|
Verenigde Staten reisverhaal reisinformatie reisverslag wereldreis reis vakantie info USA
VERENIGDE STATEN
DEEL 1: CALIFORINA - SAN FRANCISCO
"Ik wandelde als een afgetakelde geest naar buiten
en daar was Frisco - lange fletse straten met tramkabels versluierd
in een waas van witte mist." Uit "On the Road"
van Jack Kerouac.
Vanuit het vliegtuig zie ik een geheel in mistsluiers gehulde
stad aan de Pacific Ocean. Dus dit is San Francisco. "If
you're going to San Fransisco, be sure to wear a flower in
your hair" zong Scott McKenzie in de hoogtijdagen van
de stad als hippie-centrum. Hoewel die dagen voorbij zijn
is San Fransisco in veel opzichten nog steeds een buitenbeentje
tussen de Amerikaanse steden. Mensen noemden haar "Baghdad
by the Bay", "the cool, grey city of love"
of "the kook capital of the world". Alle omschrijvingen
zijn van toepassing op San Fransisco met een bont gekleurde
bevolking van Mexicanen, Chinezen, Italianen, Negers, hippies,
homo's, kunstenaars en muzikanten.
Op het vliegveld sturen de gele borden mij naar de balie
van Hertz, waar ik mijn gereserveerde Ford Escort in ontvangst
hoop te nemen. Daar beleef ik mijn eerste aangename verrassing,
want er blijkt een Ford Taurus te wachten op een chauffeur
om terug gebracht te worden naar New York. Zonder veel formaliteiten
en met een "Have a nice trip and enjoy yourself!"
worden mij de sleutels overhandigd. Ik neem plaats in de cockpit
en neem gedurende enige minuten de vele knoppen, lampjes en
schakelaars van de cruisecontrol, automaat en airconditioning
in mij op. Tenslotte is mijn behoefte aan veiligheid toch
groter dan mijn zelfrespect, ik stap weer uit en vraag aan
een schoonmaak-medewerker om een stoomcursus "Amerikaanse
auto's rijden".
Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is stapt de man
in en illustreert gedurende enige tijd alle faciliteiten die
de Taurus biedt. Met een "Have a nice trip and enjoy
yourself" stapt hij uit, pakt zijn bezem en hervat het
werk zonder verder om te kijken. Ik kan de basishandelingen
gelukkig reproduceren en draai de Bayshore Freeway 101 op.
Weldra suis ik tussen vier rijen auto's, eigenlijk geen goede
term voor de vaak wanstaltig grote, kamerbrede bakken, de
buitenwijken van San Fransisco binnen. Opvallend weinig stoplichten
leiden het verkeer over de achtbaanachtige wegen door het
centrum.
Ik stop bij een kruising omdat ik een auto van rechts zie
aankomen. Deze auto stopt echter ook en achter mij drukt een
chauffeur op zijn claxon. Ik rijd daarom door en veronderstel
dat, in tegenstelling tot hetgeen men mij in Nederland verzekerd
heeft, blijkbaar verkeer van links voorrang heeft. Nadat geen
van de volgende kruisingen mijn nieuwe hypothese bevestigt,
ontdek ik eindelijk een regelmaat in de verkeersstroom bij
elke kruising: de auto die als eerste aankomt heeft voorrang!
Deze rechtvaardige verkeersregel zou in elk ander land ter
wereld een volstrekte chaos tot gevolg hebben, in dit land
verloopt het, dankzij de discipline en het respect van de
automobilisten, echter vlekkeloos.
Wanneer het inmiddels donker is geworden rijd ik naar mijn
hotel nabij Union Square, waar de hotelboy de auto in de bewaakte
parkeergarage parkeert. Vanuit mijn hotelraam kijk ik uit
op Mitchell Brothers "O'Farrell Theater": een zeeblauw
gebouw, beschilderd met dolfijnen en walrussen, dat uit de
sixties lijkt te stammen, maar dat nu echter in gebruik is
als pornotheater. Op de hoek van de straat koopt een man The
Examiner uit een krantenautomaat en struikelt, tijdens het
lezen, vervolgens over de witte brandkraan. Om het acclimatieproces
te versnellen loop ik nog een blokje om; met allemaal onderling
loodrechte straten is deze term nergens zo letterlijk van
toepassing als in dit land. Ik neem een grote milkshake (kleine
milkshakes zijn niet te koop!) en breng mijn eerste nacht
door in een kingsize bed.
