|
Guatemala, informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag, info, foto's, Midden Amerika
GUATEMALA
Guatemala reisverhaal: verslag van een reis door Guatemala met
veel informatie en foto's
(Tekst en foto's: Bert Taken - 1991)
LAKE ATITLÁN
Vanuit San Christobal in Mexico nemen we de bus voor de lange
reis naar Lake Atitlán.
Bij de grens zien we tientallen Amerikaanse sloopauto's (waaronder
vele met prachtige vleugels, chromen bumpers, etc.) aan elkaar
bevestigd voor transport naar Midden-Amerika waar ze worden
opgeknapt voor een tweede leven. Over de grensovergang in
Mesilla stap ik in de gereedstaande tweede klas bus. Het is
een oude schoolbus uit de Verenigde Staten. Waarschijnlijk
groot genoeg voor de kleine indianen, maar toch aan de kleine
kant voor de gemiddelde westerling. Na nauwelijks 500 m wordt
de bus aangehouden door twee legermensen met machinegeweren.
Ze willen de kwitanties zien van de visa die aan de grens
verstrekt zijn. Dat is volkomen belachelijk, want niemand
heeft een kwitantie gekregen en dat weten ze donders goed.
Ze dreigen met iedereen te laten uitstappen. De chauffeur
onderhandelt een poosje en wat later komen de militairen de
bus in en willen alle paspoorten zien. Het is een grimmig
staaltje intimidatie. Als het hun bedoeling is om wat geld
te krijgen dan mislukt hun missie. Blijkbaar nemen ze genoegen
met een aantal westerse toeristen de schrik aan te jagen,
want even later liggen ze weer te luieren in de schaduw.
Even later klimt en daalt de bus door de heuvels richting
Huehuetenango. Veel hellingen zijn bebouwd met mais of agaves.
Veel rotswanden zijn beklad met leuzen en symbolen van politieke
partijen. Onderweg stopt de bus bij iedereen die een hand
opsteekt en weldra zit de bus bomvol. Op de toch al kleine
bankjes zitten nu drie mensen naast gepropt. Gelukkig kunnen
we genieten van de prachtige uitzichten over de bergachtige
landschappen met af en toe een vulkaan op de achtergrond.
Vlak voor Huehuetenango springt een vertegenwoordiger van
Rapidas Zaculeu in de rijdende bus. Hij probeert zoveel mogelijk
mensen te ronselen voor de 1e klas bus naar Guatemala City.
Los Encuentros is niet veel meer dan een grote kruising,
maar wel een plek om over te stappen naar allerlei andere
bussen. Overal roepen chauffeurs en conducteurs hun bestemming
zoals "Pana, Pana!" voor richting Panajachel, "Chichi!"
voor Chichicastenango en "Guate, Guate!" voor Guatemala
City. Ik stap in een minibusje naar Panajachel aan het Atitilán-meer.
Er zijn vier minuscule bankjes in het busje gemonteerd, waar
uiteindelijk 25 mensen op plaats nemen. Op wat hobbelige wegdelen
schuurt de bodemplaat over de grond. Gedurende de volgende
10 km stappen minstens 20 mensen in en uit wat voortdurende
klimpartijen over de andere passagiers tot gevolg heeft. Mijn
benen zitten klem, mijn armen zijn afgebonden en ik kan mijn
hoofd niet draaien om naar mijn buurman te kijken.
In Sololá moet ik overstappen in een ander minibusje
en hoewel ik even geniet van mijn bewegingsruimte moet ik
even later weer met even weinig plek genoegen nemen. Ondanks
dat ook dit busje propvol zit weet de bijrijder gedurende
de rit zich over, onder en langs de passagiers te wurmen om
het geld in ontvangst te nemen. Wanneer ik 's avonds eindelijk
Panajachel bereik zie ik ook waarom het ook Gringotenango
genoemd wordt. Het plaatsje wordt platgelopen door hordes
budgettoeristen en is één grote markt van souvenirtentjes
en hotelletjes. Overal verkopen ze polsbandjes, riemen, geweven
kleding, beeldjes en andere prullaria. Elk gebouwtje of overdekte
schuur heeft een bordje "Hospedaje". Ik ben te moe
om me er echt druk over te maken en zoek snel een onderkomen
voor de nacht (en dat bleek al moeilijk genoeg).
