Costa Rica, informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag, info, foto's, Midden Amerika

Costa Rica - Pura Vida

(tekst en foto's: Ivan en Linda Bernaerdt – Van Doorslaer)

deel 2/2

Wij moeten alles tezamen nog drie keer een rivier door, waarbij er een meer dan 20 meter breed en naar schatting 60cm diep is. Wij rijden nog wat verloren, vergeten Nosara en vinden dan rond 18.00 u. in volle duisternis een Cabina. De uitbater begrijpt niet hoe wij er met onze huurauto zijn geraakt. Om 19.30 u. bellen we de verzekering en om 22.30 u. komt op het einde van de wereld een verzekeringsmakelaar ons relaas noteren. Aan ondernemingszin ontbreekt het sommige Costa Ricanen blijkbaar niet. Met mijn beperkte kennis van het Spaans, gebaren en wat tekeningen doen we het relaas.

De dag nadien, zondag, is stappen heel moeilijk. Mijn enkel lijkt verzwikt door de oplawaai van de bus. Bil en bekken doen pijn. Wij zijn zowat overal verbrand door amper 3 uurtjes op de Playa Grande de dag ervoor, (Costa Rica ligt op amper 9° noorderbreedte) en hebben flink wat muggenbeten. Gelukkig kan je maar één keer pijn hebben. We verwachten de politie, maar die geeft forfait. Wij zullen maandag dan maar zelf onze verklaring gaan afleggen in Nicoya, hoofdplaats van het schiereiland. We gaan toch die richting uit.

Maandag schijnt de zon, er ligt weer asfalt. De politieman in Nicoya is heel vriendelijk en behulpzaam. Het euromuntstuk dat we hem achteraf geheel vrijblijvend mogen geven wordt in dank aanvaard. We passeren de voor Costa Rica indrukwekkende nieuwe brug. Het lijkt wel of men op geen inspanning ziet om ons ter wille te zijn.

We zetten koers naar de mooie stranden in het midden van de westkust! Op onze eerste bestemming, playa Hermosa vinden we een cabina in iets mindere staat, maar op de mooiste plek aan het schitterende zwarte strand. Vanop ons balkon zien we, door 3 rijen palmen door, de pelikanen drijven boven de koppen van de schuimende golven. Surfers voeren hun nummertje op. Ik fotograaf er een van de mooiste zonsondergangen uit mijn carrière. De volgende dag trekken we naar Carara, op zoek naar de ara’s. Maar ze laten zich echter niet zien. Het park heeft niets nieuws te bieden. Het is een park teveel.

Volgende slaapplaats wordt Quepos: hier ontmoeten wij passagiers van de bus die mij had aangereden. Ze hebben weinig na het ongeval de bus verlaten. De chauffeur had nog meer gedronken en reed echt onverantwoord. Later op de avond krijgen we nog een fiks onweer. We schuilen op het centrale plein met de Costa Ricanen die net hun kermis vieren met de nodige attracties, lichtjes, eettenten… De attracties zijn iets ouder dan bij ons, maar het is echt de sfeer van de foor!

De volgende morgen staat het park San Antonio op het programma. Het is er beduidend drukker en toeristischer dan in de vorige parken. De unieke combinatie van tropisch regenwoud met de lichte zandstranden komt door het bewolkte weer helaas niet helemaal tot zijn recht. Via playa Matapalo rijden we naar Dominical. Op het brede en kilometers lange strand van Matapalo zijn we, op 2 vissers na, helemaal alleen. We amuseren ons met de kleine rode krabbetjes die zich verstoppen in het zand, maar toch zo vlug mogelijk weer te voorschijn komen.

We kletsen met de barman van de (wat dacht je) voor de rest lege bar. Hij is verbaasd dat wij voor € 700 per persoon van Brussel via Madrid en Miami tot in San José kunnen vliegen, en ook nog helemaal terug. Hij betaalt slechts iets minder voor een vluchtje naar Noord-Amerika, hier vlakbij. Dominical stond in de gids beschreven als romantisch, maar wij krijgen de indruk dat je zelf voor de romantiek moet zorgen. Het is er niet slecht, maar niet zo betoverend als Playa Hermosa of Matapalo.

