Mexico, informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag, info, foto's, Midden Amerika

Drie weken rondreizen in Mexico

Mexico reisverhaal: verslag van een reis door Mexico 1999

(tekst en foto's: Geja en Michael Rijsman)

deel 2/3

vrijdag 21 mei 1999

We staan om zeven uur op, zodat we redelijk op tijd in Oaxaca (WA-HA-ka) kunnen zijn. We hebben nog ontbijtbonnen dus daar maken we gebruik van en gaan dan met de bagage op pad. We hebben ook al snel een bus naar CAPU (het busstation), maar als die ons dropt, kunnen we het niet meteen vinden. We sjokken een blokje om en zien het dan toch liggen. De teleurstelling is groot als blijkt dat er pas om kwart voor elf een bus gaat. De vorige (niet de luxe) ging om vijf voor half acht en het is nu al half negen. Dat wordt dus wachten. In de hal is het nogal tochtig, maar gelukkig ontdekt Michael tijdens een wandelingetje de wachtruimte van ADO (de busmaatschappij) waar achterop een aantal stoelen de zon schijnt. Het wachten gaat vrij snel, maar we zijn toch blij als we de bus ontdekken. Wel gek dat de bus toch weer een ander nummer heeft dan we verwacht hadden. Tijdens de busrit worden twee nogal oude films gedraaid en er wordt een tussenstop gemaakt in Tehuacán, waar ook wat mensen in- en uitstappen. Om kwart voor vier komen we aan in Oaxaca.

Bijna gaan we meteen naar de stadsbus, maar net op tijd denken we aan de bus naar San Cristobal. Na twee keer in de verkeerde rij te hebben gestaan (ADO heeft zijn bus blijkbaar teruggetrokken) hebben we kaartjes voor zondag de 23e om half acht 's avonds. Dat wordt dus maar twee overnachtingen in Oaxaca. We vinden snel een stadsbus en stappen een paar straten voor de wijk met hotels uit. De bus heeft trouwens een bijzonder uiterlijk, je kunt niet naar binnen kijken en in de bus worden allerlei verzamelingen bewaard. Het eerste hotel wat we gaan bekijken is Posada del Carmen. Na wat onduidelijkheden met de receptioniste, biedt ze ons aan de kamer te laten zien. Het is eenvoudig maar schoon en iets groter dan in Puebla, dus we nemen de kamer. Detail is dat de receptioniste erg veel moeite heeft met het openen van de deur. Dat heeft Michael vervolgens ook, maar de schoonmaakster legt ons uit dat het slot de verkeerde kant om open gaat. Het slot blijkt op de kop geplaatst te zijn. Omdat het al tegen vijven is en we tussen de middag alleen koekjes gegeten hebben, besluiten we op zoek te gaan naar een bank en een restaurant.

Vlak bij het centrum zijn dezelfde tenten op straat gemaakt als die we in Mexico City zagen. Oppassen voor de touwen, anders wordt je opgehangen. Overal hangen spandoeken, maar we begrijpen ze niet zo goed. Als we richting ATM lopen, beginnen alle mensen aan een demonstratie. We zien spandoeken met teksten als Cañada en Education Libre of iets dergelijks. We weten nog steeds niet waar het precies om gaat, maar in ieder geval is de optocht vrij vredig. Wel is het straatbeeld van Oaxaca totaal anders dan we verwacht hadden, met zelfs tenten op de Zócalo. We eten enchiladas bij El Meson, waarbij we ook de Mexcales de Oaxaca proberen. In plaats van gerechten blijken het borrels te zijn.

De enchilada met chili zijn bijzonder heet en Michael haalt dan ook bij de laatste twee de pepers eruit. Nu hebben we dus enchilada met zonder chili. Het smaakt allemaal minder lekker dan we naar aanleiding van de tekst in de Lonely Planet verwacht hadden. We willen koffie drinken bij Terranova Café, maar rokers en boormachines drijven ons weg. We lopen wat rond en zijn bij ons hotel voor we het door hebben, dan maar terug naar de Zócalo waar we uiteindelijk bij Del Jardin twee koppen koffie nemen. We zien een stel lopen waarvan we zeker weten dat het Hollanders zijn, zouden we ze later tijdens onze reis opnieuw tegenkomen? Vervolgens gaan we terug naar het hotel, waar de douche een tegenvaller is, koud en een veel te harde, niet verspreide, straal.

