worden. Via een loket krijg ik fles Four Roses toe geschoven in een bruine plastic zak en ik ga terug naar mijn hotelkamer waar ik nog naar een aflevering van Saterday Night Life op mijn TV kijk.

The Mall is een ongeveer drie kilometer lang park, dat zich uitstrekt van het Capitool tot de Lincoln Memorial. Aan de westkant, vlakbij de Lincoln Memorial, staat de Vietnam Veterans Memorial; een gepolijste zwarte granieten muur met de naam en de sterfdatum van alle Amerikaanse doden tijdens de Vietnam-oorlog.
Ongeveer de helft van The Mall wordt in beslag genomen door musea, behorende tot The Smithsonian Institute. Aan het begin van de vorige eeuw bepaalde de rijke, Engelse wetenschapper James Smithson in zijn testament dat de stad Washington een bedrag van een half miljoen dollar mocht besteden aan een instelling voor de vergroting en verspreiding van kennis. Na vele jaren bouwde men uiteindelijk in 1846 een natuurhistorisch museum en de instelling groeide sindsdien uit tot de huidige grootte. Ik breng ik groot deel van de dag door op The Mall.
Het Hirshorn Museum is een mooi cilindervormig gebouw van drie etages met werk van onder andere Picasso, De Kooning, Matisse en Pollack.
The National Air and Space Museum is gewijd aan de geschiedenis en de ontwikkeling van de lucht- en ruimtevaarttechnologie. Ik loop langs de Flyer van de gebroeders Wright, de Spirit of St.Louis van Charles Lindbergh, de ruimtecapsule Friendship 7 van John Glenn en een Viking Mars Lander. Je kunt een stuk maansteen aanraken, door een Spacelab ruimtestation lopen of naar verschillende films te kijken.

Na de National Gallery of Art, met onder werk van Rembrandt en een schilderij van Leonardo da Vinci, merk ik dat mijn waarnemingsvermogen en opnamecapaciteit dusdanig geslonken is dat verder kijken geen zin heeft.
Het is buiten 35oC en zeer benauwd. Ik ga op een bank in de schaduw zitten en kijk uit op The Washington Monument, een obelisk van ongeveer 180 m hoog, omgeven door Amerikaanse vlaggen.
Aan het eind van de middag loop ik terug naar het hotel langs het Witte Huis. Buiten de hekken staat een aantal levensgrote foto's van de president. Voor $3 kun je een foto van jezelf laten maken naast de kopie van de president. Verscholen achter de president legt een hulpje van de fotograaf een arm om je schouder, zodat het net lijkt of je omarmd wordt door de president. Zo te zien doen de fotografen goede zaken.

