|
Mexico, informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag, info, foto's, Midden Amerika
MEXICO - zuid
Mexico reisverhaal: verslag van een reis door Zuid-Mexico
met veel informatie en foto's
(Tekst en foto's: Bert Taken - 1991)
deel 1/3
YUCATAN
Nadat we geland zijn nemen we de bus naar Cancun, waar we halverwege
de middag de bus naar Vallodolid nemen. Aan het eind van de
reis komen we nog wel terug in Cancun voor enkele dagen afsluitende
strandvakantie.
VALLADOLID
De zomer is heet en drukkend in Yucatan. Ook al sta stil dan
voel ik duizenden zweetdruppeltjes zich naar buiten persen.
Mijn kleding is doorweekt. Ik val neer op een stoel van een
overdekt terrasje aan de zócalo, het centrale plein en
park. Het plein grenst aan een typisch oud-Spaanse kerk, met
dikke muren gelijk een fort. Ik bestel een Corona-bier bij de
ober, een gedrongen man met korte benen, zoals zoveel Mexicanen
in het zuiden.
Het is een goede plek om de plaatselijke bevolking te observeren.
Jongens in gebleekte spijkerbroeken, felgekleurde T-shirts
en sneakers. Meisjes met geplooide rokjes over een halflange
wielerbroek en een grote strik in het haar. Oude vrouwen in
een traditionele witte jurk, veel veelkleurige biezen aan
de boven- en onderzijde. Oude mannen, sjokkend op sandalen,
met een panama-hat (een geweven witte hoed) op hun hoofd.
De ober protesteert beleefd maar terecht wanneer ik later
op de avond $1200 (ca f 0,30) op de tafel neerleg in plaats
van de $12000 (ca f 3,00) op de rekening. Ik zal moeten wennen
aan dat soort grote bedragen.
| De TV op mijn kamer in Hotel Zaci kan slechts
één zender ontvangen. De zendtijd wordt
grotendeels gevuld met telenovelas; kitscherige soaps
met hartverscheurende liefdesdrama's. De hoofdrolspelers
zijn allen keurige, westers uitziende jonge mensen, die
weinig gemeen hebben met de authentieke indiaanse bevolking
in Mexico. Ook bij de spelshows hebben de presentatoren
een blank uiterlijk en zijn de meeste assistentes geblondeerd.
Toch zit een groot deel van de bevolking grote delen van
de dag aan de beeldbuis gekluisterd. |
|
's Morgens vroeg is er een eenvoudige markt in Calle 39
en omgeving. Indiaanse vrouwen in traditionele witte jurken
nemen plaats op het trottoir en spreiden hun koopwaar uit
op een kleedje: bananen, papayas, pepers, tomaten, zelfgebakken
koekjes, hoeden, vruchtendranken, etc. Ze keuvelen ontspannen
met elkaar. Wanneer ze merken dat ik naar hen kijk wijzen
ze uitnodigend op hun producten. Ik schud mijn hoofd en zij
hervatten gelijk hun gesprek. Ik zo opvallend veel zwangere
vrouwen.
De huizen hebben allemaal fleurige pasteltinten: roze, blauw,
groen of geel. De meeste huizen konden echter tientallen jaren
geleden al een flinke opknapbeurt gebruiken. Ik kijk een poosje
in een winkeltje waar tortillas worden gemaakt. Uit een eenvoudige
machine rollen kleine bolletjes maïsdeeg die door middel
van een soort wringer worden veranderd in dunne pannenkoekjes.
Het is flink heet in de winkel en de meisjes bij de machine
transpireren hevig. De tortillas worden in stapeltjes van
10 of 20 in een vetvrij papaiertje gepakt en verkocht.
De kleine meisjes zijn bijna zondering uitzondering schattige
kinderen met jurken vol tierelantijntjes en strikjes in het
haar. Ook de oudere meisjes en jonge vrouwen zien er nog prima
uit: in uiterst verzorgde kleding en met make-up paraderen
ze over straat. Na een paar kinderen veranderen ze middelbare
vrouwen echter in lompe, dikke, vormloze, lelijke schepsels
die in niets meer doen herinneren aan hun jeugdig uiterlijk.
