|
Bolivia, informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag, info, foto's, Zuid Amerika
Bolivia: zoutmeren en zilvermijnen
(tekst en foto's: Leon Overdevest, september 2003)
deel 2/4
Trektocht in de Cordillera de los Frailes
Tegen de avond loop ik terug naar het reisbureau, en zoals
ik al verwacht had, zijn er geen andere mede reizigers bij
gekomen, dus zal ik alleen gaan. Het lukt me om nog wat van
de prijs af te dingen maar dan gaat er geen dure engels sprekende
gids mee. Ok, daar ga ik mee akkoord, drie dagen trek voor
$ 60, - alles inclusief. Ze gaan rond bellen voor een gids,
maar het wil niet zo lukken vanwege een of ander feest. Uiteindelijk
vinden ze Shirley, een studente die nog engels spreekt ook.
 |
|
Na weer een stevig ontbijt in Café Cultural Kaypichu
arriveer ik s'ochtends om 8 uur bij het trekkingsbureau. De
taxi staat al klaar en Shirley is er ook. Er worden nog wat
pannen en de zware etenswaren (aardappelen, wortelen enz.)
in mijn rugzak gestopt, stappen in de taxi en na ruim twee
uur rijden, bereiken we Chataquila, de kapel boven op de pas.
Hier worden we gedropt, de chauffeur komt ons weer over twee
dagen halen in Potola, terwijl hij morgen toeristen naar de
beroemde zondagsmarkt van Tarabuco brengt. Ik hoef daar niet
zo perse heen, in Peru had ik al een aantal markten bezocht,
waaronder de beroemde zondagsmarkt van Pisac. Die viel zo
tegen, zo toeristisch, bijna alleen maar souvenirs tenten,
dus de markt van Tarabuco was voor mij geen must meer. De
mooiste markten zijn in die kleine plaatsjes of dorpjes, onverwacht
en nog onbedorven.
Het eerste stuk gaat op en langs de bergrug. De rotsen staan
hier dreigend met scherpe pieken omhoog. Sommige blokken steen
hebben door erosie vreemde vormen, zo is er eentje die lijkt
op een fauteuil, en dus een foto waard. Het pad is vaag maar
wel goed begaanbaar. De warmte maakt het is ons moeilijk,
genoeg drinken is het devies. Shirley brengt me na een lichte
afdaling en een kleine klauter partij naar een grot, onze
lunchplek. De grot heeft bijzondere rotstekeningen van ongeveer
500 jaar voor Christus. Door de half ronde vorm van de grot
straalt hij iets magisch, heiligs uit. Jammer genoeg hebben
grappenmakers tekeningen er naast gemaakt.
We dalen verder af, passeren golvend rood, blauw en geel
gesteente en via een onverharde weg komen we tegen de avond
moe maar voldaan in het gehucht Chaunaco aan. Shirley haalt
een sleutel bij de buurman, waarmee ze de deur openmaakt van
een huisje, in een kaal kamertje van 3 bij 5 meter zonder
stoelen of tafels zullen we de nacht moeten doorbrengen. Shirley
maakt soep en ik stel voor om van de aardappelen, wortelen
en uien Hollandse hutspot te maken, inclusief een plak droge
salamiworst. Na de coca thee gooien we onze matjes en slaapzakken
op de grond en pitten zalig in.
 |
|
Na het ontbijt en de afwas van gisteren lopen we naar de
buurman om de sleutel af te geven. Zoals bijna alle huizen
is ook zijn huis gemaakt van adobe stenen, het dak is van
gras, het heeft een binnen plaatsje waar de hond en de kippen
lopen. Van een kamertje hebben ze een soort stalletje gemaakt
waar konijnen en cavia's wachten totdat ze geslacht worden.
Het huis is donker en stoffig, inrichting armoedig en rommelig,
maar alles bij elkaar heerlijk primitief en sfeervol. We lopen
het dorp uit en moeten meteen een brede zanderige rivier oversteken.
