Bolivia, informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag, info, foto's, Zuid Amerika

Bolivia: zoutmeren en zilvermijnen

Bolivia reisverhaal: verslag van een reis door Bolivia met veel informatie en foto's

(tekst en foto's: Leon Overdevest, september 2003)

deel 1/4

Ik zit in een taxi met twee Boliviaanse mede passagiers en we rijden richting het centrum van Sucre. Ik heb net een busreis van ruim 16 uur achter de rug, en je kan niet zeggen dat het een ontspannende rit was. Hoewel het een nachtbus met behoorlijke slaapstoelen was, kon ik tijdens deze nachtelijke rit over de Altiplano niet slapen. De busreizen hier zijn altijd een belevenis. Vlak na het vertrek beginnen de eerste verkopers hun verkoop praatje in de bus te houden, vaak maken ze er een soort conference of een klein kwisje van. Meestal verkopen ze snoep of een of ander wondermiddel tegen impotentie of zoiets.

Je krijgt het artikel in je handen gedrukt en als je het even later niet terug geeft dan moet je het betalen. Bij elke stop springen er snel andere straatventers in de bus volgehangen met frisdrank en allerlei soorten etenswaren. Rond etenstijd kun je zelfs warm eten krijgen. Uit een kleurrijke doek die om de gezette verkoopster heen is gebonden, haalt ze een homp vlees uit en begint erop te hakken. En dit krijg je dampend met gekookte aardappelen op een krant geserveerd, en als toetje een stuk wc papier om je handen schoon te maken.

Dit klinkt nogal luxe, maar het nadeel van deze busreizen is dat de beenruimte niet op onze lange westerse benen zijn berekend. Voor een Nederlander ben ik echt niet groot te noemen, maar mijn benen zitten vaak klem tegen de voorste stoel.
Bij het instappen in deze nachtbus naar Sucre had ik al een vermoeden dat het koud zou worden. De meeste Bolivianen namen warme dekens mee, en ik had nu al spijt dat ik toch mijn warme slaapzak in mijn rugzak had gelaten. Gelukkig was mijn warme kleding, muts, handschoenen en regenjas net voldoende om de koude nacht op de 4000 m hoge Altiplano te doorstaan, waarbij ik mijn fleece als deken over mijn benen legde.

Maar slapen doe je niet, de wegen zijn over het algemeen ongeasfalteerd en je wordt dus constant door elkaar geschud. Ook houd je een wakend oog open voor je spullen, vooral bij de stops en als het gangpad afgeladen is met mensen. Zelfs om half twee s'nachts vindt de buschauffeur nog een garage, en ik kijk vol verbazing toe hoe die op dit tijdstip nog de band verwisselt en plakt. Maar uiteindelijk bereiken we Sucre, en de taxi chauffeur zet me af bij mijn hotel en ondanks het afdingen zal ik vast wel teveel voor de rit betaald hebben, maar met je daar druk om te maken, heb je alleen je zelf. Mijn hotel ligt recht tegenover de markt, de eigenaresse is bijzonder aardig en helpvol, precies zoals in mijn reisgids staat.

Sucre

Sucre is een prettige stad. De oude hoofdstad is lang zo hectisch niet als de huidige hoofdstad La Paz en doordat Sucre op slechts 2700 m hoogte ligt is het klimaat een stuk aangenamer dan op de koude Altiplano. Misschien is het wel de mooiste stad van Bolivia, met prachtige witte gebouwen in het Latijns Amerikaanse barok, sinds 1991 wereld erfgoed van de mensheid van de Unesco. Omdat Sucre een universiteit stad is, hangt er een prettige levende sfeer. Je kan hier ook zeer goed een cursus Spaans volgen voordat je een aantal maanden door Zuid Amerika trekt. Voor mij is het zeker weggegooid geld, al 42 jaar heb ik absoluut geen talen knobbel. Ik zal mij dus moeten redden met mijn handen en voeten en mijn Spaans/Nederlands woordenboekje.

Ik doe het vandaag nog rustig aan, maar morgen wil ik een trekking in de Cordillera de los Frailes maken. De eigenaresse van het hotel stuurt me daarvoor naar het kantoortje van Eclipse Travel. Een klein reis bureautje, staat niet in de Lonely Planet maar daarom niet minder goed. Uitgezonderd misschien een aantal privé personen is dit het enige bureau in Sucre die trekkings organiseert. Met handen en voeten, paar woorden Spaans en de rest in het engels maak ik duidelijk wat ik wil; een korte trekking in de Cordillera de los Frailes, liefst in een groep. Ik moet morgen middag terug komen om te kijken of er meer gegadigden zijn.

