Bolivia, informatie over reizen en vakantie, reisverhaal, reisverslag, info, foto's, Zuid Amerika

Elf maanden Zuid-Amerika: Bolivia

Bolivia reisverhaal: verslag van een reis door Bolivia met veel informatie en foto's

(tekst en foto's: Barry & Renée Doodeman)

deel 1/4

Copacabana

Her name was Lola...
Iedere keer als we het over Copacobana hebben moeten we even deze overbekende evergreen zingen, vandaar deze titel. Maar laat je niet misleiden want deze Lola danste natuurlijk in Brazilië en niet in Bolivia. Maar ook het Boliviaanse Copacobana bruist van het leven, althans als je aankomt op een zondag in de vroege middag.

Eerst 3 uur langs het Titicaca meer gereden (mooi hoor) en geheel verzorgd de grens overgestoken. De bus wachtte netjes op alle touristen die hun stempeltjes moesten halen en voorzag ons van de nodige info. Prima geregeld dus.
Nadat we ons geïnstalleerd hadden in onze ruime, zonnige kamers (wauw, Bolivia is echt een stuk goedkoper) zijn we gevieren (ja, B&S waren er ook bij) naar de Kathedraal gelopen. En daar waren wij getuigen van het bijzondere tafereel dat zich hier regelmatig (maar voornamelijk op zondag) afspeelt. Overal rondom de plaza stonden versierde auto´s en bussen in de rij klaar om gezegend te worden. Versierd betekent de hele voorruit vol met papieren bloemen, slingers en confetti en het zegenen deden de mensen vaak zelf al door de auto/bus met bier te besprenkelen en er champagne flessen tegen kapot te slaan.

De priester zelf nog aan het werk gezien: zeer serieus besprenkelde ook hij de hele auto en alle zitplaatsen. Begeleid door rotjes die her en der werden afgestoken was het een zeer kleurige en blije happening. De maagd van Copacobana zou nu immers voor altijd voorspoed brengen en ongelukken met het voertuig voorkomen (we really hope so). Voor de kerk werden ook miniatuur voorwerpen verkocht die, als je ze laat zegenen, in het echte leven waarheid worden.

Een kleine selectie: auto´s, bussen, baby´s, paspoorten, kikkers (?) stapels bankbiljetten, winkeltjes etc. Wij hebben twee stapels minibankbiljetten aangeschaft, met name omdat het leuke souveniertjes zijn maar je weet natuurlijk nooit...

Na een lekkere taco lunch doorgelopen naar het strand. Omdat het zondag was waren er veel Boliviaanse touristen die zich vermaakten met waterfietsen op de woeste wateren (not!) van het Titicaca meer of met tafelvoetballen op het strand. Dit in combinatie met de enorme rij eettentjes maakte het een interessant strand zonder strandgevoel. Even website updaten, mailtjes lezen en ´s avonds onder het genot van een goed maaltje (inderdaad in een restaurant met alleen maar touristen) bij kaarslicht onze foto´s aan B&S laten zien. Door een algehele stroomstoring was heel Copacobana stikdonker, vandaar dat kaarslicht. Gelukkig konden ze in de keuken nog alles maken.

Isla del Sol

Het eiland waar de zon is geboren! Dat moeten we natuurlijk even zien. Echter na een onrustige nacht met borrelende buik besluit Renée te ziek te zijn om mee te gaan op deze verkenningstocht en blijft zij de hele dag in bed liggen. Barry en Brett staan er dus alleen voor (Sherri gebruikt deze dag om aan haar boek te schrijven). Maar stoer als zij zijn stappen zij onverschrokken op de ferry die hen, en vele andere touristen, na 2.5 uur op het eiland zal droppen.

Een mooie wandeling over de rug van het eiland, wat Inca ruïnes gecheckt en een foto gemaakt van de heilige steen waar de zon uit is geboren, deze helden hebben het allemaal meegemaakt en overleefd. Al was de ferry op terugweg wel wat traag (ze wilden natuurlijk weer snel bij hun geliefden zijn). Omdat Renée wel heel slap was, snel wat gegeten en vroeg gaan slapen om de volgende dag lekker laat op te staan. De bus naar La Paz vertrok toch pas om 13.30.

La Paz I

Langs een horizon vol met besneewde bergen (wauw!, zo veel hadden we er nog niet bij elkaar gezien) bracht het busje ons naar het centrum van La Paz. We hadden al een hostel op het oog dus gewapend met een mini-plattegrondje liepen we rechtstreeks naar de juiste straat. Een sfeervol hostel, oud koloniaal huis vol met oude spullen, en de kamers zagen er prima uit (alleen beetje zachte bedden..).