 

zaterdag 22 mei 1999

Vandaag is het de 22e mei, dus Michael's 30e verjaardag. Rond negen uur staan we op en vertrekken richting het 2e klas busstation. Onderweg kopen we nog wat koeken voor het ontbijt, waardoor we twee minuten over tien op het busstation aankomen. Aangezien de bus precies op heel en half gaat, moeten we nu bijna een half uur wachten op de volgende bus. Het is een flinke klim naar Monte Albán, maar de bus redt het toch in een half uurtje.

We bekijken eerst het museum en lopen dan naar de ruïnes. Michael wordt duidelijk al wat ouder, want hij blijft maar herhalen: "het is best wel groot". Dat klopt, want we kunnen heel wat trappen op en af lopen. Helaas is het nogal heiig, dus echt van het uitzicht genieten is er niet bij. Om één uur komt de bus ons weer ophalen. We gaan nog wat rondlopen in Oaxaca, helaas zijn de demonstranten er nog steeds. Om onduidelijke reden zijn nog steeds geen banken of wisselkantoren open en als ze wel open zijn, hebben ze geen pesos! We vragen bij het bureau van toerisme waar we morgen onze bagage kunnen droppen, waarop we Youth Hotel en 1ste klas busstation als antwoord krijgen.

Omdat het een leuk idee lijkt om morgen naar een indianendorp te gaan, gaan we op zoek naar een boekingsbureau, maar die hebben helaas geen reizen voor zondag. Tussen de middag eten we niet zo quick bij Quicky. Ik neem een salade en torta en Michael neemt taco's. Voorlopig zitten we vol. We gaan terug richting het hotel via een markt met lokale artikelen. We zoeken poppetjes voor heroquest, maar niets is klein genoeg. Wel hebben ze prachtige draken en het t-shirt wat ik op Monte Albán voor Michael heb gekocht voor 80 pesos, kost hier maar 50 pesos. In het hotel gebruiken we de douche die nu wel warm is en daarna nemen we de tijd om ansichtkaarten aan ouders en mijn werk te schrijven.

zondag 23 mei 1999

Vanochtend slapen we uit en blijven luieren op de kamer. Vervolgens lopen we met de bagage richting het 1e klas busstation dat in het noorden van de stad ligt. Halverwege besluiten we toch maar een bus te nemen. Michael denkt dat hij geen zes pesos meer aan kleingeld heeft, dus geeft hij het jochie in de bus een briefje van vijftig. Daar heeft hij geen wisselgeld voor, dus moet Michael wachten. Tegen 't einde van de rit probeert de jongen het briefje te wisselen bij een tankstation, maar dat lukt niet. Als we bij het busstation aankomen, maakt de jongen het wisselgeld (allemaal vijfjes) compleet door wat uit zijn eigen beurs te halen. Als Michael buiten beter in zijn beurs kijkt, blijkt er toch precies zes pesos kleingeld in te zitten, nu voelt hij zich wel schuldig.

We droppen de bagage op het busstation en gaan lopend de stad in. We gaan even in een parkje op een bankje zitten en gaan dan naar de Templo de Santo Domingo. Die blijkt echter tot vijf uur gesloten, dus dan gaan we maar weer helemaal naar het zuiden van de stad, naar de ambachtsmercado. Die blijkt op zondag toch niet helemaal opgebouwd, maar we zien nog wel een leuk T-shirt en een leuk klein typisch Oaxaca houtschilderkunst klein poppetje (duivel-monstertje). De laatste moet 40 pesos kosten volgens het jochie dat alle zaakjes hier lijkt te runnen, dat vinden we teveel, dus we nemen 'm toch maar niet. We gaan weer terug naar het centrum om te eten. Vervolgens opnieuw naar het noorden van de stad. In een echt handwerkwinkeltje kopen we een prachtige gekleurde zon en maan voor aan de muur.

