|
Mexico, informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag, info, foto's, Midden Amerika
Drie weken rondreizen in Mexico
Mexico reisverhaal: verslag van een reis door Mexico 1999
(tekst en foto's: Geja en Michael Rijsman)
deel 2/3
vrijdag 21 mei 1999
We staan om zeven uur op, zodat we redelijk op tijd in Oaxaca
(WA-HA-ka) kunnen zijn. We hebben nog ontbijtbonnen dus daar
maken we gebruik van en gaan dan met de bagage op pad. We
hebben ook al snel een bus naar CAPU (het busstation), maar
als die ons dropt, kunnen we het niet meteen vinden. We sjokken
een blokje om en zien het dan toch liggen. De teleurstelling
is groot als blijkt dat er pas om kwart voor elf een bus gaat.
De vorige (niet de luxe) ging om vijf voor half acht en het
is nu al half negen. Dat wordt dus wachten. In de hal is het
nogal tochtig, maar gelukkig ontdekt Michael tijdens een wandelingetje
de wachtruimte van ADO (de busmaatschappij) waar achterop
een aantal stoelen de zon schijnt. Het wachten gaat vrij snel,
maar we zijn toch blij als we de bus ontdekken. Wel gek dat
de bus toch weer een ander nummer heeft dan we verwacht hadden.
Tijdens de busrit worden twee nogal oude films gedraaid en
er wordt een tussenstop gemaakt in Tehuacán, waar ook
wat mensen in- en uitstappen. Om kwart voor vier komen we
aan in Oaxaca.
Bijna gaan we meteen naar de stadsbus, maar net op tijd denken
we aan de bus naar San Cristobal. Na twee keer in de verkeerde
rij te hebben gestaan (ADO heeft zijn bus blijkbaar teruggetrokken)
hebben we kaartjes voor zondag de 23e om half acht 's avonds.
Dat wordt dus maar twee overnachtingen in Oaxaca. We vinden
snel een stadsbus en stappen een paar straten voor de wijk
met hotels uit. De bus heeft trouwens een bijzonder uiterlijk,
je kunt niet naar binnen kijken en in de bus worden allerlei
verzamelingen bewaard. Het eerste hotel wat we gaan bekijken
is Posada del Carmen. Na wat onduidelijkheden met de receptioniste,
biedt ze ons aan de kamer te laten zien. Het is eenvoudig
maar schoon en iets groter dan in Puebla, dus we nemen de
kamer. Detail is dat de receptioniste erg veel moeite heeft
met het openen van de deur. Dat heeft Michael vervolgens ook,
maar de schoonmaakster legt ons uit dat het slot de verkeerde
kant om open gaat. Het slot blijkt op de kop geplaatst te
zijn. Omdat het al tegen vijven is en we tussen de middag
alleen koekjes gegeten hebben, besluiten we op zoek te gaan
naar een bank en een restaurant.
Vlak bij het centrum zijn dezelfde tenten op straat gemaakt
als die we in Mexico City zagen. Oppassen voor de touwen,
anders wordt je opgehangen. Overal hangen spandoeken, maar
we begrijpen ze niet zo goed. Als we richting ATM lopen, beginnen
alle mensen aan een demonstratie. We zien spandoeken met teksten
als Cañada en Education Libre of iets dergelijks. We
weten nog steeds niet waar het precies om gaat, maar in ieder
geval is de optocht vrij vredig. Wel is het straatbeeld van
Oaxaca totaal anders dan we verwacht hadden, met zelfs tenten
op de Zócalo. We eten enchiladas bij El Meson, waarbij
we ook de Mexcales de Oaxaca proberen. In plaats van gerechten
blijken het borrels te zijn.
De enchilada met chili zijn bijzonder heet en Michael haalt
dan ook bij de laatste twee de pepers eruit. Nu hebben we
dus enchilada met zonder chili. Het smaakt allemaal minder
lekker dan we naar aanleiding van de tekst in de Lonely Planet
verwacht hadden. We willen koffie drinken bij Terranova Café,
maar rokers en boormachines drijven ons weg. We lopen wat
rond en zijn bij ons hotel voor we het door hebben, dan maar
terug naar de Zócalo waar we uiteindelijk bij Del Jardin
twee koppen koffie nemen. We zien een stel lopen waarvan we
zeker weten dat het Hollanders zijn, zouden we ze later tijdens
onze reis opnieuw tegenkomen? Vervolgens gaan we terug naar
het hotel, waar de douche een tegenvaller is, koud en een
veel te harde, niet verspreide, straal.
zaterdag 22 mei 1999
Vandaag is het de 22e mei, dus Michael's 30e verjaardag. Rond
negen uur staan we op en vertrekken richting het 2e klas busstation.