Shirley is duidelijk geen waterrat want hoewel de rivier net
boven je knieën uitkomt en niet hard stroomt, heeft ze
er duidelijk moeite mee. Met een wandelstok van mij komt ze
toch aan de andere kant. De paarden die van de andere oever
komen hebben veel minder moeite met de oversteek.
Het is ondertussen drukkend warm geworden. We lopen nu in
een meer bewoond gebied en af en toe komen we mensen tegen.
Shirley maakt een praatje met ze in het quechua, de oude Inca
taal, en ze geeft de mensen wat coca blaadjes, welke vaak
in de hoed verdwijnt. Goed voor de PR van haar en het trekkingsbureau,
maar het is ook een plaatselijk gebruik. Je geeft de bewoners
iets wat ze zelf niet verbouwen en/of hier moeilijk te verkrijgen
is. De coca blaadjes kauwen ze in de mond en worden niet doorgeslikt.
Het is een soort pepmiddel en het werkt goed tegen hoogte
ziekte, zeggen ze, alleen bij mij had het geen effect, ik
vond het alleen vies.
Na een aantal klimmetjes komen we in de krater van Maragua
met een doorsnede van 4 á 5 km. Waarschijnlijk is de
krater ontstaan door de inslag van een meteoriet en volgens
mij dan na het uitsterven van de dinosauriërs want anders
had de krater verticaal moeten staan, vanwege het opplooien
van de Andes. De verschillende pastel kleurige gesteenten
worden op de randen van de krater naar buiten gedrukt, zo
lijkt het tenminste. In de krater vind je veel obsidiaan,
soms ingekapseld in een andere steensoort. Dat duidt weer
op vulkanische activiteit. Maar ja, ik ben geen geoloog en
ik blijf met veel vragen zitten wat hier is gebeurd die ook
Shirley me niet kan beantwoorden.
In het dorpje Maragua lunchen we op het kerkplein, dat op
een aantal varkens na verlaten is. Achter ons worden de wolken
dikker en grijzer en zo gauw we weer op pad gaan, flitst het
en meteen 'boem'. Onweer, regen en hagel recht boven ons hoofd.
We vluchten een stal in. Even later hagelt het zo hard dat
ook de varkens in de stal komen schuilen. Zo staan we dus
tussen de varkens te wachten. De plaatselijke bevolking die
langs loopt moet er erg om lachen, wij eigenlijk ook wel.
Shirley is echt geen waterrat want pas als het helemaal
droog is, steken we de krater over en lopen we verder door
naar Ninumaya, waar we met zonsondergang aankomen. We slapen
in een soort buurthuis en met zijn tweeën gaan we de
sleutel bij de buren vragen. Ze hebben een zelfde soort huisje
als vanochtend. Een karkas van een pas geslacht lammetje hangt
aan de waslijn en op de radio wordt een voetbal wedstrijd
verslagen. We worden door deze arme mensen heel hartelijk
ontvangen, de enigste stoel wordt aan Shirley gegeven en ik
krijg een geitenvelletje onder mijn kont. Shirley babbelt
vrolijk met de buurman waarvan ik niets versta, behalve dat
het voor een gedeelte over Holland gaat. Ze geeft hem wat
cocablaadjes en ik geef de kinderen wat chocolade en wij krijgen
ieder een bord soep. Uiteindelijk wordt de sleutel op gezocht
en kunnen we in het buurthuis koken en gaan slapen.
 |
|
Terwijl het normaal s'ochtends altijd helder is, is deze
ochtend bewolkt en al gauw begint het te regenen. Na het ontbijt
gaan we snel op weg, want we moeten voor 4 uur terug in Sucre
zijn, aangezien Shirley dan een examen engels op de universiteit
heeft. De drie uur lopen naar Potola zijn door de regen nat,
modderig en saai, en het landschap zal met zon vast mooi zijn
geweest, helaas kan ik er nu niet van genieten. In Potola
is het alweer droog geworden en terwijl we wachten op de taxi
kijken we van de kerktrap hoe de schoolkinderen het schoolplein
droog trekken om vervolgens aan de gymnastiek oefeningen te
beginnen. De taxi komt er aan en heeft ook onze lunch bij
zich en zonder file zijn we kwart voor 4 terug in Sucre.