Tegenslag

De donderdag van de tweede week is het reisdoel Turrialba, in het binnenland, richting de Caribische sfeer van de Atlantische Oceaan. In de aanloop naar San Isidiro stop ik aan een lokaal groentenkraam voor een sfeerfoto. De uitbaatster heeft er een voederplaats van overrijp fruit. Ik krijg er gratis een presentatie van zowat de ganse populatie aan kleurrijke vogels voorgeschoteld. Hoewel in de reisgidsen de weg over San Isidiro en de Col de la Muerte (3491m) wordt afgeraden wegens mist, kuilen in de weg en steile afgronden, waag ik toch de oversteek.

Ik neem me voor geen zotte inhaalmanoeuvres te doen. De oversteek is niet echt gezellig wegens mist en regen, maar verloopt probleemloos. 40 km voor Turrialba passeren we Cartago: de oudste stad van Costa Rica. Alhoewel, er blijft van het oude niet veel over. Toch heeft de stad een zekere charme, en ik besluit om wat sfeerfoto’s te nemen. Het plein waar we parkeren is clean, er zitten mensen te keuvelen op de bankjes, en we worden geholpen om te parkeren door een ‘parkeerwachter’ in een fluorvest. De uitstap is de moeite waard. Op een plaatselijke markt bulkt het van het fruit. Verkopers van loterijbiljetten roepen om het luidst en verdringen elkaar om toch maar te kunnen verkopen.

Als we terug in de auto instappen blijkt Linda’s deur niet gesloten. En als we in Turrialba de handtas uit de auto willen nemen blijkt ze verdwenen, gestolen! Weg de helft van ons cash geld. Weg een van ons 2 Visakaarten. Weg vliegtuig tickets. Weg internationaal paspoort. Ik kijk achteraan in de auto en krijg het bijna aan mijn hart: ook de handbagage is weg. Weg laptop, met daarop wel duizend foto’s overgezet van de digitale camera. Weg batterijlader, Belgische gsm, zonnebrillen…

De lokale politie is niet direct bereikbaar en blijkt ook maar beperkte bevoegdheid te hebben. Dus terug naar de politie van Cartago. Het eerste adres is niet het juiste, maar onder begeleiding van een politieauto worden we naar het correcte adres geloodst. Bij gebrek aan parkeerplaats, is parkeren langs de kant van de rijweg midden in de stad ook OK. Visa blokkeren lijkt niet eenvoudig. De telefoon van de politie laat bellen naar het buitenland niet toe. Gesprek betaald door correspondent mislukt keer op keer. Gelukkig verbindt Visa Costa Rica me door met Visa België Genoeg om de kaart te blokkeren. Ondertussen is vastgesteld dat wij de wagen niet hebben opengelaten, maar dat het slot is geforceerd. De vriendelijke politieman raadt aan naar San José te rijden. Morgen vrijdag gaan we reeds naar de ambassade.

De intocht in San José is niet echt gecontroleerd. Massa’s auto’s. Weinig of geen borden met aanwijzingen. Op het gevoel, na wat links en rechts afslaan, vinden we een hotel. Geen idee waar we zijn. Eens in het hotel blijken we vrij dicht te zijn bij het centrum van San José. De man aan de balie is heel behulpzaam met telefoneren, adressen zoeken en gebruik van e-mail. De volgende ochtend wandelen we in 20 minuten naar de Belgische ambassade. Een bewakingsagent met volle snor, die recht uit een stripverhaal lijkt gestapt, deelt mee dat de ambassade gesloten is wegens Belgische nationale feestdag.

Even nadenken leert ons dat 15 november een feestdag is voor ambtenaren. Dat het vandaag pas de veertiende is, realiseren we ons pas later. Bellen naar een gsm van een beambte resulteert in slecht nieuws: zonder origineel internationaal paspoort is er geen mogelijkheid om via de Verenigde Staten te vliegen. Het systeem van transit is mede door 11 september afgeschaft. Dat België ook heeft dwarsgelegen bij de golfoorlog, en George W Bush bijna voor de rechter is gedaagd door de Belgische genocide wet, heeft de goodwill ten opzichte van Belgische toeristen helemaal weggewerkt. Wij zullen via Mexico of Caracas (Venezuela) moeten terugkeren. Op dat moment beseffen we het nog niet helemaal.