Zodoende heb ik alle tijd om Sucre te bekijken, en deze middag staat de Fancesa Dinosaurus tracks op het programma. Om half drie worden we door de Dino-Truck opgehaald om ons naar de cementfabriek even buiten Sucre te brengen. We krijgen rode helmen op en onze gids laat met dinosaurus speelgoed beestjes zien welke dieren er hier 68 miljoen jaar geleden rond liepen. En die dinosaurussen hebben dus gelopen op een nu verticale muur van 15.000 vierkante meter (3 voetbal velden). Tijdens de steen afgravingen van de cementfabriek is het te voorschijn gekomen.

Op de muur zijn bijna 5000 sporen gevonden van 150 verschillende dieren, en al deze dieren moeten dus 68 miljoen jaar geleden in twee weken tijd over een zandbedding hebben gelopen. Het langste spoor van 350 m is van een predator (roofdier) wat komisch Johny Walker wordt genoemd. Helaas is deze muur sterk aan erosie onderhevig, er vallen constant stenen en gruis naar beneden. Men denkt dat binnen 25 jaar de sporen verdwenen zullen zijn.

Na een goede nachtrust ben ik toch weer vroeg op pad. Ik wil de Capilla de la Virgen de Guadalupe bezichtigen. De openingstijden zijn hier flexibel en volgens mijn reisgids is het beste om tussen 7.00 - 8.00 uur te komen, en inderdaad hij is open. Voor de ingang zitten een paar oude vrouwelijke bedelaars die ik wat bolivianos toe stop. Er is veel armoe in Bolivia en het is ook een van de armste landen van Zuid-Amerika. Het is onmogelijk alle bedelaars iets te geven, zodoende heb ik besloten om elke dag minimaal één keer iemand iets toe te stoppen, en vandaag zijn het dus de tandloze oude vrouwtjes voor de kapel.

De kapel heeft een aantal bezoekers, ze zitten in de banken stilletjes te bidden, er is nog geen dienst. Ik blijf discreet achter in de kapel staan. Wat de kapel zo beroemd maakt hangt boven het altaar. Een schilderij van de Virgin de Guadalupe de la Extramadura geschilderd door Fray Diego de Ocaña in 1601. In 1784 voegde een juwelier er zilveren plaat aan toe gevuld met ±12.000 parels, diamanten en half edelstenen. Je zou er bijna de staatsschuld van Bolivia mee kunnen aflossen, en dat hangt zomaar in deze kapel zonder extra bewaking of misschien is dit maar een kopietje en ligt de echte ergens in een kluis, wie weet.

Na de kapel ga ik voor mijn ontbijt naar Café Cultiral Kaypichu, wat volgens de Lonely Planet müsli serveert en waar ik na 1½ maand Zuid-Amerika bijzonder trek in heb. Het ontbijt is echter nog beter, inderdaad müsli met o.a. vers fruit, yoghurt, heerlijke honing en eigen gemaakt volkoren brood, pannenkoeken was ook nog mogelijk maar dat werd me te veel. Er hangt ook een heerlijk ontspannen sfeertje, door de zachte new age muziek. Mijn beste ontbijt van mijn vakantie. Het wordt inmiddels warmer, zon schijnt volop en ik wandel zo veel mogelijk in de schaduw naar het Recoleta klooster/museum. Bij gebrek aan andere toeristen krijg ik een rondleiding door het klooster en zijn tuinen. Enthousiast brabbelt de gids zij verhaal in het Spaans. Ik luister beleefd maar versta er niets van. Het enige wat mij bij is gebleven is de 1000 jaar oude ceder in de tuin.

Vanaf het mirador terras, er vlak naast, heb je een prachtig uitzicht over Sucre waar ik onder het genot van een kop koffie dus dubbel geniet. Ik lunch echter in het Joy-Ride café, een heerlijk broodje kroket met als achtergrond muziek De Dijk, en dat in Bolivia. Dit café wordt gerund door een Nederlander en je kunt er ook nog motoren of mountain bikes huren. De rest van de dag slenter ik wat door de stad en uiteindelijk beland ik op de Plaza 25 de Mayo (Plaza de Armas) waar ik op een een bankje ga zitten en van de mensen geniet om me heen. Zolang ik niet lastig word gevallen door de bedelaars of straatverkopers is het hier prettig vertoeven.

verder naar "Bolivia: zoutmeren en zilvermijnen" deel 2

 

 

     

 

 

 

 


 

Google