VERENIGDE STATEN

DEEL 6: UTAH AND COLORADO

"Toen we de grens tussen Utah en Colorado passeerden zag ik God aan de hemel in de vorm van enorme, in de zon gloeiende gouden wolken boven de woestijn die met een vinger naar mij schenen te wijzen met de woorden: "Hierlangs en doorrijden, je bent op weg naar de hemel." Uit "On the Road" van Jack Kerouac.

Wanneer ik de grens met Utah gepasseerd ben, stop ik bij Harry Goulding's Monument Valley Trading Post and Lodge hoewel ik mij bij die naam niet direct een authentieke Navajo kan voorstellen. Ik neem, tegen beter weten in, een kop koffie en loop door de grote winkel, vol geweven kleedjes, sieraden, aardewerk en in hars gegoten schorpioenen en spinnen
Wanneer ik weer buiten kom zie ik twee jongens een beetje radeloos om hun oude Chrevolet Impala heen lopen; zo te zien hebben ze de contactsleutels in de auto laten zitten. Ik ga op de bank zitten om te zien hoe ze zich uit hun situatie redden. Ze hebben geluk want de plaatselijke sheriff blijkt aanwezig te zijn en het lukt hem met een stuk ijzerdraad langs de raamrubbers van de zijdeur de auto te openen. Wanneer de jongens en de sheriff wegrijden sta ik, tevreden over de afloop, op en graai tevergeefs in mijn zak om de autosleutels tevoorschijn te halen. Door het zijraam zie ik de sleutels nog in het contact zitten en vervloek in korte tijd mijzelf, de auto, de weggereden sheriff, de handelpost en daarna de rest van de wereld. Ik ruk, zonder resultaat, aan alle deuren, blijf even besluiteloos staan en val daarna moedeloos neer op de bank. Na een poosje loop ik de winkel binnen, maar daar blijkt niemand mij te kunnen helpen. Op het moment dat ik hen verzoek om telefonisch hulp te vragen, maken ze mij er op attent dat er een auto van de AAA (American Automobile Association, de Amerikaanse ANWB) aan komt rijden. Opgelucht loop ik naar buiten en leg de redders-in-nood mijn probleem uit.

De Ford Taurus blijkt echter redelijk inbraak-proof te zijn gemaakt. De deurvergrendelaars bij de zijramen hebben geen taps toelopende kop zodat vissen met een stuk ijzerdraad via de raamrubbers geen zin heeft. De AAA-agent probeert een heel scala aan sleutels en lopers, maar zonder resultaat. Ook de deurvergrendeling blijkt een leemte in zijn kennis te zijn want via de raamrubbers tast hij tevergeefs met verschillende maten staven alle plekken binnenin de deur af. Bij mijn eerdere reeks vervloekingen heb ik de AAA-agent niet met name genoemd, maar dat corrigeer ik nu in gedachten. De agent loopt naar zijn auto en vraagt telefonisch om assistentie. Blijkbaar heeft hij op deze wijze zinvolle informatie gekregen want even later lukt het hem om met een staaf (hij heeft dus toch een mogelijkheid over het hoofd gezien) de deur te openen. Opgelucht neem ik een deel van de verwensingen terug, dank de man hartelijk en vervolg mijn reis.

In de verte doemt een spitse heuvel op, waarop een groot, plat rotsblok balanceert; de Mexican Hat. Omdat het al wat later wordt neem ik me voor om een motel te zoeken in het eerste de beste plaatsje dat ik tegenkom en Bluff City is de gelukkige. In de Verenigde Staten wordt blijkbaar elk gehucht dat uit meer dan één huis bestaat van een naam voorzien en op de wegenkaart aangegeven, want de plek bestaat uit welgeteld vierentwintig verspreid liggende huizen.