Onderweg kopen we nog wat koeken voor het ontbijt, waardoor
we twee minuten over tien op het busstation aankomen. Aangezien
de bus precies op heel en half gaat, moeten we nu bijna een
half uur wachten op de volgende bus. Het is een flinke klim
naar Monte Albán, maar de bus redt het toch in een
half uurtje.
We bekijken eerst het museum en lopen dan naar de ruïnes.
Michael wordt duidelijk al wat ouder, want hij blijft maar
herhalen: "het is best wel groot". Dat klopt, want
we kunnen heel wat trappen op en af lopen. Helaas is het nogal
heiig, dus echt van het uitzicht genieten is er niet bij.
Om één uur komt de bus ons weer ophalen. We
gaan nog wat rondlopen in Oaxaca, helaas zijn de demonstranten
er nog steeds. Om onduidelijke reden zijn nog steeds geen
banken of wisselkantoren open en als ze wel open zijn, hebben
ze geen pesos! We vragen bij het bureau van toerisme waar
we morgen onze bagage kunnen droppen, waarop we Youth Hotel
en 1ste klas busstation als antwoord krijgen.
Omdat het een leuk idee lijkt om morgen naar een indianendorp
te gaan, gaan we op zoek naar een boekingsbureau, maar die
hebben helaas geen reizen voor zondag. Tussen de middag eten
we niet zo quick bij Quicky. Ik neem een salade en torta en
Michael neemt taco's. Voorlopig zitten we vol. We gaan terug
richting het hotel via een markt met lokale artikelen. We
zoeken poppetjes voor heroquest, maar niets is klein genoeg.
Wel hebben ze prachtige draken en het t-shirt wat ik op Monte
Albán voor Michael heb gekocht voor 80 pesos, kost
hier maar 50 pesos. In het hotel gebruiken we de douche die
nu wel warm is en daarna nemen we de tijd om ansichtkaarten
aan ouders en mijn werk te schrijven.
zondag 23 mei 1999
Vanochtend slapen we uit en blijven luieren op de kamer. Vervolgens
lopen we met de bagage richting het 1e klas busstation dat
in het noorden van de stad ligt. Halverwege besluiten we toch
maar een bus te nemen. Michael denkt dat hij geen zes pesos
meer aan kleingeld heeft, dus geeft hij het jochie in de bus
een briefje van vijftig. Daar heeft hij geen wisselgeld voor,
dus moet Michael wachten. Tegen 't einde van de rit probeert
de jongen het briefje te wisselen bij een tankstation, maar
dat lukt niet. Als we bij het busstation aankomen, maakt de
jongen het wisselgeld (allemaal vijfjes) compleet door wat
uit zijn eigen beurs te halen. Als Michael buiten beter in
zijn beurs kijkt, blijkt er toch precies zes pesos kleingeld
in te zitten, nu voelt hij zich wel schuldig.
We droppen de bagage op het busstation en gaan lopend de
stad in. We gaan even in een parkje op een bankje zitten en
gaan dan naar de Templo de Santo Domingo. Die blijkt echter
tot vijf uur gesloten, dus dan gaan we maar weer helemaal
naar het zuiden van de stad, naar de ambachtsmercado. Die
blijkt op zondag toch niet helemaal opgebouwd, maar we zien
nog wel een leuk T-shirt en een leuk klein typisch Oaxaca
houtschilderkunst klein poppetje (duivel-monstertje). De laatste
moet 40 pesos kosten volgens het jochie dat alle zaakjes hier
lijkt te runnen, dat vinden we teveel, dus we nemen 'm toch
maar niet. We gaan weer terug naar het centrum om te eten.
Vervolgens opnieuw naar het noorden van de stad. In een echt
handwerkwinkeltje kopen we een prachtige gekleurde zon en
maan voor aan de muur.
