VERENIGDE STATEN
DEEL 10: TENNESSEE EN NORTH CAROLINA
"Mississippi Gene begon een liedje te zingen. Hij zong
met een melodieuze, zachte stem, met een rivieraccent, het was een
eenvoudig wijsje: gewoon 'I got a pretty girl, she's sweet sixteen,
she's the prettiest thing you ever seen'. Hij herhaalde het met
andere regels erin, hoe ver hij weg geweest was, hoe graag hij naar
haar terug wilde maar dat hij haar nu voorgoed kwijt was."
Uit "On the Road" van Jack Kerouac.
In 1819 vond Andrew Jackson dat er voldoende overeenkomsten tussen
de Mississippi en de Nijl waren om het hergebruik van de naam van
de oude Egyptische stad te rechtvaardigen.
Het is een zeer hete dag wanneer ik Memphis, ooit de grootste binnenlandse
haven en katoenmarkt, binnen rij. Het contrast met het groene, vochtige
Louisiana is zeer groot. Het verhaal gaat dat W.C. Handy aan het
begin van deze eeuw in PeeWee's Saloon in Bealestreet de blues heeft
"uitgevonden". In de twintiger jaren was er reeds een
bruisende blues-scene met bottleneck-gitaristen, barrelhouse-pianisten
en bluesharp-blazers die de weg bereiden voor grote namen als Elmore
James, Memphis Slim, Booker T. en Otis Redding. In 1977 werd Memphis
door het Congress officieel tot "Home of the Blues" verklaard.
Na enige aarzelingen begeef ik mij toch naar Graceland
op 3717 Elvis Presley Boulevard. Wanneer ik bij het
kitscherige bedevaartsoord arriveer moet ik mij er toe
dwingen om niet gelijk rechtsomkeer te maken. Aan de
ene zijde van de straat bevinden zich de ticketoffice,
een hotel-restaurant met de naam Heartbreak Hotel en
een paar souvenirwinkels met de meest walgelijke roze
teddybeertjes, asbakken met Elvis, speldjes met Elvis,
onderzetters met Elvis, aanstekers met Elvis, kussenslopen
met Elvis, baseballpetjes met Elvis en verder allerlei
mogelijke prullaria waar maar een afbeelding van Elvis
op te drukken is. Ook staan er twee vliegtuigen, de
"Lisa Marie" en de "Hounddog II",
elk voorzien van het opschrift TCB, Taking Care of Business.
Op regelmatige tijden vertrekt er een shuttle-busje
met bezoekers naar de overkant van de straat, rijdt
door het hek en stopt voor de voordeur van Graceland.
Aangezien het verplicht is om de afstand van ongeveer
honderd meter op deze wijze af te leggen, hobbel ook
ik even later tussen de veertigjarige modderfiguren
naar de overkant.
De grootte van Graceland valt mij trouwens enigszins
tegen. De met geplooide stof bekleedde biljartzaal en
de TV-ruimte met drie TV's voor de drie landelijke netwerken
getuigen van de smakeloosheid van de ontspoorde ster.
Bij de optreedkleding vallen de glitterige jumpsuits
op die als corsetten het uitgedijde lichaam hebben moeten
corrigeren. Een wand vol politie-certificaten (special
assistant, deputy sheriff, special agent, enzovoort),
wapens, medailles en oorkondes toont een andere obsessie
van Elvis. Aan de achterzijde van het huis staat buiten
de befaamde pink Cadillac uit 1955 die Elvis zijn moeder
cadeau heeft gedaan. In het gedeelte van de achtertuin
dat Meditation Garden heet ligt, tussen die van zijn
ouders in, het graf van Elvis met de ontroerende graftekst:
ELVIS AARON PRESLEY
January 8. 1935
August 16. 1977
Son of Vernon Elvis Presley and Gladys Love Presley
father of Lisa Mary Presley
He was a precious gift from God we cherished and loved
dearly. He had a God-given talent he shared with the
world and without doubt. He became most widely acclaimed,
capturing the hearts of young and old alike. He was
admired not only as an entertainer but as the great
humanitarian he was, for his generosity and his kind
feelings for his fellow man. He revolutionized the field
of music and received its highest awards. He became
a living legend in his own time, earning the respect
and love of millions. God saw that he needed some rest
and called him home to be with Him. We miss you, son
and daddy, I thank God that He gave us you as our son.