Vervolgens gaan we richting het museum naast de Templo de Santa Domingo waar ze een prachtig gouden masker in een vitrine hebben liggen. We proberen de sluitertijd van onze nieuwe camera uit, maar weten duidelijk nog niet hoe we hier precies mee om moeten gaan. In het museum bevindt zich een glazen plaat waarop je kunt gaan staan en naar beneden kunt kijken. Ik verras Michael door zelfs bereid te zijn hier op te gaan staan. Op het plein voor de Templo de Sante Domingo gaan we een boek lezen in afwachting van het opengaan van de kerk. Deze kerk is van binnen absoluut de mooiste die we tot dusver gezien hebben. Overal goud en schilderingen.

Omdat we nog steeds tijd over hebben voordat de bus gaat, gaan we opnieuw naar het parkje in de buurt van het busstation, waar we nog een tijdje zitten te lezen. We kopen ook maar wat water en eten een pizza om de tijd te doden. Om half acht vertrekt de bus dan eindelijk. Onderweg wordt een al bekende film gedraaid, waar we nu ongeveer de helft van zien. De weg heeft soms behoorlijk slecht asfalt en slingert enorm. Bovendien gaat er een rode lamp branden en begint een alarm te piepen als de bus harder dan 90 kilometer per uur gaat. Kortom Michael slaapt wel wat, maar ik nauwelijks.

maandag 24 mei 1999

We arriveren om half acht in San Cristóbal de las Casas en om acht uur zitten we al in een hotelkamer in hotel Capri. We hebben alleen niet genoeg geld voor drie overnachtingen, dus eerst lopen we naar de bank, die pas om half negen open blijkt te gaan. Als we om half negen in de bank staan, blijkt dat Travellers Cheques pas vanaf negen uur ingewisseld kunnen worden. We lopen nog maar een blokje om en proberen het om negen uur opnieuw. Dit keer lukt het wel en krijgen we zelfs redelijk snel ons geld tegen een gunstige koers.

Als we terug zijn in het hotel, betalen we de rekening en gaan we nog even bijslapen. Om twaalf uur staan we weer op en gaan we richting het centrum. We zouden vanmiddag nog wel willen paardrijden, maar bij de boekingskantoren blijkt dat dit alleen 's ochtends kan. We gaan diverse boekingskantoren af en bezoeken in de tussentijd de Cathedral van San Cristóbal de las Casas. Bij het meest betrouwbaar ogende boekingskantoor boeken we uiteindelijk voor morgen een trip naar de Cañón del Sumidero en voor morgen een rit te paard naar een indianendorp. We gaan weer eens lekker uit eten. Het is hier erg goedkoop, ik heb zelfs een 4-gangen menu voor 25 pesos! Later in de middag lezen en slapen we nog wat op onze hotelkamer. Om half zes zijn we echter weer volop in beweging, we beklimmen via een enorme reeks trappen de heuvel van San Cristóbal, waar we wat rondneuzen. Uitzicht heb je van boven nauwelijks, door de enorme bossages aan alle kanten. Helemaal op mijn gemak voel ik me hier niet. Terug in het centrum gaan we weer lekker warm eten. Toch wel vermoeid van het reizen, gaan we al om negen uur naar bed.

dinsdag 25 mei 1999

We staan om half acht en lopen rustig naar het boekingskantoor. Onderweg kopen we nog wat lekkere broodjes. We zijn dik ingepakt, want de Lonely Planet raadt twee lagen kleding aan. We blijken maar met z'n vieren te gaan en dus gaan we met een taxi ipv een bus. Ons reisgezelschap bestaat uit twee Amerikanen uit Seattle. De chauffeur zet z'n radio aan, waar meer ruis dan muziek uitkomt. Na anderhalf uur zijn we bij het vertrekpunt van de boot. We moeten nog even wachten, maar dan gaan we echt de Cañón del Sumidero in. De boot gaat best hard en wij hebben het beste plaatsje bemachtigd, helemaal voorin de boot. Gelukkig geen buiswater, dus we worden niet nat. Sterker nog, als de boot voor het eerst stil gaat liggen bij een vogelbroedplaats, krijgen we het al aardig warm.