Vervolgens gaan we richting het museum naast de Templo de
Santa Domingo waar ze een prachtig gouden masker in een vitrine
hebben liggen. We proberen de sluitertijd van onze nieuwe
camera uit, maar weten duidelijk nog niet hoe we hier precies
mee om moeten gaan. In het museum bevindt zich een glazen
plaat waarop je kunt gaan staan en naar beneden kunt kijken.
Ik verras Michael door zelfs bereid te zijn hier op te gaan
staan. Op het plein voor de Templo de Sante Domingo gaan we
een boek lezen in afwachting van het opengaan van de kerk.
Deze kerk is van binnen absoluut de mooiste die we tot dusver
gezien hebben. Overal goud en schilderingen.
Omdat we nog steeds tijd over hebben voordat de bus gaat,
gaan we opnieuw naar het parkje in de buurt van het busstation,
waar we nog een tijdje zitten te lezen. We kopen ook maar
wat water en eten een pizza om de tijd te doden. Om half acht
vertrekt de bus dan eindelijk. Onderweg wordt een al bekende
film gedraaid, waar we nu ongeveer de helft van zien. De weg
heeft soms behoorlijk slecht asfalt en slingert enorm. Bovendien
gaat er een rode lamp branden en begint een alarm te piepen
als de bus harder dan 90 kilometer per uur gaat. Kortom Michael
slaapt wel wat, maar ik nauwelijks.
maandag 24 mei 1999
| We arriveren om half acht in San Cristóbal
de las Casas en om acht uur zitten we al in een hotelkamer
in hotel Capri. We hebben alleen niet genoeg geld voor
drie overnachtingen, dus eerst lopen we naar de bank,
die pas om half negen open blijkt te gaan. Als we om half
negen in de bank staan, blijkt dat Travellers Cheques
pas vanaf negen uur ingewisseld kunnen worden. We lopen
nog maar een blokje om en proberen het om negen uur opnieuw.
Dit keer lukt het wel en krijgen we zelfs redelijk snel
ons geld tegen een gunstige koers. |
|
Als we terug zijn in het hotel, betalen we de rekening en
gaan we nog even bijslapen. Om twaalf uur staan we weer op
en gaan we richting het centrum. We zouden vanmiddag nog wel
willen paardrijden, maar bij de boekingskantoren blijkt dat
dit alleen 's ochtends kan. We gaan diverse boekingskantoren
af en bezoeken in de tussentijd de Cathedral van San Cristóbal
de las Casas. Bij het meest betrouwbaar ogende boekingskantoor
boeken we uiteindelijk voor morgen een trip naar de Cañón
del Sumidero en voor morgen een rit te paard naar een indianendorp.
We gaan weer eens lekker uit eten. Het is hier erg goedkoop,
ik heb zelfs een 4-gangen menu voor 25 pesos! Later in de
middag lezen en slapen we nog wat op onze hotelkamer. Om half
zes zijn we echter weer volop in beweging, we beklimmen via
een enorme reeks trappen de heuvel van San Cristóbal,
waar we wat rondneuzen. Uitzicht heb je van boven nauwelijks,
door de enorme bossages aan alle kanten. Helemaal op mijn
gemak voel ik me hier niet. Terug in het centrum gaan we weer
lekker warm eten. Toch wel vermoeid van het reizen, gaan we
al om negen uur naar bed.
dinsdag 25 mei 1999
We staan om half acht en lopen rustig naar het boekingskantoor.
Onderweg kopen we nog wat lekkere broodjes. We zijn dik ingepakt,
want de Lonely Planet raadt twee lagen kleding aan. We blijken
maar met z'n vieren te gaan en dus gaan we met een taxi ipv
een bus. Ons reisgezelschap bestaat uit twee Amerikanen uit
Seattle. De chauffeur zet z'n radio aan, waar meer ruis dan
muziek uitkomt. Na anderhalf uur zijn we bij het vertrekpunt
van de boot. We moeten nog even wachten, maar dan gaan we
echt de Cañón del Sumidero in. De boot gaat
best hard en wij hebben het beste plaatsje bemachtigd, helemaal
voorin de boot. Gelukkig geen buiswater, dus we worden niet
nat. Sterker nog, als de boot voor het eerst stil gaat liggen
bij een vogelbroedplaats, krijgen we het al aardig warm.
 |
|
De tweede stop is midden op het water bij een groepje takken.
