Tobago, informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag, info, foto's

Tobago: steelbands en mot-mots

(tekst en foto's: Marianne Bekkering)

deel 2/3

3e dag: Grafton Bird Sanctuary

De volgende dag is het wisselende qua weer. Soms stralende zon en soms even een licht buitje regen. Maar altijd lekker warm. De ochtend brengen we luierend door op het strand, onder de palmbomen met een goed boek, gezellig met 3 van de honden om ons heen die érg graag geaaid worden. In de kamer ligt een folder waarin ze waarschuwen dat dit "wild annimals" zijn en als zodoende niet te vertrouwen. Nu, "wild" zijn ze zeker niet: ze weten niet hoe snel ze al kwispelend bij je moeten komen!
Er is niet zo héél veel te doen op dit eiland dus je moet het goed verdelen over de dagen. Zo tegen 14 uur kleden we ons om voor het volgende programma deel, het vogel reservaat.

Eerst naar de oude suikerriet plantage, Arnos Vale, met het grote waterrad.
Prachtige tuin maar weinig uitgezette paden dus we besluiten vervolgens naar het vogelreservaat iets verderop te gaan, Grafton Bird Sanctuary op een oude cacao plantage. Ook deze plantage is in 1963, na de orkaan , door de eigenaren tot een vogelreservaat gemaakt. Hier zijn wél paden uitgezet en de omgeving is erg mooi en tropisch weelderig. Ook hier worden de vogels om 16 uur gevoerd, zodat je ze goed kan zien. Echt van álles komt hier op af !! Van grote vogels tot de piepkleine kolibries, van grijs tot bontgekleurd.

Veel kolibrie soorten, prachtige blauwe en roestbruine vogeltjes én een Mot-Mot, dé vogel van Tobago. Een prachtig beest met een blauwe kop, een roestbruine borst en een blauwe/groene rug en staart. We lopen een uurtje met een gids rond die dus véél meer ziet dan wij, en van alle vogels de namen en gewoontes vertelt. Heel leuk om te horen. Dit doet hij grotendeels voor de toeristen waarvan er nu - tot ons plezier - maar weinig zijn zodat we rustig pratend met hem kunnen ronddwalen. Om 18 uur wordt het hier donker dus weer tijd om naar het hotel te gaan en om te kleden voor het diner in de Sea Horse Inn dat we gisteren besproken hebben. Niet op het terras i.v.m. de regen die inmiddels weer in alle hevigheid terug is, maar op de - open - bovenverdieping. Vanavond een heerlijke schrimp-coconut-curry. Om het compleet te maken is er ook life steelband muziek, dus wat wil je nog meer.

4e dag: Speyside

De 4e dag verkassen we naar Speyside, het meest oostelijke deel van het eiland. We hebben er bewust voor gekozen om op de 2 uiterste delen van het eiland te verblijven omdat je door de slechte wegen niet zulke grote afstanden af kunt leggen. Op deze manier kan het veel relaxter. De ochtend wordt nog lezend op het strand doorgebracht, waarbij we gezelschap krijgen van Lorna - de "beach massage lady". Geen massage maar wel even gezellig babbelen. Om 12 uur gaan we op pad en rijden in 3 uur, kris kras over het eiland , naar Speyside. Het eiland is maar 42 km lang maar de wegen zijn erg bochtig door de bergen en er zitten ook veel grote gaten in het wegdek zodat je niet meer dan en gemiddelde van hooguit 30 km/uur haalt.