De volgende ochtend trekt een grote meute
flitsende zonnebrillen en bonte boxershorts langs de honderden
kraampjes op weg naar de zonneweide, de surfplank of de
waterskies. Het bergmeer ligt er prachtig bij: helder
blauw en volledig omgeven door drie vulkanen. Aan het
meer verkopen kleine kinderen bananen en paarse cactusvruchten.
Als ze eenmaal een toerist hebben aangeklampt laten ze
deze niet gemakkelijk meer los. "Si señor,
comprar. Comprar, si, comprar" herhalen ze voortdurend
zonder nadenken als een soort mantra. |
|
Op enkele plaatsen komen we nog hippies tegen die hier sinds
de 70-er jaren zijn blijven hangen. Als we naar de mooie omgeving
kijken kunnen we ze geen ongelijk geven. Voor $8 per persoon
huren we gedurende een dag een boot en reizen langs de dorpjes
San Pedro, Santiago Atitilán en Santa Catalina aan
het meer. In Santiago staat een typische Maya-kerk: in principe
katholiek, maar vol met symbolen, dennennaalden, kaarsen,
bloemen en heiligenbeelden die eigenlijk oude Maya-goden voorstellen.
Het is een zeer traditioneel dorpje waar Maximón (zie
nevenstaande afbeelding) wordt aanbeden. Maximón is
een houten beeld, gekleed in traditionele kleding, met een
sigaret in zijn mond. De lokale bevolking tolereert buitenstaanders
en beantwoordt een glimlach en een groet, maar ze zitten (terecht)
niet te wachten op allerlei pottenkijkers. In Santa Catalina
wonen de rijkere mensen en dat is te zien aan de prachtige
bungalows. Overal rondom het meer bloeien onnoemelijk veel
bloemen en planten die het kleurrijke karakter van de bevolking
nog verder versterken.
CHICHICASTENANGO
Vanuit Panajachel nemen we een combi naar Sololá.
Op het pleintje is een demonstratie van arbeiders tegen hun
slechte werkomstandigheden. Alle mannen dragen dezelfde kleding:
een kleurrijke broek tot net onder de knie, een even bont
gekleurd shirt, een kleed om hun middel en een witte hoed.
Bij Los Encuentros nemen we de bus naar Chichicastenango.
Het is woensdag middag en in het dorpje zijn al een hoop mensen
bezig met de markt van donderdag. Mannen sjouwen met tientallen
ruwe palen naar het centrale plein.
Met wat touw en een stuk zeil bouwen ze een kraam die er
gammel uitziet, maar waarschijnlijk wel minstens een dag blijft
staan. Vrachtwagens met manden vol appels arriveren. Van het
dak van oude schoolbussen worden grote hoeveelheden etenswaren
en handelswaar geladen. Mannen en vrouwen sjouwen op hun rug
met grote lasten, die met een doek of met riemen om hun voorhoofd
is gebonden. Terwijl we moeite hebben om een steile kasseienweg
op te lopen, worden we links en rechts gepasseerd door oude
mannen en vrouwen die met drentelpasjes grote bossen hout
naar de markt brengen.
 |
|
De volgende ochtend is het gehele plein volgebouwd. De straten
in de omgeving zijn door kraampjes aan weerszijden versmald
tot nauwe doorgangen van nauwelijks één meter.
