Mexico, informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag, info, foto's, Midden Amerika

MEXICO - zuid

Mexico reisverhaal: verslag van een reis door Zuid-Mexico met veel informatie en foto's

(Tekst en foto's: Bert Taken - 1991)

deel 2/3

VERACRUZ

Aan de zócalo staat het prachtige Grand Cafe de la Parroquia. Het heeft weliswaar geen hoog gedecoreerd plafond zoals zoveel Europese Grand Cafe's maar de sfeer is ontzettend leuk. Het is altijd druk en het kost enige moeite om een leeg tafeltje te vinden. Ongeveer tien obers in witte jasjes rennen zich de benen uit het lijf. Ik bestel een cafe con leche en krijg even later een glas voor gezet die voor een kwart met koffie is gevuld. Er lopen twee obers rond met een grote ketel warme melk. Het is gebruikelijk om met het lepeltje tegen de rand van het glas te tikken om de aandacht van hen te trekken. Omdat er zoveel gasten is het een kakofonie van getik in het restaurant. Het gerinkel van de glazen klinkt als een ongeorganiseerd marimba-orkest dat de echte orkestjes buiten vrijwel overstemt.

Het is een ideaal cafe om mensen te observeren: opgedofte oude dames die er een taartje komen eten, schoenpoetsers die de schoenen poetsen terwijl de gasten eten of koffie drinken, gitaristen en zangers die in de deuropening komen spelen, de verbaasde ogen van de argeloze toerist die voor het eerst dit cafe binnen loopt. De obers zijn zeer bedreven: met grote souplesse gieten de obers in één vloeiende beweging het glas vol melk en de andere obers zigzaggen met vijf borden tegelijk langs de tafels.

's Avonds is er een dansfeest op de zócalo. "Banda de musica del H.Ayuntamiento y bailadoras del danzon". De muziek is oorspronkelijk afkomstig uit het koloniale Cuba. Koper vol weemoed en referenties aan de "roaring twenties" vullen het plein. Er dansen veel oude paartjes. De mannen en vrouwen zien er uiterst gesoigneerd uit: de mannen mooi in het pak, bloemetje op de revers, een klein bijgeknipt snorretje en een mooie witte hoed. De ledematen zijn een beetje stram geworden maar de trotse stijl, passie en klasse zijn nog steeds aanwezig. De dans duurt steeds ongeveer 40 seconden, waarna iedereen op de dansvloer 20 seconden stil staat. Gedurende die pauze wapperen de dames heftig met hun waaiers.

Ik bestel een margarita op het terras van Hotel Imperial. Over een afstand van honderd meter proberen drie marimaba-bandjes en mariachi-orkesten elkaar te overstemmen. De terrasje worden veelvuldig bezocht door verkopers van sigaretten, lucifers, kauwgum, speelgoed, ballonnen, hoeden, hangmatten, houtsnijwerk, pistachenoten, lootjes, etc. Hotel Imperial blijkt ook kamers per half uur te verhuren. Op het terras zijn enkele flink opgemaakte hoeren zijn luidkeels te vermaken. Er zijn veel negroïde mensen en de sfeer is zeer Caribisch. Dat is misschien ook wel logisch voor een havenstad aan de Golf van Mexico. Zelfs op een doordeweekse avond bruist het plein van het leven.

In de buurt van de haven is een nevenvestiging van Grand Cafe de la Parroquia (vanwege de grote populariteit?). Rondom het cafe hangen diverse jochies rond die afwisselend lijm snuiven uit een plastic zak en in het sterk vervuilde water van de haven duiken. Aan de straatkant houden jongens grote plastic zakken vol garnalen omhoog.

De twee trompettisten van het mariachi-orkest worden steeds naar de achtergrond verwezen, vanwege het hoge geluidsniveau dat ze produceren. De tegenzin waarmee ze deze tweederangs plek innemen wordt zichtbaar door de banale grappen die ze op de achtergrond maken. De trompetten hoeven alleen maar de refreinen te versterken en het einde van een zanglijn te versieren. Tussen door zitten ze zich een beetje te vervelen. De kostuums lijken gemaakt te zijn in een tijd dat hun figuur nog beter was. Nu zitten de broeken en glimmende korte jasjes akelig strak om hun uitdijende lijven.

De straatzijde van de zócalo is het domein van de schoenenpoetsers. Onder de palmbomen staat een tiental kapsalon-achtige stoelen met verchroomde buizen en rood skai bekleding op regelmatige afstand van elkaar.De poetsers, met blauwe petten, leveren geen half werk af: het inwrijven, uitsmeren, borstelen en poetsen neemt zeker tien minuten in beslag.

Aan het eind van de avond raken de gemoederen wat verhit onder invloed van de Corona, Superior en Dos Equis. Diverse tafels huren een mariachi-orkestje om meeslepende en geestdriftige nummers ten gehore te brengen. Iedereen zingt mee of timmert mee op de tafel ter verhoging van de sfeer. Het is nog steeds zwoelheet wanneer we 's nachts ons hotel opzoeken. Op elke hoek van de zocalo staat nog steeds een man met een reuzentros glimmende ballonen en plastic opblaaspoppen te wachten op een eventuele klant.