CHICHEN ITZA
Ik merk nog niet veel van de beruchte roekeloosheid waarmee
de buschauffeurs over de bochtige, smalle wegen rijden. Bij
elk dorpje zijn verkeersdrempels (topes of vibradores) aangebracht,
zodat al het gemotoriseerde vervoer bijna tot stilstand moet
komen. De meeste merken dat niet, zij gebruiken de reistijd
om te slapen. Binnen enkele minuten na het instappen liggen
ze, vaak in de meest ongemakkelijke houdingen, te slapen. De
conducteur ligt voorin een striproman te lezen. De bus zet mij
's morgens vroeg af bij de ingang van Chichen Itza. Tot ongeveer
11.00 uur kan ik rustig over het gehele terrein lopen. Deze
oude Maya-stad werd in de veertiende eeuw, om nog steeds niet
geheel duidelijke redenen, verlaten.
Het is een lastige, steile klim naar de top van El Castillo,
de grote piramide. Daar heb ik een mooi uitzicht over de wijde
groene vlakte rondom het gebied. Er zijn 91 treden aan de
vier zijden die tezamen met het centrale platform totaal 365
treden vormen: het aantal dagen van het jaar. De Maya's hadden
reeds een verbazingwekkend nauwkeurige kalender.
Vlakbij is er een sportveld waar de Maya's een balspel speelden
waarbij ze een bal door een grote stenen ringen moesten gooien.
Waarschijnlijk werden de verliezers geofferd. In de tempel
van Chac-Mool staat het bekende "offerblok", waar
slachtoffers overheen moesten buigen, waarna hun nog levende
hart er werd uitgesneden en geofferd.
 |
|
Vanaf 11.00 uur arriveren de bruingekleurde toeristen die
een weeklang zonnebaden wel eens willen onderbreken met een
halve dag cultuur. Achter een gids met een vlaggetje loopt
een smakeloze colonne in oversized T-shirts met opschriften
als "Hard Rock Cafe Cancun", korte broeken in fluorescerende
kleuren, baseball petten, donkere zonnebrillen en soms zelfs
kleine handventilatoren op batterijen. De meeste lijken al
snel spijt te hebben van hun komst. De grote steenhopen hebben
ze al snel gezien. Waarom hebben ze in hemelsnaam de koele
zeebries in de steek gelaten voor deze drukkende hitte. Vooral
de Amerikaanse toeristen doen weinig moeite hun 100 kg overgewicht
te verbergen.
Het kleine restaurantje in het park wordt bestormd door de
uitgedroogde meute. Veel mensen worden daar teleurgesteld:
ze hebben geen diet coke en je kunt niet betalen met een traveler
cheque of een credit card. Maar zelf de Amerikanen worden
vaak nog overtroffen in schaamteloosheid door groepen Italiaanse
toeristen waar geblondeerde vrouwen met een design zonnebril
en vol gouden juwelen in een minimale bikini op hoge hakken
door het park strompelen. Op een ijskarretje staat Helados
HOLANDA. Het heeft verdacht veel weg van een Mexicaanse equivalent
van CARACO-ijs (Mexicaantje, oranje hoed, …..)
MERIDA
Hoewel het een grote stad is heeft Merida
een hele relaxte sfeer. De oude koloniale stad is het
culturele centrum van het schiereiland Yucatan. Onder
de Spanjaarden werd het een welvarende stad vanwege
de tabaks- en de suikerindustrie. Er zijn mooie koloniale
hotels met donkere, krakende vloeren en trappen en witgepleisterde
muren.
Op een pleintje vlakbij ons hotel is aan het begin
van de avond een klein dansfeest in folkloristische
kostuums. De mensen zijn mooi uitgedost en dansen met
zwier en trots. |
|
CAMPECHE
De 2e klas bus verlaat voortdurend de grote weg om kleine plaatsjes
te bezoeken. Alle plaatsjes bestaan uit een grote, oude massieve
kerk, een zócalo (centraal plein) met oude mannetjes
op bankjes in de schaduw en daaromheen de rest van het dorp.
Zodra de bus stopt rennen jongens met drank en ijs naar de bus.
In veel plaatsen bestaat het lokale vervoer uit een soort riksja's:
driewielers met aan de voorzijde een bankje voor één
of twee passagiers. In de buurt van Campeche zie ik diverse
malen jonge blanken met witte strohoeden en een tuinbroek van
spijkerstof. Het blijken mennonieten te zijn die een eigen vestiging
in de buurt hebben. In deze weinig ontwikkelde omgeving vinden
ze gelukkig weinig zaken die hen in verleiding zouden kunnen
brengen.