‘s Namiddags gaan we de auto tonen aan de verzekering. De dag zit er meteen op. Een weekend wachten in San Jose zien we niet zitten. We besluiten op zaterdag naar onze originele bestemming te rijden: de zuidkant van Costa Rica aan de Atlantische Oceaan. Onze reisgids beveelt ons Puerto Viejo aan boven Cahuita. De twee eerste Cabina's zijn er volzet, maar het derde is prijs. Voor 20 dollar kunnen we slapen in een heel mooie, sfeervolle kamer van de Siciliaanse eigenaar. De eerste dag is warm, zwoel zelfs, de tweede regent het. De Argentijnse bediende van de Cabina neemt ons belangeloos mee naar een ongerept deel van het regenwoud. Op blote voeten loodst hij ons naar een heuvel vanwaar we het oerwoud in Panama kunnen zien. Hij laat ons proeven van de vrucht van een verwilderde cacaoplant. Het is toch eens wat anders dan langs de bewegwijzerde, platgetreden paden in de natuurreservaten.

Dinsdagmorgen keren we terug naar San José. Ondertussen zijn we al wat gewend geraakt aan het rijden in die gekke stad San José. Eens je het systeem van de loodrechte straten met hun logische nummering door hebt is het wel handig. Alleen vergeten ze soms het nummer is van de Calle of de Avenida te vermelden. . We trekken in in hetzelfde hotel. Via e-mail van Iberia vernemen we dat een vlucht via Miami inderdaad uitgesloten is. Mits betaling van administratieve kosten kunnen ze zorgen voor een alternatieve route via Mexico of Caracas.

Mexicana airways blijkt niet zo heel soepel. Het tarief voor een enkele vlucht San José - Mexico kost 370 dollar met daarbovenop nog een reeks extra kosten. Stevig onderhandelen over de prijs resulteert in een povere 10% korting. Wij informeren bij de buren van Venezuela, maar daar is het nog duurder. Dan maar weer naar Mexican. We schaffen tickets aan voor donderdag, een dag vroeger dan oorspronkelijk gepland. Dan sluit de vlucht naar Madrid perfect aan op de vlucht naar Mexico, die reeds vertrekt om 7.30 u. Ondertussen is het woensdag 11.00 u. We besluiten naar het hotel te rijden, uit te checken, en dan via Iberia naar Alajuela terug te keren.

Kartonnen doos

We nemen afscheid in het hotel. Bij Iberia hebben ze nog wat fotocopies nodig, die ze zelf niet mogen (willen) maken. Dus even naar de overkant van de straat voor de copies, administratieve kosten betaald en alles is in orde voor de terugvlucht. We hebben de (dure) tickets naar Mexico, en de gewijzigde tickets van Iberia. Het heeft geld gekost, maar Brussels here we come! Maar als we in de auto willen stappen blijkt de deur WEER geforceerd. Ons twee grote valiezen zijn nu ook verdwenen. Navraag op de vier hoeken van het drukke kruispunt levert geen resultaat op. Niemand heeft iemand gezien met twee grote bruine valiezen. Er rest ons nog: de kleren die we dragen en wat los in de auto lag. De tas met reisgidsen, Zwitsers mes en mijn fototoestel dat voor de passagierszetel lag hebben de boeven in hun haast niet gezien.

Totaal gedesillusioneerd rijden we naar Alajuela en leveren de auto in. De verantwoordelijke kan ons verhaal niet geloven. Een vriend van hem haalt ons op voor de allerlaatste overnachting in zijn hotel. Die regelt een taxi voor de volgende ochtend. We slapen weinig en slecht. We vertouwen de wekker niet. Maar om 5.00 u, op het moment dat de wekker gelukkig zijn werk doet, slapen we dan toch. De taxi verschijnt niet. We wekken de eigenaar die de eerste de beste taxi tegenhoudt en dan verloopt de tocht naar de luchthaven vlekkeloos. Na nog eens elk 26 dollar luchthaventaks, betaald met mijn fel geteisterde Visa kaart, kunnen we inchecken. Aangezien ons Zwitsers mes niet op het vliegtuig kan, hebben we toch nog bagage: een kleine kartonnen doos.

Bij de landing in Mexico krijgen we een mooi zicht op die enorme stad Mexico City. Omdat Mexican geen afspraken heeft met Iberia moeten we ons doosje nog door de douane loodsen en persoonlijk op de band bij Iberia gaan plaatsen. Na een lange vlucht met overstap in Madrid landen we uiteindelijk op Zaventem. Eind november, in short, hemd en jasje. Een kartonnen doosje onder de arm. Terug thuis...

stuur een mail naar Ivan en Linda

naar de website van Ivan en Linda (meer foto's in betere resolutie)

 

 

     

 

 

 

 

 

Google