OAXACA

De ADO-bus dendert over de smalle tweebaansweg dor de Sierra Madre van Veracruz naar Oaxaca. Het zeer onregelmatige landschap lijkt af en toe op de Pyreneeën, de Rift Valley (Kenia) en de Arizona desert. Soms rijden we over lange stukken goed geasfalteerde weg en daarna weer een poos over een deel vol kuilen, waar de bus slechts "stapvoets" en zigzaggende kan rijden. We rijden regelmatig door grote cactusvelden, soms zijn gehele bergwanden gevuld met cactussen.

Op een beter stuk wegdek naderen we met een flinke snelheid een eenzame indiaan op een fiets. In de verte duikt een vrachtwagen op. De fietser kijkt om en ziet in dat de beide grote voertuigen elkaar ongeveer op zijn hoogte zullen passeren. Er is ternauwernood ruimte voor twee auto's, dus zeker niet voor twee voertuigen en een fiets. Even twijfelt de indiaan tussen versnellen of vertragen maar uiteindelijk stuurt hij zijn fiets de berm in en hobbelt zonder enige controle door de struiken en cactussen langs de weg. De bus en de vrachtwagen denderen door zonder hun snelheid ook mar een fractie aan te passen: zij zijn de ware "king-of the-roads", de macho-rijders die zich nergens door laten hinderen.Vlak voor Oaxaca rijden we grote maguey-velden, de blauwgroene agave waarvan de mezcal wordt geproduceerd.

In Oaxaca is Casa Arnel een oase van rust na tien uur draaien en hobbelen in de bus. Rondom een kleine, dichtgegroeide, exotische plantentuin is een tiental kamers beschikbaar. Een stuk of zes papagaaien krijsen dwars door de klassieke muziek heen die zachtjes in de tuin klinkt. Er hangt een kaartje op de deur: "Broken English spoken perfectly". Een groot indiaans gezin verricht alle werkzaamheden. In de keuken kan ik mijn eigen eten samenstellen (er is geen menukaart). Ik bestel tortillas met papas fritas en carne (een dun varkenslapje) en een bier. De vochtige groene tuin is helaas ook een broeinest van muggen. Ik trek een shirt met lange mouwen aan omdat 's avonds ook tamelijk fris is in Oaxaca (wat een verademing na de broeierige hitte van Veracruz). In vrijwel elk van de kleurrijke straten is steeds een mezcal drankenwinkel gevestigd (Oro de Oaxaca, El Cortijo).

De zaterdagmarkt in de Central de Abastos is de grootste markt in de wiijde omgeving: ongeveer de halve stad is hier aanwezig. De markt is verdeeld in een aantal grote gebieden. Er is bijvoorbeeld een gebied waar alleen maar aardewerk wordt verkocht: grote groene kruiken, vijzels, stenen tafels met stenen deegrollers voor het pletten van de maïs. In een ander gebied wordt alleen groente en fruit verkocht: grote zakken verse en gedroogde pepers, trossen lente-uien, stapels papaya's en mango's, grote trossen bananen. In weer een ander gebied worden alleen geweven kleden verkocht. De markt is voornamelijk het territorium van de indiaanse vrouwen. Het lange zwarte haar is steevast is één of twee zwarte vlechten verzameld. Veelal omgeven door een aantal kinderen zitten ze geduldig achter hun koopwaar.

Ik stap de kathedraal aan de zocalo binnen. Vooraan in de kerk is een nis gewijd aan "Christo, Jesu del Reyo". Gelovige vrouwen knielen, bidden en steken kaarsen op. Het grote kruisbeeld is bedolven onder geurige bloemen. De deuren zijn volgeplakt met brieven en kaarten waarin mensen hun dank uitspreken voor wonderbaarlijke genezingen, loterijwinsten, geboorten en ander fortuin. Het plein vóór de kathedraal is gevuld met ballonnenverkopers. Ze sjokken rond met honderden glimmende, veelkleurige ballonnen en plastic speelgoedbeestjes, vastgebonden aan een paar stokken.


Het is een feestweek: Sexta Muestre del Valle Oaxacueño. Knallende donderslagen kondigen de feestelijke optocht aan het begin van de avond aan. Voorafgegaan door een fanfare-orkest trekt een bonte stoet mensen uit de wijde omgeving door de stad. Veel indianengroepen in prachtige klederdrachten dragen de vruchten van de aarde (ananas, uien, wortels) met zich mee. Een groep Mixteken speelt een meeslepende versie van "El Cancion Mixteca". Voorop lopen mannen in metershoge poppen, die representatief zijn voor alle menselijke rassen. Daarna volgen vertegenwoordigers van de zeven districten van Oaxaca: Mixteca, Cañada, Sierra, Papaloapan, Istmo, Costa en Los Valles Centrales. Mooi opgemaakte meisjes met kleurige banden in het haar, geborduurde blouses en bonte, wijde jurken dansen op straat.