De zee brengt geen koelte, maar verhoogt enkel de toch al
hoge vochtigheidsgraad. De oudste vestingstad van Amerika
heeft geen grote aantrekkingskracht op toeristen. Een paar
grote, lelijke hotels aan het water, waar niet gezwommen kan
worden, hebben het klimaat voor de rest van de horeca flink
verpest. Grote delen van de vestingmuren zijn nog intact.
Ik loop een klein museum in een vestingspoort binnen, op zoek
naar wat verkoeling. Voor de balie zit een meisje in een stoel
te slapen. Ze schrikt wakker wanneer ik voor haar sta en verricht
met een slaperig hoofd de nodige formaliteiten. Ik schrijf
mijn naam in het boek en zie dat ik vandaag de eerste ben.
Aan de muur hangen foto's van Campeche uit de vorige eeuw
en tekeningen van de begintijd van de stad. Even later struikel
ik bijna over de benen van de bureauchef die languit achter
de balie ligt te snurken. Het meisje heeft inmiddels ook weer
haar slaappositie ingenomen. In neem een poosje plaats in
de schaduw van de kantelen bovenop de vestingspoort, waar
de wind gelukkig voor enige afkoeling zorgt.
Alle café's hebben schotten voor de ingang geplaatst.
Ik heb geen idee of ze daarmee het kabaal en de uitlaatgassen
buiten willen houden of dat ze daarmee de inpandige activiteiten
willen onttrekken aan het oog van de nieuwgierige voorbijganger.
Het café is nog steeds het domein van de mannelijke
Mexicaan. Twee muzikanten, een gitarist en een trommelaar/mondharmonicaspeler,
hebben grote moeite om boven het lawaai van de drukke gesprekken
uit te komen. Alle mannen drinken bier. Geen drinkwedstrijden
met tequila of mezcal, maar gewoon ordinair bier.
De straten zijn opvallend schoon. Aan het eind van de middag
wordt mij duidelijk waarom. Een korte, maar hevige regenbui
verandert de iets aflopende straatjes snel in kleine, snelstromende
rivieren die alles wegspoelen. De smalle trottoirs zijn gelukkig
tamelijk hoog. De auto's rijden langzaam en attent om de voetgangers
te ontzien. Ik ruik dat de riolering ook moeite heeft om de
grote hoeveelheid water te verwerken.
De smalle trottoirs dwingen mij 's avonds vlak langs de open
ramen van de huizen te lopen. De interieurs vertonen veel
overeenkomsten: bijna steeds wordt het middelpunt gevormd
door een kastje met een grote hoeveelheid porselein beeldjes,
een Jezusbeeld met versierselen en door een TV. Daaromheen
staan een paar rookstoelen, een bankstel en enkele hangmatten
waarin alle leden van het gezin liggen of zitten.
NAAR VILLAHERMOSA
Ik krijg echt last van de drukkende hitte. Het vreet al mijn
energie weg en mijn benen voelen zwaar. Ik wil weg van de kust
en verder landinwaarts. Ik ga naar het kantoor van de ADO busmaatschappij:
het beschikt over een modern, goed geoutilleerd computersysteem
waarmee je weken van tevoren zitplaatsen op alle bestemmingen
kan reserveren. Ik hoor dat vandaag en morgen alle bussen naar
Villahermosa vol zijn. Het is een flinke rit van ongeveer zeven
uur. Die wil ik niet graag in een benauwde, drukke 2e klas bus
maken. Dan maar eerst naar Palenque? Naar Palenque blijkt alleen
een nachtbus te lopen. Er blijkt de volgende dag wel een bus
naar Escárzega naar te gaan, een plaatsje halverwege
Campech en Villahermosa. Misschien is van daaruit wel verder
vervoer te regelen.
Ik stap in Escárzega uit. Het is wel een overgang
van de airco-bus naar de wederom drukkende hitte. Helaas blijkt
ook vanuit hier alleen nachtbussen van Palenque te lopen.