Op zoek naar een lekker restaurantje (je zou er bijna moe van worden, altijd maar uit eten gaan) zijn we meteen langs een aantal kraampjes van de heksenmarkt gelopen. Hele bergen uitgedroogde lamafoetussen, mysterieuze beeldjes, glazen potjes met gekleurde stukjes hout, kruiden etc. Alles wat je zoal nodig hebt voor een beetje geluk in je leven en voor het vervloeken van je vijanden. Nee, nog even niets gekocht, dat doen we wel als we weer terug zijn in La Paz (als het goed is komen we hier nog 2 keer).

Een heerlijk buffet in een populair gringo restaurant (de muren helemaal vol met foto´s van reizende Israeliërs) kon ons wel bekoren. Daarna nog even rondgelopen in de gezellige straatjes. Het San Francisco plein was vol met mensen en vaak denk je dan dat er wat speciaals te doen is, maar de mensen zijn hier gewoon veel meer buiten. Ook al is het niet eens warm, zouden we in Nederland ook meer moeten doen. Gewoon met z´n allen op straat rondhangen, ook in de winter. Wat eten van de eetstalletjes, kijken naar de straatartiesten, luisteren naar de band, knuffelen met je geliefde (erg populair in de parken hier), je schoenen laten poetsen, er is altijd genoeg te doen op het plein.We besluiten dan ook dat we La Paz een leuke stad vinden met veel indigenous people (de oorspronkelijke bewoners van Bolivia van voor de Spaanse overheersing) die gelukkig niet allemaal hoeven te bedelen (helaas zijn alle bedelaars wel indigenous).

De volgende dag was het de beurt aan Barry om eens een dag in bed te vertoeven (zoals al gezegd, daarin wisselen wij elkaar mooi af). Renée was na 1 dag rusten alweer helemaal de oude dus kon zij op haar gemakje wat internetten en rondglibberen (de straten waren spiegelglad na een kleine regenbui, superlink zelfs de auto´s gleden uit) door de straten. Omdat lang ziek zijn niet aan ons besteed is konden we de volgende dag gewoon weer met z´n 2-en de enorme ´zwarte´ markt van La Paz uitchecken. Op zoek naar een shirt met lange mouwen (extra laag voor de komende kou) zijn we de halve stad doorgezworven. Na elke hoek kwamen we terecht in een andere wereld vol kraampjes die allemaal hetzelfde verkopen. Iedere straat had haar eigen specialisme; wasmiddelen, schoenen, keukengerei, kinderspeelgoed, verzorgingsproducten etc. Iedereen op straat verkoopt wel wat, al heb je alleen maar een doosje vol plakbandrolletjes. Een redelijk normaal t-shirt met lange (nee, niet driekwart) mouwen was echter niet te vinden.

Nadat we afscheid hadden genomen van B&S (till we´ll meet again!) zijn we via de Burger King (shame on us!) en de Benetton winkel (eindelijk een leuk t-shirt, en ook nog halve prijs) in de bus gestapt voor een lange nacht (11 uur) naar Potosi. We schrokken wel een beetje van het uiterlijk van de bus, maar de stoelen die wel heel ver naar achteren konden een steun voor de onderbenen maakten de reis niet eens zo heel erg. Misschien hebben we zelfs een beetje geslapen (heel klein beetje hoor).

 

Ploeteren in Potosi

Nog een beetje slaperig en iets eerder dan verwacht kwamen we aan in Potosi. Met een taxietje naar het aangeraden hostal gecrossed. De kamer kwam niet helemaal overeen met de enthousiaste recensies, dus toch nog maar even wat andere hostels bekeken. Het was tenslotte nog vroeg. Uiteindelijk toch weer teruggekeerd naar het eerste hostel, maar dan wel in een andere kamer.
Potosi is vanwege haar zilver-en tin mijn ooit de rijkste stad van Zuid-Amerika geweest (en is nog steeds de hoogste stad ter wereld op 4070 meter), nadat alle winst naar Europa is gesluisd (jaja, die zilvervloot) en 8 miljoen slaven er het leven hebben gelaten, hebben de rijke heren Potosi verlaten en is de mijn nu eigendom van de staat.