Een van de eerste gebouwen aan de rechterkant van de weg heeft op de gevel een bord aangebracht met de aanduiding "Mokee Motel". Het motel bestaat uit zes appartementjes en wordt gerund door een bejaard, kinderloos mormoons echtpaar. Op de kleuren TV is uiteraard geen lokaal station te ontvangen en ik moet mij behelpen met sneeuwige beelden van de landelijke netwerken.
Ik ga buiten een luchtje scheppen en zie dat twee huizen verder het Dairy Cafe adverteert met "59 Homecooked Meals". Er blijkt niemand aanwezig te zijn in het Dairy Cafe. Ik loop even rond en juist als ik overweeg om weer weg te gaan komt er een vrouw van een jaar of vijftig binnen stappen. Ze monstert mij en wacht op een reaktie van mij, terwijl ik hetzelfde van haar verwacht zodat we even later beiden tegelijkertijd de stilte doorbreken. Ik slaag er in haar duidelijk te maken dat ik graag wat wil eten en vraag naar de mogelijkheden. Uit de alternatieven die zij mij biedt begrijp ik dat de 59 Homecooked Meals niet allemaal op één dag tegelijk beschikbaar zijn en dat ik op dit moment kan kiezen uit een soort patat met kip en een soort kip met patat. Nou, dan weet ik wel wat ik moet kiezen en de vrouw gaat naar de keuken om een halve kip uit de vrieskist te halen. Ik laat mijn blik gaan langs de houten pioniersmuren met indianenkleedjes en vergeelde foto's van de omgeving. Wanneer een half uur later de vrouw het bord voor mij op de formica tafel zet, zie ik dat zij twee vingers van haar rechter hand mist. De grofgesneden patat, bedolven onder de ketchup, wekt even de suggestie dat ik ze beide op mijn bord terug kan vinden. De vrouw gaat enkele meters verderop naast mij staan en kijkt hoe ik de eerste stukken kip en patat naar binnen werk. "It's o.k.?" vraagt ze, ik knik en verwacht dat ze naar de keuken verdwijnt. Ze blijft echter op haar plek staan en ik krijg steeds meer moeite met het haar homecooked meal. Het is doodstil in het Dairy cafe; geen muziek, geen TV, geen geluiden vanuit de keuken, geen lawaai van buiten. Ik kijk haar aan en we knikken glimlachend. Mijn ogen gaan nogmaals langs de expositie aan de muur tot onze blikken elkaar weer treffen en we weer glimlachend knikken. Ik bestel nog maar een Budweiser, zodat ik even verlost ben van haar priemende ogen en wordt licht onpasselijk van de grote hoeveelheid vet waarin de kip en de patat drijven. Even later komt ook de moeder door een achterdeur het cafe binnen en neemt naast haar dochter plaats. Ik moet nu tweemaal zo vaak glimlachend knikken en probeer de reden van hun gedrag te achterhalen:
a Ik ben de eerste bezoeker sinds jaren.
b Het eten bevat een flinke portie landbouwgif en zij willen gezamenlijk getuige zijn van mijn laatste stuiptrekkingen voordat ze mijn creditcard en travellercheques ontvreemden.
c Ze hebben behoefte aan menselijk contact, maar hebben geen idee hoe ze dat moeten aanpakken.
d Ze zijn gedegenereerd door generaties inteelt.

Wanneer ik erg lang wacht met een volgende hap vraagt de vrouw, "Finished?" en ik knik opgelucht. Ze pakt het bord op en blijft even staan: "Where do you come from?". Op de valreep wordt er dan toch nog een mogelijkheid tot conversatie geboden en ik vertel van mijn reisdoel en de mooie dag door het Navajo reservaat. Ik prijs de schoonheid van het ruige westen, dat schril afsteekt bij het vlakke Nederland, waarop ze vol ongeloof begint te grinniken, "No mountains? Hi, hi, hi!". Haar moeder begrijpt dat ze blijkbaar iets leuk gemist heeft en komt ook naderbij. Wanneer ze door haar dochter bijgepraat is, vervalt ook zij in ongelovig gegrinnik, "No mountains? Hi, hi, hi!". De rest van de tijd blijven ze meewarig hun hoofd schudden en terwijl ik de deur achter mij dicht trek hoor ik nog steeds "No mountains? Hi, hi, hi!". In het besef dat Nederland ook een Staphorst en een Urk rijk is, til ik er niet te zwaar aan en terug in het motel pluis ik het vier pagina's grote advertentiekrantje uit dat eens per jaar wordt uitgegeven.