Aan het eind van de middag komt er een bus naar Villahermosa,
maar ik moet maar afwachten of er plaats is. Dan maar weer
naar het 2e klas station. Escárzega kan dan wel niet
groot zijn, het is wèl erg lang . Het stadje bestaat
uit een bijna 3 km lange strip van huizen aan weerszijden
van de straat. Het lot heeft beschikt dat het 1e klas station
aan de ene zijde van het stadje ligt en het 2e klas station
aan de ander zijde. Er is weinig beschutting, dus sjok ik
in de hitte naar het andere einde van de stad. Ook hier weer
alleen nachtbussen naar Palenque, maar bussen naar Villahermosa
zijn er genoeg. Ik zie echter juist een overvolle "kippenbus"
vertrekken en wordt een beetje depressief. Een jongen in een
oude Ford blijkt als taxi te fungeren.
Ik laat mij weg terug brengen naar het 1e klas station. Onderweg
stappen nog een paar jongens in. Ik laat mij op de lijst voor
de bus naar Villahermosa zetten. Ik hoor dat de loketten vaak
bestormd worden om de paar vrije plaatsen te bemachtigen als
de bus arriveert. Na ongeveer een half uur blijkt er een keurige
2e klas bus naar Villahermosa te stoppen. Ik vraag of ik mee
kan. De chauffeur knikt en zegt dat ik het kaartje bij hem
in de bus moet kopen en niet aan het loket. Hij noemt een
prijs die mij wat aan de hoge kant lijkt, maar ik ben al lang
blij dat ik mee kan. Waarschijnlijk stopt de chauffeur de
$20.000 in zijn eigen zak, maar dat kan mij niets meer schelen.
In de bus heb ik een moeizame conversatie met een indiaanse
jongen: hij spreekt geen Engels en ik slecht Spaans. Voortdurend
zoek ik woorden in mijn woordenboek op om zijn vragen te kunnen
beantwoorden. Hij blijkt een visser te zijn die voornamelijk
haaien in de omgeving vangt. Hij vraagt waar ik vandaan kom
en dan blijkt weer wie de ware ambassadeurs van ons land zijn:
"Ah, Holanda! Futboll! Naranja! Goelit, Ban Basten!".
Halverwege maken we een korte stop in Emilio Zapata. Ik koop
een flesje Fanta dat wordt leeg gegoten in een plastic zakje
met een rietje er in. In de bus loopt een jochie met bananenchips,
chicklets (kauwgom) en diario (krant) rond en ik koop een
zakje chips voor mijn buurman.
Als mijn drank op is zit ik een poosje met het lege zakje
in mijn hand. Hij pakt het zakje beet en gooit het uit het
raam. "Contamination?" prostesteer ik zwakjes, maar
hij lacht: "Todos verdes!" en wijst op de grote,
groene vlakte om ons heen. Vervuiling is blijkbaar alleen
een westers luxe-probleem. De ADO-chauffeurs dragen een strakke
grijze broek, een wit overhemd en een rode stropdas. Alle
zitplaatsen in de bus zijn genummerd. De chauffeurs wisselen
elkaar om de twee uur af. De chauffeur die afgelost wordt
gaat een poosje achter in de bus op een speciale ligplaats
liggen.
| Villahermosa is niet echt interessant maar
het museumpark "La Venta" is wèl de moeite
waard. Ik loop een hele middag door het schaduwrijke park
en verbaas me over enkele overblijfselen uit de tijd van
de Olmeken (ca 3500 jaar geleden): ongeveer twee meter
hoge stenen hoofden met onmiskenbaar negroïde trekken.
Dat maakte allerlei speculaties over contacten tussen
Afrika en Amerika mogelijk. |
|
Tussen Villahermosa en Veracruz zijn er diverse controlepunten.
Soms komt er een agent in de bus en werpt een snelle blik
langs de passagiers. Eén keer wil een agent ook alle
paspoorten zien. Vier jongens beschikken niet over de nodige
papieren en worden uit de bus gehaald. Ik hoor van medepassagiers
dat het waarschijnlijk illegale arbeiders uit Guatemala zijn.
Voor in de bus gaat steeds een lampje branden als de chauffeur
te hard rijdt. Op het bijbehorende bordje staat: "Esta
luz indica que se esta rebasando la velocidad autorizado".
Elke bus beschikt over een tachograaf. De chauffeur heeft
echter haast en houdt steeds een oog op het lampje gericht:
als het lampje even aan gaat laat hij het gas weer iets los.
Ook is er onderweg controle door een soort vliegende ADO-brigade:
ze controleren of de chauffeur niet stiekem extra passagiers
meeneemt en het geld in eigen zak steekt.
verder
naar "Mexico-zuid" deel 2
|