De volgende ochtend stap ik in de auto om de Golden Gate Bridge
te bekijken, maar de brug is wederom in nevelen gehuld. Er
wordt tol geheven wanneer men via de brug de stad uit wil,
de stad in is tolvrij (welke filosofie zou er achter deze
keuze zitten?). Aangezien de mist pas in de loop van de dag
zal verdwijnen rij ik weer de stad in en stop bij het Hard
Rock Cafe aan de Van Ness Avenue. Het cafe hangt vol met relikwieën
van popsterren uit het heden en het verleden: servetten met
teksten van de Beatles, gouden platen en een jumpsuit van
Elvis, gitaren van Sting, Sammy Hagar en ZZ Top, enzovoort.
Evenals in Nederland zijn de grote Amerikaanse biermerken
niet erg in trek bij het moderne, jonge publiek. Een merk
als Budweiser wordt toch teveel geassocieerd met baseball,
bierbuiken en popcorn. In het Hard Rock Cafe drinkt vrijwel
iedereen het zeer trendy Mexicaanse merk Corona. Nummer twee
op de omzetlijst wordt gevormd door de grote Hurricane-cocktails.
Autorijden in de stad maakt duidelijk waarom elke Amerikaan
in een automaat rijdt. Er dient zo vaak gestopt te worden
op steile wegen dat de "hellingproef" met een Europese
schakelauto een zenuwslopend karwei wordt. Met een automaat
is het simpel gas geven/gas los en de de auto rijdt/stopt
naar wens. Comfort en gemak is waar het om draait en dat geldt
niet alleen voor auto's, maar ook voor wonen, kleding en eten.
Het zal hen een rotzorg zijn om voor truttig, dom of excentriek
te worden versleten: als het maar gemakkelijk is. Iedere toerist
die het autorijden in de stad eenmaal onder de knie heeft
gaat zijn vaardigheden testen in Lombard Street, "the
crookedest street in the world". Over een afstand van
enkele honderden meters rijdt men via een tiental haarspeldbochten,
meestal in kolonne, omlaag met een hellingspercentage van
veertig procent, langs voorbeeldig onderhouden bloemperken.
Ik parkeer de auto op een helling op de voorgeschreven wijze:
voorwielen naar het trottoir draaien, auto in versnelling
zetten, handrem aantrekken (wanneer men dit achterwege laat
op een straat met een helling van meer dan drie procent riskeert
men een boete van 20 dollar). Overal staan borden om de parkeerder
hier op attent te maken en wanneer iemand het vergeet snellen
inwoners toe om hier op te wijzen. Blijkbaar maken nog regelmatig
onbemande auto's een joyride heuvelafwaarts. Ik loop naar
het piramidevormige Transamerica Building en kijk vanaf 27e
verdieping uit over Chinatown, de Coit Tower, een toren in
de vorm van een brandweerspuit, die als een fallus omhoog
rijst uit de schaamheuvelachtige Telegraph Hill en links ervan
op de achtergrand het voormalige gevangeniseiland Alcatraz,
dat trouwens verrassend dicht bij de kust ligt.
Hier hebben illustere figuren als Al Capone, "Machine
Gun" Kelly en de "Birdman" een tijdlang onvrijwillig
doorgebracht. Veel huizen hebben platte daken met terrasjes
en vooral tegen lunchtijd op zonnige dagen wordt er veel gebruik
van gemaakt. Het klimaat is het gehele jaar door mild; een
gemiddelde temperatuur van 11 tot 17? C heeft tot gevolg dat
de winters mild en de zomers koel zijn. Opvallend is ook het
relatief geringe aantal wolkenkrabbers en kantoorflats. Niet
voor niets wordt San Francisco ook de meest Europese stad,
eigenlijk een heel groot dorp, van Amerika genoemd.
San Francisco is verschillende malen getroffen door een
aardbeving, maar de meest verwoestende aardschok vond plaats
op 18 april 1906. De eerste beving duurde ongeveer een minuut
en leidde tot het instorten van zowel luxe villa's in Nob
Hill als van krotten in China Town. Zoals zo vaak dachten
velen ook nu weer dat de Dag des Oordeels was aangebroken.