Er is geen enkel restaurant in de omgeving van het hotel en de omgeving is om zeven uur 's avonds inmiddels weer naargeestig leeg. Op de begane grond van het hotel bevindt zich echter een kitcheteria; een iets mindere uitvoering van de zelfbedieningsafdeling van een AC-Restaurant. Eén van de mensen achter het zelfbedieningsbuffet is een forse, vrolijke negerin van ongeveer veertig jaar, Rose Philips lees ik op het naamkaartje dat ze linksboven op haar lichtblauwe schort heeft gespeld. Wanneer ik poosje treuzel bij het maken van een keuze, vraagt ze waarmee ze mij van dienst kan zijn. "Well, what's the most delicious dish I can choose, Rose?", antwoord ik met een wedervraag. "Oh, that depends", lacht ze, "but we got a delightful veal steak with sauce, salad and French fries!". Ik knik goedkeurend en zij schept de steak en de fries op mijn bord. Ik pak zelf de bakjes met salade en een soort barbecuesaus. Bij de kassa neem ik nog een blikje Bud Light mee en neem plaats aan één van de formicatafels, waarop de blauwgroene kleedjes weliswaar schoon zijn, maar toch een smoezelige indruk maken.
Er zitten wat zwerverachtige types aan de verschillende tafels. Een oude vrouw met geitewollen sokken over haar donkere nylons en een kleine, gebreide muts op, slurpt aan haar soep terwijl ze met één hand de tas op haar schoot stevig vast houdt. Af en toe werpt ze een schichtige blik om haar heen terwijl ze haar onderlip een aantal malen over haar bovenlip heen en weer schuift. Twee tafels achter haar zit een neger, met twee colberts aan, al een tijdlang met een tandenstoker beurtelings de etensresten tussen zijn tanden en het smeer onder zijn nagels te verwijderen. Onder zijn stoel staan twee plastic tassen, waarin ik nog meer colberts meen te kunnen zien.
"It's o.k.?", roept Rose vrolijk vanachter de etenswaren. Ik beweeg lachend mijn rechterhand vlak langs mijn wang heen en weer, ten teken dat het mij smaakt. In The Washington Post lees ik dat er weer drugdealers zijn opgepakt in de 14th Street, dicht bij het Witte Huis; de yuppen in de regeringsgebouwen doen blijkbaar geen moeite om de coke op een verder weg gelegen plek te scoren. Er staan veel berichten over moordaanslagen en gewapende overvallen in de krant. Washington is op dit moment de meest gewelddadige stad van de Verenigde Staten met relatief het grootste aantal moorden per dag.
De vrouw met de geitenwollen sokken staat op, houdt haar tas stevig voor haar lichaam geklemd en haalt een nieuwe kop soep. Ik vraag aan Rose waar het uitgaansleven zich in Washington afspeelt. "Oh, let's see" en ze wacht even, "many young people go to Georgetown. Many bars, restaurants and shops.".
Even later zit ik in de auto en rij naar Georgetown, een voormalig klein stadje dat nu geannexeerd is door Washington. Het is zaterdagavond en er zijn veel motoragenten nodig om de grote verkeersstroom richting Georgetown te regelen. Over M Street en Wisconsin Avenue "cruisen" grote colonnes open auto's en pick-ups, bereden door één of meer jongens die al toeterend en zwaaiend de aandacht van de meisjes op de trottoirs proberen te trekken. In iedere auto staat de radio of de cassettespeler keihard en ik word door de langzaam voorbij rijdende tegenliggers voortdurend geconfronteerd met afwisselende flarden muziek. Aan weerszijden van de "Sunset Strip" van Washington bevinden zich veel restaurantjes en bars, allen badend in neonlicht. Ik zet mijn auto even aan de kant en koop een forse chocolate milkshake voordat ik mijn cruise hervat. Het zwoele zomeravondweer is uiteraard ideaal voor dit soort activiteiten en ik rij de rest van de avond het gehele traject een aantal malen op en neer.
The Learning Index:
De volgende ochtend tref ik Rose weer aan bij het ontbijt in de Kitcheteria en ze vraagt naar mijn ervaringen in Georgetown, terwijl ik een melk met cornflakes en een grote kop koffie neem. Ik besluit vandaag de rest van The Smithsonian Institute te bekijken.
The National Museum van American History bevat veel spullen die representatief zijn voor de ontwikkeling van de Verenigde Staten; de eerste versie van de Star Spangled Banner, het kunstgebit van George Washington, de leunstoel van Archie Bunker, de schoentjes van Judy Garland uit The Wizard of Oz, een oorspronkelijke Levi's 501, enzovoort.
The National Museum van Natural History biedt een onderkomen aan de beroemde Hope diamant, een levensgroot model van de blauwe vinvis, skeletten van dinosaurussen, een opgezette Afrikaanse olifant en veel informatie over oude culturen in Amerika, Azië en Oceanië.
Aan het begin van de avond loop ik naar The Old Postoffice op de hoek van Pennsylvania Avenue en 12th Street; een groot, voormalig postkantoor dat gedeeltelijk verbouwd is en nu verschillende winkeltjes en restaurantjes herbergt. Ik neem een lasagna met salade en brood en observeer de grote binnenruimte, die heel open oogt en onder andere een glazen lift bevat die naar een observatie-niveau op de 12e verdieping gaat. Vooral 's avonds biedt deze ruimte een mooie blik over het Capitool, het Washington Monument en de rest van Washington.

Via Baltimore ga ik noordwaarts over de Interstate 83. Wanneer ik Pennsylvania binnen rij bevind ik mij in een gebied dat de Pennsylvania Dutch Country wordt genoemd. Aan het begin van de 18e eeuw vluchtten verschillende Duitsen religieuze groeperingen naar de Verenigde Staten om te ontkomen aan de onderdrukking in Duitsland. Veel mensen vestigden zich in Pennsylvania, getuige ook de plaatsnamen Hanover, Kutztown, Manheim, Schaefferstown, Strasburg en Womelsdorf. De sektes houden bijna allemaal sterk vast aan de tradities uit die tijd; geen elektriciteit, geen TV, geen radio, geen stromend water, geen auto, geen tractor en geen kapsones.
Ongeveer vijf kilometer ten oosten van Lancaster breng ik een bezoek aan The Amish Homestead. De boerderij dateert uit 1744 en fungeert als een "open huis" voor de Amish people. Een vrouw vertelt de geschiedenis van de sekte en laat vervolgens het huis zien. Het sobere en sombere huis, dat gewoon bewoond is, is op geen enkele manier aangepast aan de hedendaagse omstandigheden. Eenvoud luidt het motto. Bij de Amish people scheren de mannen zich niet en dragen altijd een hoed. De kleding bevat geen knopen omdat dat als frivool wordt beschouwd en is meest decent zwart van kleur. Het land wordt bewerkt met paarden, eggen en ploegen. In de schuur staat een open koets. De vrouw vertelt dat alleen getrouwde paren in een dichte koets mogen rijden. Ongetrouwde stellen mogen dus alleen in een open koets rijden, opdat ze niet in verleiding komen om handelingen te verrichten die niet in overeenstemming zijn met hun geloof; het vlees is immers zwak!