Er worden verschillende boeketjes op het graf gelegd
en er wordt menige traan weggepinkt wanneer ik tussen
de modderfiguren langs het graf schuifel. Even verderop
staat de shuttle-bus reeds te wachten voor de laatste
honderd meter naar de overkant van de straat. Voor het
laatste nieuws over Elvis kun je je voor $15 per jaar
abonneren op het kwartaalblad Graceland Express, P.O.Box
16508, Memphis, TN 38186-0508.
Bij de ticket-office lees ik op een folder:
The King's Music Lives
Best sound show ever!!
Where: Omni/New Daisy Theater
330 Beale Street
Memphis
When: August 19
Time: 8.00 p.m.
Elvis Presley Voice performed by Johnny Parker
Admission: $10.00
Het zou me niet verbazen wanneer de imitator een kleinzoon
of neef van de kolonel zou blijken te zijn. Ik neem
een aantal andere folders mee en op de achterkant van
de Beale Street folder lees ik: "Beale Street Tours,
a subsidiary of Graceland Division, Elvis Presley Enterprises,
Inc.".
En inderdaad, ook Bealestreet is één grote
aaneenschakeling van vergane glorie. De eens fameuze
gelegenheden als the Orpheum Theatre, the Daisy Theatre
en Handy Hall worden evenals Rum Boogie Café,
Alfred's en Club Royale van muziek voorzien door tweederangs
artiesten en soms zelfs dat niet eens. Carl Perkins
heeft zijn café-restaurant Blue Suede Shoes dan
ook in de juiste omgeving neergezet.
In de straat vormt het warenhuis A. Schwab's een levend
museum. Sinds 1876 heeft dit warenhuis alle recessies
weten te overleven met een onwaarschijnlijk groot assortiment,
onder het motto "If you can't find it at A. Schwab's,
you are better off without it!". Ik loop over de
krakende, ongelakte houten vloer en aanschouw het enorme
scala aan spullen op de even oude houten toonbanken.
Het geheel maakt een authentiek stoffige indruk en dat
wordt nog versterkt door de oude negerinnen met witte
schorten die als winkeljuffrouwen fungeren. Het assortiment
is groot, maar niet erg up-to-date; de meeste spullen
zouden niet misstaan in een vooroorlogs warenhuis. Twee
verdiepingen vol broeken in extra large maten, veiligheidsspelden,
schoolkrijt, knopen, sokken, droogbloemen, potloden,
groene zeep, kop en schotels, afwasborstels, langspeelplaten,
western hoeden, wandelstokken, houten wasknijpers, gloeilampen,
enzovoort. Ik kan me niet voorstellen dat de zaak nu
nog financieel rendabel is, maar ze verdient het om
in stand te worden gehouden. Ik vind het zeer zinvol
om vervolgens ook Goldsmith's, het grote, moderne warenhuis
in Main Street, te bezoeken. Twee warenhuizen uit verschillende
eeuwen op een loopafstand van elkaar.
Op een grote blinde muur van Lansky, waar Elvis ook
ooit zijn kleding kocht, kijk ik nog een poosje naar
een grote muurschildering over de ontwikkeling van de
Memphis Blues. Op een oppervlak van ruim 150 m5 wordt
een integraal beeld geschetst van de Afrikaanse stammenmuziek,
de zang van de slaven, de jazz en tenslotte de blues.
Helaas zijn op diverse plaatsen grote stukken verf afgebladderd
zodat ook dit werkstuk dezelfde sfeer uitademt als Beale
Street.
Wanneer ik de stad uit rij zie ik bij diverse mooie
huizen in het gazon een bord met de tekst: "This
place is guarded by neighbourwatch". Elvis was
dus niet de enige met een deputy-sheriff syndroom.
Ik rij over de Interstate 40 oostwaarts en passeer Jackson.
Ik lees in een gids dat dit de thuisbasis is van de
legendarische spoorwegheld John Luther "Casey"
Jones, die in 1900 de passagiers van de Canonball Ball
Express redde door net zo lang te blijven remmen tot
hij als enige persoon de botsing niet overleefde.