De tweede stop is midden op het water bij een groepje takken. We fotograferen eerst de vogels en zien dat ineens een krokodil(letje) zitten. Volgens de Lonely Planet kon je er af en toe wel eens één zien en blijkbaar hebben wij geluk. We gaan verder door de Cañón met spectaculaire views. Iets heel bijzonders is de "kerstboom" van mos, die zich op een steile rots heeft gevormd.
Na ongeveer een uur zijn we bij de dam aangekomen, waar we een stop houden. Na een colaatje gaan we weer terug, deze keer zonder stops en met een flinke gang. In totaal hebben we zo'n twee uur in de Cañón doorgebracht. De taxi brengt ons vervolgens naar het dorpje Chiapa de Corzo. Hier kunnen we een uurtje rondkijken.

Eigenlijk zijn we na tien minuten al uitgekeken op de souvenirsstallen langs het dorpspleintje, dus we gaan op een bankje zitten. Met veel geduld lukt het me dan om een foto van een Indiaans groepje te maken. Eindelijk is het uur om en brengt de taxi ons terug naar San Cristóbal, de watervallen slaan we over, want die schijnen droog te staan. Onderweg komen we opnieuw langs een dorpje dat in de krater van een vulkaan is gebouwd. We hopen maar dat dit echt een dode vulkaan is. Terug in San Cristóbal gaan we eerst naar het hotel voor een douche en om wat te lezen. Rond vijf uur gaan we op weg naar de lokale markt.

Als we echter bij de Zócalo zijn, begint het hard te regenen. We blijven schuilen onder de gallerij voor een bank. De Zócalo is binnen de korste keren een grote plas water. Na ongeveer een half uur heb ik er genoeg van en als het even wat droger is lopen we naar een restaurantje. We eten heerlijk. Ik neem de specialiteit, allerlei soorten vlees met kaas en champignons voor 50 pesos. De champignons laat ik alleen liggen, want die komen uit blik. De kok en ober vinden dat niet zo aardig van me, want ze hebben het enorme blik speciaal voor mij opengemaakt. We nemen koffie na, maar bij het tweede kopje koffie wil Michael graag taart en die hebben ze hier niet. Het zaakje wat volgens de Lonely Planet taart bij de koffie moet serveren, ziet er echter niet zo goed uit, dus we slaan het tweede kopje maar over en gaan vroeg slapen.

woensdag 26 mei 1999

We staan opnieuw om half acht op. Vandaag gaan we paardrijden. We lopen dezelfde route naar het boekingskantoor en halen dus weer broodjes bij de bakkerij. Vandaag blijken we met z'n drieën te gaan. Daniël uit Zwitserland is ons reisgezelschap. De gids is wat vaag aan het doen met een fiets enzo en uiteindelijk stappen we met de fiets in een taxi. En dan op de paarden. Michael krijgt de grootste, Daniël de kleinste en ik de middelste. De paarden hebben houten zadels en een stuk touw als teugel. We lopen eerst langs de berm van een drukke weg door het afval. Niet bepaald een denderende omgeving, maar als we de weg oversteken wordt het beter. Door een dorpje en dan de rimboe in.

Af en toe afgravingen, dan weer bos met stroompjes water of gewoon vlaktes. Michael klaagt al snel over z'n achterwerk, maar ik heb nog geen last. We wisselen het draven, galopperen en stapvoets lopen af. Na ongeveer anderhalf uur komen we bij San Juan Chamula. Als ik afstap voel ik toch een vreemd gevoel in m'n achterwerk en bovenbenen.We drinken wat op een terras en vergeten af te rekenen als we weggaan, nadat we een stenen beeldje en dingen voor in mijn haar gekocht hebben van een lief meisje. We moeten in het toeristenbureau entree betalen voor de kerk. We krijgen een speciaal certificaat mee, waarop staat dat fotograferen in de kerk niet is toegestaan en dat overtreders worden gestraft.

De kerk is inderdaad bijzonder. Overal kaarsjes en langs de kant allerlei beelden in een glazen hokje. De vloer moet voor een groot deel bedekt zijn met kaarsvet, zoveel kaarsen worden er aangestoken. We gaan nog maar even bij de kraampjes langs en ik koop na heftig afdingen een echte Mexicaanse sjaal.