Wel prima eigenlijk, dan kan je rustig om je heen kijken. Je hebt regelmatig een prachtig uitzicht. De Tobaganen zelf zetten als ze willen de auto gewoon midden op de weg stil om een praatje te maken, en iedereen rijdt er heel rustig omheen. Handig ook te weten voor als je een foto wilt maken. Prachtig, weelderig groen landschap weer. Flink heuvelachtig met zo nu en dan uitzicht op een baaitje met zandstrand in de diepte onder je. Het is echt een schitterend mooi eiland!


de weg aan de noord kant van het eiland, vlak voor English Bay

English Bay

Het laatste deel van de route is langs de noordoost kust, langs English Bay en Bloody Bay. Volgens zeggen hebben de Engelsen en de Fransen hier zo'n hevige strijd gestreden dat de zee er rood door kleurde. Vandaar de naam. En dan verder langs het "Tobago Main Ridge" regenwoud Reservaat. We komen ook langs de "Gilpin trail" waar we in de komende dagen willen gaan lopen.

De gids springt al enthousiast de weg op als we aan komen rijden en we overleggen even met hem. Vandaag is niet zo handig omdat we alle bagage in de jeep hebben zitten, die niet is af te sluiten. Je hebt hier - volgens internet - dichte begroeiing met slingerplanten tot relatief open gebieden, en verderop weer echte "jungle" met varens, lianen , bamboe en palmen. Moet wel erg mooi zijn!! Het zal trouwens een hele klus worden om dit zónder gids te lopen, wat we eigenlijk het liefste zouden doen. Enfin, we zien wel.

We rijden door over de rain forrest ridge naar Roxburough en slaan daar af naar het noorden richting eindbestemming. Ons hotel - Blue waters inn - ligt een eindje van het plaatsje af en is een aangename verrassing. "Very laid back", aan een strandje dat is omzoomd met sea greap bomen. Heerlijk relaxed sfeertje.


craig hall/ in het midden van het eiland

het strandje bij Blue Waters Inn

We zetten de bagage in de kamer en gaan weer naar het dorp voor de lunch. We geven een lift aan een jongen die duik instructeur blijkt te zijn. Het zeewater is enórm troebel door de modder die door de regen de afgelopen maanden van de bergen komt, en je ziet dus ook weinig met duiken en snorkelen. Dieper is het ietsje beter maar in het deel meer aan de kust is het water echt bruin en flink modderig -- Zoals hij zegt : "Girl... It's like the Amazone river..... you cán't see nothing"

Als je boven op de berg staat zie je duidelijk de afscheiding in het water. Helaas pindakaas, het wordt dus niet "vissen kijken" deze vacantie. Vanaf november is het weer hier al danig van slag. Officieel is het nu het droge seizoen met maximaal 3 dagen regen /maand maar vanaf november is het bar en boos met bijna dagelijks regen, met veel landverschuivingen en daardoor ook deels weggeslagen wegen door de modder. De wegen aan deze kant van het eiland zijn zelfs een tijdje helemaal gesloten geweest en ons hotel, dat onderaan een berg ligt , is in november ook deels door de modder bedekt geweest. Moet zeggen dat ze er wel erg snel bij zijn om alles weer op orde te krijgen en te repareren.

"Jenna's tree house" , waar we laat in de middag lunchen, is een restaurant dat rondom/in een "almond" boom is gebouwd, wat een leuk effect geeft. Als je binnen zit heb je wel een beetje het gevoel in de boom zelf te zitten. Ik had dit ook al op het internet "gespot" , en bovendien hoorden we van een "Tobagaanse" dat het ook haar favoriete restaurant is aan deze kant van het eiland. Een betere aanbeveling kan je niet hebben.

In eerste instantie worden we wat nurks ontvangen maar dat draait later wel bij. Het valt ons trouwens wel op dat de bevolking hier minder spontaan en vriendelijk is dan op b.v. Jamaica. Het eten is prima. Je kunt kiezen uit de vis, kip, garnalen of kreeft variant. De gerechten eromheen zoals salade,een soort macaroni en rijst zijn identiek. Wij nemen de vis variant en dat smaakt prima. Een lekkere pittige saus erbij. Gezellig gekwetter van de vele vogels in de sea grape boom en het ruisen va de golven als achtergrond muziek.

 

verder naar "Tobago: steelbands en mot-mots" deel 3

 

 

     

 

 

 

 

 

 

Google