De kleding en de koopwaar zorgen voor een zeldzaam kleurrijk
schouwspel. Midden op de markt bevinden zich de eetkraampjes:
hier staan grote pannen op het vuur waar de tortillas worden
klaargemaakt. Op de trappen voor de twee kerken aan het plein
zwaaien indianen voortdurend met houtskool en wierrook in
een conservenblik aan een touwtje. De ingangen van beide kerken
zijn zwartgeblakerd door de rook en het vuur van allerlei
offers. In het middenpad van de Santo Tomás kerk ligt
een aantal offerblokken vol rozenblaadjes waar indianen rijtjes
kaarsen op plaatsen en besprenkelen met alcohol. Overal op
de vloer liggen dennennaalden.
In de kerk hangt een bord dat aangeeft dat er geen foto's
van indiaanse riten mogen worden gemaakt. De oude muurschilderingen
zijn zo donker geworden dat bijna niet meer te zien is wat
ze voorstellen. In een aantal vitrines staan heiligenbeelden.
Hoewel het katholieke heiligen zijn, stellen ze oude goden
van de indianen voor. Sommige beelden hebben bankbiljetten
in de handen. Op de trappen hebben veel indianenvrouwen zich
verzameld met grote bossen gladiolen. Ze zijn het doelwit
van veel toeristen die zich met telelenzen rondom de trappen
hebben verzameld. Ze ondergaan het gelaten, maar wenden steeds
hun gezicht af als ze zien dat ze gefotografeerd worden. Eigenlijk
is het gênant om te zien hoe ze op hun eigen territorium
zo belaagd worden.
Buiten de kerk worden we diverse malen aangesproken door
indianen die zich als gids aanbieden. Ze vragen of we naar
een ceremonie in de heuvels, de Pascual Abaj, willen om een
brujo (medicijnman) aan het werk te zien. Halverwege de ochtend
komen de eerste shuttle-bussen met toeristen vanuit Guatemala
City en Panajachel aan. Zonder enig respect dringt de meute
toeristen zich door de mensenmassa op de markt en stormt de
kerk binnen om hun fotorolletjes en films vol te schieten.
Veel toeristen durven zich niet in het midden van de markt
te begeven ("Dass ist mir zu riskant!") en blijven
een beetje aan de buitenzijde kijken waar de kramen met kleding
en maskers staan. Een Amerikaanse koopt na een klein beetje
afdingen een grote aardewerk pot en vraagt aan haar man: "Do
you think this is a bargain?". Waarop haar man antwoordt:
"For you always, honey!". Wat moeten de indianen
een ontzettend slecht en vertekend beeld van de westerse toeristen
krijgen: ze hoeven blijkbaar niet te werken, overspoelen de
markt en kopen wat ze willen, lopen in belachelijke korte
broeken en hemdjes.
Halverwege de middag zijn de meeste mensen weer vertrokken.
Diverse mensen breken hun kramen al weer af. Alleen de eetstalletjes
blijven nog staan omdat veel kooplui nog wat willen eten voordat
ze vertrekken. Alles wordt weer in grote rieten manden gepakt
en bovenop de oude schoolbussen geladen. Op diverse plekken
liggen oververmoeide en/of dronken mannen. De sfeer wordt
weer wat relaxter: kinderen lachen weer terug en een vriendelijke
groet wordt weer beantwoord.
De volgende ochtend heeft zich een kleine menigte verzameld
voor ons hotel met relatief veel politie en leger. Een stuk
of zes jongemannen en vrouwen slepen met schoppen en houwelen.
Uit een minibusje worden vijf dichtgebonden vuilniszakken
overgeladen in een andere auto. Er worden foto's gemaakt van
de zakken. Ik vraag aan één van de meisjes,
de broek nog vol zand, wat er aan de hand is. Ze vertelt dat
ze een klein massagraf hebben gevonden met mannen uit de buurt
die in 1981 zijn "verdwenen". Zij komt uit Argentinië
en verricht onderzoek op verzoek van de plaatselijke bevolking.
verder
naar "Guatemala" deel 2
|