Na een uurtje vertrekken we weer. Al snel begint mijn achterwerk toch wel pijn te doen en tot overmaat van ramp heb ik ineens een enorme blaar op mijn duim waar het vel al vanaf is. Ik heb niet meer zo'n zin om te draven of galopperen, want dat doet teveel pijn. M'n paard heeft er trouwens ook niet zoveel zin in want die kan het galopperen absoluut niet bijhouden. Michael en Daniël zijn steeds ver vooruit. We hoeven nu iets minder ver langs de weg te lopen voordat we stoppen. Zodra ik van m'n paard stap, voel ik me enorm duizelig, dus ik ga maar even zitten. Als er een taxibus naar het Zócalo gestopt is, nemen we afscheid van de gids en ik weet me net in de bus te hijsen. Daar ga ik met m'n hoofd op de knieën liggen want ik voel me belabberd. Ik weet zeker dat ik m'n ogen open heb, maar ik zie niets.

Op de Zócalo eruit en meteen in een taxi naar het hotel. Intussen voel ik me wel iets beter. Michael gaat douchen en dan travellercheques wisselen bij de bank. Als hij terugkomt, voel ik me nog steeds niet lekker genoeg om te gaan wandelen, dus gaat Michael alleen buskaartjes voor Palenque kopen en handdoeken bij de receptie vragen. Als de handdoeken bezorgd zijn, probeer ik de douche, maar die is nog steeds te koud. Ik heb trouwens enorme bloeduitstortingen op mijn billen en de binnenkant van mijn knieën overgehouden aan het paardrijden. Mijn duim is intussen ingepakt in pleisters, dus dat gaat wel.

Rond vier uur begint het enorm te regenen, dus we wachten maar met souvenirs kopen. Als het rond 6 uur droog is, gaan we alsnog. Uiteindelijk kopen we alles bij hetzelfde zaakje waar we gisteren ook de kalender gekocht hebben. Daarna eten, maar waar? We gaan naar hetzelfde restaurant als eergisteren, want daar hadden ze van die heerlijke tortillachips. De saus erbij is deze keer erg heet, dus we nemen iets minder chips, maar de rest is heerlijk. Omdat de biertjes bij Michael nogal aangeslagen zijn, gaan we terug naar het hotel. De bagage weer inpakken en met al die souvenirs kost het heel wat meer moeite. Morgen om 7.09 uur op voor de bus naar Palenque, dus nu lekker slapen. Alhoewel: ze zijn continue een soort vuurwerk aan het afsteken.

donderdag 27 mei 1999

De wekker gaat om negen minuten over zeven en om half negen zitten we in de bus naar Palenque. De omgeving van groene weilanden, dennenbos en maisakkertjes verandert in een zeer groene alles overwoekerende bananenjungle. Er wordt hier zo te zien regelmatig bos plat gebrand. Dan zien we een lokale bus op z'n kant in de berm liggen met militairen die het verkeer er om heen regelen. Even later is er ook een controle en komt er een militair de bus checken. Veel later dan verwacht, namelijk pas om half twee komen we aan in Palenque. Om twee uur zitten we in een hotel. De kamer heeft geen airco, maar wel een ventilator en dat is maar goed ook, want het is hier zwetend heet. Bovendien hebben we de goedkoopste en grootste kamer tot dusver.

Omdat we allebei nog spierpijn hebben van het paardrijden, veranderen we de planning en gaan pas overmorgen de ruïnes van Palenque bekijken. Dat worden dus drie overnachtingen in plaats van twee. We halen vast voor morgen kaartjes voor Aqua Azul. We gaan nu eerst maar aklimatiseren en dan gaan we eerst uit eten. We eten ons klem aan soep, pasta, burito's, gebakken bananen en bier bij Vingo's. Ze hebben hier trouwens ook Fried French op het menu staan!! Als we terug gaan begint 't te onweren en een beetje te regenen. Niets vergeleken bij de buien die we steeds aan 't eind van de dag in San Cristobal hadden. We hebben hier buiten nog wel even lekker in de schommelstoelen op de binnenplaats gezeten i.v.m. temperatuurverschil met de kamer zelf. De wekker staat op acht uur, morgen naar Aqua Azul. Michael hoopt er te kunnen zwemmen, maar dat zal met de stroomversnellingen wel niet mogelijk zijn.