Potosi
De volgende ochtend vroeg met de bus naar Potosi. Ik moest
zelfs de portier van het hotel wakker maken om de deur voor
me open te maken. Rond 11 uur arriveer ik in Potosi en samen
met een Amerikaanse nemen we een taxi naar het centrum. Het
hotel wat ik heb uitgezocht is goed genoeg voor mij, het is
een beetje verwaarloosd en slecht onderhouden maar het is
wel schoon en ik heb een eigen douche met zo'n elektrische
douchekop, die het achteraf niet blijkt te doen.
Ik bezoek Potosi voor de mijnen. Naast Potosi (4090 m) ligt
de Cerro Rico, de rijke berg (5056 m), die de geschiedenis
van Bolivia en zijn buurlanden voor een groot deel bepaald
heeft. In 1544 vond een indiaan hier zilver en vertelde het
aan de Spanjaarden. Het bracht de Spanjaarden grote rijkdom
maar ook veel tragedie. Er werd zoveel zilver in de berg gevonden
dat je er een weg van Potosi naar Madrid van kon aanleggen
en dan nog zilver over houden. Ook Piet Hein veroverde met
zijn zilvervloot een deel van de berg. Potosi had toentertijd
160.000 bewoners en was een even belangrijke stad als Parijs
of Londen.
De tragedie is dat 6 miljoen indianen en zwarte afrikanen
onder slechte omstandigheden dwangarbeid in de mijnen moesten
verrichten, ze werden meestal niet ouder dan 40 á 45
jaar. Ten koste van de dwangarbeid bracht het zilver Potosi
welvaart en een groot deel van Zuid-Amerika profiteerde mee.
Statige koloniale gebouwen werden gebouwd. Maar halverwege
de 18de eeuw raakten de zilveraders op en Potosi raakte snel
in verval en telde inde 19de eeuw nog slechts 10.000 inwoners.
Er werd later tin gevonden en de economie kreeg weer een impuls.
De top van de berg werd er af gedolven. De wereldprijs van
tin stortte in en het was niet meer lonend om op 4500 m hoogte
het te delven. Nu wordt er alleen nog maar zink en een beetje
zilver gevonden. De grote maatschappijen hebben zich van de
berg terug getrokken en nu zijn het alleen coöperatieve
maatschappijen, de mijnwerkers werken dus nu voor hen zelf.
Na een aantal travelagency langs te zijn gegaan, heb ik voor
morgen een excursie naar de mijnen geboekt.
Deze middag bezoek ik het in 1685 gestichte Santa Theresa
Klooster. Ik krijg samen met een Spaanse vrouw een rondleiding,
en gelukkig kan ze af en toe de uitleg voor mijn vertalen.
Het is bijzonder interessant en mooi, en alles nog in originele
staat. In hun 15de of 16de levensjaar werd een dochter van
de door de mijnen rijk geworden families, naar het klooster
gebracht en kwamen er hun hele leven niet meer uit. Sterker
nog, ze mochten zelfs geen visueel contact met de buiten wereld
hebben, onvoorstelbaar toch. Toelevering bedrijven konden
via ingenieuze sluizen hun waar afleveren. Pas in 1972 werd
deze verplichting opgeheven en mochten de zusters ook weer
naar buiten. Het klooster heeft een aantal mooie patio's waar
de oudste appelboom van Bolivia groeit, 400 jaar. In de diverse
zalen is veel zilver en goud en ontelbare religieuze schilderijen
van de beste schilders van Bolivia te zien en van de inrichting
krijg je een goed beeld hoe de kloosterzusters hier vroeger
geleefd hebben.
verder
naar "Bolivia: zoutmeren en zilvermijnen" deel 3
|