Aan het eind van de dag kom ik in Nashville aan en ik
wil nog een kijkje nemen bij de Grand Ole Opry. Ik wordt
echter naar het Opryland Showpark ten oosten van de
stad gestuurd, waar ik een familie-pretpark vind met
twaalf gelijktijdige shows, temidden van achtbanen en
eettenten. In 1974 is de originele Grand Ole Opry van
het Ryman Auditorium, waar van 1943 tot 1974 de beroemde
country-shows werden uitgezonden, verhuisd naar het
pretpark. Ik zit niet bepaald te wachten op deze pretparkuitvoering
en het al te laat om nog de stad in te gaan.
Ik kom langs een steak-house met de naam Bonanza en
ik krijg honger als Hoss. Voor $4.99 krijg ik een forse
steak, een gepofte aardappel en brood op mijn bord en
mag ik onbeperkt gebruik maken van een saladbar die
alle voorgaande saladbars volledig overtreft. Ik kan
kiezen uit vijf verschillende soepen, warme en koude
groenten, salades, fruit, kaas, puddingen, mousses,
verschillende smaken ijs, sauzen en nootjes. Wanneer
ik na de aarbeienpudding en de chocolademousse nog een
klein beetje roomijs met chocoladesaus en nootjes neem,
begint mijn maag bezwaren te maken tegen mijn gulzigheid.
Vol zelfverwijt en met buikpijn neem ik een Motel 6
buiten de stad en merk 's avonds dat er een vliegveld
in de nabijheid is. De vliegtuigen vliegen gelukkig
niet zo vaak over en het ongemak wordt gecompenseerd
door de aanwezigheid van een massage-bed op mijn kamer.
Ontspannen trillend kijk ik de rest van de avond naar
de locale zender van Nashville. Alle verslaggevers introduceren
zich uitgebreid met naam en toenaam en herhalen dit
nogmaals bij het afkondigen. Na een avondje kijken zijn
alle verslaggevers oude bekenden, maar de nieuwsinhoud
is niet blijven hangen.
De volgende dag blijken de toppen van de Great Smoky
Mountains niet gehuld te zijn in blauwige wolkensluier,
waaraan ze hun naam te danken hebben. Ik rij een flink
deel van de dag door het nationale park dat sterke gelijkenis
met de Ardennen of de Eifel vertoont. De wegen zijn
keurig geasfalteerd, de parkeerplaatsen zijn netjes
opgeruimd, de grasveldjes zijn mooi bij gehouden, de
herten wachten netjes met oversteken, kortom een weinig
enerverende dag.
Naarmate ik verder oostwaarts kom merk ik dat de omgeving
steeds geciviliseerder wordt en steeds meer op Europa
gaat lijken. Ik zie op de kaart dat ik niet ver verwijderd
ben van het Cherokee Reservation en ik bedenk dat dit
misschien een van de laatste kansen op een confrontatie
met het verleden kan zijn. Cherokee village blijkt echter
alleen te bestaan uit motels en souvenirwinkels. Langs
de weg staat een oude malloot met een verentooi voor
een kartonnen wigwam te gebaren dat hij tegen een kleine
vergoeding wel wil poseren voor een foto. Ik word een
beetje triest en vlucht snel weg uit deze deprimerende
omgeving. Ik besef dat bij het naderen van de oostkust
ook het hedendaagse
Amerika dichterbij komt. Het "wilde westen"
ligt niet alleen 2000 mijl maar ook 100 jaar achter
mij. Ik betreur plotseling dat ik grote stukken van
Arizona heb overgeslagen, dat ik Death Valley en het
Joshua Tree National Monument niet heb bezocht, dat
ik het Apachen reservaat in New Mexico heb gemist en
dat ik in El Paso niet de Mexicaanse grens ben overgestoken.
Een tijdlang rij ik verder met een beeld van "de
reis met de gemiste kansen", maar ik besef dat
ik niet kan omkeren. Ik geef extra gas en neem me voor
zo snel mogelijk naar New York te rijden. Ik neem 's
avonds een sirloin met saladbar bij Roy Rogers en slaap
in een motel in Hickory, North Carolina.
verder
naar deel 11 |