vrijdag 28 mei 1999

Het regent vrijwel de hele nacht door en we worden al vroeg gewekt door de hanen. Met de ventilator aan, horen we de hanen bijna niet en slapen we lekker nog wat. Om acht uur staan we op en nemen een lekkere douche. Na tien minuten wachten voor in het hotel, komt het busje. Het is een vrij modern busje en tot onze schrik moeten er in totaal 15 personen in (15 volwassenen en 2 kinderen). Flink overbeladen dus. We stoppen eerst voor een half uur bij de watervallen van Misol Ha. Misol-Ha is de naam van een 35 meter hoge waterval, ongeveer 20 kilometer ten zuiden van Palenque. De waterval stort neer in een grote bron, waarin je kunt zwemmen.

We doen wat testjes met onze nieuwe camera, want we begrijpen de lol van diafragma en sluitertijd nog niet helemaal. We lopen ook achter de enorme waterval langs, waar Michael op een enigzins droog plekje nog een foto maakt. De camera is meteen nat! Als we na 25 minuten terugkomen bij de bus is iedereen al ingestapt en kunnen we niet meer naast elkaar zitten, zoals op het eerste stuk. Na nog een uurtje zijn we bij Agua Azul. De buschauffeur zegt dat we tot drie uur blijven.

Wat is het water hier bruin! De lust om te zwemmen is meteen vergaan. Er staan inderdaad een aantal kruisjes langs het water ter herinnering aan verongelukte mensen. Het aantal kruisjes is wel minder dan verwacht. Ik help de blinde vrouw die bij ons in de bus zat nog even met het oversteken over een smalle plank. Ze loopt aan de arm van haar man, maar was nu duidelijk even de richting kwijt. Gelukkig gaat het goed. We lopen langs de watervallen tot we iemand tegenkomen die vertelt dat hij een waarschuwing heeft gehad niet verder te gaan. Er zouden 'banditos' in de jungle zitten. We gaan dus ook maar terug. Halverwege gaan we op een terras zitten. Ik heb wel zin in wat eten en bestel Bistec al Mexicano. Michael wil niets maar eet wat mee als het eten arriveert. Als we om de rekening vragen, valt de prijs best mee. Tien pesos voor de cola's en 35 voor het eten.

We lopen langzaam verder naar beneden, onderwijl nog flink wat foto's makend. Ook hier testen we de camera uit. Beneden zien we een bankje in de schaduw, waar echter erg veel mieren lopen. We lopen nog wat verder tot we een waarschuwingsbord zien wat we niet begrijpen, we gaan dus maar terug. Ik ga even naar het toilet en juist als we naar een terras willen gaan om daar een boek te gaan lezen, komt één van de meisjes uit de bus aanhollen. Haar Spaans begrijpen we niet, dus laten we het in het Engels herhalen (ze is tenslotte Engels of Amerikaans). Iedereen blijkt al in de bus te zitten en het wachten is op ons. We zijn verbaasd, want het is pas tien over half twee. Maar omdat we toch al uitgekeken waren, vinden we het niet echt erg om te vertrekken. Dit keer zitten we helemaal achterin de bus, waar het bloedheet is en je niets van de airco merkt.

In anderhalf uur rijden we terug naar Palenque na een rit waar ik niet echt vrolijk van werd. Regelmatig gaat de bus met piepende banden door de bocht. Hij is of te erg overbeladen of de banden zijn niet goed opgepompd. Om half vier heb ik me gedouchd en het dagboek bijgewerkt. Om zes uur gaan we richting restaurant Maya (zeer trots, sinds 1958!). Bij het hotel proberen we nog een potje Siedler, maar ik krijg de kriebels van vliegende mieren. Voor het eerst deze vakantie last van insecten. Om negen uur gaan we naar bed, wekker staat op 7.09, vroeg is Palenque op z'n best zegt de LP.

verder naar "Drie weken rondreizen in Mexico" deel 3

 

 

     

 

 

 

 


 

 

Google