We fotograferen eerst de vogels en zien dat ineens een krokodil(letje)
zitten. Volgens de Lonely Planet kon je er af en toe wel eens
één zien en blijkbaar hebben wij geluk. We gaan
verder door de Cañón met spectaculaire views.
Iets heel bijzonders is de "kerstboom" van mos,
die zich op een steile rots heeft gevormd.
Na ongeveer een uur zijn we bij de dam aangekomen, waar we
een stop houden. Na een colaatje gaan we weer terug, deze
keer zonder stops en met een flinke gang. In totaal hebben
we zo'n twee uur in de Cañón doorgebracht. De
taxi brengt ons vervolgens naar het dorpje Chiapa de Corzo.
Hier kunnen we een uurtje rondkijken.
Eigenlijk zijn we na tien minuten al uitgekeken op de souvenirsstallen
langs het dorpspleintje, dus we gaan op een bankje zitten.
Met veel geduld lukt het me dan om een foto van een Indiaans
groepje te maken. Eindelijk is het uur om en brengt de taxi
ons terug naar San Cristóbal, de watervallen slaan
we over, want die schijnen droog te staan. Onderweg komen
we opnieuw langs een dorpje dat in de krater van een vulkaan
is gebouwd. We hopen maar dat dit echt een dode vulkaan is.
Terug in San Cristóbal gaan we eerst naar het hotel
voor een douche en om wat te lezen. Rond vijf uur gaan we
op weg naar de lokale markt.
 |
|
Als we echter bij de Zócalo zijn, begint het hard
te regenen. We blijven schuilen onder de gallerij voor een
bank. De Zócalo is binnen de korste keren een grote
plas water. Na ongeveer een half uur heb ik er genoeg van
en als het even wat droger is lopen we naar een restaurantje.
We eten heerlijk. Ik neem de specialiteit, allerlei soorten
vlees met kaas en champignons voor 50 pesos. De champignons
laat ik alleen liggen, want die komen uit blik. De kok en
ober vinden dat niet zo aardig van me, want ze hebben het
enorme blik speciaal voor mij opengemaakt. We nemen koffie
na, maar bij het tweede kopje koffie wil Michael graag taart
en die hebben ze hier niet. Het zaakje wat volgens de Lonely
Planet taart bij de koffie moet serveren, ziet er echter niet
zo goed uit, dus we slaan het tweede kopje maar over en gaan
vroeg slapen.
woensdag 26 mei 1999
We staan opnieuw om half acht op. Vandaag gaan we paardrijden.
We lopen dezelfde route naar het boekingskantoor en halen
dus weer broodjes bij de bakkerij. Vandaag blijken we met
z'n drieën te gaan. Daniël uit Zwitserland is ons
reisgezelschap. De gids is wat vaag aan het doen met een fiets
enzo en uiteindelijk stappen we met de fiets in een taxi.
En dan op de paarden. Michael krijgt de grootste, Daniël
de kleinste en ik de middelste. De paarden hebben houten zadels
en een stuk touw als teugel. We lopen eerst langs de berm
van een drukke weg door het afval. Niet bepaald een denderende
omgeving, maar als we de weg oversteken wordt het beter. Door
een dorpje en dan de rimboe in.
Af en toe afgravingen, dan weer bos met
stroompjes water of gewoon vlaktes. Michael klaagt al
snel over z'n achterwerk, maar ik heb nog geen last.
We wisselen het draven, galopperen en stapvoets lopen
af. Na ongeveer anderhalf uur komen we bij San Juan
Chamula. Als ik afstap voel ik toch een vreemd gevoel
in m'n achterwerk en bovenbenen.We drinken wat op een
terras en vergeten af te rekenen als we weggaan, nadat
we een stenen beeldje en dingen voor in mijn haar gekocht
hebben van een lief meisje. We moeten in het toeristenbureau
entree betalen voor de kerk. We krijgen een speciaal
certificaat mee, waarop staat dat fotograferen in de
kerk niet is toegestaan en dat overtreders worden gestraft.
|
|
De kerk is inderdaad bijzonder. Overal kaarsjes en langs
de kant allerlei beelden in een glazen hokje. De vloer moet
voor een groot deel bedekt zijn met kaarsvet, zoveel kaarsen
worden er aangestoken. We gaan nog maar even bij de kraampjes
langs en ik koop na heftig afdingen een echte Mexicaanse sjaal.