De stoet eindigt op het plein voor de kathedraal. het fanfare-orkest speelt nog een poos en daarna wordt el torrito (de kleine stier) losgelaten. Op een stok is een gestileerde stier van bordkarton vastgemaakt, waaraan ronddraaiende wielen met vuurwerk is bevestigd. Beurtelings rennen jonge mannen rond met de stok, waarbij vuurwerk op onvoorspelbare momenten wordt afgestoken door een voortdurend brandende lont. De wielen draaien dan snel rond en verspreiden een grote vonkenregen op het plein. Voetzoekers schieten op onverwachte momenten op het publiek af en iedereen wijkt gillend en lachend opzij. Ondertussen poseren de meisjes uitdagend nu ze er opperbest uitzien. Er wordt gedanst, gezongen, gegeten en gedronken.

Tientallen stalletjes met brood, tortillas en maiskolven staan over het plein verspreid. Ik koop een grote, knapperige pannenkoek, die wordt bestreken met een zoetzure saus en opgediend in een kom van aardewerk. Er staan honderden kommen uitgestald, want het is gebruikelijk om na afloop de kom op het plein stuk te gooien. Ik kijk een poosje hoe een indiaanse vrouw empanadas maakt. Ze pakt een handjevol deeg en legt dit tussen twee ronde plastic velletjes. Met een eenvoudige handpers wordt het deegbolletjes platgeperst tot een flinterdunne pannenkoek met een diameter van ongeveer 20 cm. De pannenkoek wordt losgepeuterd en op een comale (een soort wok) op een houtskoolvuur gelegd. Even later wordt de pannenkoek gekeerd en bestreken met een pittige tomatensaus. De vrouw plukt wat stukjes vlees van een gebraden kip en ligt dit, samen met wat groente, op de pannenkoek. Deze wordt dubbelgevouwen, aan de randen dicht gestreken, in een papiertje verpakt en verkocht.

Op de laatste twee maandagen van juli viert de hele bevolking van de staat de Guelaguetza. In dit oude, traditionele festival tonen alle indianen uit de wijde omgeving hun dansen, kleding, landbouwproducten en handgemaakte materialen. Reeds in de ochtendschemer trekken de eerste groepen naar het amphitheater op een heuvel net buiten de stad. Het theater kent drie categorieën plaatsen.

De binnenste ring (en ook de duurste) wordt bezet door welgestelde Mexicanen en kapitaalkrachtige toeristen. De tweede ring wordt bezet door zuinige toeristen en Mexicanen die niet genoeg gespaard hebben. De buitenste ring is gratis en al vroeg wordt deze plak ingenomen door het armere deel van de bevolking. De weg bergop staat vol met kraampjes en tentjes. Iedereen verkoopt drank, empanadas, hoeden, etc. Op het podium voert elke groepering een dans van 10 à 15 minuten uit, tonen hun meegebrachte waren en gooien deze daarna het publiek in: zakjes kruiden, uien, tortillas, papaya's, aardewerk, hoeden, etc. Het meeste beland uiteraard in de ring met welgestelde mensen die ook waar voor hun geld krijgen. Het is alleen oppassen als de ananassen het publiek worden ingegooid. Het festival wordt afgesloten met de Zapoteekse verendans. Na afloop poseren alle deelnemers voor de aanwezige toeschouwers die niet aarzelen om vele fotorolletjes vol te schieten.

Niet alleen op de ringen van het amphitheater maar ook elders in de maatschappij komt het verschil in sociale status vaak pijnlijk tevoorschijn. De rangorde luidt (met afnemende sociale status):

1 Espanol: geboren Spanjaarden
2 Criollos: blank, maar geboren in Mexico
3 Mestizos: blank/indiaans
4 Mulatos: blank/neger
5 Pardos: neger/indiaans
6 Indigenas: indiaans

Halverwege de middag duik ik één van de goedkope comedor (restaurantjes) in. De comida corrida is de hoofdmaaltijd van de dag en besaat meestal uit drie gangen (soep, hoofdgerecht, toetje en vaak ook nog een frisdrank erbij) voor een belachelijk lage prijs. (f 3,-). De tortillas worden opgediend in een rieten mandje, gewikkeld in een doek en zijn gloeiend heet.

MONTE ALBAN

Met de bus rijden we zo'n tien kilometer westelijker naar Monte Alban. Na een hachelijke rit over smalle weggetjes bereiken we uiteindelijk de top van de 400 m hoge, afgeplatte heuvel. Boven op de heuvel staan de overblijfselen van de Zapoteken die ongeveer 1500 jaar geleden hier woonden. Monte Alban was het centrum van een goed georganiseerde, hoogstaande religieuze samenleving. Vanaf de heuvel is er een prachtig uitzicht over een soort maanlandschap.

verder naar "Mexico-zuid" deel 3

 

 

     

 

 

 

 


 

 

Google