Na een onheilspellende stilte van zo'n tien seconden volgde
een tweede beving die het werk afmaakte wat de eerste beving
had laten liggen. In de suite van het Palace Hotel verbleef
op dat moment Enrico Caruso, die bang was dat zijn stembanden
beschadigd waren. Op advies van de dirigent Alfred Hertz gooide
hij de ramen open en zong uit volle borst voor het angstig
vluchtende volk op de straat.
Veel gebouwen die de beving hadden overleefd werden alsnog
het slachtoffer van de brand, die nog gedurende vier dagen
zou blijven woeden. De inwoners van San Francisco zijn trots
op hun herbouwde stad. Kosten nog moeite worden door de positivo's
gespaard om oude houten Victoriaanse huizen uit de 19e eeuw
te behouden. Slechts weinig huizen hebben de vele grote branden
en aardbevingen overleefd. Het culturele erfgoed wordt nu
voortdurend gerestaureerd en goed onderhouden. Vrijwel alle
houten huizen zijn keurig geschilderd in allerlei pasteltinten
en de nieuwere huizen worden in vormgeving niet gehinderd
door grijze schoonheidscommissies.
Een van de meest gefotografeerde plekjes wordt gevormd door
een rij Victoriaanse huizen in Steiner Street bij Alamo Square.
Vanaf de tegenoverliggende heuvel probeert iedereen de overbekende
foto uit elke reisfolder en vakantiegids met zijn of haar
eigen camera te reproduceren. Zelfs bussen Japanners, zoals
altijd uitsluitend reizend in groepsverband en bewegend alsof
ze door onzichtbare ketens bij elkaar worden gehouden, arriveren
en vormen gedisciplineerd een rij. De tijd is rijp voor een
foto-platform waarvoor iedereen een nummertje moet trekken.
In de Montgomery Street loop ik langs de meest roemruchte
bank van Amerika: de Wells Fargo & Company. Om de herinnering
aan de wildwest-tijd levend te houden staat er een Concord
postkoets, the Wells Fargo Overland Stage, waarmee de dienst
tussen Carson City in Nevada en Californië werd onderhouden,
in het hoofdkantoor opgesteld. In de vitrine ligt nog gouderts
uit de tijd van de Goldrush, waaraan de stad zijn ontstaan
te danken heeft. De Wells Fargo transporten werd aan het eind
van de vorige eeuw regelmatig lastig gevallen door een man
met een lage stem en een Ku Klux Klan-achtig masker. De man
gebruikte nooit een vuurwapen, was altijd te voet, maar hield
de koets aan en ontfermde zich over de inhoud van de geldkist.
In de lege kist trof men na afloop steeds vierregelige gedichten
aan, die waren ondertekend door "Black Bart the Po8".
Pas na enkele tientallen overvallen lukte het de Wells Fargo
detective James Hume om Charles Boles, alias Black Bart, te
ontmaskeren.
In Sacramento Street opende Levi Strauss in 1853 zijn eerste
winkel. Vanuit New York was hij met een klipper om Zuid-Amerika
heen gevaren om canvas tentdoeken te gaan verkopen in San
Francisco. Daar bleek echter totaal geen markt voor tentdoek
te zijn. Toen bleek dat er een grote behoefte aan sterke broeken
was, maakte hij van de nood een deugd en maakte broeken van
zijn tentdoek. Na enkele jaren ging hij stevig katoen uit
Nimes Frankrijk importeren, dat de naam "Serge de Nimes"
droeg. Hij verfde de stof donkerblauw en de naam verbasterde
tot denim. De broeken krompen, verkreukelden en verkleurden
maar dat was voor de mijnwerkers geen probleem; ze sprongen
in een trog met water en gingen in de zon zitten, waarna de
broek kromp tot de gewenste afmetingen.
In 1873 kwam een kleermaker in Nevada op het idee om de veelvuldig
uitscheurende zakken te verstevigen met kleine koperen klinknagels.
Dit vergrote de populariteit van de jeans nog meer, maar één
van Strauss's opvolgers merkte dat de koperen klinknagels,
die ook in het kruis van de broek waren aangebracht, uitstekende
warmtegeleiders waren. Voor cowboys en mijnwerkers, dichtbij
een kampvuur, was dit uiteraard een onoverkomelijk probleem.
Pas toen de klinknagels op deze plek weer werden verwijderd
kon pas de echte grote doorbraak komen.