Zes procent van wat de mijnwerkers vinden gaat naar de beheerders van de mijn, de rest mogen ze zelf houden. Wat je verdient hangt dus af van hoeveel je werkt en hoeveel geluk je hebt. Gemiddeld werken de mannen 10 jaar in de stoffige, donkere mijnen voordat ze door allerlei longaandoeningen te ziek zijn om te werken. De gemiddelde levensverwachting voor de mijnwerkers is slechts 45 jaar. Om het werk vol te houden kauwen de mannen de hele dag op coca blaadjes en drinken ze bijna pure alcohol. Ondanks dat het zulk gevaarlijk werk is, is het voor veel mannen en jongens toch vaak aantrekkelijker dan een slechter betaald baantje in de stad. Een aantal ex-mijnwerkers biedt zich nu aan als gids om touristen het werk in de mijn te laten zien.

Na een kleine ronde langs wat bureautjes vonden we een engelssprekende gids. Met een viertallig spaans/franse combinatie konden we op pad. In een gammel japans schoolbusje reden we in een slakkengangetje naar de opslagruimte waar we in een soort regenpak werden gestoken. Kompleet met laarzen en een helm met licht waren onze kleren en hoofden zo voldoende beschermd om ons in de stoffige mijnen te wagen. Voordat we daadwerkelijk de mijn ingingen kregen we nog even de kans om wat cadeautjes te kopen voor de mijnwerkers. Uit het ruime assortiment lieten wij onze keus vallen op één dynamiet compleet (dynamiet, lont en een soort kunstmest om de explosie te versterken) en een fles 96% alcohol, wat de mannen op vrijdag graag drinken. Voor onszelf kochten we nog twee stofkapjes (de asbest druipt er van de wanden).

Onze tochtgenoten waren wat zuiniger met twee flessen frisdrank. Allereerst een kleine excursie naar de fabriek waar het zilver en andere metalen en mineralen van elkaar worden gescheiden. En daarna de donkere grochten van de berg in. In de rotsen was er een kleine ingang uitgehouwen, wat nog het meest leek op een mini spoortunnel in de bergen. Net op het moment dat we naar binnen wilden gaan riep de gids dat we snel aan de kant moesten gaan. Even later kwam er met grote snelheid een karretje naarbuiten gesjeesd met daarin erts uit de mijn en achter het karretje hingen twee coca kauwende mijnwerkers (net koala beertjes met hun bolle wangen). Het deed nog het meest denken aan een scene uit Indiana Jones waar zulke karretjes door de mijnen scheuren. Na nog twee karretjes te hebben laten passeren was de kust veilig om naar binnen te gaan.

Al na een paar meter was het aardedonker. Met behulp van onze lampen achter de gids aan gelopen, geploeterd en gekropen. Je moest goed opletten dat je je hoofd niet aan de steunbalken of het plafond stootte. Sommige stukken waren te laag om gewoon te kunnen lopen en moest je heel diep door de knieën of zelfs kruipen. Door de oplopende temperatuur, benauwde gangen en vieze gaslucht hadden we even een minuutje nodig om wat op adem te komen (ook omdat de mijn op ruim 4000 meter hoogte ligt). Nadat onze gids had verzekerd dat het qua benauwdheid en temperatuur niet erger zou worden vervolgden we onze tocht dieper de mijn in. Onderweg keken we naar het werk dat de mijnwerkers verrichten en verdeelde onze gids de frisdrank, alcohol en dynamiet onder de mijnwerkers die we tegen kwamen. Het was indrukwekkend om de mannen het zware werk te zien verrichten en ondanks dat wij kwamen ´apies kijken´ waren ze ook vriendelijk.

Aan het einde van onze rondgang door de mijn hebben we in een zijtunneltje nog een bezoek gebracht aan de duivel van de mijn. Aan deze duivelse pop worden offertjes gebracht (sigaretten, drank) om de duivel die in de berg woont gunstig te stemmen. Op weg naar buiten nog wat rondscheurende karretjes ontweken. Het daglicht was zeker welkom na deze tocht. Voor onze camera kwam het daglicht te laat en tegen de tijd dat we terug waren in de stad was hij overleden. ´s Avonds nog lekker dik aangekleed door het centrumpje gewandeld tussen de vele Potosianen die en masse op straat liepen gewoon omdat het vrijdagavond was.
De volgende dag een beetje uitgeslapen en na de lunch de bus genomen naar Sucre, de witte stad.

Verder naar "Elf maanden Zuid-Amerika: Bolivia deel 2"

 

 

     

 

 

 

 


 

Google