Veel godsvruchtige liederen zingen en bijbel lezen vormen de activiteiten in het weekend. Getrouwd wordt er alleen in eigen kring; iemand die met een buitenstaander trouwt wordt uit de gemeenschap verstoten. De Amish people zijn zo rechtlijnig en star dat hiermee vergeleken zelfs de meest godsvruchtige conservatievelingen uit Staphorst slechts losbandige levensgenieters zijn.

Een eindje noordwaarts ligt het plaatsje Jim Thorpe, genoemd naar de legendarische meerkamper die in 1912 vier van de onderdelen van de vijfkamp won op de Olympische Spelen te Stockholm. Hij werd geboren als Wa-Tho-Huck (Helder Pad) op 27 mei 1887 met een Iers-indiaanse vader en bleek al op jeugdige leeftijd een natuurtalent te zijn. In 1908 speelde hij een tijdje baseball voor $2 per dag. Nauwelijks getraind reisde hij in 1912 naar Zweden af, waar hij de held van de Spelen werd. Hij won het verspringen met een afstand van 7.08 m, won de 200 m horden op geleende schoenen en werd door nonchalance derde bij het speerwerpen. Hij revancheerde zich echter weer bij het discuswerpen en de 1500 m. Kort daarna werden hem alle medailles ontnomen, toen bekend werd dat hij vóór de Spelen een keer wat geld bleek te hebben aangenomen. Hij stierf arm en ondergewaardeerd in 1953. Zijn weduwe heeft lange tijd geijverd voor zijn eerherstel en twee dorpjes in Pennsylvania voegden zich daarop samen en herdoopten zich in Jim Thorpe.

Via Philadelphia rij ik de staat New Jersey binnen. Wanneer ik vanwege wegopbrekingen langzaam over de New Jersey Tollway rij, wordt ik door een achter mij rijdende automobilist attent gemaakt op een lekke linkerachterband. Ik baal en zet de auto aan de kant van de weg. Tot mijn verbazing merk ik dat het reservewiel bestaat uit een klein, smal bandje waar slechts een beperkt aantal kilometers mee gereden mag worden. Dat betekent dat ik vandaag eerst nog de lekke band moet laten plakken voordat ik verder naar New York kan rijden. Ruim 7000 kilometer heb ik zonder problemen afgelegd en dan toch nog een lekke band met New York in zicht. In de omgeving van Haddonfield zoek in een garage die de lekke band snel wil plakken, maar pas bij de derde heb ik succes. Lichtelijk geïrriteerd over deze tijdverspilling loop ik buiten de garage langs de ramen van een soort sociëteit. Door de open ramen hoor ik "Bee seven ....... bee seven." en ik blijf staan. Binnen zitten ongeveer dertig oude dames over tafeltjes gebogen en luisteren aandachtig naar de vrouw die een gekleurd balletje uit een soort popcorn-machine haalt. "Dee twelve ........ dee twelve", zegt de vrouw, terwijl ze steeds enkele seconden wacht. De bingo draait tijdens de middagbijeenkomst met een aangepaste snelheid, zodat iedereen ruim de tijd krijgt om met de wijsvinger het gehele vel af te tasten. De presenterende vrouw draagt een korte, blonde pruik en een parelketting en tuurt na elke bal over haar halve brilleglazen naar de deelnemers: "O twenty ....... O twenty". Er hangt een penetrante, zoete eau-de-cologne lucht in de ruimte die voor de rest gevuld wordt met murmelende geluidjes, rokershoestjes en het gezoem van de ballenmachine.

Nog zin om in één dag door Noorwegen, Polen, Mexico en China te rijden? De staat Maine biedt u de mogelijkheden daar voor. In een folder over Maine lees ik dat deze staat relatief veel plaatsen kent die genoemd zijn naar landen of buitenlandse steden. Op het kruispunt van Route 35 en Route 5 in Lynchville staat een wegwijzer met de aanduidingen:

Norway 14 mi
Paris 15 mi
Denmark 23 mi
Naples 23 mi
Sweden 25 mi
Poland 27 mi
Mexico 37 mi
Peru 46 mi
China 94 mi

Bovendien kunnen in de staat Maine nog de steden Madrid, Belfast, Stockholm, Rome, Verona, Sorrento, Palermo, Naples, Moscow en Vienna nog worden aangetroffen. De inwoners van Rome pochen dat hun stad zeven maal zoveel heuvels bezit als het echte Rome en dat er genoeg graniet kan worden aangetroffen om het complete, echte Rome opnieuw te bouwen. In verschillende steden wordt er echter geklaagd over de misverstanden te kunnen optreden over de herkomst van de inwoners. Gelukkig put Maine zijn inspiratie ook nog elders uit getuige de namen Unity, Freedom, Liberty, Winter Harbor, Winterport, Winterville, Sunshine en Sunset.

verder naar deel 12

HetWereldVenster

 

 

 

 

     

 

 

 

 

 

 

Google