Little Italy, de Italiaanse wijk in North Beach is een van
de weinige plaatsen in Amerika waar je echte koffie en capucino
kunt krijgen. In de rest van het land wordt onder de naam
koffie een bruin verdund bocht verkocht. Ik vraag mij af:
hebben ze eerst de aanbieding "free refill" verzonnen
en vervolgens de koffie zo vies gemaakt omdat er teveel gebruik
van werd gemaakt, of was de koffie altijd al zo smerig en
proberen ze door de "free refills" dat spul nog
een beetje af te zetten?
In Powell Street stap ik op de Cable Car. Sinds 1873 klimt
en daalt deze unieke vorm van vervoer over de heuvels van
San Fransico. Er zijn tegenwoordig nog slechts drie lijnen
over, die voor een groot deel door toeristen worden gebruikt.
In 1964 kreeg de Cable Car de status van nationaal monument
en in 1984 werd maar liefst 60 miljoen dollar besteed aan
een grondige opknapbeurt van het gehele systeem. Kreunend
en knarsend bereikt de kabeltram de halte bovenop Nob Hill,
waar de luxe villa's van de vroegere goudmagnaten en de spoorwegbaronnen
geconcentreerd zijn. Tijdens de afdaling komt de tram hortend
en stotend tot stilstand op een hoek van Washington Street.
De zwarte "gripman", die de greep bedient waarmee
de tram aan de kabel vastzit, maakt duidelijk dat het contact
met de kabel weg is en dat een veiligheidsrem de tram tot
stilstand heeft gebracht. Aangezien het enige tijd kan duren
voordat de storing verholpen is stap ik uit en ga te voet
verder.
Ik wandel door Chinatown, waar slechts met moeite Engelstalige
reclameborden te ontdekken zijn. Een wijk vol lampionnen,
pagodes, boeddha's, wierook, draken, theehuizen, restaurants
en wasserettes. Er zijn slechts weinig bevolkingsgroepen die
zich zo consequent kunnen afzonderen om hun eigen cultuur
en tradities in stand te houden. In principe kan een chinees
zijn gehele leven in Chinatown doorbrengen zonder in aanraking
te komen met de Amerikaanse "cultuur". Wonderlijk
genoeg wordt beweerd dat de beste apple pie afkomstig is van
The Tong Hing Pastry Shop.
's Avonds loop ik over Broadway waar de vele clubs en shows
de zoekers naar nachtelijk vertier proberen aan te trekken.
Veel neonlichtreclame zoals "El Cid, he & and she
sensuos love", "Adam & Eve, live in action",
"Tunnel of love", Carol Doda, topless, love act",
"Chi Chi, the most beautiful girls". Haight street,
in de zestiger jaren het centrum van de hippies en in de zeventiger
jaren overspoeld met punkwinkels en gay-shops, is ook in de
negentiger dé ontmoetingsplek voor jongeren. Geen Psychedelic
Shop, Centre for Zen-Bhoedism of League for Sexual Freedom
meer, maar gewoon eigentijds vermaak. In een piepkleine bar,
"The Nighbreak" 1821 Haightstreet, speelt Chris
Isaak met zijn band een thuiswedstrijd op een podium van enkele
vierkante meters.
De volgende dag besluit ik San Francisco te verlaten en verder
te reizen naar het zuiden, richting Los Angeles. Ik breng
nog een bezoek aan het kantoor van de AAA (American Automobile
Association) op 150 Van Ness Avenue. Ik word geholpen door
een vriendelijke, oude man, die vraagt of ik lid ben van de
AAA. Ik antwoord dat ik lid ben van de Dutch triple-A, waarop
hij verrast uitroept: "Ah, the ANWB!". Ik leg hem
mijn coast-to-coast reisplan voor en vraag om routekaarten
en verdere informatie. De man neemt vervolgens gedurende bijna
een uur uitgebreid de gehele route met mij door en verzamelt
vervolgens vijftien boeken over de verschillende staten (ik
lees op de voorkant: Retail Value $7.00). Bovendien stelt
hij twee dikke Triptik's, gedetailleerde routekaarten met
aanvullende informatie, samen en overhandigt alles aan mij
met de boodschap: "Have a nice trip and enjoy yourself!".
Een beetje beduusd over zoveel gratis service en informatie
verlaat ik San Francisco.
verder
naar deel 2 |