Na een uurtje vertrekken we weer. Al snel begint mijn achterwerk
toch wel pijn te doen en tot overmaat van ramp heb ik ineens
een enorme blaar op mijn duim waar het vel al vanaf is. Ik
heb niet meer zo'n zin om te draven of galopperen, want dat
doet teveel pijn. M'n paard heeft er trouwens ook niet zoveel
zin in want die kan het galopperen absoluut niet bijhouden.
Michael en Daniël zijn steeds ver vooruit. We hoeven
nu iets minder ver langs de weg te lopen voordat we stoppen.
Zodra ik van m'n paard stap, voel ik me enorm duizelig, dus
ik ga maar even zitten. Als er een taxibus naar het Zócalo
gestopt is, nemen we afscheid van de gids en ik weet me net
in de bus te hijsen. Daar ga ik met m'n hoofd op de knieën
liggen want ik voel me belabberd. Ik weet zeker dat ik m'n
ogen open heb, maar ik zie niets.
 |
|
Op de Zócalo eruit en meteen in een taxi naar het
hotel. Intussen voel ik me wel iets beter. Michael gaat douchen
en dan travellercheques wisselen bij de bank. Als hij terugkomt,
voel ik me nog steeds niet lekker genoeg om te gaan wandelen,
dus gaat Michael alleen buskaartjes voor Palenque kopen en
handdoeken bij de receptie vragen. Als de handdoeken bezorgd
zijn, probeer ik de douche, maar die is nog steeds te koud.
Ik heb trouwens enorme bloeduitstortingen op mijn billen en
de binnenkant van mijn knieën overgehouden aan het paardrijden.
Mijn duim is intussen ingepakt in pleisters, dus dat gaat
wel.
Rond vier uur begint het enorm te regenen, dus we wachten
maar met souvenirs kopen. Als het rond 6 uur droog is, gaan
we alsnog. Uiteindelijk kopen we alles bij hetzelfde zaakje
waar we gisteren ook de kalender gekocht hebben. Daarna eten,
maar waar? We gaan naar hetzelfde restaurant als eergisteren,
want daar hadden ze van die heerlijke tortillachips. De saus
erbij is deze keer erg heet, dus we nemen iets minder chips,
maar de rest is heerlijk. Omdat de biertjes bij Michael nogal
aangeslagen zijn, gaan we terug naar het hotel. De bagage
weer inpakken en met al die souvenirs kost het heel wat meer
moeite. Morgen om 7.09 uur op voor de bus naar Palenque, dus
nu lekker slapen. Alhoewel: ze zijn continue een soort vuurwerk
aan het afsteken.
donderdag 27 mei 1999
De wekker gaat om negen minuten over zeven en om half negen
zitten we in de bus naar Palenque. De omgeving van groene
weilanden, dennenbos en maisakkertjes verandert in een zeer
groene alles overwoekerende bananenjungle. Er wordt hier zo
te zien regelmatig bos plat gebrand. Dan zien we een lokale
bus op z'n kant in de berm liggen met militairen die het verkeer
er om heen regelen. Even later is er ook een controle en komt
er een militair de bus checken. Veel later dan verwacht, namelijk
pas om half twee komen we aan in Palenque. Om twee uur zitten
we in een hotel. De kamer heeft geen airco, maar wel een ventilator
en dat is maar goed ook, want het is hier zwetend heet. Bovendien
hebben we de goedkoopste en grootste kamer tot dusver.
Omdat we allebei nog spierpijn hebben van het paardrijden,
veranderen we de planning en gaan pas overmorgen de ruïnes
van Palenque bekijken. Dat worden dus drie overnachtingen
in plaats van twee. We halen vast voor morgen kaartjes voor
Aqua Azul. We gaan nu eerst maar aklimatiseren en dan gaan
we eerst uit eten. We eten ons klem aan soep, pasta, burito's,
gebakken bananen en bier bij Vingo's. Ze hebben hier trouwens
ook Fried French op het menu staan!! Als we terug gaan begint
't te onweren en een beetje te regenen. Niets vergeleken bij
de buien die we steeds aan 't eind van de dag in San Cristobal
hadden. We hebben hier buiten nog wel even lekker in de schommelstoelen
op de binnenplaats gezeten i.v.m. temperatuurverschil met
de kamer zelf. De wekker staat op acht uur, morgen naar Aqua
Azul. Michael hoopt er te kunnen zwemmen, maar dat zal met
de stroomversnellingen wel niet mogelijk zijn.