Ik lees dat in 1880 een groep van 250 mormonen zich aan de oevers van de San Juan rivier vestigden en de nederzetting Bluff City (Bluff = steil gebergte) noemden. Het gehucht gaat er prat op 250 inwoners te bezitten. Dat getal wekt ten eerste twijfels op over het voortplantingsvermogen van de mormonen en suggereert ten tweede een gemiddelde bezetting van ruim 10 mensen per woning. Ik denk dat ze alle passanten en overnachters ook meetellen.
Keith & Curtis Jones zijn de kleinzonen van de beroemde pionier Kumen Jones (?) en bezitten een winkel "K&C Store (in the center of town)". Vooral de mededeling tussen haakjes is zeer nuttig: er blijken dagelijks tientallen mensen rond te dwalen tussen de vierentwintig huizen, op zoek naar de K&C Store terwijl ze niet weten dat ze daarvoor gewoon in het centrum van de stad moeten zijn!

De volgende morgen praat ik nog even met de bejaarde eigenaar van het motel. Zijn vrouw blijkt naar de kerk te zijn. Hij beklaagt zich over de geringe aantrekkingskracht die Bluff City op jonge mensen uitoefent; bijna alle jongeren trekken weg naar de grote stad. De gemiddelde leeftijd in het gehucht is ongeveer zestig jaar en hij is bang dat de staat Utah er binnenkort een ghosttown bij krijgt. Ik vermoed dat dat de aantrekkingskracht van het gehucht alleen maar kan vergroten en dat voor hem, als motelhouder, nog gouden tijden kunnen aanbreken. Hij accepteeert de ontwikkelingen echter gelaten en wanneer ik in de auto stap vertrouwt hij mij nog een "Have a nice trip and enjoy yourself!" toe.

The Learning Annex:
How To Talk To Your Parents About Inheritance
Do you wish you could talk to your parents about their financial situation, their plans for advanced old age and the details of their will? Children often feel like vultures when approaching their parents about their will or their money, but it may be the only way to avert real problems. On the other side, parents may have such anxiety about becoming feeble and dependent on their children that they don't even want to talk about finances. To help you deal rationally an comfortably with the issues of inheritancee, The Learning Annex has prevailed upon two experts in the field. Dan Fish is a partner with Freedman and Fish, a law firm specializing in problems and concerns of the elderly. Harriet Blumberg is a social worker with Brookdale Center on Aging at Hunter College. In this course, Mr.Fish and Mrs.Blumberg will review the legal, financial and emotional issues that you must face when approaching your aging parents. Shouln't you be there? If possible, bring your parents along.
Course 316 Sec.A Sept.14 6:30-9:30pm Course fee $22


Ik vervolg mijn route door de stoffige zandvlaktes van Utah en stop ruim een uur later bij het Chuckwagon Cafe in Monticello voor een Navajo Taco.
Via Route 666 (één zes teveel?) rij ik de staat Colorado binnen en zet koers naar het Mesa Verde National Park voorbij Cortez. Tot ongeveer 1300 woonde een indianenstam, de Anasazi, in rotswoningen die gebouwd waren onder enkele grote overhangende rotsen. Een 35 kilometer lange, bochtige weg door een groene vlakte leidt mij naar de ruïnes van Chapin Mesa ("Where the Spirits Rise!"). Ik realiseer mij dat het mij moeite kost om het stereotiepe beeld van nomadische, krijgszuchtige indianen in wigwam's los te laten, wanneer ik geconfronteerd wordt met de fascinerende rotswoningen. Via een trap daal ik af in een kiva, een Hopi-woord voor een onderaardse ceremoniële ruimte. Ik verbaas me over de vele overeenkomsten met oude Europese culturen; huizen van blokken zandsteen, manden, potten, handwerktuigen en geweven kleden.

verder naar deel 7

HetWereldVenster

 

 

 

 

     

 

 

 

 

 

 

Google