vrijdag 28 mei 1999
Het regent vrijwel de hele nacht door en we worden al vroeg
gewekt door de hanen. Met de ventilator aan, horen we de hanen
bijna niet en slapen we lekker nog wat. Om acht uur staan
we op en nemen een lekkere douche. Na tien minuten wachten
voor in het hotel, komt het busje. Het is een vrij modern
busje en tot onze schrik moeten er in totaal 15 personen in
(15 volwassenen en 2 kinderen). Flink overbeladen dus. We
stoppen eerst voor een half uur bij de watervallen van Misol
Ha. Misol-Ha is de naam van een 35 meter hoge waterval, ongeveer
20 kilometer ten zuiden van Palenque. De waterval stort neer
in een grote bron, waarin je kunt zwemmen.
 |
|
We doen wat testjes met onze nieuwe camera, want we begrijpen
de lol van diafragma en sluitertijd nog niet helemaal. We
lopen ook achter de enorme waterval langs, waar Michael op
een enigzins droog plekje nog een foto maakt. De camera is
meteen nat! Als we na 25 minuten terugkomen bij de bus is
iedereen al ingestapt en kunnen we niet meer naast elkaar
zitten, zoals op het eerste stuk. Na nog een uurtje zijn we
bij Agua Azul. De buschauffeur zegt dat we tot drie uur blijven.
Wat is het water hier bruin! De lust om te zwemmen is meteen
vergaan. Er staan inderdaad een aantal kruisjes langs het
water ter herinnering aan verongelukte mensen. Het aantal
kruisjes is wel minder dan verwacht. Ik help de blinde vrouw
die bij ons in de bus zat nog even met het oversteken over
een smalle plank. Ze loopt aan de arm van haar man, maar was
nu duidelijk even de richting kwijt. Gelukkig gaat het goed.
We lopen langs de watervallen tot we iemand tegenkomen die
vertelt dat hij een waarschuwing heeft gehad niet verder te
gaan. Er zouden 'banditos' in de jungle zitten. We gaan dus
ook maar terug. Halverwege gaan we op een terras zitten. Ik
heb wel zin in wat eten en bestel Bistec al Mexicano. Michael
wil niets maar eet wat mee als het eten arriveert. Als we
om de rekening vragen, valt de prijs best mee. Tien pesos
voor de cola's en 35 voor het eten.
We lopen langzaam verder naar beneden, onderwijl nog flink
wat foto's makend. Ook hier testen we de camera uit. Beneden
zien we een bankje in de schaduw, waar echter erg veel mieren
lopen. We lopen nog wat verder tot we een waarschuwingsbord
zien wat we niet begrijpen, we gaan dus maar terug. Ik ga
even naar het toilet en juist als we naar een terras willen
gaan om daar een boek te gaan lezen, komt één
van de meisjes uit de bus aanhollen. Haar Spaans begrijpen
we niet, dus laten we het in het Engels herhalen (ze is tenslotte
Engels of Amerikaans). Iedereen blijkt al in de bus te zitten
en het wachten is op ons. We zijn verbaasd, want het is pas
tien over half twee. Maar omdat we toch al uitgekeken waren,
vinden we het niet echt erg om te vertrekken. Dit keer zitten
we helemaal achterin de bus, waar het bloedheet is en je niets
van de airco merkt.
In anderhalf uur rijden we terug naar Palenque na een rit
waar ik niet echt vrolijk van werd. Regelmatig gaat de bus
met piepende banden door de bocht. Hij is of te erg overbeladen
of de banden zijn niet goed opgepompd. Om half vier heb ik
me gedouchd en het dagboek bijgewerkt. Om zes uur gaan we
richting restaurant Maya (zeer trots, sinds 1958!). Bij het
hotel proberen we nog een potje Siedler, maar ik krijg de
kriebels van vliegende mieren. Voor het eerst deze vakantie
last van insecten. Om negen uur gaan we naar bed, wekker staat
op 7.09, vroeg is Palenque op z'n best zegt de LP.
verder
naar "Drie weken rondreizen in Mexico" deel 3
|